Meer
Publicatiedatum: 02-10-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Financiële hoofdlijnen

Inleiding

De financiële begroting 2021 is anders opgebouwd dan in voorgaande jaren.  T/m 2019 bestond de zomernota uit de voortgangsrapportage van het huidige jaar en de kaderbrief voor de begroting van het volgende jaar. Vanaf begrotingsjaar 2020 is dit n.a.v. de evaluatie van de P&C Cyclus 2019 gewijzigd. De zomernota is vanaf het jaar 2020 de kaderbrief voor de begroting van het volgende jaar. Over de voortgang van het jaar 2020 bent u separaat geïnformeerd via de voortgangsrapportage 2020 die in september in de Raad is besproken en vastgesteld. 

De begroting 2021 heeft ook een nieuwe opbouw in vergelijking met voorgaande jaren. De totstandkoming van de begroting 2020 was een uitdagend traject. Dat kwam met name doordat we voor het eerst in jaren geconfronteerd werden met begrotingstekorten. Naar aanleiding hiervan is een financiële scan uitgevoerd door de provincie Overijssel en is intern een evaluatie uitgevoerd op de P&C Cyclus 2019. Beide rapportages doen diverse aanbevelingen. Die worden in deze begroting opgevolgd.

De financiële hoofdlijn uit beide rapporten is dat de gemeente Staphorst moet werken aan een gezonde en structureel sluitende meerjarige exploitatie en dat de reservepositie niet verder aangetast kan worden, mede doordat in de afgelopen jaren nieuwe investeringen zijn gedekt uit reserves waardoor de reservepositie tot een absoluut minimum is teruggebracht.

De systematiek van de lijst met investeringen is losgelaten. In de begroting 2021 is onderscheid gemaakt tussen de volgende categoriëen:

  • Bijstelling bestaand beleid
  • Nieuw beleid
  • Bezuinigingsmaatregelen

Ook wordt het verloop van de begroting 2020 naar de begroting 2021 inzichtelijk gemaakt. 

Algemene uitgangspunten

In het kader van het verder versterken van het financieel strategische beleid zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd die de basis zijn voor het opstellen van de meerjarenbegroting 2021-2024:

  • Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de eigen financiële beleidsregels van de gemeente Staphorst (zoals de financiële verordening en de nota reserves en voorzieningen) zijn het uitgangspunt.
  • De gemeentebegroting moet voldoen aan eisen voor het repressief toezicht die de provincie stelt in hun toezichtkader. De colleges van Gedeputeerde Staten van de twaalf provincies hebben hiervoor een "gemeenschappelijk toezichtkader (GTK 2020)" vastgesteld. Deze is van toepassing op de begroting 2021 en verder.
  • Het financiële kader vormt het coalitieakkoord 2018 - 2022 'samen, voor elkaar!' en de uitwerking hiervan in het collegeprogramma.
  • De zomernota 2020 is aan u gepresenteerd op 3 juni 2020. De in deze bijeenkomst ingebrachte reacties zijn bij de samenstelling van deze begroting in de afweging betrokken.
  • Oud voor nieuw: de begroting 2020-2023 tastte de reservepositie fors aan. Het is niet reëel om de reservepositie verder te laten verslechteren. Daarom moet nieuw beleid bekostigd worden uit bestaand beleid of bezuinigingen waarbij het uitgangspunt is dat de reservepositie niet verder mag verslechteren dan de stand ultimo de begroting 2020.
  • De effecten van de coronacrisis zijn nog niet meegenomen in het structurele financiële beeld. Dit omdat het nog te vroeg is om deze te duiden. Uitgangspunt is dat juist nu de structurele begroting van de komende jaren op orde moet zijn omdat deze mogelijk negatief beïnvloed kan worden vanwege de coronacrisis. De risico’s zullen wel benoemd moeten worden.
  • De aanbevelingen vanuit het rapport n.a.v. de financiële scan van de provincie zijn meegenomen in de opzet van deze  begroting. Belangrijke uitgangspunten zijn het niet verder aantasten van de reservepositie en het robuuster maken van de exploitatiebegroting waarbij openstaande onderwerpen (zoals omgevingswet, duurzaamheid, dekking tekorten uit reserves) zoveel als mogelijk in de begroting zijn verwerkt.
  • Loonsomstijging inclusief sociale lasten op basis van de laatst vastgestelde CAO, verwachte loonstijging van 2,6% in het jaar 2021, de jaren erna is 1,5% per jaar geraamd. Geraamd op maximum functieschaal en medewerker met uitloopschaal op maximum uitloopschaal.
  • Prijsindexatie overige budgetten van 1,5% per jaar (voor contracten).
  • Bijstelling budgetten verbonden partijen op basis van de begroting 2021 van de diverse verbonden partijen.

