Paragraaf 2 - Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding op de paragraaf

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 - Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding op de paragraaf

Algemeen
De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. In de openbare ruimte vinden veel activiteiten plaats op het gebied van wonen, werken en recreëren. De gemeente beheert en onderhoudt wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Het beheer en onderhoud van deze kapitaalgoederen is nader uitgewerkt in beheerplannen en heeft financiële consequenties. Deze worden vertaald in de begroting. In deze paragraaf worden de kaders en financiële stand van zaken inzichtelijk gemaakt voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen en de financiële consequenties daarvan. De in deze paragraaf uitgewerkte begroting is gebaseerd op de huidig geldende beheerplannen.  

De kapitaalgoederen zijn als volgt opgenomen in deze paragraaf:

  • Openbare ruimte
  • Gebouwen
  • Overige (tractie en meubilair)

Het beleid van de gemeente Staphorst voor het onderhoud van kapitaalgoederen is vastgelegd in onderstaande nota's en verordeningen.

Beheerplan Geldend voor de periode van: Vastgesteld op:
Beheerplan riolering 2027 - 2031 10 november 2026 
Beheerplan Wegen 2022 - 2026 15 februari 2022
Beheerplan Civiele Kunstwerken 2027 - 2031 10 november 2026
Beheerplan Groen 2020 - 2025 12 mei 2020
Beheerplan Gemeentelijke gebouwen 2026 - 2029 22 september 2026

 

A | Wegenbeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 - Onderhoud kapitaalgoederen - A | Wegenbeheer

A | Beleidskader
Op 15 februari 2022 is het wegen(en bermen)beleidsplan 2022 - 2026 vastgesteld.

Het betreft hier onderhoud aan asfalt-, beton- en elementenverhardingen (straatwerk), aanleg van bermbeton, onderhoud van bermen en bermensloten, onkruidbestrijding op verhardingen en straatreiniging (vegen).

Dit onderdeel bestaat in grote lijnen uit drie begrotingsposten:
• dagelijks, veelal ongepland, klein onderhoud,
• groot, gepland onderhoud,
• investeringen ter uitvoering van vervangingen.

Het dagelijks, klein onderhoud wordt in de exploitatie verantwoord en wordt deels door de eigen dienst uitgevoerd. Het groot onderhoud en rehabilitaties vinden plaats aan de hand van de periodieke inspecties op basis van de in het beheerplan opgenomen uitgangspunten en de jaarlijkse schouw. Deze werkzaamheden worden uitbesteed. Uitgangspunt in het beleid is dat alle verhardingen worden beheerd conform de CROW-systematiek, waarmee kapitaalvernietiging wordt voorkomen. Voor het actualiseren van het beheerplan zijn in het vierde kwartaal van 2021 weginspecties uitgevoerd en op basis hiervan is een uitvoeringsplanning opgesteld, waarna een begroting is gemaakt. Aansluitend is het beheerplan wegen opgesteld. Op dit moment worden voorbereidingen getroffen voor de actualisatie van het beheerplan wegen en deze zal in het jaar 2027 aan de raad aangeboden worden.

B | Financiële consequenties beleidsdoel
In het beleidsplan is voor de wegen scenario 1 'Voorkeursscenario" met het daarbij behorende jaarlijkse budget vastgesteld. Voor de bermen is scenario 2 'Vergroten ecologisch beheer" vastgesteld. De reserve wegenbeheer is opgesplitst in betonwegen en asfalt- en elementenverharding. De stand van de reserve is begin 2027 € 2,6 miljoen, waarvan € 0,7 miljoen voor betonwegen en € 1,9 miljoen voor asfalt- en klinkerwegen.

