Meer
Publicatiedatum: 09-01-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf 3 - Financiering

Algemene inleiding op de paragraaf

Algemeen
Basis vormt de wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het doel van deze wet is het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden evenals het beheersen van de renterisico’s. Onderdeel van deze wet is de Regeling Uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). Uitvoering van de regelgeving vindt plaats door het vaststellen van kaders in het Treasurystatuut. Bovenstaande uitgangspunten zullen hieronder nader worden toegelicht.

Financiële verordening
Naast het statuut stelt de Gemeentewet een treasuryparagraaf verplicht in de begroting en jaarrekening. Dit is nader uitgewerkt in artikel 15 van de financiële verordening. Bij de begroting zal in de paragraaf financiering in ieder geval verslag gedaan worden van Kasgeldlimiet, renterisico norm, de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende 3 jaar, rentevisie en rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie.

Inhoud paragraaf
Bovenstaande onderwerpen leiden tot de volgende indeling van deze paragraaf:

1 | Uitgangspunten financieringsfunctie
- Wet Fido
- Wet Ruddo
- Treausurystatuut

2 | Uitvoering financieringsfunctie
- Kasgeldlimiet
- Renterisiconorm
- EMU saldo
- Liquiditeitsplanning
- Financieringsbehoefte
- Rentekosten en renteopbrengsten

Uitgangspunten financieringsfunctie

Wet FIDO
De wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) vertaalt zich in twee belangrijke uitgangspunten op het gebied van treasury-beleid:

De gemeente dient de financiering te beperken tot de publieke taak

Het verstrekken van leningen kan alleen dan plaatsvinden als deze instellingen aan de publieke taak bijdragen. De uitzetting van tijdelijk overtollige middelen dient een prudent karakter te hebben en mag niet gericht zijn op het genereren van inkomen door het lopen van overmatige risico’s. Er mag dus geen sprake zijn van bankieren.

De renterisico’s moeten tot een minimum worden beperkt

Voor de financieringsmiddelen op korte termijn (looptijd < 1 jaar) geldt een zogenaamde kasgeldnorm (maximumbedrag). Voor de financieringsmiddelen op lange termijn (looptijd > dan 1 jaar) geldt een zogenaamde rente-risiconorm (maximumbedrag waarover renterisico mag worden gelopen).

 

Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO)
Deze regeling maakt onderdeel uit van de wet Fido en is begin 2009 gewijzigd. Het betrof een aanscherping van de regels voor het uitzetten en aantrekken van gelden. Dit kwam mede voort uit de financiële crisis die ontstond uit de “Icesave affaire” in IJsland. De aanscherping had voor de gemeente Staphorst nauwelijks gevolgen, wel zijn er enkele verbeteringen aangebracht in het treasurystatuut van de gemeente Staphorst.

Treasurystatuut

In het treasurystatuut (vastgesteld in 2018 door de Raad) zijn de nieuwe kaders vastgesteld waar binnen de treasuryfunctie moet worden uitgevoerd zoals:
- De algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie;
- De administratieve organisatie van de financieringsfunctie, waaronder taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening.

Uitvoering financieringsfunctie

Naast het statuut stelt de Gemeentewet een treasuryparagraaf verplicht in de begroting en jaarrekening. Dit is nader uitgewerkt in artikel 17 van de financiële verordening. Bij de begroting zal in de paragraaf financiering in ieder geval verslag gedaan worden van:
A) Kasgeldlimiet

B) Renterisiconorm
C) EMU saldo
D) Gemeenteschuld
E ) Liquiditeitsplanning + financieringsbehoefte
F ) Rentekosten en renteopbrengsten

A ) Kasgeldlimiet

Voor het uitzetten van gelden met een looptijd korter dan een jaar geldt een maximum bedrag. Deze kasgeldlimiet is wettelijk vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. De gemiddeld in een kwartaal opgenomen vlottende schuld (rekening courantkredieten, kasgeldleningen) mag dit bedrag niet overschrijden. Op basis van de begroting 2020:

Omvang van de begroting per 1 januari 2020 €38.435
Kasgeldlimiet in procenten van de grondslag 8,5%
Kasgeldlimiet in bedrag €3.267
Totaal vlottende schuld 0
Ruimte €3.267
(x €1.000)

De gemeente Staphorst overschrijdt de kasgeldlimiet niet, er is een overschot.