1. Samenvatting begrotingssaldo

Begrotingssaldo 2021-2024 2021 2022 2023 2024
Saldo begroting 2020-2023 1.319 562 -632 -632
Mutatie bestaand beleid -1.031 -944 -370 -348
Mutatie nieuw beleid 692 802 837 712
Bezuinigingsmaatregelen -407 -357 -566 -566
Saldo begroting 2021-2024 572 64 -731 -834

( bedragen x € 1.000 , positief=nadeel, negatief=voordeel)

Ten opzichte van de begroting 2020 is het begrotingssaldo in alle jaren verbeterd. Hierna worden de diverse onderdelen (mutatie bestaand beleid, mutatie nieuw beleid en bezuinigingsmaatregelen) nader toegelicht. 

2. Bepaling structureel begrotingsaldo

Bepaling incidenteel Saldo

2021

2022

2023

2024

Incidentele lasten

2.316

2.179

2.223

2.002

Incidentele baten

-2.862

-2.185

-2.217

-2.170

Saldo incidenteel

-546 

-6

6

-168

( bedragen x € 1.000 , positief=nadeel, negatief=voordeel)

 

Bepaling structurele begrotingssaldo

2021

2022

2023

2024

Saldo baten en lasten begroting

572 N

64 N

731 V

834 V

Bij / af: Saldo incidenteel

546 V

6 V

6 N

168 V

Structurele begrotingssaldo

1.118 N

70 N

737 V

666 V

(x €1.000)

Hier wordt het saldo weergegeven waarbij de begroting en meerjarenraming structureel en reëel in evenwicht zijn. Structureel evenwicht betekent dat structurele lasten door structurele baten worden gedekt. Reëel evenwicht wil zeggen dat de ramingen volledig en realistisch zijn. 

In het algemeen geldt voor:

  •  structurele baten en lasten dat deze tot nadere besluitvorming voor onbepaalde tijd in de begroting staan
  •  incidentele baten en lasten beïnvloeden het begrotingssaldo incidenteel

Om dit structurele evenwicht te kunnen bepalen is in deze begroting een limitatief overzicht van de incidentele baten en lasten opgenomen (zie bijlage incidentele baten en lasten).

De provincie Overijssel heeft als toezichthouder de wettelijke taak te beoordelen of er sprake is van structureel en reëel evenwicht.

Een consequentie van bovenstaande is dat het structurele begrotingssaldo lager is dan het begrotingssaldo. Immers zijn in de begroting ook uitgaven incidenteel gedekt. De belangrijkste posten betreffen onder andere de mutaties in de reserves: toevoegingen en onttrekkingen. Deze worden als incidenteel aangemerkt. Per saldo is de incidentele dekking jaarlijks hoger. Als gevolg hiervan hebben er in de begroting nog enkele aanvullende bijstellingen plaats gevonden.

3. Opbouw begroting 2021

Begrotingssaldo 2021-2024 2021 2022 2023 2024
Saldo begroting 2020 1.319 562 -632 -632
Bijstelling bestaand beleid -976 -814 -336 -260
Nieuw beleid wettelijk (categorie nieuw beleid) 366 551 551 391
Robuust maken begroting advies provincie (categorie nieuw beleid) 335 270 305 340
Bezuinigingsmaatregelen -407 -357 -566 -566
Saldo zomernota 2020 637 213 -678 -803
Bijstelling bestaand beleid (structurele effecten uit de voortgangsrapportage 2020) 53 -142 -47 -47
Saldo voortgangsrapportage 2020 690 70 -725 -850
Bijstelling bestaand beleid -109 13 13 34
Nieuw beleid -9 -19 -19 -19
Saldo begroting 2021 572 64 -731 -834

( bedragen x € 1.000 , positief=nadeel, negatief=voordeel)

 

Exploitatie Meerjarenraming 2021 Mutaties Zomernota 2021 Mutaties Voortgangsrapportage 2021 Mutaties Begroting 2021 Begroting 2021
Lasten 38.479.491 293.500 32.664 87.443 38.893.098
Baten -35.065.853 -461.000 20.763 -223.839 -35.729.930
Saldo van baten en lasten voor bestemming 3.413.638 -167.500 53.427 -136.397 3.163.168
Stortingen 982.000 0 0 300.000 1.282.000
Onttrekkingen -3.076.469 -514.000 0 -282.419 -3.872.888
Mutaties reserves -2.094.469 -514.000 0 17.581 -2.590.888

