Paragraaf 3 - Financiering

Inleiding op de paragraaf

Algemeen
Basis vormt de wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het doel van deze wet is het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden evenals het beheersen van de renterisico’s. Onderdeel van deze wet is de Regeling Uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). Uitvoering van de regelgeving vindt plaats door het vaststellen van kaders in het Treasurystatuut. Bovenstaande uitgangspunten worden hieronder nader toegelicht.

1 | Uitvoering financiering

Naast het statuut stelt de Gemeentewet een treasuryparagraaf verplicht in de begroting en jaarrekening. Dit is nader uitgewerkt in artikel 16 van de financiële verordening. Bij de rekening zal in de paragraaf financiering in ieder geval verslag gedaan worden van:
A ) Kasgeldlimiet
B ) Renterisiconorm
C ) EMU saldo
D ) Rentekosten en renteopbrengsten

A ) Kasgeldlimiet
Voor het uitzetten van gelden met een looptijd korter dan een jaar geldt een maximum bedrag. Deze kasgeldlimiet is wettelijk vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. De gemiddeld in een kwartaal opgenomen vlottende schuld (rekening-courantkredieten, kasgeldleningen) mag dit bedrag niet overschrijden. De gemeente Staphorst heeft een kasgeldlening bij de BNG, welke eind 2021 € 50.836 bedraagt. In mei 2022 vindt de laatste aflossing plaats.

B ) Renterisiconorm
De renterisico norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het verwachte begrotingstotaal voor 2021 (€39 miljoen). In 2021 bedraagt de renterisico norm daarmee € 7,8 miljoen. De reguliere aflossing is voor 2021 € 48.054. De gemeente Staphorst blijft hiermee ruim binnen de renterisico norm. 

C ) EMU saldo
Het rijk heeft de gemeentelijke macronorm vertaald naar een individuele EMU-referentiewaarde per gemeente. Voor Staphorst is deze afgelopen jaar gesteld op - € 1,501 mln. De EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel van de gemeente in de gezamenlijke tekortnorm.

In het volgende overzicht de ontwikkeling van het EMU saldo:

  (x €1.000) Rekening 2020 Rekening 2021 Begroting 2022
1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking reserves -1.036 -331 -2.399
+ 2 Afschrijvingen t.l.v. de exploitatie 1.513 1.546 1.797
+ 3 Bruto dotaties aan de post voorziening t.l.v. exploitatie -413 481 401
- 4 Uitgaven aan investeringen in (im)materiële activa die op de balans worden geactiveerd 2.845 2.813 4.477
+ 5 De in mindering op onder 4 bedoelde investeringen gebrachte ontvangen
bijdragen van Rijk, Provincie of Europese Unie en overigen
- - -
+ 6A Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs) 664 23 -
- 6B Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa 7 3 -
- 7 Uitgaven aan de aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. 358 215 625
+ 8A Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs) 967 1.682 1.026
- 8B Boekwinst op grondverkopen 583 179 401
- 9 Betalingen t.l.v. voorzieningen 160 149 175
- 10 Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks
t.l.v. reserves worden gebracht en die niet vallen onder één van de andere genoemde posten
- - -
11 A Gaat u deelnemingen verkopen? Nee Nee Nee
-11B Zo ja, boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen - - -
  Berekend EMU saldo -2.258 42 -4.853

D ) Rentekosten en opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie
Hieronder vindt u een opsomming van alle uitgezette en opgenomen gelden zoals deze opgenomen zijn in de rekening 2021.

Soort (Bedragen x € 1.000)
Begin 2021 Mutatie 2021 Eind 2021 Opbrengst 2021 Begroot 2021
Uitgezette gelden op lange termijn 1.780 -92 1.688 39 1.571
Uitgezette gelden op korte termijn 19.452 -1.134 18.318   5.663
Aandelenbezit 184   184 520 184
Opgenomen gelden korte termijn -99 48 -51   -51
Totaal 21.317 -1.178 20.139 559 7.367

2 | Risicoprofiel

De komende jaren zal het financieringsresultaat onder druk blijven staan, gezien de huidige rentestand. Dit is en blijft een risico en er zal met de nodige zorg naar gekeken worden welke mogelijkheden er zijn om een hoger rendement te behalen. Hieronder gaan we verder in op mogelijke kredietrisico’s bij de gewaarborgde geldleningen, koersrisico’s bij de verschillende beleggingsproducten en een mogelijk valutarisico.

A ) Kredietrisico
Binnen de huidige portefeuille is nauwelijks sprake van enig kredietrisico.

B ) Koersrisico
Binnen de huidige portefeuille is nauwelijks sprake van enig koersrisico. 


C ) Valutarisico
De huidige beleggingen zijn allemaal in Nederlandse bedrijven en producten, waardoor er geen sprake is van valutarisico’s. Uiteraard kunnen de partijen waar de gemeente een belang in heeft overtollige gelden beleggen in buitenlandse beleggingsproducten. Dit zou dan ten koste (of ten gunste) kunnen gaan van de dividendopbrengst. Echter ook deze partijen hebben zich te houden aan de regels die hiervoor binnen het bestuur zijn afgesproken.

3 | Rentetoerekening

Soort
2021
Externe rentelasten over kort en lang geld  4
Externe rentebaten  71
Totaal door te berekenen externe rente -67
Doorberekende rente 0
   
Boekwaarde v.d. materiële vaste activa 1 jan  29.531
Boekwaarde v.d. financiële vaste activa 1 jan  1.965
Mutatie  
   
Omslagrente (alleen van materiële vaste activa) -0,2269
Omslagrente (van materiële en financiële vaste activa) -0,2127
Doorberekende omslagrente 0%
Bedragen  x € 1.000