C | Financiële consequenties in de begroting

(x € 1.000) Begroting 2027 Begroting 2028 Werkelijk 2029 Werkelijk 2030
Dotatie onderhoudsreserve 986 986 986 986
Dotatie egalisatiereserve 350 325 300 275
Uitgaven groot onderhoud 986 986 986 986
Investering wegen (bedragen x € 1.000) Jaar Geplande investering
Vervangingsinvestering wegen 2027 2027 500
Vervangingsinvestering wegen 2028 2028 500
Vervangingsinvestering wegen 2029 2029 500
Vervangingsinvestering wegen 2030 2030 500

B | Rioolbeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 - Onderhoud kapitaalgoederen - B | Rioolbeheer

A | Beleidskader 
In 2026 is er gewerkt aan een nieuw kostendekkingsplan riolering voor de periode 2027 - 2031. Deze wordt ter vaststelling aangeboden bij de begroting 2027. 

B | Financiële consequenties beleidsdoel
Vanaf het jaar 2027 is de rioolheffing bepaald op € 216. 

C | Financiële consequenties in de begroting
De kosten van maatregelen die zijn opgenomen in het kostendekkingsplan riolering 2027 - 2031, worden gedekt uit de te verkrijgen rioolheffing en voorziening rioolbeheer.  Het verloop van de voorziening is te vinden onder het overzicht van reserves- en voorzieningenpositie onder het hoofdstuk Financiële begroting".

Investering riolering (bedragen x € 1.000) Jaar Geplande investering
Riool voorbereiding project afkoppelen Bergerslag 2027 307
Riool voorbereiding project afkoppelen Staphorst Zuid 2 fase 1 2027 120
Riool relinen de Baarge + IJhorst 2027 800
Reservering mechanische riolering: vervanging pompen 2027 2027 108
Reservering mechanische riolering: vervangen leidingwerk 2027 2027 22
Reservering mechanische riolering: vervangen putten 2027 2027 32
Reservering mechanische riolering: vervangen buitenopstellingskasten 2027 2027 2
Reservering mechanische riolering: vervangen schakelkasten 2027 2027 83
Reservering afkoppelen verhard oppervlak 2027 2027 51
Reservering klimaat adaptieve maatregelen 2027 2027 51
Reservering relinen/repareren vrijverval riolering 2027 2027 102

C | Waterbeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 - Onderhoud kapitaalgoederen - C | Waterbeheer

A | Beleidskader

Grondwaterbeleid
Betrokken partijen: waterschap en de gemeente hebben gezamenlijk beleid  ten aanzien van het water vastgelegd en coördineren de uitvoering. Hierbij is aansluiting gezocht met het vGRP-V.

Hemelwaterbeleid
De wettelijke basis voor de gemeentelijke zorgplicht inzake hemelwater staat verwoord in artikel 3.5 van de Waterwet.

B | Financiële consequenties beleidsdoel
Op basis van een kostendekkingsplan riolering 2027-2031 zijn de kosten en opbrengsten inzichtelijk gemaakt. De verbrede rioolheffing is bedoeld om de kosten die voortvloeien uit dit beleidsonderdeel te dekken.

C | Financiële consequenties in de begroting
De kosten van maatregelen die worden opgenomen bij de doorkijk voor de rioolheffing 2027 - 2031, worden gedekt uit de te verkrijgen rioolheffing en voorziening rioolbeheer.

D | Groenbeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 - Onderhoud kapitaalgoederen - D | Groenbeheer

A | Beleidskader
Het groenbeleidsplan 2019-2030 is door de raad vastgesteld op 26 februari 2019. Het plan heeft een lange doorlooptijd en is gedateerd. De bedoeling is om in de komende periode het plan te herzien. Het groenbeheerplan 2020-2025 is door de gemeenteraad vastgesteld op 12 mei 2020. Inmiddels is er een start gemaakt met het opstellen van een nieuw plan voor de periode 2027 – 2031.

