Meer
Publicatiedatum: 12-09-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragrafen

 

 

 

 

Paragraaf 1 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf 2 | Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf 3 | Financiering

Paragraaf 4 | Bedrijfsvoering

Paragraaf 5 | Verbonden partijen

Paragraaf 6 | Grondbeleid

Paragraaf 7 | Lokale heffingen

Paragraaf 8 | Sociaal domein

Paragraaf 1 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding op de paragraaf

Algemeen
De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing  geeft aan hoe solide de financiële huishouding van de gemeente is. Een financieel weerstandsvermogen is van belang wanneer er zich financiële tegenvallers voordoen. Als beleidsuitgangspunt is gekozen dat het beleid wordt vastgelegd in de nota weerstandsvermogen. In de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en rekening wordt vervolgens een actualisatie en verantwoording vermeld van het weerstandsvermogen en risicomanagement.

Nota weerstandsvermogen en rIsico-management
In de vergadering van uw raad d.d. 04 december 2012 is de nota Weerstandsvermogen & Risicomanagement vastgesteld. Hiermee is uitvoering gegeven aan de financiële verordening waarbij in art. 13 is bepaald dat het college in het 3e jaar van de raadsperiode een nota weerstandsvermogen ter vaststelling aan de Raad aanbiedt. Deze nota zal in de 1e helft van 2017 opnieuw worden vastgesteld.

Bepaling weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen van de gemeente betreffende de risicogevoeligheid is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van een opgetreden risico op te vangen. Dit is weer te geven als de verhouding van de hierboven beschreven beschikbare weerstandscapaciteit en de noodzakelijke weerstandscapaciteit (om mogelijk risico´s af te dekken). Hierbij is de impact van de risico’s vastgesteld op een zekerheidspercentage van 90%. Uit deze verhouding komt een ratio, waar een kwalificatie aan kan worden gegeven. Deze is als volgt benoemd in de beleidsnota:

  Ratio weerstandsvermogen Kwalificatie
A > 2,0 Uitstekend
B > 1,4 en < 2,0 Ruim voldoende
C > 1,0 en < 1,4 Voldoende
D > 0,8 en < 1,0 Matig
E > 0,6 en < 0,8 Onvoldoende
F < 0,5 Ruim onvoldoende

Als beleidsuitgangspunt is in de nota gesteld dat minimaal aan kwalificatie A moet worden voldaan.

Voor het jaar 2016  komt het weerstandsvermogen uit op  7,3

Conclusie: Het weerstandsvermogen is voldoende "Robuust" om eventuele risico's op te vangen.

Opbouw Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
Om de paragraaf leesbaar te houden, zal de problematiek slechts in grote lijnen worden behandeld. Een meer gedetailleerde analyse is terug te vinden in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. In deze paragraaf wordt een berekening gemaakt van het weerstandsvermogen (onderdeel A), waarbij de weerstandscapaciteit (onderdeel B) opnieuw is bepaald aan de actualiteit en waarbij de risico´s (onderdeel C) geactualiseerd zijn en in hoeverre bepaalde risico’s zich hebben voorgedaan gedurende het jaar 2016.

Tenslotte is  in onderdeel D de verplichte set met kencijfers opgenomen. Deze cijfers geven op eenvoudige wijze inzicht over de financiële positie van de gemeente.

A | Ontwikkeling weerstandsvermogen 2016

 

Weerstandscapaciteit

Algemene reserve;
Post onvoorzien;
Onbenutte belastingcapaciteit

 

Risico's

Financieel;
Materieel;
Juridisch;
Etc.

€ 11.945
  € 1.646
Weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit / impact risico's bij 90% zekerheid
  Weerstandsvermogen
7.3
 

Passen we deze ratio op de tabel, zoals benoemd in de beleidsnota, dan komende we uit op de kwalificatie:

                                                                              A - (meer dan) uitstekend

 

ONTWIKKELING WEERSTANDSVERMOGEN DOOR DE JAREN HEEN:
 

Bedragen x €1.000 Nota 2012  Rekening 2013
Rekening 2014 Rekening 2015 Rekening 2016 Begroting 2016
Weerstandscapaciteit  10.733  12.581 12.528 12.015 11.945 4.382
Risico's *  1.122  1.521  1.651  1.676 1.646  1.776
Weerstandsvermogen  9.5  8.3  7.6  7.2  7.3  2.5

*Als risico’s zijn hier alle mogelijke risico’s benoemd, ook de risico’s waarvan de mogelijke financiële consequenties gedekt worden uit bestemmingsreserves. Deze bestemmingsreserves behoren niet tot de weerstandscapaciteit ( o.a. grondexploitatie/decentralisatie) Het risicobedrag zal daardoor aan de hoge kant zijn.

De daling van de weerstandscapaciteit verloopt minder snel dan was gepland. Dit ontstaat doordat er minder onttrekkingen aan de algemene reserve zijn dan was gepland in de begroting. Investeringen zijn voor het volledige bedrag begroot in 2016 of eerder, terwijl de uitgaven  nog doorlopen in  2017. Daarnaast zijn er  kredieten welke nog niet is door de Raad zijn geaccordeerd, maar wel waren begroot ( o.a. fietssnelweg ad € 1,6 milj en aanleg fietspad Kanlaan-Evenboersweg € € 2,5 milj ).

B | Beschikbare weerstandscapaciteit

 De beschikbare weerstandscapaciteit is als volgt bepaald:


Incidentele weerstandscapaciteit Rekening (x €1.000)
1 | Algemene reserve 3.300
2 | Reserve zonder bestemming 8.023
2 a | Winstsaldo 2016  158
3 | Post onvoorziene uitgaven  0
Totaal incidentele weerstandscapaciteit 11.481
Structurele weerstandscapaciteit Rekening (x €1.000)
4 | Post onvoorziene uitgaven 0
5 | Onbenutte belastingcapaciteit 464
6 | Begrotingsruimte  0
7 | Bezuinigingen 0
Totaal structurele weerstandscapaciteit 464
Totaal bedrag aan weerstandscapaciteit 11.945

 

Ad 1 Algemene reserve
De stand van de algemene reserve is aan het begin en het eind van het jaar € 3,3 milj. Dit is conform het vastgestelde beleid zoals vastgesteld in de nota reserves en voorzieningen: per inwoner € 200.
AD 2 Reserve zonder bestemming
De reserve zonder bestemming geeft eind 2016 een saldo  van € 8.023.000 (zie tabel 1).
AD 2a Winstsaldo 2016
De rekening 2016 sluit af met een positief saldo van € 158.000. Toevoeging aan de reserve zonder bestemming zal leiden tot en vermeerdering van de weerstandscapaciteit.
AD 3+4 Post onvoorziene uitgaven
Is verwerkt in het rekeningsaldo 2016.
AD 5 Onbenutte belastingcapaciteit
Gemeente Staphorst kan haar belastingen verhogen en heffingen kostendekkend maken om financiële tegenvallers op te vangen. Het verschil tussen de fictieve opbrengsten bij maximale heffings- en belastingstarieven en de begrote opbrengsten is de onbenutte belastingcapaciteit. 
Gemeente Staphorst kan haar inkomsten structureel met € 464.000 verhogen. De berekening van de onbenutte belastingcapaciteit staat in tabel 2.
AD 6   Begrotingsruimte

De begroting inclusief bezuinigingen sloot met een overschot van € 9.000. Indien alle inkomsten en uitgaven zouden zijn gerealiseerd, zou dit het winstsaldo zijn geweest over het jaar 2016, zie 2a. Het daadwerkelijke winstsaldo is opgenomen bij 2. Daarom hier geen bedragen meer opgenomen.

AD 7 Bezuinigingen
Zie punt 6.



Tabel 1:

Berekening saldo reserve zonder bestemming (x €1.000)

  Saldo 01-01-2016  7.988
Toevoeging resultaat  2015 +183
 Onttrekkingen  2016 -382
 Toevoegingen   2016 +234
Saldo 31-12-2016 8.023

 

Tabel 2: Onbenutte belastingcapaciteit
Soort belasting (bedragen x €1.000)
Norm opbrengst Opbrengst Staphorst Onbenutte belastingcapaciteit
    Waarde (x €1.000) Tarief landelijk Tarief Staphorst      
Woonruimte (eigenaar)  1.314.938 0.1139 0.1051  1.498  1.382  
Niet woonruimte (eigenaar)  467.803  0.1546 0.1584  723  741  
 Niet woonruimte (gebruiker)  365.567  0.1246  0.1272  455  465  
Totaal OZB  2.676 2.588 88
       
Afvalstoffenheffing 957  957 0
Rioolheffing  1.597 1.597  0
Bouwleges  656 630  26
Begrafenisrechten  459 296  163
Ro procedures  389 202  187
Totaalbedrag  6.734  6.270 464

C | Risicobeheersing

Om de risico’s van Gemeente Staphorst in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. Dit profiel maakt onderdeel uit van de eind 2012 vastgestelde nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. Aan de hand van een risicosimulatie volgde toen dat bij een zekerheid van 90% alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 1.1 milj. (benodigde weerstands-capaciteit). Dit is een van de uitgangspunten in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. Voor een uitgebreide uitleg van bovenstaande systematiek en de berekening hiervan inclusief het complete overzicht van alle risico’s, verwijzen wij dan ook graag naar de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement van eind 2012. Vervolgens vindt er elk jaar een  ‘update’ plaats van de risico’s, waardoor de benodigde weerstandscapaciteit is toegenomen tot € 1.646.000. Als belangrijkste toename hierin kunnen we benoemen de gevolgen van invoering van de drie grote decentralisaties.

In dit onderdeel zullen we ingaan op de belangrijkste ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan in 2016 en worden eventuele nieuwe risico´s benoemd:

  • | 1 Mutaties geïdentificeerde risico´s in de nota;
  • | 2 Benoemen nieuwe risico’s;
  • | 3 Opgenomen risico’s met meeste impact na aanpassing
     

SAMENVATTING:

Risicobedrag/ weerstandscapaciteit bij aanvang opstellen rekening 2016   €1.583.500
(= laatst bekende stand bij de begroting 2017)    
     
Mutaties geïdentificeerde risico's nota € 62.500  
Nieuwe risico's €   0.000  
Toename risicobedrag  

€ 62.500

     
Totaal nieuw risicobedrag/ weerstandscapaciteit rekening 2016   €1.646.000

DIT BEDRAG WORDT OPGENOMEN BIJ HET BEPALEN VAN HET WEERSTANDSVERMOGEN  BIJ ONDERDEEL A

1               Mutaties geïdentificeerde risico’s in de nota
Hieronder zullen we kort ingaan op de risico’s die zich hebben voorgedaan in 2016 en op welke wijze deze in de toekomst kunnen worden beheerst. Tevens zullen we aangeven in hoeverre dit gevolgen heeft voor het risicoprofiel. Let op: daar waar in de kolom “bedrag aan risico dat zich heeft voorgedaan” een minbedrag staat, betekent dit dat dit een voordeel is.

 
Risicogebied Risico's ten laste of ten gunste van het resultaat 2016 Opgenomen bedrag in nota Bedrag aan risico dat zich heeft voorgedaan Toelichtingen en mogelijke beheersmaatregelen Extra benodigd bedrag risicoprofiel?
 Juridische zaken  Inschakelen advocaat: Door toenemende bezwaar en beroepskwesties zal de inschakeling van een advocaat vaker gaan plaatsvinden, Ook uitvoering geven van vonnis door rechter kan leiden tot extra kosten 50.000  170.000  Gedurende het jaar 2016 zijn er diverse kosten gemaakt voor juridische en specialistische ondersteuning  In het kader van vergunningverlening. Bij de zomernota 2016 was hiervoor al een extra bedrag ad € 100.000 opgenomen, eind 2016 blijkt het bedrag € 170.000 te zijn.  Nee. In de begroting 2017 zijn de kosten hiervoor al hoger geraamd. De kans dat dit risico zich voordoet blijft  echter altijd aanwezig.
 Financiële zaken  Negatief bijstellen van de Algemene uitkering uit het gemeentefonds wat leidt tot vermindering van inkomsten 150.000   -325.000  De algemene uitkering valt voor het jaar 2016 hoger uit dan begroot   Nee, risico blijft wel bestaan.
 Personeel & Organisatie Hogere personeelslasten door langdurig ziekte, niet ingevulde vacatures.      75.000  600.000

Gedurende het jaar 2016 waren er extra gelden benodigd. Dit komt door:
- ziekte;
- niet ingevulde vacatures;
- een flexibele schil om in te kunnen spelen op organisatorische ontwikkelingen.

Bij de zomernota was al een bedrag extra geraamd van € 375.000

De evaluatie van de reorganisatie en mogelijke aanpassingen in de organisatie zullen er voor moeten zorgen dat dit risico zal worden beheerst.
Risico blijft altijd bestaan. Voorlopig risicobedrag verhogen naar        € 200.000, risicopercentage blijft 50% , derhalve een verhoging van het bedrag met € 62.500 ( verhoging met 125.000 ad 50%)
 Decentralisaties  Invoering decentralisaties leidt tot hogere kosten dan begroot 150.000   ?   Mocht dit risico zich voordoen dan wordt dit voorlopig gedekt uit de reserve sociaal domein die hiervoor beschikbaar is. Daarmee is dit risico grotendeel ondervangen. Kans blijft wel bestaan maar reserve is voorlopig voldoende om dit op te vangen. 
 Financiële Zaken  De resultaten uit de bedrijfsvoering van de nutsbedrijven vallen tegen wat leidt tot lagere inkomsten 100.000 -180.000 De dividenduitkeringen van de diverse partijen lagen hoger dan begroot. De grootste verschillen waren: Rova+€ 66.000, BNG + € 25.000. Tevens zijn er hogere gelden ontvangen voor einde deelneming in de Stivam + € 60.000  Nee, risico blijft wel bestaan
Maatschappelijke ontwikkeling  Het ontbreken van een plafond of maximum voor een aantal producten, wat leidt tot sterk stijgende uitgaven ( open einde regelingen)  100.000   Afgelopen jaar zijn de bijstandsuitgaven fors hoger dan begroot. Echter er kan een beroep worden op de vangnetregeling als de kosten > 105% van de ontvangsten, mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden.   Middels een bepaalde staffel wordt vervolgens de vangnetregeling bepaald.  Voor Staphorst gaat het om een bedrag van € 414.000  Nee, risico blijft wel bestaan
 Grondexploitaties  Het niet tijdig kunnen ontwikkelen en in exploitatie brengen van gronden,  wat leidt tot afboeken van de boekwaarde van de grond   -2.700.000  De grondverkopen verlopen voorspoedig, waardoor op enkele projecten winst genomen kan worden: Rouveen West € 1.425.000  De Esch 3 € 1.270.000 Dit bedrag is bijgeschreven op de reserve grondexploitatie. Risico blijft bestaan, echter de gemeente Staphorst heeft hiervoor een goed gevulde reserve grondexploitatie.
Bedrag aan mutaties in reeds geïdentificeerde risico's + € 62.500



2                       Mogelijke nieuwe Risico’s
Conform de nota Weerstandsvermogen heeft er tussen het MT en de risicomanager in 2016 een overleg plaatsgevonden over mogelijke risico’s.  Mogelijke beheersmaatregelen per risico  zijn  aan de orde geweest. Dit is verwerkt in de begroting 2017 en heeft geleid tot aanpassing van het risicoprofiel. Deze zullen we hier niet herhalen. Daarna hebben zich geen nieuwe risico’s voorgedaan die nog niet benoemd zijn.

3                         Opgenomen  risico’s met meeste  impact  na  aanpassing Risicoprofiel
Na verwerking van voorgaande mutaties in nieuwe en bestaande risico’s, ontstaat onderstaand overzicht, waarin we u de 15 risico’s presenteren met de meeste impact, mochten die zich voordoen.

Nr Risico Kans Max. financieel gevolg
1  Negatief bijstellen van de Algemene Uitkering via het gemeentefonds wat leidt tot vermindering van de inkomsten. 70% € 150.000 
2 Bij realisatie van grote projecten is het budget mogelijkerwijs ontoereikend wat leidt tot additionele kosten. 50% € 200.000 
3 Politieke beslissingen van het Rijk, die leiden tot lagere inkomsten of hogere afdrachten.  50%  € 200.000
4 Hogere personeelslasten door langdurig ziekte, niet ingevulde vacatures.      50% € 200.000
5 Grote projecten kunnen leiden tot risico’s die niet afgedekt zijn.  30%  € 300.000
6 Onterecht verleende of ten onrechte geweigerde vergunningen en van rechtswege verleende vergunningen wat leidt tot schadeclaims van derden.  50%  € 150.000
7 Tegenvallende exploitatieresultaten van gemeenschappelijke regelingen en de bedrijfsmatige activiteiten van instellingen die door de gemeente in belangrijke mate worden gesubsidieerd wat leidt tot een extra bijdrage van de gemeente om de dienstverlening op peil te houden.  50%  € 150.000
8 Een andere structuur van Reestmond kan leiden tot extra kosten  70%  € 100.000
9  

Invoering van de verschillende objectieve verdeelmodellen leidt tot een tekort op de uitvoering van de verschillende taken

 70%   € 100.000
10 Onvolledige compensatie voor nieuwe CAO uit algemene uitkering wat leidt tot ongedekte loonkosten.  70%   € 100.000
11 Het ontbreken van een plafond of maximum voor een aantal uitgaven wat leidt tot sterk stijgende uitgaven (open einde regelingen).  50%   € 100.000
12 Aanbestedingsresultaat (hoger) van een investering/dienst /product wat leidt tot gevolgen voor de exploitatie.  50%    € 100.000
13 Door deregulering krijgt de gemeente steeds meer taken die niet (volledig) gefinancierd worden door de centrale overheid wat leidt tot een extra kostenpost.   50%   € 100.000
14  Aanpassing BBV leidt tot extra lasten in de begroting   50%   € 100.000
15 Verlaging van het nationaal bijstandsvolume wat leidt tot verlaging van het beschikbare WWB budget.   50%   € 100.000
Totaal aantal grote risico's €  2.150.000

D | Kengetallen financiële positie

 Interpretatie van de financiële positie is voor gemeenteraden lastig. Veel gemeenten willen zich daarom onderling vergelijken, maar dat was tot op heden niet mogelijk door het ontbreken van een standaard-definitie of een set van financiële kengetallen. Gezien het stijgende belang van toekomstbestendigheid van gemeenten, een grotere druk op doelmatigheid en een steeds diverser wordende context (ontwikkeling van financiële producten, meer verbonden partijen, meer taken zoals bijvoorbeeld in het sociaal domein) is het belang van inzicht in de financiële positie toegenomen.

Het BBV heeft voorgeschreven dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een verplichte basisset van zes financiële kengetallen moet worden opgenomen die gaan gelden voor de begroting vanaf 2016 en de jaarrekeningstukken vanaf 2015. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. De kengetallen en de beoordeling geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan raadsleden over de financiële positie van hun gemeente.
Op dit moment is een vergelijking met landelijke cijfers nog niet mogelijk.


Kengetallen Jaarrekening 2015 Begroting 2016 Jaarrekening 2016
Netto schuldquote  -54  -43 -60
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen  -52  -40  -57
Solvabiliteitsrisico  87  90  88
Structurele exploitatieruimte  16  21  21
Grondexploitatie  3  1  8
Belastingcapaciteit  94  96  91

Toelichting:

netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen:
De netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geeft een inzicht in het niveau van de schuldenlast van de mede-overheid ten opzichte van de eigen middelen (negatief teken is geen schuld). Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken.
                                                

Staphorst is één van de weinige gemeenten in Nederland die per saldo geen schuld heeft en stond (jaar 2014) op de 9e positie. Van de 393 gemeenten in 2014 hadden er 8 een gunstiger positie m.b.t. netto schuld per inwoner. Deze gunstige positie komt doordat er de afgelopen 5 jaar voor € 14 miljoen aan bouwgronden zijn verkocht.                                                                                                      

solvabiliteitsrisico:
De solvabiliteitsratio geeft een inzicht in de mate waarin de mede-overheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.

Hoe hoger de solvabiliteit, hoe beter in staat om aan de financiële verplichtingen te voldoen. 

Van alle gemeenten staat de gemeenste Staphorst op een 2e plaats v.w.b. solvabiliteitsratio.  De gemeente Rozendaal staat 1e. De grondverkopen in de afgelopen jaren zorgen voor een goede solvabiliteitsratio.  

grondexploitatie:
Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Deze waarde moet in de komende jaren worden terugverdiend bij de verkoop van de gronden. Gelet op de te verwachten verkopen In het bestemmingsplan Rouveen West 4 voor woningbouw en de industrietreinen De Esch 3 en Bullingerslag is dit ruimschoots te realiseren.                                                                                                                       

structurele exploitatieruimte:

Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.                                                         

Een begroting/rekening waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting/rekening waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn (een sluitende begroting met geen of een klein saldo op onvoorzien).                                                              

                                                              

belastingcapaciteit:

De belastingcapaciteit geeft een inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente of provincie zich verhoud ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De gemiddelde lastendruk per woning is in onze gemeente iets lager dan het landelijk gemiddelde (bron: coelo). De OZB en de afvalstoffenheffing zijn lager dan het landelijk gemiddelde en de rioolrechten hoger.

 

CONCLUSIE: DE KENGETALLEN ZIJN VOOR DE GEMEENTE  STAPHORST GOED TE NOEMEN, MET NAME DE SCHULDQUOTE EN SOLVABILITEIT.

 

 

Paragraaf 2 | Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding op de paragraaf

Algemeen
In deze paragraaf gaan wij in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de grotere kapitaalgoederen in deze gemeente. Hierbij moet o.a. worden gedacht aan de kosten van instandhouding van: wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Een groot deel van het ‘vermogen’ van onze gemeente ligt in de grond of op het openbaar gebied. Het is dan ook van belang dat hierover een zorgvuldig beheer wordt gevoerd. Juist de kwaliteit van het openbaar gebied wordt door de inwoners vaak intensief beleefd.