B ) Renterisico norm

De renterisico norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het verwachte begrotingstotaal voor 2019 (€ 37 miljoen). In 2019 bedraagt de renterisiconorm daarmee € 7 miljoen. De reguliere aflossing is voor 2019 geraamd op € 0,5 miljoen. De gemeente Staphorst blijft hiermee ruim binnen de renterisico norm. Voor de komende jaren ziet dit er als volgt uit:

Berekende renterisiconorm 2019 2020 2021 2022 2023
Begrotingstotaal 36.100 38.435 38.479 38.684 38.947
Percentageregeling 20 20 20 20 20
Renterisiconorm 7.220 7.687 7.696 7.737 7.789
(x €1.000) 

 

Renterisico op vaste schuld 2019 2020 2021 2022 2023
Renteherziening op vaste schuld o/g 0 0 0 0 0
Aflossingen 470 45 48 51 0
Renterisico 470 45 48 51 0
Renterisiconorm 7.220 7.687 7.696 7.737 7.789
Rente onder risiconorm 6.750 7.642 7.648 7.686 7.789
Overschrijding renterisiconorm n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
(x €1.000) 

C ) EMU-saldo
Voor uitvoering van de Wet Hof is het EMU-saldo van groot belang. Voor elke gemeente is een individuele referentiewaarde bepaald, waardoor het totale EMU-tekort niet boven de 0,5% zal uitkomen. Voor Staphorst is dit een bedrag van € 1.505.000 (er wordt echter geen sanctie opgelegd bij overschrijding, zie ontwikkelingen wet Hof).
In het volgende overzicht de ontwikkeling van het EMU-saldo:

  Begroting 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
+ 1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking reserves -4.193
-3.414
-2.169
-900
+ 2
Afschrijvingen t.l.v. exploitatie
1.797 1.824 1.851 1.879
+ 3
Bruto dotaties aan de post voorziening t.l.v. exploitatie 96
97
99
100
- 4
Uitgaven aan investeringen in (im)materiële activa die op de balans worden geactiveerd 2.574
942
0
145
+ 5
De in mindering op onder 4 bedoelde investeringen gebrachte ontvangen bedragen van het Rijk, Provincie of Europese Unie en overigen
-
- - -
+ 6A
Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs) - - -  
- 6B
Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa - - -  
- 7
Uitgaven aan de aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. 214
11
11
203
+ 8A
Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs) 1.161 591 325
259
- 8B
Boekwinst op grondverkopen 800 400
300
250
- 9
Betalingen t.l.v. voorzieningen 100
100
100
100
- 10
Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks t.l.v. reserves worden gebracht en die niet vallen onder een van de andere genoemde posten - - - -
11 A
Gaat u deelnemingen verkopen? nee nee nee nee
-11B
Zo ja; boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen        
  Berekend EMU Saldo -4.827
-2.355
-305
640
  Individuele referentie waarde 1.505 1.505 1.505 1.505
  Tekort of overschot EMU saldo -3.322
-850
1.200 2.145
(x €1.000) 

In de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte zijn alleen die investeringen meegenomen waarvoor de raad een krediet beschikbaar heeft gesteld. Ook zijn er geen winsten op grondverkopen verwerkt. Deze te verwachten winsten mogen niet in de begroting als (incidentele) baten worden meegenomen.