B | Financiële consequenties beleidsdoel
De uitvoering van het Groenbeleidsplan Staphorst 2019-2030 leidt tot invulling van met name investeringen en projecten. Voor de diverse projecten zijn in voorgaande begrotingen dekkingsmiddelen opgenomen. Voor nieuwe projecten wordt separaat dekking opgenomen in de begroting. Het groenbeheerplan geeft uitvoering aan scenario 4; een stap terug in het onderhoudsniveau door een combinatie van aanpassing en versobering van het groenareaal.

C | Financiële consequenties in de begroting
In 2025 heeft er een Europese aanbesteding plaatsgevonden voor het groenbeheer (Bestek Staphorst, kleine kernen en sportvelden). De structurele exploitatielasten (excl. loonkosten) voor het onderhoud van het openbaar groen voor zowel binnen als buiten de bebouwde kom bedragen voor 2027: € 117.000. Daarnaast is er een incidenteel budget beschikbaar voor groenrenovatie, het incidentele budget voor 2027 vindt u terug in de toelichting op het overzicht van baten en lasten, onderdeel: incidentele lasten programma 5.

Kosten groenbeheer (Bedragen x €1.000) Begroting 2027
Begroting 2026
Werkelijk 2025
Kosten groenbeheer 117 617 590
 

E | Gebouwenbeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 - Onderhoud kapitaalgoederen - E | Gebouwenbeheer

A | Beleidskader

De gemeente Staphorst heeft voor de periode 2020-2024 een strategische visie op gebouwenbeheer vastgesteld.  In deze visie is een inventarisatie gemaakt van de gemeentelijke panden van de gemeente Staphorst waar de gemeente eigenaar van is, een financiële relatie mee heeft of op gemeentegrond staan. Op dit moment is actualisatie noodzakelijk en daarom is een strategische visie op gemeentelijke gebouwen 2026-2029 opgesteld. Deze visie zal eind 2026 worden vastgesteld en vormt de basis vormt de basis voor de onderhoudsramingen aan gemeentelijke gebouwen.  Het onderhoudsbeheer wordt vastgesteld in het separaat op te leveren Meerjaren Onderhoudsplan (het MJOP), welke is geactualiseerd in 2025. Dit MJOP is verwerkt in de begroting 2027.

  • De gemeentewerf is niet langer onderdeel van het gebouwenbeheerplan vanwege een lopend locatieonderzoek. Er worden alleen noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Dit om de veiligheid voor medewerkers te garanderen.
  • De brandweerkazerne wordt volgens gebouwbeheerplan onderhouden.
  • Het nieuwe Dienstencentrum " Op Stap" is in augustus 2026 in gebruik genomen. 
  • De Poele in IJhorst is verouderd, hiervoor zijn minimale onderhoudsbedragen opgenomen in het beheerplan.

De gemeente Staphorst streeft ernaar de verduurzaming van gemeentelijke gebouwen te laten aansluiten bij natuurlijke bouwkundige en/of installatietechnische onderhoudsmomenten. Dit omvat onder andere:

  • Plaatsing van zonnepanelen;
  • Extra isolatie;
  • Toepassing van LED-verlichting;
  • Vermindering van gasverbruik door de overstap naar elektrische en/of efficiëntere systemen.

B | Financiële consequenties beleidsdoel
In het gebouwenbeheerplan zijn de totale onderhoudskosten over de komende planperiode tot en met 2030 meerjarig meegenomen, zodat de gemiddelde kosten hierover bepaald konden worden. Voor bepaling van de hoogte van de dotatie wordt uitgegaan van het begrotingsjaar (t) + 3. Deze dotaties worden jaarlijks ten laste van de exploitatie gebracht. Door middel van de voorziening gebouwenbeheer, waar de jaarlijks gemaakte kosten voor groot onderhoud aan onttrokken worden, zijn de kosten gedekt. Het kleine dagelijkse onderhoud wordt rechtstreeks ten laste van de exploitatie gebracht. 

C | Financiële consequenties in de begroting
De hoogte van de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud wordt bepaald op basis van een (meerjarig) beheerplan. De dotatie dient minimaal gebaseerd te zijn op de onderhoudslasten die in het beheerplan zijn opgenomen voor het begrotingsjaar plus de drie jaren van de meerjarenraming. 

