Meer
Publicatiedatum: 13-07-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf 3 - Financiering

Inleiding op de paragraaf

Algemeen
Basis vormt de wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het doel van deze wet is het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden evenals het beheersen van de renterisico’s. Onderdeel van deze wet is de Regeling Uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). Uitvoering van de regelgeving vindt plaats door het vaststellen van kaders in het Treasurystatuut. Bovenstaande uitgangspunten zullen hieronder nader worden toegelicht.

1 | Uitvoering financiering

Naast het statuut stelt de Gemeentewet een treasuryparagraaf verplicht in de begroting en jaarrekening. Dit is nader uitgewerkt in artikel 15 van de financiële verordening. Bij de rekening zal in de paragraaf financiering in ieder geval verslag gedaan worden van:
A ) Kasgeldlimiet
B ) Renterisiconorm
C ) EMU saldo
D ) Rentekosten en renteopbrengsten

A ) Kasgeldlimiet
Voor het uitzetten van gelden met een looptijd korter dan een jaar geldt een maximum bedrag. Deze kasgeldlimiet is wettelijk vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. De gemiddelde in een kwartaal opgenomen vlottende schuld (rekening-courantkredieten, kasgeldleningen) mag dit bedrag niet overschrijden. De gemeente Staphorst heeft geen kasgeldleningen.

B ) Renterisiconorm
De renterisico norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het verwachte begrotingstotaal voor 2019 (€37 miljoen) In 2019 bedraagt de renterisico norm daarmee € 7,4  miljoen. De reguliere aflossing is voor 2019 € 0,47 miljoen. De gemeente Staphorst blijft hiermee ruim binnen de renterisico norm.

C ) EMU saldo
In het volgende overzicht de ontwikkeling van het EMU saldo:

  (x €1.000) Rekening 2018 Rekening
2019
Begroting 2020
1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking reserves -1.154 -3.370 -4.193
+ 2 Afschrijvingen t.l.v. de exploitatie 1.540 1.623 1.797
+ 3 Bruto dotaties aan de post voorziening t.l.v. exploitatie 51 582 96
- 4 Uitgaven aan investeringen in (im)materiële activa die op de balans worden geactiveerd -2.452 -3.507 - 2.574
+ 5 De in mindering op onder 4 bedoelde investeringen gebrachte ontvangen bijdragen van Rijk, Provincie of Europese Unie en overigen - 168 -
+ 6A Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs) - 52 -
- 6B Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa - -6 -
- 7 Uitgaven aan de aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. -187 -331 - 214
+ 8A Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs) 1.690 2.033 1.161
- 8B Boekwinst op grondverkopen -950 -430 - 800
- 9 Betalingen t.l.v. voorzieningen -74 -168 - 100
- 10 Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks
t.l.v. reserves worden gebracht en die niet vallen onder één van de andere genoemde posten
- - -
11 A Gaat u deelnemingen verkopen? Nee nee Nee
-11B Zo ja, boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen     -
  Berekend EMU saldo -1.536 -3.354 -4.827
  Individuele referentiewaarde n.v.t. n.v.t 1.505
  Tekort of overschot EMU saldo -1.536 -3.354 -3.322

D ) Rentekosten en opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie
Hieronder vindt u een opsomming van alle uitgezette en opgenomen gelden zoals deze opgenomen zijn in de rekening 2019.

Soort (bedragen x € 1.000)
Begin 2019 Mutatie 2019 Eind 2019 Opbrengst 2019 Begroot 2019
Uitgezette gelden op lange termijn 1.730 24 1.754 57 107
Uitgezette gelden op korte termijn 19.287 -383 18.904 0 0
Aandelenbezit      184   184 570 526
Opgenomen gelden lange termijn -614 470 -144 -21 -21
Opgenomen gelden korte termijn          0 0 0 0 0
Totaal 20.587 111 20.698 606 612

 

2 | Risicoprofiel

De komende jaren zal het financieringsresultaat onder druk blijven staan, gezien de huidige rentestand. Dit is en blijft een risico en er zal met de nodige zorg naar gekeken worden welke mogelijkheden er zijn om een hoger rendement te behalen. Hieronder zullen we verder ingaan op mogelijke kredietrisico’s bij de gewaarborgde geldleningen, koersrisico’s bij de verschillende beleggingsproducten en een mogelijk valutarisico.

A ) Kredietrisico
Binnen de huidige portefeuille is nauwelijks sprake van enig kredietrisico. .

B ) Koersrisico
De afgesloten producten kennen allemaal een gegarandeerde eindwaarde, waarbij alleen bij tussentijdse verkoop van een obligatielening eventueel een koersrisico wordt gelopen. Bij de jaarlijkse verkoop in het kader van schatkistbankieren van 1/7 deel BNG Financial Bond Fonds en de BNG Government Bond Fonds Fido  is dit risico beperkt. Afgelopen jaar was de waarde nog ruim boven de 100%, wat mede voortkomt door de lage rentestand, dit heeft een gunstig effect op de obligaties. Per eind 2019 zijn deze Financial Bonds in zijn geheel ingelost.


C ) Valutarisico
De huidige beleggingen zijn allemaal in Nederlandse bedrijven en producten, waardoor er geen sprake is van valutarisico’s. Uiteraard kunnen de partijen waar de gemeente een belang in heeft overtollige gelden beleggen in buitenlandse beleggingsproducten. Dit zou dan ten koste (of ten gunste) kunnen gaan van de dividendopbrengst. Echter ook deze partijen hebben zich te houden aan de regels die hiervoor binnen het bestuur zijn afgesproken.

3 | Rentetoerekening

 

Renteschema (bedragen x € 1.000)
Soort
2019
Externe rentelasten over kort en lang geld 21
Externe rentebaten (leningenindustrie) 47
Totaal door te berekenen externe rente -26
Doorberekende rente 0
   
Boekwaarde v.d. materiële vaste activa 1 jan: 30.041
Boekwaarde v.d. financiële vaste activa 1 jan: 1.914
Mutatie  
   
Omslagrente (alleen van materiële vaste activa) -0,089%
Omslagrente (van materiële en financiële vaste activa) -0,0836%
Doorberekende omslagrente 0%