4. Bijstelling bestaand beleid

Bijstelling bestaand beleid 2021 2022 2023 2024
Programma 0: September- en decembercirculaire gemeentefonds 2019         -417        - 470         -417         -417
Programma 0: Verwachte korting gemeentefonds vanwege herverdeling           -          425        850        850
Programma 0: Indexatie loonsom      130    130 130   130
Programma 0: Efficiëntere inrichting en samenwerking welzijn en cultuur     -      -150 -150     -150
Programma 0: Sport efficiënter inrichten     -  -60 -60 -60
Programma 1, 6 en 7: Bijstelling budgetten verbonden partijen    48   48 48 48
Programma 2: Extra investering fietspad Kanlaan         13         13         13         13
Programma 3: Bijstelling inkomsten reclamemast     50 50 50 50 
Programma 6: Lagere bijdrage Sociale Werkvoorziening - 800  -800 -800 -800
Bijstelling bestaand beleid zomernota 2020 -976 -814 -336 -336
Programma 0: Mei-circulaire 2020 -52 -249 -139 -139
Programma 0: Hogere kosten automatisering 27 27 27 27
Programma 6: Lagere bijdrage COA 58 59 60 60
Alle programma's: Overige mutaties 20 20 5 5
Bijstelling bestaand beleid voortgangsrapportage 2020 53 -142 -47 -47
Alle programma's: Overige mutaties -109 13 13 34
Bijstelling bestaand beleid begroting 2021 -109 13 13 34
Totaal bijstelling bestaand beleid 2021-2024 -1.031 -944 -370 -348

( bedragen x € 1.000 , positief=nadeel, negatief=voordeel)

In de toelichting op de diverse programma's worden de mutaties nader toegelicht.

5. Nieuw beleid

Nieuw beleid 2021 2022 2023 2024
Programma 0: Transitiebudget eigen organisatie 60     60 60 60
Programma 1: Veilgheidsregio: vrijwilligers in dienstverband      40 40 40    40
Programma 4: Uitbreiding scholen Rouveen   -   PM  PM PM

Programma 6: Nieuwe wet schulddienstverlening per 1-1-21

36 36 36 36
Programma 6: Nieuwe wet inburgering per 1-1-21 - - - -
Programma 7: Hogere uitgaven duurzaamheid structureel        150        150        150        150
Programma 7: Hogere uitgaven duurzaamheid projectgeld        514        487        572        720
Programma 7: Incidentele uitgaven duurzaamheid dekken uit reserve        - 514         -487        - 572         -720
Programma 8: Hogere uitgaven omgevingswet 80    160   160 -
Programma 9: Verduurzaming gemeentehuis (naar energielabel C in 2023)           -           85         85         85
Programma 9: Interne aanpassingen gemeentehuis            -           15         15         15
Programma 9: Interne aanpassing politie/samenleving           -             5           5           5
Nieuw beleid wettelijk zomernota 2020 366 551 551 391
Programma 0: Kapitaallasten (investeringsbudget voor nieuw beleid) 25 50 75 100
Programma 0: Meerjaren Investeringsprognose  10 20 30 40
Programma 2: Wegenbeheer 300 200 200 200
Programma 9: Gebouwenbeheer: omzetten van reserve naar voorziening - - - -
Nieuw beleid Robuust maken begroting advies provincie zomernota 2020 335 270 305 340
Programma 3: Verhoging toeristenbelasting -9 -19 -19 -19
Nieuw beleid begroting 2021 -9 -19 -19 -19
Totaal nieuw beleid begroting 2021 692 802 837 712
( bedragen x € 1.000 , positief=nadeel, negatief=voordeel)

In de toelichting op de diverse programma's worden de mutaties nader toegelicht.