(Bedragen x € 1.000) Stand 01-01-2027 Storting Onttrekking Stand 31-12-2027
Voorziening gebouwenbeheer 832 251 139 944

F | Onderwijshuisvesting

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 - Onderhoud kapitaalgoederen - F | Onderwijshuisvesting

A | Beleidskader
De gemeente heeft de zorgplicht (wettelijke taak) om te voorzien in voldoende huisvestingscapaciteit voor de scholen van het primair - en voortgezet onderwijs. Hieronder vallen ook de gymzalen voor het bewegingsonderwijs. De schoolbesturen zijn daarnaast verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van de schoolgebouwen. Gezamenlijk zijn de gemeente en de schoolbesturen verantwoordelijk voor de kwaliteit van de huisvesting.
Vanaf 1 januari 2015 zijn de schoolbesturen van het primair- en voortgezet onderwijs volledig verantwoordelijk voor het beheer, exploitatie en onderhoud van de schoolgebouwen. Zij ontvangen daarvoor rechtstreeks middelen van de rijksoverheid via de materiële instandhouding (lumpsum). Het groot onderhoud van de gymzalen voor het primair onderwijs is hierop een uitzondering. De gemeente is verantwoordelijk voor nieuwbouw, uitbreiding en of renovatie van schoolgebouwen. Via de algemene uitkering krijgt de gemeente hiervoor een vergoeding. Het betreft hier nadrukkelijk geen doeluitkering.

B | Financiële consequenties beleidsdoel
Op  26 september 2023 is het Integraal Huisvestingsplan (IHP) primair onderwijs 2024-2039 vastgesteld in de gemeenteraad. In dit plan hebben de gemeente en de schoolbesturen afgesproken om voor de scholen business cases op te stellen, waarin de beleidsafspraken uit het IHP per school geconcretiseerd en financieel vertaald worden. Op basis van die business cases zullen we bepalen welke investeringen de komende periode t.b.v. de scholen gedaan moeten worden en hoeveel van die investeringen voor rekening van de gemeente zullen komen. 

De verduurzaming van 4 scholen met de Bijbel (Willem Alexander, Maarten Luther, Harm Doorneveld en Willem de Zwijger) is in 2026 afgerond binnen de daarvoor gestelde budgetten. 

De businesscases voor de verduurzaming van Pieter Zandt Scholengemeenschap, de Triangel, de Levensboom en CNS Berkenhorst zijn in 2026 vastgesteld. Voor de uitwerking, voorbereiding en aanbesteding zijn voorbereidingskredieten toegekend die gedekt worden binnen het IHP. 

De aanbesteding van de nieuwbouw van de Prins Mauritsschool en gymlokaal is in voorbereiding. 

G | Civiele kunstwerken

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 - Onderhoud kapitaalgoederen - G | Civiele kunstwerken

A | Beleidskader
Civiele kunstwerken betreffen in hoofdzaak de in de gemeente aanwezige bruggen en grote(re) duikers. Overige onderdelen zijn beschoeiingen, damwanden en geluidsschermen. 

B | Financiële consequenties beleidsdoel
Door middel van het beheerplan civiele kunstwerken, opgesteld in 2026, zijn de kosten en opbrengsten inzichtelijk gemaakt tot en met 2036. 

C | Financiële consequenties in de begroting
De hoogte van de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud wordt bepaald op basis van een (meerjarig) beheerplan. De dotatie dient minimaal gebaseerd te zijn op de onderhoudslasten die in het beheerplan zijn opgenomen voor het begrotingsjaar plus de drie jaren van de meerjarenraming. 

(Bedragen x € 1.000) Stand 01-01-2027 Storting Onttrekking Stand 31-12-2027
Voorziening civiele kunstwerken 700 75 269 506