Met het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Om die reden is het van belang dat de kosten van het in stand houden hun weerslag vinden in onderhoud- c.q. beheerplannen. De vaststelling hiervan is voorbehouden aan de raad. Hiermee wordt invulling gegeven aan het dualisme, namelijk dat de raad de kaders stelt voor het niveau van onderhoud van: wegen, riolering, gebouwen en openbaar groen. Deze kaderstellende rol is expliciet vastgelegd in de door uw raad vastgestelde financiële verordening.

Zoals opgemerkt maken investeringen in het openbaar gebied in onze gemeente een belangrijk deel uit bij het realiseren van de gemeentelijke programma’s. Deze paragraaf geeft hier invulling aan. Ter illustratie enkele cijfers. De totale oppervlakte van onze gemeente bedraagt 13.570 ha.


Het aantal m2 openbaar groen binnen de bebouwde kom bedraagt:

Soort groen Begroot 2016 Werkelijk 2016 Werkelijk 2015 Werkelijk 2014 Werkelijk 2013
Wijkgroen 65,1 ha 65,6 ha 65,1 ha 56,7 ha 45,4 ha
Begraafplaatsen 6,2 ha 6,2 ha 6,2 ha 6,2 ha 6,2 ha
Sportvelden 11,9 ha 10,8 ha 10,0 ha 11,4 ha 11,9 ha
Buitengebied groen langs wegen 39,7 ha 39,7 ha 39,7 ha 39,7 ha 34,0 ha
Bermen en sloten 166,3 ha 166,3 ha 166,3 ha 166,3 ha  
Totaal 289,2 ha 288,6 ha 247,6 ha 240,6 ha 97,5 ha

 
De totale lengte van de wegen exclusief recreatieve fiets-, ruiter-, en wandelpaden bedraagt:

Soort weg Begroot 2016 Werkelijk 2016 *)
Werkelijk 2015 *)1 Werkelijk 2014 Werkelijk 2013
Asfalt 192,8 km 192,8 km 186,7 km 192,8 km 187,7 km
Elementen 84,7 km 84,7 km 84,3 km 84,7 km 84,3 km
Beton 52,4 km 52,4 km 52,1 km 52,4 km 52,0 km
Semi-verhard 4,2 km 4,2 km 4,2 km 3,4 km 4,2 km
Zandwegen 67,6 km 67,6 km 68,2 km 67,6 km 68,2 km
Totaal 401,7 km
401,7 km
395,5 km
400,9 km
396,4 km

*) = de begrote cijfers zijn opgenomen doordat er een afwijking is geconstateerd die nog niet is herleid.               

 
TOELICHTING
Bovenstaand overzicht is gebaseerd op het wegenbeheerprogramma. In dit programma zijn de wegen op het bedrijventerrein de Esch-III nog niet opgenomen. De cijfers voor de wegen zijn overgenomen van de begroting 2014. Dit heeft te maken met het nieuwe software programma waarmee gewerkt zal gaan worden en de komst van Basiskaart Grootschalige Topografie (BGT). De kaart zal opnieuw worden opgebouwd door een hermeting en er zitten, dat is op voorhand al zeker, verschillen in.

 
De balanswaarde en de jaarlijkse afschrijving van de gemeentelijke gebouwen (exclusief onderwijs, x € 1.000) bedraagt per einde boekjaar:

 Soort

Begroot ‘16

Werkelijk ‘16

Werkelijk ‘15

Werkelijk ‘14

Werkelijk ‘13

Balanswaarde

4.137

5.410

4.737

4.524

4.601

Afschrijving

264

   293

264

270

319


De totale reële economische waarde is hoger omdat een aantal gebouwen inmiddels volledig zijn afgeschreven en of indertijd geheel of gedeeltelijk zijn gedekt uit reserves (v.b. het gemeentehuis). In totaal nemen deze kapitaalgoederen ongeveer 16% van de totale materiële vaste activa in beslag.


De balanswaarde en de jaarlijkse afschrijving van de schoolgebouwen, (x € 1.000) bedraagt per einde boekjaar:

 Soort

Begroot ‘16

Werkelijk ‘16

Werkelijk ‘15

Werkelijk ‘14

Werkelijk ‘13

Balanswaarde

9.054

8.779

9.173

9.087

9.670

Afschrijving

472

  444

446

454

487

 
Samenvatting Beheerplannen:

Beheerplan Vastgesteld door Raad Looptijd t/m Financiële vertaling in de begroting Achterstallig onderhoud
Wegenbeheer 13-12-2013 2016 *)1 Ja Nee
Rioolbeheer/waterbeheer 13-09-2016 2020 Ja Nee
Groenbeheer 09-10-2012 2016 Ja Nee
Gebouwenbeheer 27-01-2009 2016 *)1 Ja Nee

 *)1   In 2017 zullen de bijgestelde nota’s wegenbeleidsplan en gebouwenbeheerplan worden vastgesteld.


BESLUIT BEGROTING EN VERANTWOORDING (BBV)

Artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft expliciet voor dat van de volgende kapitaalgoederen moet worden aangegeven:

  • Het beleidskader;
  • De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties;
  • De vertaling van de financiële consequenties in de begroting.

Wegenbeheer

A | Beleidskader
Het wegenbeleidsplan voor de periode 2013–2016 is door de raad vastgesteld op 13 november 2012. Het geeft informatie over het wegbeheer in de gemeente Staphorst en geeft de theoretische financiële onderhoudsbehoefte aan. Het plan is gebaseerd op het kwaliteit-gestuurd beheren. In het traditioneel beheer ging het om welke onderhoudsmaatregel er moet worden uitgevoerd op het moment dat de normen worden overschreden. In het kwaliteit-gestuurd beheren staat centraal, welke kwaliteit (= normering) de gemeente wil bereiken. De gemeente Staphorst gebruikt daarbij het software programma van de Antea-group (voorheen Oranjewoud). Deze is vergelijkbaar met het CROW model.


Per structuurelement zijn daarbij de volgende kwaliteitsniveaus vastgelegd:

  • Bedrijventerreinen  basis
  • Begraafplaatsen  hoog
  • Buitengebied  laag
  • Dorpskern hoog
  • Hoofdstructuur binnen de kom  basis
  • Hoofdstructuur buiten de kom  basis
  • Woongebieden  basis

In de planning was opgenomen om in 2015, met als ingangsdatum 2016, een nieuw wegenbeleidsplan op te stellen. Dit is niet haalbaar gebleken. Het nieuwe wegenbeleidsplan zal nu in het eerste of tweede kwartaal van 2017 in de gemeenteraad ter behandeling worden aangeboden. Het betreft de periode 2017 t/m 2020.


B | Financiële consequenties beleidsdoel
Deze nota maakt via een geautomatiseerd wegbeheerprogramma (Rationeel wegbeheer) inzichtelijk wat de kosten voor onze gemeente zijn om de wegen in de huidige staat te onderhouden. Kosten van reconstructies, herinrichting, verbreding, aanleg fietssuggestiestroken maken hier nadrukkelijk geen deel van uit. Bij de begroting 2013 is in het dekkingsplan opgenomen en besloten de storting met € 125.000 te verlagen. De jaarlijkse storting is vanaf 2013: € 660.000.

 
C | Financiële consequenties in de rekening

Wegenbeheerplan
Het uitvoeringsplan (jaarschijf 2016) van het Wegenbeheerplan is in de productenraming opgenomen. In dit plan is aangegeven welke concrete maatregelen in dat betreffende jaar worden uitgevoerd. Op basis van  het Wegenbeheerplan is voor 2016 een bedrag van € 1.069.700 (exclusief btw) in de begroting opgenomen. Dekking vindt plaats uit de reserve wegenbeheer. De werkelijke kosten hebben € 627.000 bedragen.

Overzicht uitvoering wegenbeheerplan 2016
De volgende wegen/wegvakken zijn in uitvoering genomen:

  1. Buitenstouwe wegvak Klaas Kloosterweg Oost – Maatslootweg
  2. Druivensteinweg wegvak Buitenstouwe – overgang zandweg
  3. Westerparallelweg wegvak Gemeenteweg – t/m s-bocht
  4. Heerenweg wegvak Schotsweg – Poortsteeg
  5. Reggersweg wegvak Lankorsterweg – las asfalt bocht
  6. Conradskade wegvak Hulpensteinweg – ’t Olde Pad
  7. Zuideindigerweg wegvak Schipgravenweg – Koezenkooiweg
  8. Evenboersweg wegvak s-bocht – Sterkensweg
  9. Scholenweg wegvak Whemeweg - Sluitersweg


De kosten van het wegenbeheersplan zoals deze opgenomen zijn in de rekening bedragen (x € 1.000):

  2016 2015 2014 2013 2012
Begroting (= wegenbeheerplan)              1.070          1.070         1.070       1.070    869
Begrotingswijziging           200 200 200  300 30
Begroting na wijziging           870  870  870 770 839
Hiervan uitgegeven          627  703  640  737  796

 
Totale onderhoudskosten wegenbeheer
De totale kosten van onderhoud aan de wegen: (4.210.101 t/m 4.210.117 en 4.210.123 t/m 4.210.125)

  1. inclusief de jaarschijf Wegenbeheerplan en kapitaalwerken (2010 t/m 2016);
  2. exclusief bermonderhoud, groenvoorzieningen langs wegen, kabels en leidingen en gladheidsbestrijding) bedroegen in:

 

Raming 2016
incl. wijzigingen

Werkelijk 2016 Werkelijk 2015 Werkelijk 2014 Werkelijk 2013 Werkelijk 2012
Totale kosten x €1.000  2.938           1.965  2.825  3.186  3.908  3.020
Aantal inwoners per 1-1  16.450        16.544  16.421  16.367  16.284  16.224
Bedrag per inwoner x € 177     119 172 195 240 198

De totale kosten onderhoud wegen zijn in 2016 lager dan in de voorgaande jaren.

Reden: in 2016 zijn er geen kapitaalintensieve werken/renovaties/herinrichtingen uitgevoerd zoals: E. Wubbenlaan, de Baarge, Gemeenteweg en ORW.    

De stand van de reserve wegenbeheer per einde boekjaar (x € 1.000):

  Raming 2016 Werkelijk 2016 Werkelijk 2015 Werkelijk 2014  Werkelijk 2013  Werkelijk 2012
Betonwegen: 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000
Asfalt- en klinkerwegen: 1.898 2.414 2.018 1.905 1.580 1.394
Werkelijke stand  3.898  4.414  4.018  3.905 3.580  3.394
Stand reserve volgens wegennota -20 - 20 329 726 1.172  1.172

De hogere stand van de reserve komt doordat jaarlijks de niet gebruikte gereserveerde kapitaallasten aan deze reserve  worden toegevoegd en de werkelijke kosten lager zijn dan geraamd in de wegennota.

Kengetallen Begroting 2016 Rekening 2016 Rekening 2015
Aantal bruggen 11 st.  10 st. 10 st.
Lengte duikers 377 m1  377 m1 377 m1
Lengte watergangen 25 km.  25 km. 25 km.
Kilometers te onderhouden beschoeiing 0 m1   0 m1  0 m1

 

Rioolbeheer

A | Beleidskader
Sinds 1994 is het volgens de wet Milieubeheer verplicht om als gemeente een Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) te hebben. Het  vGRP-IV liep aan het eind van 2015 af. Eind 2014 is samen met de gemeenten Dalfsen, Kampen, Olst-Wijhe en Zwolle gestart met het opstellen van het GRP-V die zal lopen van 2016 tot en met 2020. Dit vGRP-V is vastgesteld op 13 september 2016. Binnen dit gezamenlijke proces zijn beleidsonderwerpen zoveel mogelijk op elkaar afgestemd zodat er binnen de regio  een beleidsharmonisatie ontstaat. Wel is er de mogelijkheid gebleven om andere keuzes te maken of om aspecten aan te scherpen.  Ook voor het financiële afwegingskader blijft iedere gemeente autonoom. De wens is om in 2020 met alle 8 gemeenten binnen het samenwerkingsverband RIVUS een gezamenlijk GRP op te stellen.


Het vastgestelde beleid in GRP-V is mede gebaseerd op:

  • De algemene visie en ambitie van gemeente Staphorst.
  • De “Rivus visie afvalwaterketen 2030”.
  • Relevante overige dossiers en afspraken tussen gemeente en waterschap.

Deze onderwerpen worden behandeld in de eerste drie paragrafen.


Vervolgens wordt concrete invulling gegeven aan de drie gemeentelijke zorgplichten voor de riolering. Deze zijn in de Wet gemeentelijke watertaken aan gemeenten opgedragen:

  • Zorgplicht voor de inzameling en het transport van afvalwater.
  • Zorgplicht om in stedelijk gebied structurele nadelige gevolgen van hoge of lage grondwaterstanden te voorkomen of te beperken, voor zover doelmatig.
  • Zorgplicht voor inzameling en verwerking van hemelwater, voor zover doelmatig in de afgelopen periode is ingezet op duurzaam (riool)waterbeheer. Hierbij is de nadruk gelegd op het doelmatig uitvoeren van met name vervangingen maar ook het beheer en onderhoud.

 
B | Financiële consequenties beleidsdoel
In het nieuwe vGRP-V is het kostendekkingsplan verwerkt aan de hand van beleidsinzichten die in Rivus-verband zijn opgesteld. Hierdoor worden vervangingsinvesteringen meer op tijden uitgevoerd dat het echt noodzakelijk is. Vervangingspieken worden vermeden met als gevolg dat de rioolheffing niet hoeft te worden verhoogd. In de nota is dit aangeduid als variant 0. Op basis van de financiële doorrekening van variant 0 is deze voor de periode 2017 – 2020 op een bedrag van € 230 vast gesteld. Hiermee is de financiële beleidslijn gecontinueerd. Door het gelijk blijven van de heffingshoogte over deze periode zal  de hoogte van de reserve enigszins afnemen. Hiermee wordt de reserve ingezet om de lasten richting burger niet te laten oplopen.


De inkomsten en uitgaven binnen het rioleringsbeheer vormen een gesloten systeem die gevoed wordt door de rioolheffing en riool-aansluitbijdragen die in de reserve rioolbeheer gestort worden. Door niet gebruikte middelen van de jaarbudgetten en jaarschijven terug te laten vloeien naar de reserve riolering, kunnen eventuele tegenvallers gedekt worden. De reserve rioolbeheer zal in deze planperiode afnemen met € 600.000.


Ten opzichte van de voorgaande planperiode is in financiële zin gewijzigd:      

  • Rente
    De doorberekening aan de rioleringsprojecten zijn nu berekend op het de gemiddelde marktrente = plm. 3 %.
    Vanaf 2017 wordt dit het omslagpercentage rentekosten van de gemeente Staphorst = 0,5%. Dit is conform de vernieuwde BBV die met ingang van 2017 van kracht zal worden.
    Dit heeft als financiële consequentie dat een lagere rente wordt doorberekend (plm. € 180.000 structureel) die binnen de exploitatie moet worden  opgevangen.
      
  • Afschrijving
    Ter uitvoering van de beleidsnota “waardering & afschrijving vaste activa”  is over gegaan van de annuïteiten- op de lineaire methode.    

 
C | Financiële consequenties in de rekening
Belangrijke projecten die in 2016 afgerond of in uitvoering zijn genomen:

  1. Vervanging en afkoppelen deel Meestersweg;
  2. Aanpassing instroomvoorziening BBB Hoogeweg.

Doordat het GRP-IV pas in september 2016  is vastgesteld zijn de projecten pas laat op gang gekomen daardoor kleine lijst.


De gemiddelde rioolheffing per aansluiting

2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008
229 229 229 229 229 213 207 220 207



  Raming 2016 Werkelijk 2016 Werkelijk 2015 Werkelijk 2014 Werkelijk 2013
Stand reserve volgens GRP 3.449 5.555 *) 3.654 3.889 3.982
Werkelijke stand  5.546  5.737  5.747  5.814 5.028

De stand van de reserve is hoger dan die volgens de berekening van het GRP. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat geplande investeringen volgens GRP in een later stadium plaats hebben gevonden. Om die reden wordt de heffing in 2016 niet verhoogd. Ook is de rentetoerekening m.i.v. 2014 verlaagd van 5% naar 4% en vanaf 2015 van 4% naar 3%.

*)  Op 23 september 2016 is het v-GRP-V 2016 - 2020 vastgesteld. De stand van de reserve is hierbij ook aangepast.

 

 Kengetallen rioolbeheer Begroting 2016 Rekening  2016
rioolaansluitingen 6.605 st. 6.775 st.
trottoir- en straatkolken 5.600 st. 6.362 st.
gemalen 596 st. 597 st.
lengte vrij vervalriolering 146 km. 150 km.
lengte drukriolering 160 km. 160 km.
lengte persleiding 10 km. 11 km.

 

Waterbeheer

A | Beleidskader

Grondwaterbeleid
De kern van het grondwaterbeleid wordt in gemeente Staphorst als volgt geformuleerd. De gemeente pakt haar grondwaterzorgplicht in stedelijk gebied op, voor zover dat redelijkerwijs van de gemeente mag worden verwacht en voor zover maatregelen doelmatig zijn. Verder gaat de gemeente in gesprek met bewoners en bedrijven over hun eigen verantwoordelijkheid en helpt hen met advies.


Het treffen van maatregelen in de openbare ruimte door de gemeente worden doelmatig geacht wanneer er sprake is van structurele grondwateroverlast zoals hieronder beschreven en de kosten voor het treffen van maatregelen in verhouding staan tot de nadelige gevolgen (doelmatigheid principe).


Er is sprake van structurele grondwateroverlast als:

  1. De gebruiksfunctie van percelen volgens het bestemmingsplan door de grondwaterstand structureel over een groter gebied (meer dan 5 percelen of 0,50 ha per locatie) en gedurende een langere periode (> 31 dagen) wordt belemmerd;
  2. De belemmering onder punt 1 zich minimaal twee achtereenvolgende jaren voordoet en;
  3. De gemiddeld hoogste grondwaterstand minder is dan 0,70 meter beneden de kruin van de weg in de openbare ruimte.
    (belemmering met betrekking tot verblijfsruimte).

Hemelwaterbeleid
De taak van de gemeente is hemelwater in te zamelen en te verwerken, voor zover de perceeleigenaar niet zelf kan zorgen voor infiltratie in de bodem of lozing op een sloot. De wettelijke basis voor de gemeentelijke zorgplicht inzake hemelwater staat verwoord in artikel 3.5 van de Waterwet.
De kern van het hemelwaterbeleid wordt als volgt geformuleerd. De gemeente Staphorst streeft ernaar op langere termijn het hemelwater zoveel mogelijk te ontvlechten en hoofdzakelijk afvalwater naar de zuivering af te voeren. Het hemelwater wordt lokaal benut of geïnfiltreerd in de bodem of geloosd op oppervlaktewater, mede met inzet van particulier initiatief, dikwijls geïnitieerd vanuit rioolvervanging of nieuwbouw, met oog voor doelmatigheid.

 
B | Financiële consequenties beleidsdoel
Waterbeheer

Contributie Rijn Oost €2.000
Diverse maatregelen en plannen €35.000
Abonnement Hydronet €1.500
Eijkelkamp/WGS Beher en Onderhoud GWS-loggers €2.500
Waterkwaliteit-spoor €10.000


C
| Financiële consequenties in de rekening
In de gemeente Staphorst is gekozen voor een rioolheffing. Het betreft een gecombineerde heffing (dus niet gesplitst) voor zowel de zorgplicht voor afvalwater als de zorgplichten voor grondwater en hemelwater.

Groenbeheer

A | Beleidskader
Om inzicht te krijgen in het onderhoud van het openbaar groen op zowel beheers- als beleidsmatig niveau is er een groenbeheer- en een groenbeleidsplan opgesteld.


Groen
beleidsplan
In 2005 is door de raad een groenbeleidsplan vastgesteld tot het jaar 2015. In het plan is een visie vastgelegd voor het openbaar groen voor 10 jaar. Als visie is geformuleerd: “ter versterking van het authentieke karakter van de gemeente Staphorst te streven naar een kwantitatief en kwalitatief goede groenvoorziening”.


Hierbij is er aandacht voor:

  • identiteit/herkenbaarheid van de kernen, straten en landschappen;
  • leefbaarheid en veiligheid van het woongebied;
  • recreatief gebruik en beleving van natuurwaarden;
  • efficiënte werkwijze en kostenbeheersing

Ook is in dit plan een basis van de groenstructuur vastgelegd inclusief een lijst van 25 projecten op het gebied van groenbeleid en (her)inrichting. Deze projecten betreffen voorstellen tot verbetering van de groenkwaliteit en zijn mede gebaseerd op basis van geconstateerde knelpunten en wensen van uw raad.

Gr
oenbeheerplan 2013 - 2016
Op 9 oktober 2012 is het groenbeheerplan voor de periode 2013 – 2016 vastgesteld. Besloten is om het openbaar groen te onderhouden op kwaliteitsniveau Basis, met enkele groenonderdelen op niveau Laag. In dezelfde vergadering en onderdeel uitmakend van het groenbeheerplan is besloten om een eenmalig krediet van €120.000 beschikbaar te stellen voor renovatie van groenstroken en achterstallig boombeheer.

B | Financiële consequenties beleidsdoel
De uitkomsten van zowel het groenbeleid- als het groenbeheersplan zullen financieel dienen te worden vertaald.

