Algemeen
Om geld aan te trekken en middelen uit te zetten moeten we ons als gemeente houden aan de regels van het rijk. Deze regels gaan over de manier waarop gemeenten (en provincies) hun geld en kapitaal beheren. Deze staan in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Deze wet heeft als doel een gezonde financieringspositie van gemeenten. De grens voor het EMU-tekort ligt voor decentrale overheden op 0,4 procent.
De kaders voor de uitoefening van de financieringsfunctie zijn opgenomen in het Treasurystatuut. Hierin staan de doelstellingen en uitgangspunten die het college van B&W nastreeft.
Met de uitvoering van het Treasurybeleid streven we naar effectief en effeciënt beheer van de liquiditeitenstroom door:
- Het zorgdragen voor een tijdige beschikbaarheid van middelen door het verkrijgen en handhaven van toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
- Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico's zoals renterisico's en liquiditeitsrisico's;
- Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
- Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut;
- Waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op dit onderdeel duidelijk zijn geregeld.
Naast het statuut stelt de Gemeentewet een treasuryparagraaf verplicht in de begroting en jaarrekening. Dit is nader uitgewerkt in artikel 16 van de financiële verordening van de gemeente Staphorst. In de paragraaf Financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op welke hieronder zijn uitgewerkt.