E ) De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte

Overzicht van de verwachte financiële positie voor de jaren 2020 tot en met 2023

  Financiële positie
2020 2021 2022  2023
1 Beginsaldo 13.468 7.871 5.298 4.913
Mutaties in financieringssaldo 
2 Saldo mutaties vaste activa 695
-946 -1.773 -1.529
3 Mutatie nog te bestemmen exploitatiesaldo        
4 Saldo mutaties reserves en voorzieningen -5.604
-3.848
-2.420 -1.716
5 Saldo mutaties langlopende schulden -45
-48
-51 0
6 Mutaties financieringssaldo (2-3-4-5)
6.344
2.950 
698
187
7 Saldo mutaties vlottende activa -747 -377 -313
-56
8 Saldo mutaties vlottende passiva 0 0
0 0
9 Mutaties netto werkkapitaal (7-8)
-747
-377 -313 -56
10 Mutaties in liquide middelen (-6 - 9)
-5.597
-2.573
-385
-131
11 Eindsaldo (1 + 10)
7.871
5.298
4.913 4.782
(x €1.000) 

De financieringsbehoefte wordt binnen de mogelijkheden van de Wet Fido gedekt door het aantrekken van kort geld en/of langlopende leningen en de inzet van het eigen vermogen. Wanneer dit nodig is, proberen we zo dicht mogelijk tegen de grens van de kasgeldlimiet kort geld aan te trekken, omdat de rente op kort geld in de regel lager is dan de rente op langlopende geldleningen. We houden daarbij wel rekening met schatkistbeleggen.

Rentevisie

Door de huidige onrust op de financiële markten is het lastig een goede verwachting uit te spreken over de ontwikkeling van de rentekosten en rentebaten.

F ) Rentekosten en opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie
Hieronder vindt u een opsomming van alle uitgezette en opgenomen gelden zoals deze meegenomen zijn in de begroting van 2020, met daaronder een korte toelichting.

Soort Ultimo 2020 Ultimo 2021 Ultimo 2022 Ultimo 2023
Uitgezette gelden op lange termijn 1.889 1.783 1.759 1.734
Uitgezette gelden op korte termijn 8.284 6.092 5.970 6.039
Aandelenbezit 184 184 184 184
Opgenomen gelden lange termijn - 144
- 99
- 51
- 0
Opgenomen gelden korte termijn        
Totaal 10.213 7.960 7.862 7.957
(x €1.000) 


1 | Uitstaande gelden op lange termijn

Uitstaande gelden op lange termijn
Rente %
Ultimo 2020
Ultimo 2021
Ultimo 2022 Ultimo 2023
Vitens Achtergestelde lening 1,5 81 0 0 0
N.V. Rova
Achtergestelde geldlening
8,0 379 379 379 379
Diversen Startersleningen 0,0 600 600 600 600
De Baarge
Hypothecaire leningen
div 56 51 47  42
De Esch 3
Hypothecaire lening
2,5 673 673 673  673

Stichting Zwembad

Hypothecaire lening
2,0
 100 80
60  40
 Totaal uitgezette gelden op lange termijn 1.889 1.783 1.759 1.734
(x €1.000)

Toelichting:
De aflossing van de achtergestelde lening Vitens is een reguliere aflossing. Wel is het rentepercentage aangepast. Er wordt gerekend met een 10-jaars rente + opslag van 1%, waardoor de rente lager uitkomt dan 1,55%. Afgelopen jaren was de rente:

2014 2015 2016 2017 2018 2019
3,55 2,97 2,50 2,12 1,92 1,55

 

Bij het in exploitatie nemen van de bedrijventerreinen De Baarge waren er diverse ondernemers die zelf gronden hadden liggen in deze bestemmingsplannen. Van deze ondernemers ontvangen wij een exploitatiebijdrage in de vorm van een hypothecaire geldlening met veelal een looptijd van 30 jaar. Hiervan lopen nog 2 leningen. De andere leningen zijn vervroegd afgelost. Voor De Esch 3 is een lening verstrekt met een looptijd 20 jaar.