Groenbeheerplan
De kosten van deze beheerkwaliteit is voor 2013 afgestemd op € 803.000 (incl. bezuiniging van € 21.000).
Voor wat betreft het groenbeheerplan zal er sprake zijn van een zekere groei in de uitgaven die wordt veroorzaakt door toename van de areaaluitbreiding.

Groen
beleidsplan
De uitvoering van het groenbeleidsplan leidt tot invulling van met name investeringen. Als dekkingsmiddel zal vooral de reserve ‘Volkshuisvesting’ dienen.

Projecten die in 2016 afgerond of in uitvoering zijn genomen

Gemeentelijk bomenbeleid afgerond
Particulier bomenbeleid loopt
Begraafplaats Staphorst: groot onderhoud afgerond
Begraafplaats Scholenweg: vervanging singels afgerond
Boominspectie: visual tree assessment in uitvoering
Overige bossages noordelijk deel gemeente deels afgerond
Skatevoorziening Staphorst/Rouveen gestart
Noorderslag: groot onderhoud veld 5 en veld 1 gestart


C | Financiële consequenties in de rekening

De exploitatielasten voor onderhoud groen zowel binnen als buiten de bebouwde kom bedroegen (beheerproducten: 210.120, 560.102 x € 1.000)

  Begroting 2016
Inclusief wijzigingen
Werkelijk 2016 Werkelijk 2015 Werkelijk 2014 Werkelijk 2013 Werkelijk 2012
Bedrag totaal 991 930 922 859 905 857
Aantal inwoners 16.450 16.544 16.421 16.367 16.284 16.224
Per inwoner x €1.000 60 56 56 52 56 53

Gebouwenbeheer

A | Beleidskader
De nota gebouwenbeheersplan 2009-2013 voor het cyclisch onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is vastgesteld in de vergadering van uw raad d.d. 27 januari 2009. In dit plan zijn de gemeentelijke gebouwen opgenomen. Voor dat plan zijn alle onderhoudsmaatregelen voor elk gebouw geïnventariseerd, alle oppervlakten c.q. hoeveelheden bepaald (bijv. hoeveel m² moeten er worden geschilderd) en is de onderhoudstoestand beschreven.


Het doel van dit beheerplan is het zichtbaar maken van de structurele kosten voor het onderhoud aan deze gebouwen. Op basis van de meerjarenramingen zijn de geraamde kosten voor het te verwachten onderhoud van het komende jaar opgenomen in de jaarbegroting en in de meerjarenbegroting.


Tot het onderhoud wordt gerekend:

  • Het periodiek onderhoud

             Hierbij vindt in de regel geen vernieuwing plaats zoals bijv. binnen- en buitenschilderwerk (cyclisch karakter).

  • Het groot onderhoud

            Hierbij worden onderdelen van het gebouw of de installaties vervangen zoals renovatie gebouw, vernieuwing dak of vervanging c.v.-installatie.

In 2017 zal de raad worden voorgesteld een bijgestelde nota gebouwenbeheer vast te stellen.  


B | Financiële consequenties
beleidsdoel
In  het  gebouwenbeheerplan  zijn  de  onderhoudskosten  meegenomen  zodat  de  gemiddelde  kosten kunnen  worden berekend. Door middel van de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen waar de  jaarlijkse storting of onttrekking uit plaats vindt zijn de kosten in principe afgedekt. Het kleine dagelijkse onderhoud is rechtstreeks ten laste van de exploitatie gebracht.


C | Financiële consequenties in de rekening

De storting in de reserves onderhoud bedragen: (bedragen x € 1.000)

Soort Begroting 2016 Werkelijk 2016 Werkelijk 2015 Werkelijk 2014 Werkelijk 2013
Res.onderhoud gem.gebouwen  126  126  126  176  180


De bijdrage in 2015 is t.o.v. 2014 verlaagd met € 50.000 omdat het onderhoud van schoolgebouwen m.i.v. 2016 is overgegaan van de gemeenten naar de schoolbesturen. Rijksgelden voor onderhoud komen dan ook ten gunste van het  schoolbestuur en niet aan de gemeente, zoals t/m 2015 het geval was.


De stand van de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen (x € 1.000) per 31 december van het jaar.

Soort Begroting 2016 Werkelijk 2016 Werkelijk 2015 Werkelijk 2014 Werkelijk 2013
Res.gebouwenbeheer  672 1.368  1.872  2.907  2.331


Projecten die in 2016 afgerond of in uitvoering zijn genomen:

  • Sportaccommodatie Rouveen;
  • Renovatie sporthal Staphorst.


Lopende projecten

  • Verduurzaming gemeentehuis
  • Renovatie/doorontwikkeling gemeentewerf
  • Verduurzaming/nieuwbouw dienstencentrum

 

Beheerde  bouwwerken

Gemeentelijke gebouwen/objecten Gebruiksdoel
Gemeentehuis Huisvesting ambtenaren en rijkspolitie
Gemeentewerf Huisvesting en berging buitendienst
Brandweerkazerne Huisvesting en stalling brandweer
Sportaccommodatie Noorderslag  Buitensport-accommodatie
Sportaccommodatie Rouveen Buitensportaccommodatie
Begraafplaatsen (5x) Bergingen
Kerktorens (2) en klokkenstoel Tijdaanduiding en cultuur
Dienstencentrum Accommodatie sociaal cultureel werk
Sporthal (1) en gym- | sportzalen (3) Binnensport-accommodaties
Woningen (3) Huisvesting burgers
Voormalige bibliotheek Rouveen Leegstand
Buurthuis Kamperfoeliestraat Sociaal cultureel werk
Herdenkingsmonumenten (3) Cultuur
Totaal aantal objecten: 26  

Paragraaf 3 | Financiering

Inleiding op de paragraaf

Algemeen
Basis vormt de wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het doel van deze wet is het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden evenals het beheersen van de renterisico’s. Onderdeel van deze wet is de Regeling Uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). Uitvoering van de regelgeving vindt plaats door het vaststellen van kaders in het Treasurystatuut. Bovenstaande uitgangspunten zullen hieronder nader worden toegelicht.

Financiële Verordening
Naast het statuut stelt de Gemeentewet een treasuryparagraaf verplicht in de begroting en jaarrekening. Dit is nader uitgewerkt in artikel 15 van de financiële verordening. In de begroting zal aandacht worden geschonken aan onderdelen  renterevisie, liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte voor de komende jaren. In deze paragraaf bij de jaarrekening zullen wij verantwoording afleggen over de kasgeldlimiet, renterisico norm, het EMU saldo en de resultaten verbonden aan de financieringsfunctie.

Inhoud paragraaf
Bovenstaande onderwerpen leiden tot de volgende indeling van deze paragraaf:


1  | Uitgangspunten financieringsfunctie

  • Wet Fido
  • Wet Ruddo
  • Treausurystatuut


2  | Belangrijke ontwikkelingen 2016: kengetallen.

 
3  | Uitvoering financieringsfunctie

  • Kasgeldlimiet
  • Renterisiconorm
  • EMU saldo
  • Rentekosten en renteopbrengsten

 
4  | Risicoprofiel

  • Kredietrisico
  • Koersrisico
  • Valutarisico

1 | Uitgangspunten financieringsfunctie

Wet FIDO
De wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) vertaalt zich in twee belangrijke uitgangspunten op het gebied van treasury-beleid:

De gemeente dient de financiering te beperken tot de publieke taak

Het verstrekken van leningen alleen dan kan plaats vinden als deze instellingen aan de publieke taak bijdragen. De uitzetting van tijdelijk overtollige middelen dient een prudent karakter te hebben en mag niet gericht zijn op het genereren van inkomen door het lopen van overmatige risico’s. Er mag dus geen sprake zijn van bankieren.

De rente-risico’s dienen tot een minimum te worden beperkt

Voor de financieringsmiddelen op korte termijn (looptijd < 1 jaar) geldt een zogenaamde kasgeldnorm (maximumbedrag). Voor de financieringsmiddelen op lange termijn (looptijd > dan 1 jaar) geldt een zgn rente-risiconorm (maximumbedrag waarover renterisico mag worden gelopen).


Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo)
Deze regeling maakt onderdeel uit van de wet Fido en is begin 2009 gewijzigd. Het betrof een aanscherping van de regels voor het uizetten en aantrekken van gelden. Dit kwam mede voort door de financiële crisis die ontstond uit de ‘Icesave affaire’ in IJsland. De aanscherping had voor de gemeente Staphorst nauwelijks gevolgen, wel zijn er enkele verbeteringen aangebracht in het treasurystatuut van de gemeente Staphorst.

Treasury-statuut
Mede door bovenstaande wijzigingen in de Wet Ruddo en het feit dat het oude treasurystatuut dateerde van 2005, heeft de gemeente een nieuw statuut opgesteld, welke door uw raad is vastgesteld op 13 maart 2012. In dit statuut zijn de nieuwe kaders vastgesteld waar binnen de treasuryfunctie dient te worden uitgevoerd zoals:

  • De algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie;
  • De administratieve organisatie van de financieringsfunctie, waaronder begrepen taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening

Bovenstaande kaders zijn gedurende het jaar 2016 gehanteerd, waarbij tevens rekening is gehouden met de taken uit de Wet Ruddo.

2 | Belangrijke ontwikkelingen 2016: kengetallen

Afgelopen jaren is er voldoende aandacht besteedt aan de ontwikkelingen rondom schatkistbankieren en Wet Hof.

Veel belangrijker in dit geheel is de ontwikkeling van de hoogte van de gemeenteschuld. In het kader van de vernieuwing van het BBV zijn met ingang van 2015 een 5-tal financiële kengetallen verplicht geworden. Hierover is verantwoording afgelegd in paragraaf 1 Weerstandsvermogen en risicomanagement.

3 | Uitvoering financiering

Naast het statuut stelt de Gemeentewet een treasuryparagraaf verplicht in de begroting en jaarrekening. Dit is nader uitgewerkt in artikel 15 van de financiële verordening. Bij de rekening zal in de paragraaf financiering in ieder geval verslag gedaan worden van:

A ) Kasgeldlimiet
B ) Renterisiconorm
C ) EMU saldo
D ) Rentekosten en renteopbrengsten

A ) Kasgeldlimiet
Voor het uitzetten van gelden met een looptijd korter dan een jaar geldt een maximum bedrag. Deze kasgeldlimiet is wettelijk vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. De gemiddeld in een kwartaal opgenomen vlottende schuld (rekening-courantkredieten, kasgeldleningen) mag dit bedrag niet overschrijden. Op basis van de begroting 2016:

Bedragen *(1.000)

Omvang van de begroting per 01 januari 2016 37.102
Kasgeldlimiet in procenten van de grondslag 8,5%
Kasgeldlimiet in bedrag 3.154
Totaal vlottende schuld 0
Ruimte 3.154

De gemeente Staphorst overschrijdt de kasgeldlimiet niet, er is zelfs een overschot.
In de bijlage bij de begroting is een uitgebreide berekening opgenomen van bovenstaande kasgeldlimiet.

B ) Renterisiconorm
De renterisico norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het verwachte begrotingstotaal voor 2016 (€. 35,8 miljoen.) In 2016 bedraagt de renterisico norm daarmee € 7,2 miljoen. De reguliere aflossing is voor 2016 geraamd op € 0,4 miljoen. De gemeente Staphorst blijft hiermee ruim binnen de renterisico norm. Voor de komende jaren ziet dit er als volgt uit:

Berekening renterisiconorm 2016 2017 2018 2019 2020
Begrotingstotaal 37.102 35.469 35.223 35.187 35.297
Percentageregeling 20 20 20 20 20
Renterisiconorm 7.420 7.094 7.045 7.037 7.059
Renterisico op vaste schuld Rekening 2016 Budget 2017 Budget 2018 Budget 2019 Budget 2020
Renteherziening op vaste schuld o/g 0 0 0 0  
Aflossingen 409 428 448 470 45
Renterisico 409 428 448 470 45
Renterisiconorm 7.420 7.094 7.045 7.037 7.059
Rente onder risiconorm 7.011 6.666 6.597 6.567 7.014
Overschrijding renterisiconorm n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.


C ) EMU saldo
Voor uitvoering van de Wet Hof is het EMU saldo van groot belang. Voor elke gemeente is een individuele referentiewaarde bepaald, waardoor het totale EMU tekort niet boven de 0.5% zal uitkomen. Voor Staphorst is dit een bedrag van € 1.505.000 (er wordt echter geen sanctie opgelegd bij overschrijding. Voor de jaren 2016 +2017 is afgesproken om het overeengekomen collectieve aandeel van de decentrale overheden voor het EMU-saldo niet verder uit te splitsen naar gemeenten, provincies en waterschappen. Dit heeft tot gevolg dat voor 2016 en 2017 geen individuele referentiewaarden per decentrale overheid worden vastgesteld. Wij houden nog rekening met het bovengenoemde bedrag ad € 1.505.000.


In het volgende overzicht de ontwikkeling van het EMU saldo:

  (x €1.000) Rekening 2015 Rekening 2016 Begroting 2016 Begroting 2017
1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking reserves +3.286 +2.127 -1.312 -1.733
+ 2 Afschrijvingen t.l.v. de exploitatie +1.555 +1.536 +1.528 +1.940
+ 3 Bruto dotaties aan de post voorziening t.l.v. exploitatie +90 +669 +87 +105
- 4 Uitgaven aan investeringen in (im)materiële activa die
op de balans worden geactiveerd
-1.563 -1.511 -1.939 -7.828
+ 5 De in mindering op onder 4 bedoelde investeringen gebrachte
ontvangen bijdragen van Rijk, Provincie of Europese Unie en overigen
- - - -
+ 6A Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs) - - - -
- 6B Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa - - - -
- 7 Uitgaven aan de aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. -1.379 -2.121 -2.171 -1.404
+ 8A Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs) +3.256 +2.369 +1.724 +2.978
- 8B Boekwinst op grondverkopen -3.895 -2.695 -500 -978
- 9 Betalingen t.l.v. voorzieningen -55 -49 -118 -102
- 10 Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks
t.l.v. reserves worden gebracht en die niet vallen onder één van de andere genoemde posten
- - - -
11 A Gaat u deelnemingen verkopen? Ja Nee Nee Nee
- 11B Zo ja, boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen -71 - - -
  Berekend EMU saldo +1.224 +325 -2.701 -7.022
  Individuele referentiewaarde n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
  Tekort of overschot EMU saldo +1.224 325 -4.573 2.701


D ) Rentekosten en opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie
Hieronder vindt u een opsomming van alle uitgezette en opgenomen gelden zoals deze opgenomen zijn in de rekening 2016, tevens zal er een korte toelichting worden gegeven. (bedragen x € 1.000)

Soort Begin 2016 Mutatie 2016 Eind 2016 Opbrengst 2016 Begroot 2016
Uitgezette gelden op lange termijn 12.357 -6.575 5.782 336 300
Uitgezette gelden op korte termijn 9.915 5.085 15.643 0 0
Aandelenbezit 139 0 139 811 573
Opgenomen gelden lange termijn -1.899 409 -1.490 -83 -83
Opgenomen gelden korte termijn 0 0 0 0 0
Totaal 20.512 -1.081 20.074 1.064 790


1 | Uitstaande gelden op lange termijn

Uitstaande gelden op lange termijn Rente % Bedrag
begin 2016
Bedrag
eind 2016
Werkelijke
opbrengst 2016
Geraamde
opbrengst 2016
Vitens Achtergestelde lening 3,0 487 406 9 14
Essent/ Enexis Achtergestelde lening 9,0 45 0 4 4
Essent/ Enexis Rentevordering 2/1 lening(en) 7,2 184 76 9 7
St. Zwembad Hypothecaire lening 6,0 169 84 10 10
N.V. Rova Achtergestelde geldlening 8,0 379 379 30 30
BNG BNG Financial Bond Fonds 0,6 2.868 2.156 11 25
BNG BNG Government B 0,3 1.545 1.160 71 55
Rabobank Variabele Coupon Obligatie 3,0 5.000  0 139 138
De Baarge 5 hypothecaire leningen div 154 147 7 7
De Esch 3 2 hypothecaire leningen 3,0 1.526 1.328 46 10
Totaal opbrengst uitgezette gelden op lange termijn 12.357 5.736 336 300

Toelichting:
De aflossing van de Vitens achtergestelde lening betreft een reguliere aflossing. Wel is het rente% aangepast. Er wordt gerekend met een 10 jrs rente + opslag van 1%, waardoor de rente uitkomt op 2,5 %. Afgelopen jaren was de rente:

2012 2013 2014 2015 2016
4.38 3.81 3.55 2.97 2.50

Per eind september 2009 zijn de aandelen N.V. Essent verkocht. Hiervoor is € 1.434.937,- ontvangen. Naast deze ontvangst is er een deelneming ontstaan: vordering op Enexis van € 388.796, -. Deze deelneming bestond uit een 4-tal leningovereenkomsten, met verschillende looptijden en een gemiddeld rentepercentage van 4,65%. Conform beleidsvoornemens is in 2012 de eerste lening van € 97.200 vervroegd afgelost. In 2013 is de 2e lening vervroegd afgelost en in 2016 de 3e lening. De aflossing van beide laatste leningen bedroeg € 108.000. Hierdoor bedraagt het restant van de lening op 01-01-2017 € 76.000 tegen 7,2% rente en in 2019 aflosbaar.

Begin 2016 was er sprake van een achtergestelde lening aan de NV Enexis ( Edon) , met een vast rentepercentage ad 9%. Deze is per 31 december 2016 afgelost en hiervoor zijn 1.448 aandelen Enexis ontvangen. Hierdoor in de toekomst een lagere renteopbrengst, maar hoger dividend. In hoeverre dit hogere dividend het verlies aan rente-inkomsten zal compenseren is vooralsnog onduidelijk.


D
e BNG Financial Bond Fonds en de BNG Government Bond Fonds zijn fondsen waar belegd wordt in obligaties met een looptijd van resp. 1-3 jaar en 5-7 jaar. Deze fondsen laten de volgende ontwikkeling zien:

Soort 2012 2013 2014 2015 2016
Dividendpercentage 0,5% - 0,8% 0,9% - 1,0% 0,4% - 0,8% 0,3% - 0,6% 0,05% - 0,1%
Dividendopbrengst 50.000 63.000 32.000 23.000 2.000
Boekwinst verkoop jaarlijks 1/7 deel n.v.t. 37.000 71.000 78.000 79.000
Marktwaarde t.o.v. boekwaarde +226.000 +168.000 +344.000 +267.000 +244.000

Conform gemaakte afspraken met het Rijk vindt er jaarlijks een vrijval plaats van 1/7e deel ten gunste van schatkistbankieren. Daardoor daalt de jaarlijkse opbrengst.


De Rabobank variabele couponrente heeft een looptijd van 7 jaar (einddatum 5 december 2016), waarbij het minimum rentepercentage 3% bedraagt en het maximum 7%, afhankelijk van de rentevoet. Voor 2016 is dit minimumpercentage van 3% begroot (€ 138.000).


Bij het in exploitatie nemen van de bedrijventerreinen De Baarge en de Esch 3 waren er diverse ondernemers die zelf gronden hadden liggen in deze bestemmingsplannen. Van deze ondernemers wordt een exploitatiebijdrage ontvangen in de vorm van een hypothecaire geldlening met veelal een looptijd van 30 jaar. De leningen op de Esch 3 hebben een kortere looptijd van resp. 5 en 7 jaar.

2 | Uitstaande en opgenomen gelden op korte termijn
Vanaf 2014 is schatkistbeleggen verplicht voor decentrale overheden (zie onderdeel schatkistbeleggen). Uitzetten en opnemen van gelden op korte termijn bij banken is niet meer toegestaan. De uitstaande gelden op korte termijn bij de Rabobank en de opgenomen gelden bij de BNG zijn hier dan ook onder gevallen. Verwacht wordt dat er per begin 2017 €15.000.000 bij de schatkist wordt uitgezet.

3 | Aandelenbezit

Aandelenbezit   Aantal Waardebegin van het jaar Waarde einde van het jaar Werkelijke opbrengst 2016 Begrote opbrengst 2016
Rendo Aandelen 43 20 20 325 323
Essent / Enexis Aandelen 33.779 15 60 24 28
Deelnemingen i.k.v. verkoop Essent Aandelen 32.331 0 0  19 0
Vitens Aandelen 18.531 4 4 71 50
Rova Aandelen 217 25 25 321 195
Wadinko Aandelen 40 0 0 20 20
BNG Aandelen 30.030 75 75 31 14
Totaal opbrengst aandelenbezit
    811 630

Toelichting:
In het aandelenkapitaal heeft 1 mutatie plaatsgevonden. De aflossing van de Edon lening is omgezet in de aankoop van 1.448 aandelen Enexis.  Daardoor is de balanswaarde van Enexis-holding gestegen van € 15.000 naar € 60.000 en het aantal aandelen van 32.331 naar 33.779.

Op de balans zijn de aandelen gewaardeerd tegen nominale waarde, de huidige waarde kan vele malen hoger zijn. Over de ontwikkelingen binnen deze partijen en de verwachte dividendopbrengsten zal in de paragraaf verbonden partijen nader worden ingegaan. De dividendinkomsten zijn lager dan voorgaande jaren.

Van de Rova zijn er extra gelden ontvangen voor einde deelneming in de Stivam, dit levert een extra dividend op van € 126.000,-


4 | Opgenomen bedragen op lange termijn

Soort Stand begin 2016 Mutatie 2016 Stand eind 2016 Lasten 2016
Opgenomen gelden lange termijn 1.899 409 1.490 83

Betreft een 2-tal langlopende leningen bij de BNG, welke middels een annuïteiten afschrijving in 2019 en 2022 worden afgelost.

5 | Opgenomen gelden op korte termijn
Er zijn geen opgenomen gelden op korte termijn.

