Paragraaf 3 - Financiering

Inleiding op de paragraaf

Terug naar navigatie - Inleiding op de paragraaf

Algemeen
Basis vormt de wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het doel van deze wet is het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden evenals het beheersen van de renterisico’s. Onderdeel van deze wet is de Regeling Uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). Uitvoering van de regelgeving vindt plaats door het vaststellen van kaders in het Treasurystatuut.

Uitvoering financieringsfunctie

Terug naar navigatie - Uitvoering financieringsfunctie

Naast het statuut stelt de Gemeentewet een treasuryparagraaf verplicht in de begroting en jaarrekening. Dit is nader uitgewerkt in artikel 16 van de financiële verordening. In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

A ) Kasgeldlimiet
Voor het uitzetten van gelden met een looptijd korter dan een jaar geldt een maximum bedrag. Deze kasgeldlimiet is wettelijk vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. De gemiddeld in een kwartaal opgenomen vlottende schuld (rekening-courantkredieten, kasgeldleningen) mag dit bedrag niet overschrijden. Op basis van de begroting 2023:

Omvang van de begroting per 1 januari 2023 55.739
Kasgeldlimiet in procenten van de grondslag 8,5%
Kasgeldlimiet in bedrag € 4.738
Totaal vlottende schuld 0
Ruimte € 4.738
(x €1.000)

De gemeente Staphorst overschrijdt de kasgeldlimiet niet, er is een overschot.

B ) Renterisiconorm
De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het verwachte begrotingstotaal voor 2023.  De reguliere aflossing is voor 2023 geraamd op € 0. De gemeente Staphorst blijft hiermee ruim binnen de renterisiconorm. Voor de komende jaren ziet dit er als volgt uit: 

Berekende renterisiconorm 2023 2024 2025
2026
Begrotingstotaal 55.739 50.528 47.377 47.373
Percentageregeling 20 20 20 20
Renterisiconorm 11.148 10.106 9.475 9.475
(x €1.000) 
Renterisico op vaste schuld 2023 2024 2025
2026
Renteherziening op vaste schuld o/g 0 0 0 0
Aflossingen 0 0 0 0
Renterisico 0 0 0 0
Renterisiconorm 11.148 10.106 9.475 9.475
Rente onder risiconorm 11.148 10.106 9.475 9.475
Overschrijding renterisiconorm n.v.t n.v.t n.v.t n.v.t
(x €1.000) 

C ) EMU-saldo
In het volgende overzicht de ontwikkeling van het EMU-saldo:

  Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
+ 1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking reserves -2.859 -1.455 -207 -1.835
+ 2
Afschrijvingen t.l.v. exploitatie 
1.706 2.210 2.474 2.465
+ 3
Bruto dotaties aan de post voorziening t.l.v. exploitatie 513 323 426 552
- 4
Investeringen in (im)materiële activa die op de balans worden geactiveerd 7.449 4.479 1.241 1.659
+ 5
De in mindering op onder 4 bedoelde investeringen gebrachte ontvangen bedragen van het Rijk, Provincie of Europese Unie en overigen
- - - -
+ 6A
Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs) - - - -
- 6B
Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa - - - -
- 7
Uitgaven aan de aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. 1.065 113 - -
+ 8A
Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs)  2.067 485 - -
- 8B
Boekwinst op grondverkopen  2.896 443 - -
- 9
Betalingen t.l.v. voorzieningen 756 36 189 569
- 10
Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks t.l.v. reserves worden gebracht en die niet vallen onder een van de andere genoemde posten - - - -
11 A
Gaat u deelnemingen verkopen? nee nee nee nee
-11B
Zo ja; boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen - - - -
  Berekend EMU Saldo -10.739 -3.508 1.263 -1.046
  Individuele referentie waarde -1.799 -1.799 -1.799 -1.799
  Tekort (-) of overschot (+) EMU saldo -8.940 -1.709 3.062 753
(x €1.000) 

In de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte zijn alleen die investeringen meegenomen waarvoor de raad een krediet beschikbaar heeft gesteld. Ook zijn er geen winsten op grondverkopen verwerkt. Deze te verwachten winsten worden niet in de begroting als (incidentele) baten worden meegenomen.

D ) Liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte
Overzicht van de verwachte financiële positie voor de jaren 2023 tot en met 2026:

  Financiële positie
2023 2024 2025  2026
1 Beginsaldo 17.327 11.355 4.384 3.249
Mutaties in financieringssaldo 
2 Saldo mutaties vaste activa -5.738 -2.226 920 525
3 Mutatie nog te bestemmen exploitatiesaldo 0 0 0 0
4 Saldo mutaties reserves en voorzieningen 1.343 2.279 1.329 -620
5 Saldo mutaties langlopende schulden 0 0 0 0
6 Mutaties financieringssaldo (2-3-4-5)
-7.081 -4.505 -409 1.145
7 Saldo mutaties vlottende activa 0 0 0 0
8 Saldo mutaties vlottende passiva -1.109 2.466 726 0
9 Mutaties netto werkkapitaal (7-8)
1.109 -2.466 -726 0
10 Mutaties in liquide middelen (6-9)
-5.972 -6.971 -1.135 1.145
11 Eindsaldo (1 + 10)
11.355 4.384 3.249 4.394
(x €1.000) 

E ) Rentekosten en opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie
Hieronder vindt u een opsomming van alle uitgezette en opgenomen gelden, zoals deze meegenomen zijn in de begroting van 2023.

Soort Ultimo 2023 Ultimo 2024 Ultimo 2025 Ultimo 2026
Uitgezette gelden op lange termijn 968 943 918 912
Uitgezette gelden op korte termijn 11.337 4.366 3.231 4.376
Aandelenbezit 184 184 184 184
Opgenomen gelden lange termijn 0 0 0 0
Opgenomen gelden korte termijn 0 0 0 0
Totaal 12.489 5.493 4.333 5.472
(x €1.000) 

F) Renteschema
Er wordt geen rente toegerekend, omdat de omslagrente negatief is.

G) Rentevisie
Door de huidige onrust op de financiële markten is het lastig een goede verwachting uit te spreken over de ontwikkeling van de rentekosten en rentebaten.