6. Bezuinigingsmaatregelen

Bezuinigingsmaatregelen   2021 2022 2023 2024
Programma 3: Adoptie van rotondes door derden 1 1 1 1
Programma 8: Instellen ruimtelijk kwaliteitsfonds 90 90 90 90
Programma 2: Zakelijke omgaan met vergunningen K+L 3 3 3 3
Programma 9: Verlagen extern (juridisch) advies 15 15 15 15
Programma 0: Vacature stop (periode van drie maanden geen invulling) 135 135 135 135
Programma 0: 2,5  % bezuinigen op formatie door natuurlijk verloop  - - 250 250
Programma 0: Verlagen inhuur buiten vacatureruimte met 10 % 6,5 6,5 6,5 6,5
Programma 9: Documentatie en vakliteratuur 5 5 5 5
Programma 9: Postverwerking/porti 5 5 5 5
Programma 9: Voorlichting en advertenties 5 5 5 5
Programma 9: Inbesteding schoonmaak gemeentehuis: besparing  7 11 11 11
Programma 6: Adviesraad sociaal domein 4 4 4 4
Programma 0: Besparing wethouder / vergaderkosten / verzekeringen 98 44 3 3
Programma 0: Werkkostenregeling (raad, college organisatie) 27 27 27 27
Programma 0: Burgerinitiatieven 5 5 5 5
Bezuinigingsmaatregelen zomernota 2020 -407 -357 -566 -566
Totaal bezuinigingsmaatregelen -407 -357 -566 -566
(x €1.000)

In de toelichting op de diverse programma's worden de mutaties nader toegelicht.

7. Meerjaren Investeringsprognose

In aanloop naar de begroting 2021 is een Meerjaren Investeringsprognose opgesteld. Deze prognose bevat vervangingsinvesteringen. In eerste instantie bestaat deze uit de vervangingsinvesteringen in het kader van tractiemiddelen en vervangingsinvesteringen uit de lijst met investeringen cf de systematiek zoals deze t/m de begroting 2020 is gehanteerd. In de lijst met investeringen begroting 2020 zijn meerjarig ook vervangingsinvesteringen opgenomen. Deze zijn in onderstaande tabel verwerkt.

 Omschrijving van de investering Incidenteel (I) Meerjarenbegroting 2021-2024   Last begroting 2021
of   
Structureel (S)  
  2021 2022 2023 2024
Programma 2 | Verkeer en openbare ruimte
Herinrichting Staphorst Noordoost fase 4: nieuw materiaal herinrichting Structureel 145.000       res.afs.maats.nut
Herinrichting Staphorst Noordoost fase 5: nieuw materiaal herinrichting Structureel     150.000   res.afs.maats.nut
Opzetstrooier nr. 5 (t.b.v. VW crafter) Structureel - 6 jr. 38.000       6.333
Programma 7 | Volksgezondheid en milieu
GRP-V 2016-2020 - Jaarschijf 2021 - Jaarschijven 2022 en verder volgen uit nieuw GRP-VI Structureel 671.000       reserve riolering
Programma 9 | overhead
Nieuw t.o.v. LVI 2020: bestelbus met open laadbak Structureel       47.000  
Nieuw t.o.v. LVI 2020:  kleine pick-up auto Structureel

37.000

       
Nieuw t.o.v. LVI 2020: Pickup- Bus met laadkraan Structureel        55.000  
Nieuw t.o.v. LVI 2020: Maaiarm grote trekker Incidenteel     20.000   reserve z. bes./grondexpl.

 

Het is de bedoeling dat deze lijst met vervangingsinvesteringen in de toekomst verder wordt gevuld zodat ook structureel inzicht wordt verkregen in de vervangingsinvesteringen. 

8. Verloop reservepositie 2020-2024

 

  2020 2021 2022

2023

2024

Algemene reserves  
Algemene reserve 3.400 3.400 3.400 3.400 3.400
Reserve zonder bestemming 2.857 1.936 1.224 1.118 1.144
Reserve voor grondexploitatie 1.889 1.859 1.828 1.796 1.765
Saldo algemene reserves 8.147 7.195 6.453 6.315 6.309
Bestemmingsreserves  
Reserves dekking afschrijving investeringen          
Reserve afschrijving investeringen openbare ruimte met maatschappelijk nut 6.975 6.686 6.391 6.118 5.840
Reserve afschrijving gemeentelijke gebouwen 11.564 10.784 10.026 9.321 8.616
Reserve afschrijving vervoermiddelen 756 618 467 316 165
Subtotaal reserves dekking afschrijving investeringen 19.295 18.088 16.884 15.755 14.621
           
Reserves t.b.v. kostendekkende tarieven
         
Reserve rioolbeheer 3.374 3.328 3.328 3.328 3.328
Reserve matiging afvalstoffenheffing 128 0 0 0 0
Subtotaal reserves t.b.v kostendekkende tarieven 3.502 3.328 3.328 3.328 3.328
           