Samenvatting:
Het totaal aan rentebaten/rentelasten/dividendopbrengsten blijft gedurende de jaren 2013-2016 redelijk constant. Er is wel een daling van rente-inkomsten door:
a. de lagere rente voor overtollige middelen gedurende deze jaren (o.a. lagere rente van overtollige geldmiddelen bij de schatkist percentage 0% voor 2016!);
b. vrijval van een aantal producten met een hoog rentepercentage (o.a. BNG geldlening van 1997 ad 9,3%)

Daar staan echter een aantal eenmalige dividendinkomsten tegenover, zoals:
a. interimdividend Rova ad €50.000 voor de jaren 2013+2014;
b. einde deelneming in de Stivam in 2016 €200.000. Zonder deze eenmalige opbrengsten zouden de totale rentebaten/lasten op een lager niveau liggen, wat wel binnen de bestaande en toekomstige begrotingen opgevangen dient te worden.

Onderstaande grafiek verduidelijkt dit nog eens:

4 | Risicoprofiel

De komende jaren zal het financieringsresultaat onder druk blijven staan, gezien de huidige rentestand. Dit is en blijft een risico en er zal met de nodige zorg naar gekeken worden welke mogelijkheden er zijn om een hoger rendement te behalen. Hieronder zullen we verder ingaan op mogelijke kredietrisico’s bij de gewaarborgde geldleningen, koersrisico’s bij de verschillende beleggingsproducten en een mogelijk valutarisico.

A ) Kredietrisico
Binnen de huidige portefeuille is nauwelijks sprake van enig kredietrisico. In het verleden zijn bij de verkoop van het woningbedrijf aan Woningstichting de Vechthorst een aantal gewaarborgde geldleningen afgegeven. De geldleningen zijn verstrekt door de BNG, waarbij de gemeente garant staat. De waarde van deze geldleningen was eind 2016 0, waardoor de garantstelling is komen te vervallen.

 

B ) Koersrisico
De afgesloten producten kennen allemaal een gegarandeerde eindwaarde, waarbij alleen bij tussentijdse verkoop van een obligatielening eventueel een koersrisico wordt gelopen. Bij de jaarlijkse verkoop in het kader van schatkistbankieren van 1/7 deel BNG Financial Bond Fonds en de BNG Government Bond Fonds Fido  is dit risico beperkt. Afgelopen jaar was de waarde nog ruim boven de 100%, wat mede voortkomt door de lage rentestand, dit heeft een gunstig effect op de obligaties.


C ) Valutarisico
De huidige beleggingen zijn allemaal in Nederlandse bedrijven en producten, waardoor er geen sprake is van valutarisico’s. Uiteraard kunnen de partijen waar de gemeente een belang in heeft overtollige gelden beleggen in buitenlandse beleggingsproducten. Dit zou dan ten koste (of ten gunste) kunnen gaan van de dividendopbrengst. Echter ook deze partijen hebben zich te houden aan de regels die hiervoor binnen het bestuur zijn afgesproken.

Paragraaf 4 | Bedrijfsvoering

Organisatie algemeen

Algemeen
Evenals voorgaande jaren heeft 2016 in het teken gestaan van de realisatie van het coalitieakkoord ‘Vertrouwen in dynamisch Staphorst’ en de realisatie van de missie en visie van onze gemeente. Ter realisatie van deze belangrijke richting gevende documenten en afspraken zijn binnen de bedrijfsvoering een aantal actiepunten ingezet, onder andere;

  • Invoering van organisatieplannen,
  • Invoering van het INK-kwaliteitsmodel en bijbehorende tevredenheidsonderzoeken,
  • Verder vormgeven van het ingezette leiderschapstraject, inclusief de doorgroei naar nog meer taakvolwassen professionals,
  • Doorontwikkeling van de gewenste organisatiecultuur,
  • Vaststellen en implementeren van het strategisch personeelsbeleid,
  • Invoering van een ‘taskforce ruimtelijke ordening’ en
  • Implementatie van het strategisch communicatieplan.


Organisatieplannen en INK-kwaliteitsmodel
In 2016 zijn stappen gezet met de voorbereiding van de invoering van persoonlijke werkplannen en werkplannen op afdelingsniveau. Voor de invoering zal gebruik gemaakt worden van de A3 systematiek, die in de basis aansluit bij het INK-kwaliteitsmodel en de daarbij behorende methodische aanpak. De organisatie zal ook in het komende jaar verder gaan met de invoering.


Leiderschapstraject en gewenste organisatiecultuur
Er is in 2016 opnieuw geïnvesteerd in het lopende leiderschapstraject en de professionaliseringsslag die de organisatie door maakt. De instrumenten die hiervoor ingezet worden is team coaching door gebruik te maken van de PCM-methodiek (Proces Communication Model) en de organisatie brede trainingen die gaan over onderwerpen als; persoonlijk Leiderschap, ‘van buiten naar binnen’, ‘Integraal samenwerken’ enzovoort. Het organisatie brede opleidingstraject kende in 2016 een extra module die op verzoek van de deelnemers is ingelast.


Vaststellen en implementatie strategisch personeelsbeleid
Door de werkgroepen is in 2016 veel werk verzet en is een stevig, gedragen beleidsplan opgeleverd. Dit beleidsplan zal in 2017 aangeboden worden aan het college van burgemeester en wethouders ter besluitvorming.


Invoering ‘taskforce ruimtelijke ordening’ - EPOS / Organisatie-onderzoek artikel 213A GW en artikel 4 van de verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid
Art. 213A van de Gemeentewet bepaalt dat het college verplicht is tot het doen van periodiek onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hen gevoerde bestuur.
De gestelde onderzoeksvraag was: “Verloopt de afhandeling van de vergunningaanvragen, toezicht en handhaving tot en met het opstellen van bestemmingsplannen doelmatig, doeltreffend, integraal, integer en naar tevredenheid van burgers, ondernemers en instellingen?”.
Via de rapportage EPOS (zie hieronder) is invulling gegeven aan de door het college van burgemeester en wethouders gestelde onderzoeksvraag. Het nieuw ontworpen proces strekt zich uit vanaf de intake tot en met de handhaving. Door het hele proces heen worden voorstellen gedaan om de dienstverlening te vergroten en het proces doelmatiger, eenvoudiger en efficiënter in te richten.  2016 heeft in hoge mate in het kader gestaan van het vormen van bovenstaand helder bestuurlijk kader en een ambitieus beleidsplan onder de naam EPOS. EPOS staat voor Efficiënte Proces-inrichting Omgevingswet Staphorst en is, zo blijkt ook uit de reactie op een enthousiast interview in Binnenlands Bestuur, baanbrekend. Het sluit aan bij de missie en visie en de wensen van de gemeenteraad verwoord in het coalitieakkoord. 2017 zal in het kader staan van een meer concrete aftrap en zal duidelijk worden of de methodiek zijn vruchten af zal werpen.


Implementatie strategisch communicatieplan
In 2016 is bottom up en met gebruik te maken van brede onderzoeken uitgevoerd onder  inwoners, partners alsmede onder medewerkers een ambitieus communicatieplan op- en vastgesteld.

bedragen x 1.000
Kosten bestuur Begroting 2016 Rekening 2016 Rekening 2015
Raad 243.572 297.033 362.049
Griffie 221.782 105.268 166.305
Rekenkamer 17.077 13.407 12.556
Accountant 46.000 45.860 45.891

Toelichting:
Rekening 2015     Raad: vacaturevervulling burgemeester + afscheid en installatie burgemeester
Rekening 2016     Raad: werkkostenregeling fiscus + kosten onderzoek
                                       Griffie: geen inhuur

 

Rekenkamercommissie
De Rekenkamercommissie is een instrument van de gemeenteraad.
In 2016 is door de Rekenkamercommissie een onderzoek gedaan naar  versterking kaderstellende positie van de raad.

Inkopen en aanbesteding

Samenwerking
De gemeenten Staphorst, Steenwijkerland en Zwartewaterland zijn medio 2015 een onderzoek gestart naar de mogelijkheid tot samenwerking op het gebied van inkopen en aanbesteden. In 2016 is, als resultaat van dit onderzoek, gewerkt aan de formering van een gezamenlijk inkoopadviesteam. In de praktijk betekent dit dat er per 1 januari 2017 voor de 3 gemeenten 2 fulltime inkoopadviseurs beschikbaar zijn.

Doelstelling van deze samenwerking is synergievoordelen te creëren: delen van kennis, ervaring en expertise en verminderen van de kwetsbaarheid.

Voor 2017 is een samenwerkingsagenda opgesteld waarin acties benoemd zijn die opgepakt zullen worden. Op deze samenwerkingsagenda staan onder andere:

  • het actualiseren en harmoniseren van het gemeentelijke inkoop- en aanbestedingsbeleid;
  • het opstellen van standaard inkoopdocumenten;
  • het actualiseren en harmoniseren van gemeentelijke inkoopvoorwaarden;
  • het opstellen van een uniforme klachtenregeling.

De uitvoering van deze acties dragen bij aan een succesvolle samenwerking. Ook wordt het eenvoudiger gezamenlijk inkooptrajecten te organiseren.


Social return
In het inkoop- en aanbestedingsbeleid is opgenomen dat daar waar mogelijk bij inkoop- en aanbestedingstrajecten vanaf € 200.000 eisen t.a.v. social return worden gesteld. Die eisen worden per aanbesteding vastgesteld. In het collegeprogramma is opgenomen dat de mogelijkheden van social return in een gemeentelijke beleidsnotitie met concrete streefdoelen worden uitgewerkt. Het streven is om de eerste resultaten in deze raadsperiode aantoonbaar aanwezig te laten zijn.

Eind 2015 is er vanuit het Portefeuillehoudersoverleg Regionaal Werkbedrijf (PFO RWB) een initiatief gestart voor een regionale aanpak/invulling van Social Return On Investment (SROI). Deze ontwikkelingen worden met interesse gevolgd. Voor zover nog nodig zal in samenwerking met de gemeenten Steenwijkerland en Zwartewaterland een beleidsnotitie worden opgesteld.


Informatievoorziening en automatisering
Met het (inmiddels afgeronde) Nationaal Uitvoerings Programma dienstverlening en e-overheid (NUP) is gewerkt aan een basisinformatiearchitectuur van basisregistraties en koppelingen met landelijke voorzieningen. Daarmee vormt het een opmaat naar een Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) die bestaat uit herbruikbare digitale basisvoorzieningen, standaarden en producten.

Het GDI heeft als ambitie dat burgers (en bedrijven) in 2017 al hun zaken met de overheid digitaal kunnen afhandelen op een veilige, betrouwbare en eenvoudige manier.

In dit kader en als uitvoering van Digitale Agenda 2010 is een start gemaakt de bestaande archiefcollecties te digitaliseren, de website van de gemeente aan te sluiten op de backoffice-applicaties en ons als gemeente aan te sluiten bij MijnOverheid, zodat het voor de burgers (en bedrijven) mogelijk wordt om digitaal met de gemeente Staphorst te communiceren en digitaal inzage te hebben in zowel de persoonlijke als de openbare informatie.

In 2016 is de aansluiting op de LV WOZ gerealiseerd, waarmee de basisregistraties zijn geïmplementeerd.

Op het gebied van automatisering is de de hardware van het server- en storageplatform vervangen. Hiermee is een behoorlijke performancewinst behaald en is de opslagcapaciteit uitgebreid.

Verder is er een aanbesteding uitgevoerd voor de vervanging van de firewall. De daadwerkelijke vervanging heeft in januari 2017 plaatsgevonden.

 
Informatieveiligheid
Uitvoering verbeteracties
In 2015 is een organisatiebreed informatieveiligheidsbeleid vastgesteld, een risicoanalyse uitgevoerd en op basis hiervan een informatiebeveiligingsplan met bijbehorend plan van aanpak vastgesteld. Het beleid en de plannen zijn gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG).

Het plan van aanpak 2015-2016 bevatte verbeteracties waaraan de gemeente in genoemde periode prioriteit zou geven en waarvan gedacht werd deze aan te kunnen en waar te kunnen maken. De afhandeling van de verbeteracties was een belangrijk agendapunt in het overleg informatiebeveiliging welke in 2016 conform het informatiebeveiligingsbeleid 4 keer bijeen is geweest. De conclusie is dat een beperkt aantal acties zijn afgerond, veel acties in behandeling zijn en er ook nog acties zijn die gestart moeten worden.

Gezien de landelijke aandacht voor informatiebeveiliging is het van belang voldoende capaciteit in te zetten voor de uitvoering van het plan van aanpak.


Beveiligingsincidenten
Op grond van het organisatiebrede informatiebeveiligingsbeleid heeft de coördinator informatiebeveiliging in december aan het MT gerapporteerd over de beveiligingsincidenten van 2016. De beveiligingsincidenten waren afkomstig van externe partijen zoals de Informatie Beveiligings Dienst (IBD) en Binnenlands Bestuur.

De beveiligingsincidenten van de IBD hadden vooral betrekking op geconstateerde kwetsbaarheden in applicaties en toepassingen waarop de door de IBD aangegeven maatregelen zijn opgevolgd, zoals het installeren van patches en updates of het informeren van de organisatie.

Het van Binnenlands Bestuur afkomstige beveiligingsincident had betrekking op een steekproef die bij 50 gemeenten is uitgevoerd in hoeverre zij voldeden aan de moderne standaarden voor veilige e-mail.     Hieruit bleek dat 21 gemeenten, waaronder Staphorst, niet voldeden aan 2 normen. Hoewel het artikel in Binnenlands Bestuur volgens de IBD op verschillende punten een onjuiste weergave van de feiten bood, hebben we de conclusie serieus genomen en deze emailstandaarden geïmplementeerd. In een raadsvergadering is uw raad van deze steekproef op de hoogte gesteld.

Vanuit de organisatie van Staphorst zijn geen beveiligingsincidenten gemeld. Dit wil niet zeggen dat er geen beveiligingsissues zijn, echter deze moeten ook als zodanig onderkend worden. In 2016 zijn voorbereidingen getroffen voor bewustwordingsactiviteiten die begin 2017 van start gaan en in elk geval bijdragen aan het herkennen en voorkomen van beveiligingsincidenten.

Voor het melden van beveiligingsincidenten vanuit de organisatie is in 2015 een protocol vastgesteld.

Verder zijn in 2016 technische maatregelen genomen om de informatieveiligheid te verhogen zoals de implementatie van Zorgmail.

Samenwerking

Regionale samenwerking
Gemeente Staphorst maakt deel uit van een aantal regionale samenwerkingsverbanden waarbij taken voor of namens de gemeente worden uitgevoerd. Vaak ligt aan deze samenwerkingsvormen een wettelijk vereiste ten grondslag. De gemeente stelt zich in deze samenwerkingsverbanden, denk aan de GGD, de Veiligheidsregio, Sociale Werkvoorziening Reestmond en de netwerk-RUD, als deelnemer positief-kritisch op. Eind december 2016 is besloten tot de oprichting van de Omgevingsdienst IJsselland die op 1 januari 2018 in werking zal treden.


Samenwerking transities
De samenwerking bij de uitvoering van de 3D's is toegelicht in paragraaf 8: Sociaal Domein.


Rekenkamercommissie - RKC
Op 10 december 2015 heeft de Rekenkamercommissie (RKC) het onderzoeksrapport ‘Samenwerken - hoe kan de gemeenteraad zo optimaal mogelijk sturen op samenwerking’ aangeboden.  De Rekenkamercommissie is een instrument van de gemeenteraad, en het is ook daarom van belang dat de raad bespreekt en bepaalt of en zo ja welke van deze aanbevelingen de raad wenst over te nemen en uit te werken.
Het onderzoek met aanbevelingen is gepresenteerd en besproken in een informerende raadbijeenkomst op 19 januari 2016. In deze bijeenkomst is ook gesproken over het rapport ‘Wisselwerking, naar een betere wisselwerking tussen gemeenteraden en de bovengemeentelijke samenwerking’ van de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) en de Handreiking voor gemeenteraadsleden en griffiers ‘Grip op regionale samenwerking’.


Op basis van de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport van de Rekenkamercommissie is het volgende in de raad van 28 februari 2017 besloten:
1. het rapport ‘Samenwerken - hoe kan de gemeenteraad zo optimaal mogelijk sturen op samenwerking’ van de Rekenkamercommissie Staphorst voor kennisgeving aan te nemen en de aanbevelingen over te nemen;
2. het college te verzoeken om op korte termijn in samenspraak met de raad een strategische visie te formuleren over intergemeentelijke samenwerking, zodat de raad deze kan vaststellen;
3. het college te verzoeken de raad jaarlijks ter vaststelling een volledige en geactualiseerde overzichtsrapportage intergemeentelijke samenwerking aan te bieden.

Samenwerking transities
De samenwerking bij de uitvoering van de 3 D’s is toegelicht in paragraaf 8: Sociaal Domein.
 

Vastgoed

Wet waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ)
Het college is verantwoordelijk voor de algemene uitvoering van de Wet waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) ook wel Basisregistratie waarde onroerende zaken genoemd. De Waarderingskamer houdt toezicht op de uitvoering hiervan en verricht periodiek onderzoek. Hiervan wordt een rapport van bevindingen opgesteld met een algemeen oordeel. De Waarderingskamer onderscheidt diverse oordeelcategorieën, te weten de uitvoering:

  • moet dringend verbeterd worden;
  • moet op onderdelen verbeterd worden;
  • is voldoende;
  • verloopt goed;
  • verloopt goed (stabiel)

Het laatstgenoemde oordeel is bij de gemeente Staphorst van toepassing. Hiervan is sprake wanneer een gemeente meer dan 2 aaneengesloten jaren het algemeen oordeel 'goed' van de Waarderingskamer heeft gekregen en waarbij ook geen sprake is van (tijdelijk) zwakkere deelaspecten van de WOZ-uitvoering. De gemeente heeft voldoende maatregelen getroffen voor adequate aansturing en kwaliteitsbeheersing van de werkzaamheden.

Samenwerking Zwartewaterland
Sinds november 2013 vindt de uitvoering van de WOZ taken van de gemeente Zwartewaterland met en vanuit Staphorst plaats. Sindsdien zijn de WOZ processen afgestemd op die van Staphorst, de coördinatie is bij één persoon belegd, er is een gezamenlijke planning, wordt gewerkt met één en hetzelfde taxatiebureau en er is een verbeterplan uitvoering Wet WOZ opgesteld. Verder hebben diverse kwaliteitsverbeteringen in de administratie plaatsgevonden en wordt gewerkt met een gezamenlijk Plan van Aanpak herwaardering en een Plan van Aanpak bezwarenafhandeling. Dit laatste houdt ook in informeel contact met burgers en ondernemers en versnelde bezwarenafhandeling.

De beoordeling van de Waarderingskamer voor de gemeente Zwartewaterland was in 2013 'moet op onderdelen  verbeterd worden'. In 2014 is deze bijgesteld naar 'is voldoende' en vanaf 2016 is het oordeel 'goed'. Het algemeen oordeel wordt  openbaar gemaakt op de website van de Waarderingskamer. In 2014, 2015, 2016 en 2017 zijn alle beschikkingen/aanslagen (Staphorst en Zwartewaterland) eind januari verzonden, het aantal formele bezwaren is afgenomen en ligt ver onder het landelijke gemiddelde.

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)
De BAG (Basisadministratie Adressen en Gebouwen) bevat gemeentelijke basisgegevens van alle adressen en gebouwen in een gemeente. Kopieën van al deze gegevens zijn verzameld in een Landelijke Voorziening (BAG LV). Het Kadaster beheert de BAG LV en stelt de gegevens beschikbaar aan organisaties met een publieke taak, instellingen, bedrijven en particulieren.

De Basisregistratie gebouwen geeft voor alle panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen een identificatie. Verder worden enkele kenmerken van gebouwen hierbij geregistreerd, zoals het bouwjaar en de gebruiksoppervlakte. Deze BAG wordt net als de Basisregistratie WOZ bijgeouden door gemeenten. Het beschikbaar zijn en het bijhouden van de BAG heeft veel gevolgen voor de uitvoering van de WOZ in gemeenten. In de Basisregistratie WOZ vormen de WOZ-objecten de basis van de registratie. In de BAG vormen de verblijfsobjecten en de panden de basis. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het optimaliseren van de aansluiting tussen de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) en de WOZ-uitvoering. Vandaar dat het beheer van deze registraties bij de gemeente Staphorst bij hetzelfde team is belegd. De uitvoering en kwaliteit van de BAG is op orde. Dit blijkt uit de periodieke rapportages welke maandelijks van het kadaster op verzoek worden ontvangen.

De WOZ-waarde als openbaar gegeven
Sinds 1 oktober 2016 zijn WOZ-waarden van woningen openbaar. De gemeenten Staphorst en Zwartewaterland zijn medio 2016 aansloten op de Landelijke Voorziening (LV WOZ). Dit heeft tot gevolg dat zodra de nieuwe WOZ-waarden zijn aangeboden deze voor iedereen zichtbaar zijn via www.woz-waardeloket.nl. Deze openbaarheid vormt één van de stappen in het streven naar transparantie rondom de WOZ-waarde en naar zoveel mogelijk informele interactie met belanghebbenden. Het kan als gevolg hebben dat de gemeente  meer reacties en/of bezwaren tegen de WOZ-waarde van belanghebbenden gaat ontvangen.

Het openbaar stellen van WOZ-waarden van woningen maakt onderdeel uit van de Digitale Agenda 2020 (KING gemeenten). Hierin zijn de gezamenlijke ambities van gemeenten vastgelegd om aan te sluiten bij en effectief opereren in de informatiesamenleving. Daarbij staan drie sporen centraal:

  • open en transparant in de participatiesamenleving;
  • werken als één efficiënte overheid;
  • massaal digitaal, maatwerk lokaal.

