Meer
Publicatiedatum: 15-07-2020

Inhoud

Programma onderdelen

8. Robuust maken begroting overige en eigen ambities

8. Robuust maken begroting overige en eigen ambities

In het kader van het verder robuust maken van de begroting zijn er nog de volgende aandachtspunten die nu nog niet geborgd zijn in de begroting:

  • Stelpost Jeugdzorg na 2022. In 2019 is voor de jaren 2019-2021 extra budget toegekend in de algemene uitkering aan gemeenten voor de Jeugdzorg. Dit gaat om € 260.000 per jaar. Het is vanaf 2022 nog onzeker of dit extra budget structureel gecontinueerd wordt door het Rijk aangezien het huidige kabinet dit wil overlaten aan het nieuwe kabinet. Gelet op de gemeentebrede problematiek binnen het sociaal domein en de veronderstelling dat het volgende kabinet deze extra bijdrage aan de gemeenten minimaal zal continueren hebben de gezamenlijke toezichtshouders besloten dat het budget structureel ook vanaf 2022 in de begroting mag worden opgenomen. Het College adviseert om dit zo te laten, maar het is nog wel onzeker en dus een risico.
  • OZB motie raad: de raad heeft bij de behandeling van de begroting 2020 een motie vastgesteld waarbij zij het College oproept om de OZB stijging in de jaren 2021, 2022 en 2023 (jaarlijkse stijging van 10%) te evalueren in 2020. Aangezien het uitgangspunt is een robuuste begroting, is een eventuele beperking van de stijging in 2021-2023 nu niet meegenomen. Voor de jaren 2021 en 2022 is het begrotingssaldo nog steeds negatief. Het jaar 2023 en 2024 geeft een positief saldo.
  • Kostendekkendheid afvalstoffenheffing: zoals in de begroting 2020 als is aangegeven, is de huidige heffingshoogte van de afvalstoffenheffing niet kostendekkend. Het tekort wordt nu aangevuld vanuit de reserve afvalstoffenheffing die het karakter van een egalisatiereserve heeft. De jaarlijkse onttrekking is t/m 2020 € 300.000. De reserve is na 2021 uitgeput. In 2020 vindt nader onderzoek plaats naar de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing. Voor de begroting 2021 worden voorstellen gedaan aan de Raad om de kostendekkendheid te verbeteren. De verwachting is groot dat het tarief zal moeten stijgen.
  • Kostendekkendheid begraafplaatsen. De kostendekkendheid van de begraafplaatsen wordt in 2020 ook onderzocht.

In het coalitieakkoord 2018-2022 zijn ambities opgenomen die financieel nog niet geborgd zijn in de begroting. Daarnaast zijn er ook aanvullende onderwerpen die actueel zijn.

Het gaat o.a. om de volgende onderwerpen:

  • Investeringen in cultuur (o.a. museum): het museum heeft uitbreidingsplannen. Op dit moment worden plannen ontwikkeld, maar die worden door het museum binnen de eigen begroting opgelost en op termijn via hun eigen inkomsten weer terugverdiend. De verwachting is niet dat hiervoor aan de gemeente een bijdrage zal worden gevraagd.
  • Onderzoek realiseren treinstation (er is wel een krediet beschikbaar voor de stationsomgeving): Het onderzoek naar treinstation Staphorst wordt met NS en ProRail en provincie voortgezet. Daarnaast zal Staphorst kijken naar de financiële consequenties van een treinstation: exploitatiekosten en realisatiekosten. Voor de haalbaarheid is (co)financiering van andere overheden en NS/ProRail van belang.
  • Realisatie wijziging afritten A28: Het college blijft, ondanks de wat lastige financiële positie waarin de gemeente zich bevindt, samen met Rijkswaterstaat zoeken naar mogelijkheden om de op- en afritten te verbeteren en/of verplaatsen. Komende periode zullen we een krachtige lobby blijven uitvoeren, scenario’s onderzoeken en uitwerken met als doel te komen tot een raadsvoorstel voor verbetering en/of verplaatsing van de op- en afritten. Voor de haalbaarheid blijft (co)financiering van andere overheden noodzakelijk.
  • Activiteitenzone Rouveen is een burgerinitiatief vanuit Rouveen. In 2018 is een krediet beschikbaar gesteld door de gemeenteraad van €365.000,- voor de activiteitenzone Rouveen. Het benodigde perceel grond is aangekocht door de gemeente en de notariële overdracht zit in de afwikkelingsfase. De kosten van grondaankoop zijn hoger uitgevallen dan begroot. De werkgroep Rouveen werkt de schets verder uit en gaat de kosten voor de planvorming en exploitatie verder onderzoeken. Op basis hiervan kan een plan worden opgesteld inclusief financiële paragraaf. Wanneer dit plan gereed is wordt een voorstel richting de raad gebracht en wordt een definitief/aanvullend krediet gevraagd.