Reserves ter egalisatie van kosten
         
Reserve wegenbeheer (verkeersinfra)
a. betonwegen
b. asfalt- en elementenverharding

4.000
1.969

4.000
1.805
4.000
1.626
4.000
1.431
4.000 
1.221
Reserve gebouwenbeheer 1.501 1.590 1.623 1.673 1.723
Reserve automatisering 71 96 119 139 156
Subtotaal reserves ter egalisatie van kosten
7.541 7.491 7.368 7.243 7.100
           
Overige reserves met bestemming          
Reserves met bestemming 590 590 590 310 310
Reserve dekking nadelig begrotingssaldo '20 - '22 821 148 0 0 0
Reserve zandput Hooidijk 104 104 104 104 104
Reserve met bestemmingen 141 129 116 104 103
Reserve verkeersontsluiting 499 499 499 499 499
Reserve volkshuisvesting 0 0 0 0 0
Reserve EPOS 120 0 0 0 0
Reserve duurzaamheid 226 0 0 0 0
Reserve sociaal domein 0 0 0 0 0
Reserve achtergestelde lening Vitens 81 0 0 0 0
Reserve onderhoud combischool Staphorst 0 0 0 0 0
Subtotaal overige bestemmingsreserves
2.582 1.470 1.309 1.017 1.016
Saldo bestemmingsreserves 32.923 30.377 28.890 27.343 26.066
Totaal reserves 41.070 37.573 35.343 33.658
32.375

(x €1.000)

 

Algemene reserves

De algemene reserves betreft de vrij besteedbare reserve. In de nota reserves en voorzieningen is vastgelegd dat de algemene reserve minimaal 3,4 miljoen moet bedragen.  De reserve zonder bestemming en de reserve voor grondexploitatie betreffen "vrij besteedbare reserves". De ruimte is echter beperkt om deze reserves nog verder aan te spreken. Door de terugloop van de vrij besteedbare reserves in de afgelopen jaren is het uitgangspunt bij de begroting 2021 dat de vrij besteedbare reservepositie niet verder mag verslechteren. T.o.v. de begroting 2020 is de reserve positie verbetert, met name door het terugdringen van de begrotingstekorten en het overschot in de meerjarenraming van 2023 en 2024. 

Reserves dekking afschrijving investeringen

De reserves ter dekking van afschrijving investeringen betreffen reserves die zijn ingesteld om kapitaallasten van investeringen uit afgelopen jaren te dekken. Deze reserves lopen terug doordat de jaarlijkse kapitaallasten van diverse investeringen worden onttrokken uit deze reserve. Als alle investeringen zijn afgeschreven, zijn deze reserves leeg. In de exploitatie is er dan geen budget voor vervangingsinvesteringen doordat de kapitaallasten van de investeringen worden gedekt door een onttrekking uit deze reserves. Bij vervangingsinvesteringen in de toekomst moet dus in de exploitatie ruimte vrij gemaakt worden om deze investeringen ten laste van het begrotingssaldo te brengen. In de begroting 2021 is meerjarig een post opgenomen voor vervangingsinvesteringen in de toekomst om zo ruimte te creëren voor vervangingsinvesteringen die nu nog gedekt worden uit de reserve dekking afschrijving investeringen. Hiermee wordt de begroting meer solide naar de toekomst.

Reserves t.b.v. kostendekkende tarieven

De reserves t.b.v. de kostendekkende tarieven zijn egalisatiereserves. De egalisatiereserve afval is bijna leeg. In de afgelopen jaren zijn de lasten hoger geweest dan de baten waarbij het tekort is gedekt uit de reserve. Vanaf 2021/ 2022 kan dit niet meer waardoor het tarief voor afval gaat stijgen zoals in deze begroting is voorgesteld. 

De reserve voor riolering is relatief hoog, in deze begroting is voorgesteld om de rioolheffing voor 2022 te verlagen waarbij deze reserve wordt aangesproken.

Reserves ter egalisatie van kosten

Dit betreffen de egalisatiereserves voor het groot onderhoud van de gebouwen, de egalisatiereserve voor het onderhoud van de wegen en de egalisatiereserve voor automatisering. 

Overige reserves

Dit betreffen alle overige reserves met een specifieke bestemming. Aandachtspunt is de reserve sociaal domein. Er is vanaf 2021 geen buffer meer voor het sociaal domein doordat de reserve volledig is gebruikt om o.a. de tekorten in afgelopen jaren op te vangen.