Met het digitaal versturen van de aanslagen/beschikkingen wordt de overheidsbrede infrastructuur benut (spoor 2) en wordt gebruik gemaakt van centrale landelijke voorzieningen voor digitale dienstverlening (spoor 3). De openbaarheid van de WOZ-waarden en daarmee gepaard gaande transparantie en interactie is een goed voorbeeld van spoor 1.


Voormelding WOZ waarde
De gemeente Staphorst heeft medio oktober alle eigenaren van een rij- en/of hoekwoning een voormelding van de WOZ waarde 2017 gestuurd. In de brief heeft de gemeente de woningeigenaren opgeroepen de WOZ-waarde van 2017 en de kenmerken van hun woning, zoals vastgelegd in de WOZ administratie, te beoordelen. Deze gegevens waren (via DigiD) te raadplegen op de website van de gemeente Staphorst. Ruim de helft van de belanghebbenden hebben de voormelding geraadpleegd. Een kleine 15% van de eigenaren hebben gereageerd door middel van het daarvoor beschikbaar gestelde reactieformulier. Deze reacties zijn beoordeeld en resulteerde in de helft van de gevallen tot een aanpassing van de waarde. Mensen die gereageerd hebben, hebben een terugkoppeling ontvangen van de uitkomst.

Het werken met voormeldingen heeft als doel vooraf afstemming te hebben over de van belang zijnde gegevens en daarmee de WOZ waarde. Hiermee kan een eventuele bezwaar- of beroepsprocedure worden voorkomen.  Deze werkwijze heeft als doel bij te dragen aan transparantie en een hogere acceptatie bij belanghebbenden. Het werken met voormeldingen wordt tevens door de Waarderingskamer onderschreven.

Aanslagen gemeentelijke belastingen via MijnOverheid
Nederland digitaliseert in hoog tempo. Ook de gemeente Staphorst heeft het mogelijk gemaakt de aanslagen gemeentelijke belastingen/WOZ-beschikkingen digitaal te versturen met de Berichtenbox van MijnOverheid. MijnOverheid biedt burgers toegang tot berichten, persoonlijke gegevens en lopende zaken. Het is overzichtelijk, veilig en altijd beschikbaar. Ook is het mogelijk taxatieverslagen via MijnOverheid op te vragen.

Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT)
De BGT is een belangrijk onderdeel van het stelsel van basisregistraties. Basisregistraties maken eenmalig inwinnen en meervoudig gebruik mogelijk. Nu gebruiken verschillende organisaties vaak verschillende basiskaarten. De BGT vervangt deze door één uniforme basiskaart. De BGT is objectgericht en landsdekkend opgebouwd volgens eenzelfde standaard qua inhoud en kwaliteit.
De BGT bevat alle fysieke objecten zoals gebouwen, wegen, water en groen. De Wet BGT heeft volgende bronhouders aangewezen:

  • Gemeenten;                                                                                                                                                         
  • Waterschappen;
  • Provincies;
  • Rijkswaterstaat;
  • Prorail;
  • Defensie;
  • Ministerie van EL&I.

Iedere bronhouder is verantwoordelijk voor de productie, assemblage en bijhouding van de grootschalige topografie binnen haar bronhoudersgrens. Daarnaast voor het leveren daarvan aan de Landelijke Voorziening (LV) bij het Kadaster. De LV is verantwoordelijk voor de distributie naar alle gebruikers. De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) diende uiterlijk 1 januari 2016 gerealiseerd te zijn. De gemeente Staphorst is succesvol op de LV BGT  aangesloten. Vanaf 1 juli 2017 kan iedereen de BGT vrij gebruiken en is het gebruik voor de hele overheid verplicht.

De voordelen zijn:

  • een betere dienstverlening aan burgers en bedrijven, want de gegevens zijn actueel en betrouwbaar; 
  • administratieve lastenverlichting, want het kost bedrijven en burgers minder tijd en minder moeite om gegevens aan te leveren en in te zien;
  • een betere samenwerking binnen de overheid, want eenduidige afspraken over gegevens maken eenvoudige uitwisseling van de gegevens mogelijk;
  • opnieuw inwinnen of intekenen van dezelfde gegevens om de gegevens met elkaar uit te kunnen wisselen is dus niet meer nodig;
  • kostenbesparing, want minder fouten, minder inwinnen en minder communicatieproblemen zorgen voor minder kosten.

Communicatie

Strategisch communicatiebeleid
In 2016 heeft het strategisch communicatiebeleid meer vorm en inhoud gekregen. Een belangrijk project was de introductie van een (nieuwe) huisstijl. Daaronder viel het ontwerpen van een nieuw logo en alle daarbij behorende middelen, zoals briefpapier, enveloppen, vlaggen en premiums. Er is gewerkt aan het verder vormgeven van burgerparticipatie, met het opstellen van een handboek burgerparticipatie in samenwerking met de projectleider Burgerkracht. Ook intern is gewerkt aan de houding van collega’s ten opzichte van burgerparticipatie. De komende tijd wordt een social media beleid opgesteld. Daarmee wordt ons aanbod in communicatiemiddelen verbreed.  

Personeel | HRM

Personeelsbeleid
Een belangrijk onderdeel binnen de bedrijfsvoering is het personeel. Uiteindelijk zijn het vooral de medewerkers van de gemeente die in belangrijke mate invulling geven aan de bestuurlijke doelstellingen en de wensen van de klanten. Dit maakt ook meteen duidelijk dat personeel een onderdeel is waarin geïnvesteerd moet (blijven) worden.

Doorontwikkeling organisatie
Voor de gemeente zijn de missie, visie en doelstellingen vastgesteld. Om deze doelstellingen te kunnen halen is het doorontwikkeling van de organisatie noodzakelijk. Naast deze doelstellingen hebben we te maken met verschillende maatschappelijke ontwikkelingen en wetswijzigingen. In 2015 zijn we gestart met de Stappop-trainingen. De vier centrale thema’s zijn:

  • de veranderende burger (wat betekent dat en hoe ga je daarmee om);
  • van buiten naar binnen (regie voeren, gedeeld eigenaarschap, verwachtingen);
  • klantmanagement & trots (rollen duiden, klant en bestuur managen);
  • teamwork(elkaar aanspreken, taakvolwassenheid, afspraak = afspraak).

In de praktijk is gebleken dat de huidige verdeling van de taken over de verschillende afdelingen niet altijd de meest efficiënte verdeling is. Taken die veel relaties met elkaar hebben, liggen soms verspreid over de verschillende afdelingen. Dat vraagt meer overleg en afstemming. In 2016 is een rapport gemaakt hoe dit efficiënter kan. De ondernemingsraad geeft hier binnenkort een advies over.

Rekening houdend met dit advies wordt het rapport definitief vastgesteld en kan daar in 2017 uitvoering aan gegeven worden.

Ontwikkeling (strategisch) personeelsbeleid
In 2015 is het basisdocument voor strategisch personeelsbeleid vastgesteld. De verdere uitwerking van dit beleid heeft plaatsgevonden in 2015 en 2016. Voor het onderdeel Levensfasegericht personeelsbeleid zijn we de instemming van het Georganiseerd Overleg nodig. De overleggen hierover zijn gestart en zullen begin 2017 afgerond worden. Landelijk zijn de voorbereidingen gestart voor de doorvoering van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren. Deze doorvoering heeft grote gevolgen voor het plaatselijk personeelsbeleid. De streefdatum voor invoering is gesteld op 1 januari 2020.

Ziekteverzuim
Ziekteverzuim is niet los te zien van het sociale beleid; het is direct verbonden met de zorg voor de kwaliteit van arbeid, organisatie en medewerkers. Verzuim is voor een deel te beïnvloeden, waarbij het management een sleutelpositie vervult met betrekking tot preventie van verzuim en begeleiding van zieke medewerkers. Sinds 1 juli 2014 is de heer  A.M. van den Bosch van Inspirational Management Consulting (IMC) de bedrijfsarts.

Cijfers
Het A+O fonds maakt jaarlijks aan de hand van de gegevens uit de personeelsadministratie een overzicht waarbij een aantal kerngegevens van de gemeenten op een rij worden gezet.

Aan de hand hiervan kunnen de belangrijkste kengetallen over de personele samenstelling van de gemeente met gemiddelden van verschillende gemeenten worden vergeleken. De gegevens van de bezetting 2014, vergeleken met de gemeenten binnen de grootteklasse 10.000 tot 20.000 inwoners, zien er als volgt uit:

Gemeente Staphorst 49,6% 50,4%
Gemiddelde over deelnemende gemeenten A+O fonds 50,5% 50,0%

 

Naar leeftijd Gemiddelde leeftijd
Staphorst 46,5
A+O fonds 48,4

 

Naar dienstverband Voltijd Deeltijd Gem. deeltijdpercentage
Staphorst 53,7% 46,3% 83,1%
A+O fonds 52,0% 48,0% 84,0%

 

  Aantal FTE's per 1.000 inwoners
Staphorst 6,4
A+O fonds 7,4


Personeelsformatie
Stagiaires en oproepkrachten worden in het formatie-overzicht niet meegenomen. Deze worden onderaan het overzicht vermeld.

Organisatieonderdeel Formatie 31 december 2014 Formatie 31 december 2015
Formatie 31 december 2016
1. Bestuur
College + Griffier 4,55 4,55 4,88
       
2. Ambtelijke organisatie
Secretaris 1,00 1,00 1,00
Bestuur & Managementondersteuning 34,00 34,00 35,17
Ontwikkeling & Beheer 40,57 40,07 41,53
Samenleving 30,02 30,97 32,93
Totaal ambtelijke organisatie 105,59 106,04 110,63
       
3. Diversen
Oproepkrachten kantine, bode, sporthal en dienstencentrum 0,77 0,91 0,70
Babsen 0,10 0,07 0,09
Stagiaires 0,67 1,11 0,67
Totaal diversen 1,54 2,09 1,46

Personeel van derden
De contracten voor inhuur personeel tot schaal 9 met Driessen HRM en voor payroll met Ziezzo zijn in samenwerking met 8 gemeenten en de provincie Overijssel tot stand gekomen.Deze contracten lopen nog tot 1 januari 2018 met mogelijkheid tot verlenging. Voor inhuur/detachering vanaf schaal 9 is geen contract  gesloten. Hiervoor worden de vereiste offertes volgens het inkoop- en aanbestedingsbeleid opgevraagd.

Ziekteverzuim
Het gemiddelde ziekteverzuim over het jaar 2016 is 3,76%. Dat is ruim 1% meer dan over 2015. In één geval is sprake van werkgerelateerd verzuim. Alle overige gevallen waren niet- werkgerelateerd en waren dus ook niet beïnvloedbaar. De stijging heeft met name te maken met een aantal langdurige zieken.

Het gemiddelde ziekteverzuim van gemeenten in de inwonersklasse 10.000 tot 20.000 was 4,8 voor 2015.

Grafisch weergegeven
De grafieken geven de situatie weer over het jaar 2016. Alle overzichten zijn inclusief raadsgriffie en exclusief vacatures, oproepkrachten, stagiaires en raad.

 

Financiën

Algemeen
De gemeente Staphorst wil een financieel gezonde gemeente zijn. Om dit te bereiken is het onder meer van belang dat de gemeente een structureel sluitende (meerjaren)begroting heeft en beschikt over een adequate financiële positie. Het beleid is aangegeven in het coalitieakkoord en vormt de grondslag voor het beheer.

1. Kaders

  • wettelijke bepalingen: Gemeentewet, Besluit Begroting en Verantwoording;
  • financiële verordening gemeente Staphorst (2005, aangepast in 2007);
  • nota Reserves en Voorzieningen (2015);
  • coalitieakkoord “vertrouwen in dynamisch Staphorst” 2014 – 2018.

2. Wat wilden we bereiken?

  • uitgangspunt zoals vastgelegd in het coalitieakkoord;
  • een sluitende (meerjaren)begroting.:
  • de afvalstoffen- en rioolheffingen kostendekkend;
  • retributies en belastingen: jaarlijks te verhogen met het inflatiepercentage;
  • de onroerende zaak belasting, naast het inflatiepercentage, in principe niet extra te verhogen.

3.  Wat hebben we daarvoor gedaan?

  1.  we zijn zo effectief en efficiënt mogelijk omgegaan met de gemeentelijke dienstverlening.
  2.  de tarieven van de belastingen zijn in 2016 verhoogd met 1,5% inflatiecorrectie.
  3.  de afvalstoffenheffing is met gebruik van de bestemmingsreserve en rioolheffing kostendekkend gemaakt.
  4. het college heeft een begroting met een positief saldo aangeboden.
  5. aan de interne controle en de verbijzonderde interne controle, alsmede het documenteren daarvan is afgelopen jaar de noodzakelijke aandacht besteed. Deze controle is in nauw overleg met het accountantskantoor PWC uitgevoerd.


Planning & Control–cyclus
Jaarlijks bieden wij uw raad een drietal Planning & Control (P&C) -documenten aan: jaarrekening, zomernota en begroting. Doel van deze documenten is de raad informatie bieden waarmee de kaderstellende- en controlerende taak kan worden uitgevoerd. Deze documenten zijn opgenomen de P&C-kalender.

Werkgroep P & C
De werkgroep P & C bestaande uit leden van de raad, griffier, een collegelid, MT-lid en ambtelijk medewerkers hebben via een memo aan de raad verantwoording van de behaalde resultaten afgelegd. Op 1 januari 2016 is de digitale begrotings-app tijdens de gemeentelijke nieuwjaarsreceptie voor alle burgers beschikbaar gekomen.

Intern is het Management Informatie Systeem Pepperflow, aangeschaft in 2015, dit jaar verder gemeentebreed uitgerold. Ook de raad kan hier gebruik van maken en hierdoor invulling geven aan haar controlerende rol. Dit inclusief de stand van zaken 'uit te voeren acties' die middels het stoplichtenmodel wordt gepresenteerd.  

Door de werkgroep is een start gemaakt met de herijking van het Raad Informatie Systeem (RIS).

Voor komend jaar is de planning dat alle P & C-documenten digitaal via Pepperflow zullen worden samengesteld.  

Zomernota 2016 en Begroting 2017
Dit jaar is de zomernota 2016 uitgebracht en door uw raad voor het zomerreces behandeld. Dit in verband met de late vakantieperiode.
Het jaar 2016 heeft in het teken gestaan van diverse wijzigingen in de geldende BBV-regeling die in de begroting van 2017 zijn doorgevoerd . Dit jaar is de gemeente belastingplichtig voor de Vennootschapsbelasting geworden. De invoering van de VPB-plicht en de nieuwe bepalingen in het BBV hadden ook gevolgen voor de inrichting van de financiële administratie. Ook zijn veranderingen in de verslaggevingsregels waaronder grondexploitaties door gevoerd.

De begroting 2017 is door het college aangeboden met  een positief saldo van € 42.000. Ter voorbereiding op de begrotingsbehandeling is de raad in de gelegenheid gesteld om in technische zin kennis te nemen van de aangeboden begroting door middel van een begrotingsmarkt. Daarbij is nadrukkelijk stil gestaan bij de wijzigingen die de begroting 2017 te zien gaven door het van kracht worden van de vernieuwde BBV-voorschriften.
De provincie Overijssel heeft voor onze gemeente besloten tot de toezichtvorm: repressief.   


Jaarrekening 2015
De behandeling door de raad van de jaarrekening 2015 heeft in 2 stappen plaats gevonden. Dit doordat de controle op en de afgifte van de accountantsverklaring van een tweetal belangrijke externe partijen (SVB en BVO Jeugd) eerst in juni werden ontvangen.  Dit betreffen de verantwoording van de decentralisaties. Door de onzekerheden in het sociale domein is een verklaring met beperkingen de accountant verstrekt. De jaarrekening 2015 sloot met een saldo van € 183.000 en is vastgesteld op 12 juli 2015.

Administratieve Organisatie(AO)  en Interne controle (IC)
Om als organisatie de betrouwbaarheid van de informatievoorziening te kunnen waarborgen en vast te stellen dat de naleving voldoet aan de daaraan te stellen eisen, is een geheel van ondersteunende maatregelen nodig. Dit geheel van maatregelen wordt aangeduid als Administratieve Organisatie en de daarin verankerde Interne Controle. Een goede AO beperkt daarnaast het risico op onvolkomenheden in de werkprocessen. 

Door middel van interne controle op de diverse processen wordt getoetst of de organisatie heeft gewerkt volgens de opzet van de administratieve organisatie, zodat de verantwoording juist, tijdig, volledig en rechtmatig is en dat de bedrijfsmiddelen zijn ingezet waarvoor ze zijn bestemd en tot het vermogen van de organisatie zijn blijven behoren. Basis vormt een intern controleplan die in overleg met de accountant wordt opgesteld.

Het sociaal domein, specifiek voor Wmo en Jeugdhulp gaf voor het jaar 2015 problemen. Hoewel alle problemen in 2016 nog niet zijn opgelost is, met als doel om een goedkeurende verklaring over 2016 te verkrijgen, een “Stappenplan Gemeentelijke Controle Aanpak WMO en Jeugd” opgesteld.

De invoering van aangescherpte Nadere Voorschriften Controle en Overige Standaarden (NV COS  610) in 2015 door het NBA (beroepsvereniging van accountants) is een aandachtspunt bij de uitvoering van de interne controle. Deze aangescherpte eisen houden in dat er voor de externe accountant veel meer zichtbare waarborgen in de verbijzonderde interne controle moeten zijn aangebracht voordat daarop gesteund mag worden. Vooral de navolgbaarheid is een belangrijke eis.

De accountantsdienstverlening is opgedragen aan PWC–accountants voor de periode 2015 – 2018.

Uitvoering Financiële Verordening
Ter uitvoering van de Financiële Verordening dienden in 2016 of voorgaande jaren de volgende (bijgestelde) nota’s ter vaststelling aan uw raad te worden aangeboden:

Nota Lokale heffingen Geen uitvoering aan gegeven, planning medio 2017
Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement Geen uitvoering aan gegeven, planning medio 2017
Financiële verordening kaderstellende rol gemeenteraad Geen uitvoering aan gegeven (vormt sluitstuk werkgroep P&C ter uitvoering bestuursopdracht versterking kaderstellende rol
Nota Verbonden Partijen Vastgesteld op 10 mei 2016
Nota Rioolbeheerplan Vastgesteld op 13 september 2016
Nota Wegenbeheer Geen uitvoering aan gegeven: planning voorjaar 2017
Nota Gebouwenbeheer Geen uitvoering aan gegeven: planning medio 2017
Budgethoudersregeling Geen uitvoering aan gegeven (nadat Pepperflow is geïmplementeerd)

Beheer verzekeringsportefeuille
De tendens, dat de (administratieve) werkzaamheden, voor het beheer van de verzekeringsportefeuille een stijgende lijn laat zien is een gegeven. Het gaat dan vooral om een toename van ingediende claims en aansprakelijkheids-stellingen.

Beheerkosten

X €1.000

   Begroting 2016 Rekening 2016 Rekening 2015  Rekening 2014 Rekening 2013
Kosten huisvesting gemeentehuis 359 345 294  387 409
Gemeentewerkplaats 76 96 53 75  70

Toelichting:       
- Schommelingen met name veroorzaakt door onderhoudskosten ter uitvoering van gebouwen beheerplan; 
- Gemeentehuis is inclusief huisvesting politie

X €1.000

Automatiseringskosten Begroting 2016 Rekening 2016
Rekening 2015 Rekening 2014 Rekening 2013
Kosten derden 569        724  *(2 637 621       702 *(1
Eigen uren 543 589 542 550 563
Kapitaallasten  55  55 67 43 17
Bijdrage DOZ-gemeenten -         201  *(2 119 162 163

Toelichting:

Rekening 2013: kosten derden *(1

1. Uitvoering jaarschijf 2013                                   + €  130
2. E-overheidsvoorziening (krediet)                      + €     55

Bijdrage DOZ-gemeenten
Olst/Wijhe maakt vanaf 2016 geen gebruik meer van het SAP-beheer.

Rekening 2016  *(2
Tegenover de meeropbrengst bijdragen DOZ-gemeenten staan hogere kosten derden.

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       X €1.000
Materieel openbare werken Begroting 2016 Rekening 2016 Rekening 2015 Rekening 2014 Rekening 2013
Vervoermiddelen 138 140 128 123 104
Gereedschappen 30 39 25 33 52
Tractie (vrachtauto) 55 77 50 74 55
Tractie (tractor) 109 70 16    

Toelichting:

  • Vervoermiddelen: 2013 e.v.        toename kap.lasten door vervanging transportmiddelen en kostentoename onderhoud
  • Gereedschappen: 2013               vervanging hogedrukreiniger
  • Tractie:  2015                                 er is in de maand september 2015 een tractor met toebehoren in eigen beheer genomen
  • Rekening 2016                               uitkomsten blijven per saldo binnen de begroting.

Paragraaf 5 | Verbonden partijen

1. Inleiding op de paragraaf

Algemeen

Deze paragraaf gaat in op de doelstellingen, activiteiten en de financiële mate van betrokkenheid van de samenwerkingsverbanden waarin onze gemeente in financieel opzicht participeert en (tevens) een bestuurlijke invloed kan uitoefenen.

Wat houdt het begrip verbonden partij in?

Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft ( artikel 1 lid b Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Binnen deze definitie valt bijvoorbeeld niet het zwembad of bibliotheek. Immers de gemeente is niet in het bestuur vertegenwoordigd.