2 | Uitstaande en opgenomen gelden op korte termijn (bedragen x € 1.000)

Vanaf 2014 is schatkist beleggen verplicht voor decentrale overheden (zie onderdeel schatkist beleggen). Het is niet meer toegestaan om bij banken gelden op korte termijn uit te zetten. De uitstaande gelden op korte termijn bij de Rabobank en de opgenomen gelden bij de BNG vallen hier onder. Dit is ook van toepassing op de in december 2016 afgeloste variabele-couponobligatie bij de Rabobank en de aflossingen van de BNG Fido kapitaalmarktfonds. De verwachting is dat wij hierdoor per begin 2020 € 17.000.000 bij de schatkist gaan uitzetten.

3 | Aandelenbezit

Aandelenbezit   Aantal Ultimo 2018
Ultimo 2019
Ultimo 2020 Ultimo 2021
Rendo aandelen 43 20 20 20 20
Essent/ Enexis aandelen 32.331 60 60 60 60
Vitens aandelen 18.531 4 4 4 4
Rova aandelen 217 25 25 25 25
Wadinko aandelen 40 0 0 0 0
BNG aandelen 30.030 75 75 75 75
Totaal aandelenbezit   184 184 184 184

De verwachting is dat in het aandelenkapitaal geen mutaties zullen plaatsvinden. Op de balans zijn de aandelen gewaardeerd tegen nominale waarde, maar de huidige waarde kan vele malen hoger zijn. In de paragraaf 'verbonden partijen' gaan wij in op de ontwikkelingen binnen deze partijen en de verwachte dividendopbrengsten. Het dividend en de rente van de lening van N.V. Rova komt ook ten gunste van het taakveld beleggingen. Wel wordt dit dividend en de rente-opbrengst meegenomen in het tarief van de afvalstoffenheffing. De geraamde dividendinkomsten zijn gelijk aan voorgaand jaar.

4 | Opgenomen bedragen op lange termijn

Dit is een langlopende leningen bij de BNG, die door een annuïteiten afschrijving in 2022 wordt afgelost.

5 | Opgenomen gelden op korte termijn

De eerstkomende jaren bestaat geen noodzaak om gelden op korte termijn op te nemen.

6 | Renteschema 2020 t/m 2023

    2020 2021 2022 2023
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering 7 4 1 0
b. De externe rentebaten (De Baarge en De Esch) 21 21 21 21
  Totaal door te berekenen externe rente - 14
- 17 - 20
- 21
c. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend 0 0 0 0
  Rente van projectfinanciering die aan het desbetreffende taakveld moet worden doorberekend 0 0 0 0
  Saldo door te rekenen externe rente - 14 - 17 - 20
- 21
d1 Rente over eigen vermogen 0 0 0 0
d2 Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) 0 0 0 0
  De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente - 14 - 17 - 20 - 21
e. De werkelijke taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) n.v.t. rente negaties
0 0 0 0
f. Renteresultaat op taakveld treasury 14 17 20 21
  Boekwaarde van de materiële vaste activa per 1 januari 34.444 33.603 31.855
30.351
  Boekwaarde van de financiële vaste activa per 1 januari 2.068 1.963 1.938 1.914
  Totaal 36.512 35.566 33.794 32.265
  Omslagrente (alleen van materiële vaste activa) 0,04% -0,05% -0,06% -0,07%
  Omslagrente (van zowel materiële als financiële vaste activa)
Dit is de toe te rekenen rente gedeeld door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa.
Het verschil tussen de toegerekende rente in 2019 (0,5%) en het omslagpercentage (0,15%) is 0,35% (= minder dan 0,5%). Met ingang van 2020 wordt er geen rente meer toegerekend omdat omslagrente negatief is.
0,04% -0,05% -0,06% -0,07%
(x €1.000)