Nota Verbonden partijen
Bovenstaande aspecten zijn opgenomen in de “Nota verbonden partijen” die op 10 mei 2016 door de raad is vastgesteld. De nota is bedoeld om het inzicht van de raad te versterken door bij iedere verbonden partij aan te geven: wat zijn de activiteiten, wat is het belang, de deelnemende partijen, aandeel en zeggenschap, het financiële belang, vermogenspositie en bedrijfsresultaten, risicoprofiel en ontwikkelingen. Daarnaast gaat de nota in op de besliskaders voor het aangaan van nieuwe participaties. Tenslotte is er aandacht besteedt aan de wens van de raad om de grip op de verbonden partijen te versterken.

Opbouw Paragraaf/Leeswijzer
In de loop van 2016 zijn een aantal verbonden partijen beëindigd en is er een verbonden partij  opgericht.  In hoofdstuk 2 zullen we hier op ingaan (incl. nieuwe ontwikkelingen en/of eventuele problemen bij huidige verbonden partijen).

Per verbonden partij zullen we vervolgens een update geven van de financiële resultaten in de afgelopen jaren (hoofdstuk 3 dividendopbrengsten) en tenslotte zal uitvoering worden gegeven aan artikel 15 BBV (hoofdstuk 4):

Artikel 15 lid 2 BBV:

In de lijst met verbonden partijen wordt tenminste de volgende informatie opgenomen:

  • De naam en vestigingsplaats,
  • Het openbaar belang dat op deze wijze wordt behartigd,
  • Het belang dat de provincie of gemeente in de verbonden partij heeft, aan het begin en de  verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar,
  • De verwachte omvang van het eigen en het vreemd vermogen van de verbonden  partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar;
  • De verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar.

Door op deze wijze verantwoording af te leggen in deze paragraaf, wordt tevens uitvoering gegeven aan artikel 17 lid 4 van de financiële verordening:

In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het beëindigen van, wijzigen van en eventuele problemen bij bestaande verbonden partijen.

De verbonden partijen voor onze gemeente kunnen we indelen in 3 categorieën:

1 | Gemeenschappelijke regelingen 2 | Vennootschappen en corporaties 3 | Stichtingen en
      verenigingen
GGD Regio IJsselland N.V. BNG Stichting MCR
Veiligheidsregio IJsselland N.V. Rendo Holding  
Werkvoorzieningsschap Reestmond N.V. Rova  
BVO Regio Jeugdzorg IJsselland N.V. Vitens  
Omgevingsdienst IJsselland Enexis Holding N.V.  
  Wadinko N.V.  
 

Verkoop Essent/Attero:
a. CBL Vennootschap BV
b. Vordering Enexis B.V.
c. Verkoop Vennootschap B.V.
d. CSV Amsterdam B.V., voorheen
    Claim Staat Vennootschap B.V.
e. PBE B.V.

 

Vernieuwing BBV: opname in programmabegroting
Om het inzicht in de concrete beleidsprestaties, maatschappelijke effecten die via de inzet van de verbonden partijen  worden gerealiseerd te bevorderen zal die informatie komend jaar (begroting 2017) voor het eerst  bij de respectievelijke programma’s zijn opgenomen.

2. Ontwikkelingen bij (bestaande) verbonden partijen

BVO Regio IJsselland
Uitvoeringsorganisatie Jeugdzorg Regio IJsselland (BVO)

In het kader van de decentralisaties is er binnen de jeugdzorg voor de samenwerking met een 11-tal gemeenten voor een gemeenschappelijke regeling in de vorm van de zogenaamde bedrijfsvoeringvariant gekozen. Deze keuze vloeit voort uit de wens van de deelnemers om de verantwoordelijkheden, aansprakelijkheden en risico´s in de overgangsfase zoveel mogelijk te delen. Dit is onderdeel van het regionaal transitiearrangement dat gold voor de jaren 2015 en 2016.

Met ingang van 2017 is er een vernieuwde regionale visie 2017 - 2020 vastgesteld waarbij de financiële verevening tussen de 11 gemeenten is losgelaten.

De Uitvoeringsorganisatie Jeugdzorg regio IJsselland blijft de drie taken m.b.t. inkoop (incl. relatiebeheer), facturatie en monitoring als zodanig uitvoeren.

De bedrijfsvoeringsorganisatie is een relatief nieuwe rechtsvorm die mogelijk wordt gemaakt door een wijziging in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Het betreft een “lichte” vorm van samenwerking met één bestuurstafel, waar de belangenafweging tussen de bedrijfsvoeringorganisatie en de deelnemende gemeenten plaatsvindt. Een bedrijfsvoeringsorganisatie is primair bedoeld voor uitvoerende taken en niet voor beleidsvormende taken. De beleidsvorming blijft, zoals gewenst, een taak van de afzonderlijke colleges en gemeenteraden. 

Bij de oprichting is besloten om deze samenwerkingsvorm tussen de 11 deelnemende gemeenten aan te gaan voor de jaren 2015 en 2016. Inmiddels is besloten om deze te verlengen voor het jaar 2017.  

Reestmond
Eind 2015 hebben de deelnemende gemeenten in Reestmond het strategische koersdocument “Bouwen op een goed fundament” vastgesteld. Voor de uitvoering van de daarbij behorende Ontwikkelagenda is een externe projectleider aangetrokken.

In de tweede helft van 2016 zijn op basis van dit koersdocument (vooralsnog) 4 deelprojecten geagendeerd: 1. Onderzoeken van de mogelijkheden om de afdeling Groen/grijs (groen- en civieltechnisch-onderhoud) te verzelfstandigen; 2. Onderzoeken van de mogelijkheid om de afdeling Metaal af te stoten; 3. Onderzoek te doen naar de lange en middellange termijnpositie van het onroerend goed van Reestmond; 4. te bezien in hoeverre Reestmond faciliteiten wil/kan bieden waarbij producten kunnen worden ingekocht.

Deze opdrachten zijn momenteel allemaal nog in uitvoering. Afhankelijk van de uitkomst van de gestelde vragen en de keuzes die het bestuur van Reestmond maakt kan het bedrijf fundamenteel van karakter veranderen.

Daarnaast heeft de raad van de gemeente De Wolden besloten om met ingang van 1 januari 2018 uit de Gemeenschappelijke Regeling Reestmond te treden. Medio 2017 zal duidelijk zijn onder welke condities deze uittreding plaats gaat vinden  en onder welke condities de drie overgebleven partijen hun samenwerking willen vervolgen.

Beide ontwikkelingen zullen gevolgen hebben voor de financiële toekomst van Reestmond; pas in de loop van 2017 zal hierover definitieve duidelijkheid ontstaan.

Omgevingsdienst IJsselland 
De Wabo schrijft voor dat gemeenten en gedeputeerde staten binnen het gebied van de Veiligheidsregio een omgevingsdienst instellen. De raad heeft ter uitvoering hiervan op 20 december 2016 met algemene stemmen besloten tot het aangaan van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJsselland. Aan deze regeling nemen 11 gemeenten in West-Overijssel, waaronder Staphorst deel en de provincie Overijssel. Op donderdag 22 december 2016 is het oprichtingsbesluit van de nieuwe gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJsselland ondertekend. De start van deze omgevingsdienst is vanaf 1-1-2018. In opdracht van de deelnemende gemeenten en provincie is de omgevingsdienst verantwoordelijk voor taken rondom het omgevingsrecht: milieuvergunningverlening, -toezicht en handhaving.

Het veranderingsproces in 2017 zal zich richten op de vorming en inrichting van de nieuwe organisatie, die uit circa 80 formatieplaatsen gaat bestaan. In het voorjaar van 2017 kiest het bestuur de huisvestingslocatie van de Omgevingsdienst IJsselland.

3. Opbrengst deelnemingen

 In onderstaande grafiek kunt u de dividendontvangsten zien van de deelnemingen in de verschillende vennootschappen zoals die zijn opgenomen in de rekening 2012 t/m 2016,

  Begroting 2016 Rekening 2016
ROVA 195 321 - einde deelneming in STIVAM
Rendo 323 325
Vitens 50 71
Enexis 28 24
Verkoop Essent 0 20
Wadinko 20 20
BNG 14 31
  630 812






Ten opzichte van raming geeft de rekening 2016 een hogere bate van € 321.000.  Het beeld van de afgelopen jaren is dat er in nagenoeg elk jaar een of meerdere eenmalige uitkeringen plaats hebben gevonden die de uitkomst van de dividendopbrengsten positief hebben beïnvloed.

2012
Door een gewijzigde boekingsgang wordt de geprognosticeerde dividendopbrengst Rendo over 2012 pas in de rekening van 2013 gepresenteerd, waardoor er in 2012 geen dividendopbrengst ontstaat.

2013
Er heeft een interim-dividenduitkering plaatsgevonden bij de Rova over het jaar 2013 ad € 51.000. Dit in verband met verkoop van NV Rova bedrijven. Daarnaast is Wadinko dit jaar voor het eerst sinds jaren weer overgegaan op dividenduitkering (€ 20.000). Door de gewijzigde boekingsgang van het Rendo dividend wordt in 2013 het dividend geboekt over het jaar 2012: € 373.000.

2014
Voor 2014 is nogmaals een interim-dividend opgenomen bij de Rova ad  € 50.000,-. Dit in verband met verkoop van NV Rova bedrijven (uitkering 2e deel).

2015
Rendo heeft het dividend voor de komende jaren bepaald op € 7,5 milj. Dit is een bijstelling met € 2,5 milj.  Eerder werd nog uit gegaan van  € 10 milj.

2016
Verkoop Vennootschap B.V.:  € 19.457.
De vennootschap zal pas in 2019 kunnen worden geliquideerd omdat zij partij is bij een aantal andere juridische overeenkomsten die bij de verkoop van Essent aan RWE zijn afgesloten.

ROVA:
Einde deelneming in STIVAM:  €  60.000 + dividend: € 66.000.

4. Bestaande verbonden partijen

Hierboven zijn we al ingegaan op de belangrijkste ontwikkelingen bij de verbonden partijen.

Bij besluit 25 juni 2013 is het BBV aangepast waar het de voorschriften betreft die voor de paragraaf verbonden gelden:

Artikel 15 lid 2 BBV:
In de lijst met verbonden partijen wordt tenminste de volgende informatie opgenomen:
  • De naam en vestigingsplaats;
  • Het openbaar belang dat op deze wijze wordt behartigd;
  • Het belang dat de provincie of gemeente in de verbonden partij heeft, aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar;
  • De verwachte omvang van het eigen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar;
  • De verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar.

Per verbonden partij zullen we ingaan op bovenstaande aandachtspunten:

1. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN

Gemeenschappelijke GGD Regio IJsselland te Zwolle
Bestuurlijk belang 11 gemeenten nemen deel, waarbij Staphorst de 2e voorzitter (burgemeester Th. Segers) levert voor het AB en wethouder S. de Jong als plv lid.
Financieel belang gemeente

Het financieel belang komt tot uiting in de jaarlijkse bijdrage.
2016
- algemene bijdragen: € 273.916. (algemene bijdrage en GGD basispakket-volksgezondheid)

- inclusief additionele- en incidentele taken: € 812.657.

Openbaar belang/ doelstelling

‘GGD IJsselland voor een gezonde samenleving’ Dit is de missie van GGD IJsselland. De Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) bouwt voor gemeenten in IJsselland aan publieke gezondheid. Gezondheid is hierbij geen doel op zich maar vooral een voorwaarde om te kunnen participeren in de samenleving.

GGD IJsselland voert de taken uit die in de wet Publieke gezondheid aan gemeenten zijn opgedragen, zoals Jeugdgezondheidszorg, infectieziektebestrijding, monitoring van gezondheid,  advies over gezondheidsbeleid aan gemeenten en zorg voor publieke gezondheid bij crisis en rampen.

GGD IJsselland werkt in de eerste plaats voor 11 gemeenten met in totaal ruim 517 duizend inwoners. GGD IJsselland is daarnaast (met 24 andere GGD’en) onderdeel van een samenhangend aanbod van publieke gezondheid in Nederland.

Financiële kengetallen 
(x €1.000)
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 1.777 1.469
Vreemd vermogen 6.135 10.177
Resultaat 2015: 601 2016:  79
Risico's

Elke gemeente geeft een bijdrage per inwoner voor de basisproducten die voor alle gemeenten gezamenlijk worden uitgevoerd (inwonerbijdrage). Voor de diensten Jeugdgezondheidszorg worden de kosten op basis van het aantal inwoners 0-18 jaar verdeeld.
GGD IJsselland voert een actief financieel risicobeleid. De weerstandscapaciteit wordt geëvalueerd op basis van een financiële risico-inventarisatie.

Additionele producten worden gefinancierd door de gemeenten die deze afnemen. Voor de risico’s voor incidentele additionele taken(maatwerk en projecten) is een aparte voorziening getroffen. Risico’s voor additionele producten kunnen niet ten laste komen van alle gemeenten in de Gemeenschappelijke regeling.

Indien de weerstandscapaciteit niet voldoet, kunnen gemeenten – naar rato van het inwonertal - worden aangesproken op een eventueel exploitatietekort.
Op basis van de meerjarenraming van GGD IJsselland is het risico voor de gemeente Staphorst klein.
Beleidsvoornemens, veranderingen

Het bestuur van GGD IJsselland heeft de bestuursagenda ‘Vernieuwing vanuit basistaken” dat het richtinggevend kader voor de organisatie is.

De dienstverlening Jeugdgezondheidszorg wordt voor 10 gemeenten
uitgevoerd voor jeugd van 0-18 jaar. Hierin wordt een doorlopende lijn georganiseerd en voldoet de Jeugdgezondheidszorg aan de nieuwe wettelijke eisen (het basispakket JGZ). Voor de gemeente Steenwijkerland wordt (alleen) de JGZ 4-18 jarigen uitgevoerd.

Vanaf 2017 is de begroting aangepast, waardoor alle gemeenten eenzelfde bijdrage gaan betalen en worden alle kosten van het basispakket uit de inwonerbijdrage (per inwoner 0-18 jaar) bekostigd.
Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio IJsselland te Zwolle
Bestuurlijk belang

11 gemeenten nemen deel.

Gemeenten hebben zitting in het algemeen bestuur. Iedere gemeente heeft 1 stem.

Deelname in algemeen bestuur door  burgemeester Th. Segers.
Financieel belang gemeente

Het financieel belang komt tot uiting in de jaarlijkse bijdrage.

Voor 2016: €  887.308 excl. teruggave jaar 2015 € 45.927.
Openbaar belang/ doelstelling

In oktober 2010 is de Wet veiligheidsregio’s in werking getreden. Op basis hiervan zijn in Nederland 25 veiligheidsregio’s ingesteld waaronder Veiligheidsregio IJsselland. Veiligheidsregio IJsselland werkt als brandweer, politie, geneeskundige hulpverlening met gemeenten en andere partners samen in het voorkomen, bestrijden en beperken van de gevolgen van branden, ongevallen, rampen en crisis. Dit doen ze samen met en voor de regio IJsselland, een gebied met circa 520.000 inwoners. Met als motto: Veiligheid, voor elkaar!

Het ambitieniveau van het beleidsplan voor de periode 2015-2018 is om uiterlijk in 2018 de rol als betrouwbare partner te versterken en in de regio leidend te zijn in de samenwerking bij branden, incidenten en crises tussen hulpverleningsdiensten, gemeenten en andere partners. De medewerkers zetten hun professionaliteit in om samen met inwoners, bedrijven en instellingen te werken aan een realistisch niveau van risicobeperking en zelfredzaam handelen voor, tijdens en na een calamiteit.
Financiële kengetallen 
(x €1.000)
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 2.118 2.450     voorlopig
Vreemd vermogen 42.270 27.848   idem
Resultaat 2015: 2.034 2016:  2.037   idem
Risico's

Er is een risicoprofiel opgesteld om de risico’s van de organisatie in kaart te brengen. Deze zijn in een rapportage vastgelegd. De tien risico’s met de meeste invloed op de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit zijn: Grootschalige/langdurige inzet, stijgende rentepercentages, fiscale controles, stijgende pensioenpremies, datalek, transitie meldkamer, besluiten van het Veiligheidsberaad met financiële of personele gevolgen, marktontwikkelingen oefentrajecten, hogere prijs (dan beschikbaar) tankautospuiten bij de aanbesteding en complexiteit Europese aanbestedingen.

Op basis van alle risico’s met bijbehorende inschatting is een analyse gemaakt van de benodigde weerstandsvermogen voor Veiligheidsregio IJsselland. Met behulp van een zogenaamde Monte-Carlo (MC)-simulatie is het verband tussen risico en aan te houden weerstandsvermogen bepaald. Uit de rapportage van risicomanagement blijkt dat, op basis van een zekerheidspercentage van 90%, het weerstandsvermogen 1,18 miljoen euro zou moeten bedragen. De benodigde weerstandscapaciteit ligt in de lijn der verwachting op basis van de bedragen die andere veiligheidsregio’s hanteren.

Veiligheidsregio IJsselland heeft op 31-12-2016  een weerstandsvermogen van één miljoen euro, dat geeft een betrouwbaarheid van 85%. Dit betekent dat de veiligheidsregio bij een dergelijke weerstandscapaciteit naar verwachting eenmaal in de zes à zeven jaar niet in staat zal zijn zonder aanvullende financiering een positief eigen vermogen te behouden.

Op basis van het huidige risicoprofiel is de beschikbare weerstandscapaciteit als onvoldoende te beschouwen. Het is echter wel raadzaam definitieve uitspraken pas te doen wanneer enige ervaring is opgedaan met de gevolgde werkwijze in het benoemen en inschatten van risico’s.

De benoemde risico's kunnen langdurige financiële gevolgen hebben. De eventuele financiële gevolgen kunnen voor een beperkte periode worden gedekt. In die periode moet een structurele oplossing worden gevonden. De gemeente kan worden aangesproken op een eventueel exploitatietekort, zie bovenstaand percentage.             

Beidsvoornemens, veranderingen

Voorafgaand aan de begroting 2017 is de verdeelmethodiek herzien. Door het algemeen bestuur is op 23 maart 2016 namelijk gekozen voor een combinatiemodel voor de verdeling van de kosten. De kosten worden vanaf 2017 voor 75% verdeeld op basis van de historische kosten en voor 25% op basis van een meer geobjectiveerde methodiek, te weten het gemeentefonds.

Na drie jaar, dus in 2019, wordt de verdeelmethodiek opnieuw geëvalueerd waarbij in principe het gekozen combinatiemodel gehandhaafd blijft. Er wordt alleen gekeken of het geobjectiveerde aandeel van het gemeentefonds in de verdeelmethodiek kan worden vergroot. Voorafgaand aan de evaluatie wordt door het algemeen bestuur op basis van de ontwikkelingen op dat moment besloten hoe de evaluatie exact vorm zal krijgen.

Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap Reestmond te Meppel
Bestuurlijk belang

De gemeenten Meppel, Westerveld, de Wolden en Staphorst nemen deel.
Staphorst levert de als lid voor AB de wethouder B. Jaspers Faijer.
In het dagelijks bestuur is de gemeente vertegenwoordigd door wethouder B. Krale

Financieel belang gemeente

Het financieel belang komt tot uiting in de jaarlijkse bijdrage.

Voor 2016 € 181.000
Openbaar belang/ doelstelling Het zorg dragen voor aangepaste werkgelegenheid voor personen met medische/ of sociale beperkingen.
Financiële kengetallen 
(x €1.000)
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 5.837 4.165
Vreemd vermogen 2.051 2.210
Resultaat 2015: 1.302 2016:  3
Risico's

In de begroting 2016 en meerjaren doorrekening 2017 – 2019 is expliciet uitgegaan van de (defensieve) aanname van geen nieuwe plaatsingen vanuit de Participatiewet bij/via Reestmond alsmede van uitloop van de huidige tijdelijke Wsw-dienstverbanden; dus de taakuitvoering van de huidige Wsw.

Hiernaast voorzien wij o.b.v. natuurlijk verloop (waaronder pensioneringen) jaarlijkse reducties van Wsw-medewerkers en van niet Wsw-medewerkers. De genoemde personele reducties vinden uiteraard haar weerslag in afnemende begrote toegevoegde waarden.

Hiertegenover staan slechts beperkte afnamen van onze (nagenoeg volledig vaste) kostenstructuur. Bij ongewijzigd beleid zal dit leiden tot hogere bijdragen van de deelnemende gemeenten. Zie ook beleidsvoornemens.
Beleidsvoornemens, veranderingen

Per 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht geworden. Met deze wet wordt door de Rijksoverheid beoogd mensen uit de huidige doelgroepen Wsw, Wajong (gedeeltelijk arbeidsongeschikt) en WWB (zo dicht mogelijk) te plaatsen in passende functies in reguliere bedrijven en organisaties en zo weinig mogelijk binnen een beschutte werkomgeving. Het betreft zowel de private- als de publieke domeinen. Instroom in de Wsw is geëindigd per 1 januari 2015. De zittende Wsw-populatie behoudt zijn rechten.

De deelnemende gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Reestmond beraden zich momenteel over de invulling en uitvoering van deze nieuwe wet.

Hiertoe loopt op dit moment onder meer een door het Dagelijks Bestuur van Reestmond geïnitieerd extern herstructureringsonderzoek, uitgevoerd door IROKO.

De uitkomsten van dit onderzoek zijn mede bepalend voor de toekomst van de inzetten van de (door IROKO benoemde “harde” en “zachte”) infrastructuur van Reestmond.

In de tweede helft van 2016 zijn op basis van dit koersdocument (vooralsnog) 4 deelprojecten

geagendeerd: 1. Onderzoeken van de mogelijkheden om de afdeling Groen/grijs (groen- en civieltechnisch-onderhoud) te verzelfstandigen; 2. Onderzoeken van de mogelijkheid om de afdeling Metaal af te stoten; 3. Onderzoek te doen naar de lange en middellange termijnpositie van het onroerend goed van Reestmond; 4. te bezien in hoeverre Reestmond faciliteiten wil/kan bieden waarbij producten kunnen worden ingekocht.

Afhankelijk van de uitkomst van de gestelde vragen en de keuzes die het bestuur van Reestmond zal maken  kan het bedrijf fundamenteel van karakter veranderen.

Daarnaast heeft de raad van de gemeente De Wolden besloten om met ingang van 1 januari 2018 uit de Gemeenschappelijke Regeling Reestmond te treden. Medio 2017 zal duidelijk zijn onder welke condities deze uittreding plaats gaat vinden  en onder welke condities de drie overgebleven partijen hun samenwerking willen vervolgen.

Beide ontwikkelingen zullen gevolgen hebben voor de financiële toekomst van Reestmond; pas in de loop van 2017 zal hierover definitieve duidelijkheid ontstaan.

Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie  (BVO) Jeugdzorg IJsselland te Zwolle
Bestuurlijk belang

11 gemeenten nemen deel in deze nieuwe vorm van een GR, waar geen sprake is van een algemeen bestuur;  alleen van een dagelijks bestuur. In dit dagelijks bestuur is Staphorst vertegenwoordigd door wethouder B. Jaspers Faijer.

Financieel belang gemeente

Het financieel belang komt tot uiting in de jaarlijkse bijdrage.

Voor 2015, die verwerkt is in het jaar 2016, bedroeg de bijdrage  € 26.407 exclusief budget voor de zorgkosten (doorbetaling kosten jeugdzorg aan de bvo, die zorg draagt voor facturatie enz. enz.).

Voor 2016 is als voorschot betaald: € 24.964.
Openbaar belang/ doelstelling

Uitvoering jeugdzorg door samenwerking op het gebied van jeugdhulp. 

De kerntaken bestaan uit inkoop van de  jeugdhulp en contractbeheer/contractmanagement, bevoorschotten en afhandelen facturatie en het leveren van financiële managementgegevens.   
Financiële kengetallen 
(x €1.000)
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 0 2015:  0
Vreemd vermogen 11.334 2015:  12.082
Resultaat 2015: 0 2015:  0
Risico's

Door de deelnemende gemeenten  wordt 85% van het ontvangen  rijksbudget voor Jeugdhulp doorbetaald aan de BVO, die zorgdraagt voor het volledige facturatieproces Jeugdhulp. Eventuele tekorten komen voor rekening van de deelnemende gemeenten. Hiervoor is een vereveningsovereenkomst opgesteld (betaling naar rato deelname)

In hoeverre de huidige budgetten toereikend zijn is onduidelijk. De invoering van het objectief verdeelmodel heeft ook gevolgen voor de BVO.
Beleidsvoornemens, veranderingen

Deze gemeenschappelijke regeling is vooralsnog voor 2 jaar opgericht ( 2015 en 2016).

In 2016 is  het besluit door de deelnemende gemeenten genomen om de samenwerking in deze vorm door te zetten voor het jaar 2017.. 

2017 lijkt een jaar te worden met veel wijzigingen ten opzichte van de twee voorgaande jaren met onder andere nieuwe contracten, nieuw vastgesteld beleid, met gevolgen voor ontwikkelingen inregelen van automatisering voor de GR.

Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJsselland te Zwolle
Bestuurlijk belang

11 gemeenten en provincie Overijssel nemen deel in deze GR.
De oprichting vond plaats op 22 december 2016.  Ingangsdatum 1 januari 2018.
In het  algemeen bestuur is Staphorst vertegenwoordigd door wethouder B. Krale.

Financieel belang gemeente

Het financieel belang komt tot uiting in de jaarlijkse bijdrage.

Voor 2018  moet doet nog worden bepaald.
Openbaar belang/ doelstelling

Gemeenten en provincie hebben een openbaar lichaam (GR) voor het basistakenpakket + (milieu) op gericht.

Het hoofddoel is dat met ingang van 1 januari 2018  een slagvaardig en robuuste OD ontstaat waarin kwaliteit, lokale kennis, bestuurlijke sensitiviteit en lage kosten hand in hand gaan. Tegelijkertijd dienen lokale milieutaken, zoals advisering bij ruimtelijke ontwikkeling of het faciliteren van bedrijven die zich in Staphorst  willen vestigen, geen nadelige effecten te ondervinden van het onderbrengen van werkzaamheden in de OD.
Financiële kengetallen 
(x €1.000)
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 0 n.n.b.
Vreemd vermogen 12.082 n.n.b.
Resultaat 0 n.n.b.
Risico's De exacte financiële consequenties worden pas duidelijk als de huisvesting, het organisatie- en formatieplan in detail is ingevuld. De verwachting is echter dat de netto-kosten voor de individuele gemeenten in de eerste jaren hoger zullen zijn dat de momenteel beschikbare budgetten in de gemeentebegroting, zeker gezien het volgens de OD benodigde ontwikkelbudget van € 900.000. Het complete financiële plaatje zal in de eerste helft van 2017 duidelijk worden.  In de begroting 2018 is hiervoor € 120.000 gereserveerd.
Beleidsvoornemens, veranderingen Het jaar 2017 wordt gebruikt om de Omgevingsdienst in te richten.


2. VENNOOTSCHAPPEN EN COÖPERATIES

Vennootschap NV BNG te Den Haag
Bestuurlijk belang

via stemrecht op aandelen: 0,054%, portefeuillehouder: wethouder S.  de Jong

Financieel belang gemeente 30.030 aandelen; een stem per aandeel van EUR 2,50.  Totale waarde € 75.075
Openbaar belang/ doelstelling

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Toelichting:
Het eigenaarschap van gemeenten, provincies en de Staat, alsmede het door de statuten beperkte werkterrein van de bank, bieden financiers het vertrouwen dat het risico van kredietverlening aan dit instituut zeer beperkt is. BNG Bank bundelt de uiteenlopende vraag van klanten tot een beroep op de financiële markten dat aansluit op de behoefte van beleggers wat betreft volume, liquiditeit en looptijd. Door de combinatie van beide elementen heeft de bank een uitstekende toegang tot financieringsmiddelen tegen zeer scherpe prijzen, die weer worden doorgegeven aan decentrale overheden en aan instellingen voor het maatschappelijk belang. Dat leidt voor de burger uiteindelijk tot lagere kosten voor tal van voorzieningen.

De aandeelhouders hebben zeggenschap in BNG Bank via het stemrecht op de aandelen die zij bezitten.

 Financiële kengetallen 
(x €1.000)

BNG Bank emitteert leningen, die beursgenoteerd zijn. Om die reden is BNG Bank gehouden aan de regels die de Autoriteit Financiële Markten stelt aan het verstrekken van mogelijk koersgevoelige informatie. Het verstrekken van cijfers en verwachtingen over eigen vermogen en netto resultaat valt daar uitdrukkelijk onder. BNG Bank gaat pas tot publicatie van de gerealiseerde resultaten over na behandeling van de door de externe accountant goedgekeurde jaarrekening en het voorstel tot winstuitkering door de Raad van Commissarissen. Gegeven de complexiteit van de boekhoudkundige regelgeving die voor het bankwezen geldt en de omvang van de balans van BNG Bank, kunnen de definitieve gegevens over het jaar 2016 in de loop van 2017  beschikbaar worden gesteld.  De laatst bekende financiële kengetallen zijn:

Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 4.163 4.486
Vreemd vermogen 145.317 149.483
Resultaat 2015: 226 milj. dividend per aandeel 1,02 (2014+ € 0.57) 2016: 369 milj.
Dividend (x €1) 2015: 30.630 2016: 30.630
Op 13 maart 2017 publiceert BNG Bank haar financiële resultaten over 2016. De jaarrekening en het jaarverslag over 2016 worden vastgesteld op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van donderdag 20 april en gepubliceerd op vrijdag 21 april. Gezien de aanhoudende onzekerheden acht de bank het niet verantwoord een uitspraak te doen over de verwachte nettowinst 2017.
Risico's

Beperkt, tot deelname in het aandelenkapitaal. Het eigenaarschap van gemeenten, provincies en de Staat, alsmede het door de statuten beperkte werkterrein van de bank, bieden financiers het vertrouwen dat het risico van kredietverlening aan dit instituut zeer beperkt is.

Besluit begroting en verantwoording: verbonden partijen - BNG Bank
 
Het resultaat financiële transacties zal ook in de nabije toekomst gevoelig blijven voor politieke, economische en monetaire ontwikkelingen.
Beleidsvoornemens, veranderingen Besluit begroting en verantwoording: verbonden partijen - BNG Bank

Gelet op de wijze waarop BNG Bank het openbaar belang behartigt ,ziet de gem. Staphorst het aandelenbezit in BNG Bank als een duurzame belegging.

Gedurende het begrotingsjaar hebben zich geen veranderingen voorgedaan in de belangen van aandeelhouders in BNG Bank. (Hierbij is het gevolg van een eventuele gemeentelijke samenvoeging buiten beschouwing gelaten.)

Vennootschap NV Rendo Holding te Meppel
Bestuurlijk belang

via stemrecht op aandelen: 4,3%, portefeuillehouder: wethouder S. de Jong

Financieel belang gemeente 43 aandelen ad € 453,77 (fl. 1.000), totale waarde € 19.512. Er is besloten voor de periode 2014-2017 tot een dividenduitkering van € 7.5 milj per jaar. Voor Staphorst betekent dit € 322.500. Gezien alle onzekerheden kan er geen sprake zijn van dividendgarantie.
Openbaar belang/ doelstelling

Zorg dragen voor betrouwbaar, veilig, kwalitatief hoogwaardig, betaalbaar  netbeheer en  adequate distributie van gas.

Actief zijn bij de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van duurzaam gebruik van energie en de transitie naar een duurzame energievoorziening.
 Financiële kengetallen 
(x €1.000)
 
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 61.015 n.n.b.
Vreemd vermogen 71.970 n.n.b.
Resultaat 2015: 11.014 2016:  n.n.b.
Dividend (x €1) 2015: 325.000 2016: n.n.b.
 
Risico's

Risico’s:
Beperkt, tot deelname aandelenkapitaal.
Nasleep van  de fraude in 2014. De totale schade als gevolg van fraude behelst ruim € 38 miljoen.
RENDO probeert de komende jaren zoveel mogelijk van de geleden schade terug te halen.

Ontwikkelingen:
RENDO brengt haar activiteiten zoveel mogelijk terug naar haar werkgebied van haar aandeelhoudende gemeenten. Voor de SGI centrale in Steenwijk is een meerjarig (12 jaar) huurcontract (Noors Energiebedrijf) met het recht op tussentijdse koop afgesloten.    

N.V. RENDO opereert in een gereguleerde markt, onder toezicht van de Autoriteit Consumenten & Markt (ACM). Elke drie jaar stelt de ACM de maximale tarieven vast. In die periode gaan de gereguleerde tarieven in 3 stappen omlaag als gevolg van lager ingeschatte kapitaalskosten (WACC). Dit is een stimulans voor RENDO om te komen tot kostenbesparing, en zo toch de aandeelhouders een redelijk rendement te kunnen bieden.
Beleidsvoornemens, veranderingen

Voor de periode 2014 – 2017 is besloten tot een dividenduitkering van € 7,5 milj. per jaar. Doel: solvabiliteitspercentage op 45% te stellen.  

Eind 2015 heeft RENDO haar strategie voor de periode 2016 – 2020 bepaald. Naast het transport van gas, elektriciteit en warmte, richt Rendo  zich op het vervoer van data. . Belangrijk aandachtspunt is dat RENDO – glasvezel dan ook een volwaardig nieuw onderdeel binnen RENDO wordt.   
Vennootschap N.V. Rova te Zwolle
Bestuurlijk belang

via stemrecht op aandelen: 3,09%
portefeuillehouders wethouders B. Krale ( uitvoering) en S. de Jong (fin)

Financieel belang gemeente

1. 217 aandelen, nominaal € 113,45 totale waarde € 24.618.

2.  Achtergestelde lening van: € 378.903. Rentevergoeding: 8%.
Openbaar belang/ doelstelling

ROVA heeft zich ontwikkeld tot een duurzaam dienstenbedrijf dat Duurzame ontwikkeling begint bij het besef dat we een verantwoordelijkheid dragen naar toekomstige generaties en dat we zuinig moeten zijn op de schaarse grondstoffen die we elke dag verbruiken. ROVA streeft bij het beheren van de leefomgeving voortdurend naar optimalisatie langs vier thema’s:

Milieu: Onze missie is om zorg te dragen voor een schone en duurzame leefomgeving voor de inwoners van onze aandeelhoudende gemeenten. In die duurzame leefomgeving voelen mensen zich prettig, omdat ze er gezond kunnen wonen, werken en recreëren. In die leefomgeving is het niet meer vanzelfsprekend dat waardevolle grondstoffen worden verspild door ze eenmalig te gebruiken en op een laagwaardige manier te verwijderen.

Service: Als uitvoeringsorganisatie van en voor gemeenten hebben wij een maximale focus op de dienstverlening aan de inwoners van onze gemeenten. Klantgerichtheid vertaalt zich in tevredenheid over onze dienstverlening. Wij investeren ook in voorlichting en educatie om inwoners bewust te maken van het effect van hun handelen op het milieu.

Sociaal: De inzet, kennis en kunde van onze medewerkers vormen de basis voor ons succes. Onze medewerkers zijn daarom van grote waarde voor onze organisatie.

Ons beleid is vanzelfsprekend gericht op de duurzame inzetbaarheid en beschikbaarheid van medewerkers. Daarbij geven wij invulling aan onze maatschappelijke verantwoordelijkheid door ook werkgelegenheid te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Financieel: ROVA heeft haar doelstellingen op gebied van milieu altijd weten te combineren met een gezond financieel resultaat. De afgelopen jaren is een gestage omzetgroei gerealiseerd. Omzetstijging en financieel resultaat zijn echter geen leidende doelen. Het streven is om de beheerkosten voor de gemeenten zoveel mogelijk te beperken.

 Financiële kengetallen 
(x €1.000)
 
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 25.785  28.886
Vreemd vermogen 56.127 57.368
Resultaat 2015: 6,8 milj. 2016:  9,1 milj.
Dividend (x €1) 2015: 105.000 2016:  161.000  (afger.)
 
Risico's

Beperkt, tot:
1. Deelname aandelenkapitaal.
Met ingang van 01-01-2010 heeft uitbreiding plaatsgevonden van het aandelenkapitaal met 24 aandelen tot 217 aandelen met een totaalwaarde ad € 24.618 (fl. 250 p/st.)

2. Verstrekte achtergestelde lening ad € 379.000 (afgerond).
In 2001 hebben de deelnemende gemeenten en de Regio (GGD IJsselland) met de  ROVA een  achtergestelde lening gesloten. Omdat de Regio geen afvaltaken meer had is in 2009 door de AvA besloten dat leningbedrag van de Regio pro rato te verdelen over de oorspronkelijk deelnemende gemeenten. In het geval van faillissement van de ROVA worden de gemeenten achtergesteld: de achtergestelde gemeenten komen in de volgorde van schuldeisers dus achter de concurrente (dat wil zeggen gewone) schuldeisers, en heeft slechts voorrang ten opzichte van de aandeelhouders.

Beleidsvoornemens, veranderingen

In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 30 november 2015 is het strategisch beleidskader voor de periode 2016-2020 vastgesteld. Bij de vaststelling daarvan is gekeken naar de aansluiting op de strategische ontwikkelvisie (actualisatie december 2012) en zijn vervolgens de ontwikkelthema’s voor de komende jaren scherp gesteld.

SPEERPUNTEN BEGROTING 2015 – 2017

  1. Van afval naar grondstof
    Rova streeft  er naar dat alle ROVA-gemeenten in 2020 de landelijke afvaldoelstellingen hebben gerealiseerd. Voor gemeenten waarbij  doelen al binnen bereik of zelfs al gehaald. Met die gemeenten wordt verder gewerkt  aan het behalen van het volgende doel, namelijk een 100% circulaire economie. Voor ingezamelde grondstoffen wordt gezocht naar toepassingen die er voor zorgen dat grondstoffen zo lang mogelijk in de keten blijven.
  1. Beheer openbare ruimte
    ROVA streeft naar doorontwikkeling van kennis op het gebied van beheer en onderhoud openbare ruimte en wil de samenwerking op dit domein met meerdere ROVA-gemeenten uitbreiden.
  1. Excellente uitvoering
    Voor de ROVA-organisatie geldt onverminderd de opgave van ‘excellente uitvoering’. Dat wil zeggen om het werk steeds beter en efficiënter te doen.
Vennootschap N.V. Vitens te Zwolle
Bestuurlijk belang

Via stemrecht op aandelen: 0,32%. Het aantal aandelen is toegenomen in 2011 tot 5.777.247 door uitgifte nieuwe aandelen en toetreding van de Provincie Friesland.

Portefeuillehouder: burgemeester Th. Segers.

Financieel belang gemeente

De aandelen van Vitens zijn voor 100 procent in handen van provincies en gemeenten. Vitens kent 110 aandeelhouders, die gezamenlijk 5.777.247 aandelen bezitten.

Staphorst bezit 18.531 aandelen  ad € 1. Totale waarde: € 18.531.  Stemrecht op aandelen: 0,321 %.

Tevens heeft de gemeente Staphorst een achtergestelde lening  met een oorspronkelijk bedrag ad

€ 1.217.900 ( ontstaan 2006 door omzetting preferente aandelen) en een looptijd van 15 jaar . Rentevergoeding: o.b.v. 10 jarige geldlening +1%. Restant hoofdsom eind 2016 €405.960 tegen een percentage van 4,7%.
Openbaar belang/ doelstelling Het produceren, distribueren en leveren van drinkwater aan onze klanten en de daarbij horende dienstverlening.
 Financiële kengetallen 
(x €1 milj.)
 
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen     471.7 489.1
Vreemd vermogen  1.244.1 1.249,2
Resultaat voor belastingen 2015:  55,4 2016:  48,5
 Dividend: (€1) 2015: 70.974 2016:  62.265
 
Risico's

Beperkt tot  deelname aandelenkapitaal en verstrekte achtergestelde lening oorspronkelijk € 1.217.900 (ontstaan  in 2006) met een looptijd van 15 jaar (t/m 2021). Rentevergoeding:  o.b.v. 10 jarige staatslening + 1%.

Beleidsvoornemens, veranderingen

Nieuw voorgesteld financieel beleid 2017 - 2020

Voor Vitens is de continuïteitsdoelstelling (solvabiliteit) de eerste prioriteit.
De komende jaren ziet Vitens dat zij zullen moeten investeren in de ondergrond (leidingen e.d.). Hoe en in welke mate is nog onbekend, maar het zal betekenen dat er vreemd vermogen aangetrokken moet worden. Vitens wil om die reden nu al haar financiële positie versterken om die investeringen te kunnen doen. Om die reden wordt voorgesteld om de solvabiliteitsdoelstelling te verhogen van 25% naar 30%.
De tarieven zullen de komende jaren meer fluctueren.

Een te hoog nettoresultaat zal via de tarieven weer moeten terugvloeien naar de klant.  Om die reden wordt in het nieuwe financieel beleid voorgesteld om het doel van ‘gelijkmatige tarieven’ los te laten.
Het beleid wat betreft dividend blijft ongewijzigd.

Dit heeft echter wel gevolgen voor de dividenduitkering . De beperking van de WACC betekent een beperking van het nettoresultaat en daarmee een beperking van het uit te keren dividend. De komende jaren zal de dividenduitkering voor de aandeelhouders daarom sterk dalen.

Voor boekjaar 2018 is de verwachting dat het dividend verder zal dalen door de verlaging van de WACC en de gerealiseerde overwinst (t.o.v. toegestane WACC) in 2016, ondanks een verlaging van de drinkwatertarieven in 2016. Het teveel behaalde resultaat van circa € 13 miljoen over boekjaar 2016 zal Vitens verwerken in de tarieven van 2018. De verwachte verlaging van de WACC en de overwinst in 2016 hebben beide een drukkend effect op het verwachte resultaat 2018. De verwachting is dat het resultaat voor 2018 zal dalen naar circa € 10 miljoen. Bij een uitkeringspercentage van 40% betekent dit een dividend over het boekjaar 2018 van circa € 4 miljoen.

In overzicht voor onze gemeente:

Jaar Aandelen Dividend Ontvangst
2015 18.531 € 3,83      werkelijk € 70.974
2016 18.531 € 3,36      werkelijk €  62.635
2017 18.531 € 2,46     o.b.v. fin. jaarplan 2016 €  45.586
2018 18.531 € 2,01     o.b.v. fin. jaarplan 2016 €  37.247
2019 18.531 € 1,88     raming €  34.838

N.B.:  In de jaarrekening 2016 worden als nieuwe cijfers genoemd: 2017: € 2,24 en 2018: € 0,69 per aandeel.
Voor wat betreft het dividend over 2018 kan in 2019 een besluit door de aandeelhouders worden genomen om een hoger percentage van de winst uit te keren aan de aandeelhouders om zo de forse teruggang op te vangen.

Vennootschap Enexis Holding N.V.
Bestuurlijk belang

Via stemrecht op aandelen: 0,0216% Portefeuillehouder: burgemeester Th. Segers

Financieel belang gemeente

32.331 aandelen met een balanswaarde van € 14.671. Deze zijn in 2016 gewaardeerd op € 31,86 per stuk.

Waardering in 2015:  € 31,17 per stuk
Idem 2014:                   € 30,76 per stuk

Op 29 december 2016 heeft de gemeente Staphorst de aflossing van de EDON lening omgezet in aankoop 1.448 aandelen Enexis Holding.  Totaal aandelen: 33.779.        
Openbaar belang/ doelstelling

Altijd en overal in het voorzieningengebied van Enexis kunnen beschikken over stroom en gas, tegen aanvaardbare aansluit- en transporttarieven. 

Enexis beheert het energienetwerk in Noord-, Oost- en Zuid-Nederland voor de aansluiting van ongeveer 2,7 miljoen huishoudens, bedrijven en overheden. De netbeheerderstaak is een publiek belang, wettelijk geregeld met o.a. toezicht vanuit de Autoriteit Consument en Markt.

Samenwerken met andere organisaties aan duurzame en verantwoorde energie.
 Financiële kengetallen 
(x €1.000)
 
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 3.607 3.704
Vreemd vermogen 2.591 2.608
Resultaat 2015: 223,1 milj.
2016:   207 milj.
Dividend (x €1) 2015: 28.700 2016: 23.308
 
Risico's

Beperkt tot deelname aandelenkapitaal.

Beleidsvoornemens, veranderingen

Netwerkbedrijven Enexis en Alliander hebben een koop- en verkoopovereenkomst ondertekend voor de ruil van regionale netwerken. Deze ruil betreft de energienetwerken van Enexis in Friesland en de Noordoostpolder en die van Alliander in de regio Eindhoven en zuidoost Brabant (Endinet) per 1 januari 2016.

Na een boekenonderzoek en afstemming met de medezeggenschap is de transactie voorgelegd aan de aandeelhouders van beide bedrijven..

Door elektriciteits- en gasnetten in deze gebieden in één hand te brengen, ontstaat een situatie die duidelijk is voor klanten en een efficiëntere werkwijze mogelijk maakt. De uit te ruilen netwerken sluiten bovendien uitstekend aan bij de bestaande distributienetwerken van beide partijen. Bij Enexis gaat het om 51.000 elektriciteits- en 196.000 gasaansluitingen in Friesland en 28.000 elektriciteits- en 27.000 gasaansluitingen in de Noordoostpolder. Bij Alliander gaat het om het Endinetgebied, respectievelijk 108.000 elektriciteits- en 398.000 gasaansluitingen. De ruil past binnen het beleid van de overheid om het werkterrein van de netbeheerders langs provinciale grenzen te organiseren. 

In april 2017 wenst Enexis, in de Aandeelhouders Vergadering, haar nieuwe strategie vast te stellen. Deze is in goede samenwerking met de stakeholders, waaronder de aandeelhouders, voorbereid. Vanwege de vaststelling van de nieuwe strategie behoeft Enexis op het gebied van beleid begin 2017 extra aandacht.

Vennootschap Wadinko B.V. te Zwolle
Bestuurlijk belang

Via stemrecht op aandelen, 1,67%, portefeuillehouder burgemeester Th. Segers

Financieel belang gemeente 40 aandelen, geen balanswaarde      
Openbaar belang/ doelstelling Het stimuleren van bedrijvigheid en werkgelegenheid in het werkgebied met risicodragend kapitaal, kennis, managementondersteuning en netwerken. Dit door deel te nemen in ondernemingen en vennootschappen met name die tot doel hebben het stimuleren van en het deelnemen in ontwikkelingen en projecten op het gebied van kunststoffen en milieutechnieken.
 Financiële kengetallen 
(x €1.000)
 
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 65.3 n.n.b.
Vreemd vermogen 1.5 n.n.b.
Resultaat 2015:   6.0 milj.
2016:  n.n.b.
Dividend (x €1) 2015: 20 2016: 20
 
Risico's

Het eigen vermogen van Wadinko op basis van deelname = 1,67%

Inherent aan haar doelstellingen loopt Wadinko risico’s. Door de interne maatregelen, met betrekking tot risicobeheersing, zoals beschreven vin de jaarrekening, zijn de risico’s voor de aandeelhouders beperkt,

Beleidsvoornemens, veranderingen

In de aandeelhoudersvergadering van 05 juni jl is het beleid voor de jaren 206-2020 goedgekeurd. Het huidige beleid zal worden voortgezet met als doelstelling:

  • 5000 arbeidsplaatsen in 2021 bij Wadinko participaties
  • Gemiddeld 4% rendement op het Eigen Vermogen
CBL Vennootschap B.V. te 's Hertogenbosch
Bestuurlijk belang

Via stemrecht op aandelen 0,0216%, Portefeuillehouder  burgemeester Th. Segers.

Financieel belang gemeente 432 aandelen , 0.0216% van het gestort aandelen kapitaal ad € 20.000 = € 4,32      
Openbaar belang/ doelstelling

Afhandeling van alle rechten en plichten die zijn voortgekomen uit de verkoop van Essent.

De functie van deze vennootschap is de verkopende aandeelhouders van energiebedrijf Essent (“Verkopende Aandeelhouders”) te vertegenwoordigen als medebeheerder (naast RWE, Essent en Enexis) van het CBL Escrow Fonds en te fungeren als "doorgeefluik" voor betalingen in en uit het CBL Escrow Fonds.

Voor zover na beëindiging van alle CBL’s (CBL: Cross Border Leases) en de betaling uit het CBL Escrow Fonds van de daarmee corresponderende voortijdige beëindigingvergoedingen nog geld overblijft in het CBL Escrow Fonds, wordt het resterende bedrag in de verhouding 50%-50% verdeeld tussen RWE en verkopende aandeelhouders.

 Financiële kengetallen  (x $)  
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 9.5 0,83
Vreemd vermogen 445 155
Resultaat 2015:  350 (negatief)
2016: 270 (negatief) - schatting
 
Risico's

Met de liquidatie van het CBL Escrow Fonds is alleen nog sprake van een risico en daarmee aansprakelijkheid voor de Verkopende Aandeelhouders ter hoogte van het bedrag dat wordt aangehouden in de vennootschap. ($ 1 mln.)

Daarnaast is het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de Verkopende Aandeelhouders relatief gering en beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (totaalbedrag € 20.000), art 2.:81 BW.
Beleidsvoornemens, veranderingen

Het initieel vermogen in het CBL Escrow Fonds was bij de oprichting van het fonds in 2009, $ 275 mln.

Eind juni 2016 is het CBL Escrow Fonds geliquideerd. Het restantbedrag afgerond $ 19,1 mln. is door JP Morgan in de verhouding 50%-50% uitbetaald aan RWE en aan de vennootschap.

Het restant bedrag is onder inhouding van $ 1 mln. en 15% dividendbelasting naar rato van het belang in CBL Vennootschap B.V. uitbetaald aan de aandeelhouders.

Er is een bedrag van $ 1 mln. aangehouden voor eventuele nakomende advies- en afwikkelingskosten. De verwachting is dat dit bedrag medio 2017 nog grotendeels vrij zal kunnen vallen en uitgekeerd kan worden aan de aandeelhouders.

Ondanks dat het escrow-fonds in juni 2016 is uitbetaald en geliquideerd, dient de vennootschap nog in stand gehouden te worden tot en met 2019. De reden hiervoor is dat de vennootschap partij is in een aantal juridische overeenkomsten die bij de verkoop van Essent aan RWE zijn afgesloten.

Vennootschap Vordering op Enexis B.V. te 's Hertogenbosch
Bestuurlijk belang

Via stemrecht op aandelen 0,0216%, Portefeuillehouder  burgemeester Th. Segers.

Financieel belang gemeente

432 aandelen: 0,0216% van nominaal aandelenkapitaal ad € 20.000 = € 4,32. Daarnaast is er sprake van een aandeelhouderslening van 4 tranches, totaal € 1.8 miljard (voor Staphorst  0,0216% = € 388.795).

Op 29 december 2016 is  de EDON lening van de gemeente Staphorst omgezet  in aankoop   aandelen Enexis Holding. N.V.  Daarnaast zijn 19 pro rato aandelen “vordering op Enexis” ontvangen.  Totaal aandelen: 451. 

In kader van dezelfde overdracht is pro rato in 2016 “om niet” ontvangen een deel van de Back-to-back-lening tranche D (nominaal) € 3.386.      
Openbaar belang/ doelstelling

Afhandeling van alle rechten en plichten die zijn voortgekomen uit de verkoop van Essent. (namens de verkopende aandeelhouders van Essent)

Als gevolg van de invoering van de Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON) in Nederland werd Essent per 30 juni 2009 gesplitst in een netwerkbedrijf (later Enexis) enerzijds en een productie- en leveringsbedrijf (het deel dat verkocht is aan RWE) anderzijds. Essent heeft eind 2007 een herstructurering doorgevoerd waarbij de economische eigendom van de gas- en elektriciteitsnetten binnen de Essent-groep zijn verkocht en overgedragen aan Enexis tegen de geschatte fair market value. Omdat Enexis destijds over onvoldoende contante middelen beschikte om de koopprijs hiervoor te betalen is deze omgezet in een lening van Essent. In de Wet Onafhankelijk Netbeheer was opgenomen dat er na splitsing geen financiële kruisverbanden mochten bestaan. Omdat het op dat moment niet mogelijk was om de lening extern te financieren is besloten de lening over te dragen aan de verkopende aandeelhouders van Essent.

Op het moment van overdracht bedroeg de vordering € 1,8 miljard. De vordering is vastgelegd in een leningovereenkomst bestaande uit vier tranches:

  • 1e tranche A: EUR 450 mln., looptijd 3 jaar, rente 3,27% -  in 2012 geheel vervroegd afgelost.
  • 2e tranche B: EUR 500 mln., looptijd 5 jaar, rente 4,1%    -  in 2013 geheel vervroegd afgelost.
  • 3e tranche C: EUR 500 mln., looptijd 7 jaar, rente 4,65% -  in 2016 geheel vervroegd afgelost.
  • 4e tranche D: EUR 350 mln., looptijd 10 jaar, rente 7,2% - voor Staphorst € 75.599 + € 3.386.

Op basis van de aanwijzing van de Minister van Economische Zaken is de 4e tranche van € 350 miljoen geoormerkt als mogelijke toekomstige conversie naar het eigen vermogen.

Op 30 september 2017 zal de jaarlijkse rente over deze tranche aan de aandeelhouders worden uitgekeerd.

 Financiële kengetallen 
(x €1 milj.))
 
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 850 350
Vreemd vermogen 12,2  6,3
Resultaat 2015: negatief 22.2
2016: negatief 16,9 - schatting
 
Risico's

De aandeelhouders lopen zeer beheerst geachte risico’s op Enexis voor de niet-tijdige betaling van rente en/of aflossing en, in het ergste geval, faillissement van Enexis.

Daarnaast is het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders relatief gering en beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (ongeveer € 20.000), art 2.:81 BW.
Beleidsvoornemens, veranderingen Eind december 2016 resteert nog de lening van de 4e tranche. De 4e tranche mag niet vervroegd worden afgelost. Afhankelijk van het resultaat van een aantal financiële ratio’s zou de 4e tranche eventueel geconverteerd kunnen worden in eigen vermogen.
Verkoop Vennootschap B.V. te 's Hertogenbosch
Bestuurlijk belang

Via stemrecht op aandelen 0,0216%, Portefeuillehouder  burgemeester Th. Segers.

Financieel belang gemeente 432 aandelen: 0,0216% van gestort aandelenkapitaal ad € 20.000 = € 4,32. Deel wat gestort is van de verkoopopbrengst als garantie-verzekering (Escrow): 0,0216% van € 800 milj. = € 172.798. Hiervan is in 2011 een deel uitbetaald ( Staphorst  ruim € 77.000). Resteert nog een garantieverzekering van ruim € 400 milj, deel Staphorst € 86.000.     
Openbaar belang/ doelstelling

Afhandeling van alle rechten en plichten die zijn voortgekomen uit de verkoop van Essent. (namens de verkopende aandeelhouders Essent)

In het kader van de verkoop van Essent aan RWE hebben de verkopende aandeelhouders een aantal garanties en vrijwaringen gegeven aan RWE. Het merendeel van deze garanties en vrijwaringen is door de verkopende aandeelhouders overgedragen aan Verkoop Vennootschap. Ter verzekering van de betaling van eventuele schadeclaims heeft RWE bedongen dat een deel van de verkoopopbrengst door de verkopende aandeelhouders gedurende een bepaalde tijd in het General Escrow Fonds wordt aangehouden. Buiten het bedrag dat in het General Escrow Fonds zal worden gehouden, zijn de verkopende aandeelhouders niet aansprakelijk voor inbreuken op garanties en vrijwaringen.

Daarmee is de functie van Verkoop Vennootschap B.V. dus tweeërlei:

  • namens de verkopende aandeelhouders eventuele garantieclaim procedures voeren tegen RWE;
  • het geven van instructies aan de escrow agent wat betreft het beheer van het bedrag dat in het General Escrow Fonds is gestort. Het General Escrow Fonds wordt belegd conform de FIDO/RUDDO-regels, die gelden voor decentrale overheden.

Het vermogen in het General Escrow Fonds was bij de oprichting van het fonds in 2009,  EUR 800 mln. In april 2011 is het eerste deel van de General Escrow minus gemelde claims door RWE vrijgevallen en aan de aanhouders uitgekeerd. Eind juni 2016 zijn RWE en Verkoop Vennootschap BV tot een compromis gekomen voor de afwikkeling van alle (fiscale) claims, te weten EUR 29.768.308. Het restbedrag in het General Escrow Fonds van EUR 83.090.962,93 is door JP Morgan uitbetaald aan Verkoop Vennootschap BV.  Opbrengst voor Staphorst: € 18.042.

 Financiële kengetallen 
(x €1 milj.)
 
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 84.8 1.4
Vreemd vermogen  30.1 €  2.000
Resultaat  (x € 1) 2015: 48.9 milj.
2016: €  430.000 neg. - schatting
 
Risico's Het financiële risico is na de liquidatie van het General Escrow Fonds relatief gering en beperkt tot de hoogte van het werkkapitaal en het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (totaalbedrag € 20.000), art. 2:81 BW.
Beleidsvoornemens, veranderingen

Eind juni 2016 is het General Escrow Fonds geliquideerd.

De vennootschap zal pas in 2019 kunnen worden geliquideerd omdat zij partij is een aantal andere juridische overeenkomsten die bij de verkoop van Essent aan RWE zijn afgesloten.
CSV Amsterdam B.V. (voorheen Claim staat Vennootschap B.V.) te 's Hertogenbosch
Bestuurlijk belang

Via stemrecht op aandelen 0,0216%, Portefeuillehouder  burgemeester Th. Segers.

Financieel belang gemeente 432 aandelen: 0,0216% van gestort aandelenkapitaal ad € 20.000 = € 4,32.      
Openbaar belang/ doelstelling

Afhandeling van alle rechten en plichten die zijn voortgekomen uit de verkoop van Essent en Attero. (namens de verkopende aandeelhouders van Essent en Attero)

Op 9 mei 2014 is de naam van Claim Staat Vennootschap B.V. gewijzigd in CSV Amsterdam B.V.

De nieuwe organisatie vervult drie doelstellingen:

  • namens de verkopende aandeelhouders van Essent een eventuele schadeclaimprocedure voeren tegen de Staat als gevolg van de WON;
  • namens de verkopende aandeelhouders eventuele garantieclaim procedures voeren tegen RECYCLECO  B.V. (“Waterland”);
  • het geven van instructies aan de escrow-agent wat betreft het beheer van het bedrag dat op de escrow-rekening n.a.v. verkoop Attero is gestort.
 Financiële kengetallen 
(x €1.000)
 
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 42 negatief
3,2 mln.
Vreemd vermogen 50 162
Resultaat 2015: negatief  51
2016: € 3,3 mln. - schatting
 
Risico's

Het financiële risico is beperkt tot eventuele claims van Waterland als gevolg van garanties en vrijwaringen die door de verkopende aandeelhouders zijn afgegeven en tot het maximale bedrag (EUR 13,5 mln.)  op de escrow-rekening.

Daarnaast is het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders relatief gering en beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (ongeveer € 20.000), art 2.:81 BW.
Beleidsvoornemens, veranderingen

De looptijd van deze vennootschap is afhankelijk van de periode dat claims worden afgewikkeld. Eventuele claims kunnen door Waterland tot 5 jaar na completion (mei 2019) worden ingediend.

Na afwikkeling van deze eventuele claims van Waterland zal de escrow-rekening kunnen worden opgeheven en het restant op deze rekening kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders.
Vennootschap PBE (publiekelijk belang elektriciteitsproductie) B.V. te 's Hertogenbosch
Bestuurlijk belang

Via stemrecht op aandelen 0,0216%, Portefeuillehouder  burgemeester Th. Segers.

Financieel belang gemeente Deze deelneming is gewaardeerd op € 1.  (nominaal aandelenkapitaal € 149.682.196)    
Openbaar belang/ doelstelling

Afhandeling van alle rechten en plichten die zijn voortgekomen uit de verkoop van Essent. (namens de verkopende aandeelhouders Essent)

Onderdeel van Essent in 2009 bij de verkoop aan RWE, was het 50% aandeel in N.V. Elektriciteits Productiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ), o.a. eigenaar van de kerncentrale in Borssele.

Het bedrijf Delta N.V. (destijds 50% aandeelhouder, nu 70% aandeelhouder) heeft de verkoop van dit bedrijfsonderdeel van Essent aan RWE in 2009 bij de rechter aangevochten. Als consequentie op deze gerechtelijke procedure is in 2009 het 50% belang van Essent in EPZ tijdelijk ondergebracht bij Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. (PBE).

In 2010 is op gezamenlijk initiatief van de aandeelhouders van PBE en de provincie Zeeland als belangrijkste aandeelhouder van Delta N.V. een bemiddelingstraject gestart om het geschil tussen partijen op te lossen.

In 2011 is dit bemiddelingstraject succesvol afgerond. Op 30 september 2011 is, 2 jaar na de verkoop van de aandelen Essent, het 50% belang in EPZ alsnog geleverd aan RWE.

PBE blijft bestaan met een beperkt takenpakket. PBE zal de zaken afwikkelen die uit de verkoop voortkomen. Daarnaast is PBE verplichtingen aangegaan in het kader van het Convenant Borging Publiek Belang Kerncentrale Borssele uit 2009. Hiermee is een termijn van 8 jaar na verkoop gemoeid.

Na een statutenwijziging in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 14 december 2011 is de inrichting van PBE aangepast naar de status van een SPV, vergelijkbaar met o.a. Verkoop Vennootschap B.V.

Conform de koopovereenkomst kon RWE tot uiterlijk 30 september 2015 potentiële claims indienen ten laste van het General Escrow Fonds (zie Verkoop Vennootschap B.V.). RWE had op 30 september 2015 geen potentiële claims ingediend m.b.t. verkoop van het 50% belang in EPZ.

Het General Escrow Fonds is in juli 2016 geliquideerd en uitgekeerd aan de aandeelhouders.

 Financiële kengetallen 
(x €1.000)
 
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 1,6 milj.
1,6 milj.
Vreemd vermogen 118 45
Resultaat 2015: negatief  18.4
2016: 65 schatting
 
Risico's

Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (totaalbedrag € 1.496.822) (art 2:81 BW).

Beleidsvoornemens, veranderingen

Ondanks dat het escrow-fonds in juli 2016 is uitbetaald en geliquideerd (zie Verkoop Vennootschap B.V.), dient de vennootschap nog in stand gehouden te worden tot en met 2019. De reden hiervoor is dat de vennootschap partij is in een aantal juridische overeenkomsten (convenanten) die bij de overdracht  van EPZ aan RWE c.q. Delta zijn afgesloten.


3. STICHTINGEN EN VERENIGINGEN

Stichting Dagelijks Beheer MCR, Rouveen
Bestuurlijk belang

Via stemrecht in dagelijks bestuur van de MCR.

Partijen:

  • Vereniging tot instandhouding van Hervormde Scholen op Gereformeerde grondslag, te Rouveen;
  • Vereniging voor Gereformeerd primair onderwijs “de Zevenster”;
  • Gemeente Staphorst.   
Financieel belang gemeente

De exploitatiebijdrage aan de stichting  voor de kosten van de sportzalen en peuterspeelzaal.
Voor het jaar 2016 is bijgedragen aan de stichting: €45.000

Openbaar belang/ doelstelling

De gemeente geeft het publieksbelang en de behartiging hiervan vorm via de privaatrechtelijke weg door:
- de wettelijke zorgplicht voor het aanbieden van een ruimte voor gymlessen;
- het  initiëren en te faciliteren van het multifunctionele karakter van de MCR vorm en inhoud te geven;
- ruimte te bieden aan het peuterspeelzaalwerk;
- de openbare bibliotheek een uitleenruimte ter beschikking te stellen.

Door deze constructie worden de beide andere gebruikers hierbij betrokken.  
 Financiële kengetallen 
(x €1.000)
 
Bedragen Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen n.b. n.n.b.
Vreemd vermogen n.b. n.n.b.
Resultaat  n.b. n.n.b.
 
Risico's

Doordat de exploitatie en beheer van de bijzondere scholen wettelijk op afstand zijn gezet, is er geen sprake van volledige betrokkenheid.  

De gemeente heeft een (gering) aandeel in deze stichting n.l. : 27%.  Basis: vloeroppervlakte.
Beleidsvoornemens, veranderingen  

Paragraaf 6 | Grondbeleid

Inleiding op de paragraaf

Algemeen
Onder grondbeleid verstaan we het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om de vastgestelde ruimtelijke, en deels ook economische doelstellingen te realiseren.

Een gemeente kan hierbij een actieve of een faciliterende rol innemen, met uiteraard diverse gradaties daar tussen in. Onder een actief grondbeleid wordt verstaan dat de gemeente zich als een marktpartij gedraagt. De gemeente koopt zelf de gronden aan, deze (zonodig) tijdelijk beheert, maakt bouwrijp en geeft vervolgens uit. Dit geeft de grootste zekerheid dat de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen daadwerkelijk worden gerealiseerd.

We spreken van een faciliterend grondbeleid als de gemeente de aankoop en exploitatie van gronden overlaat aan private partijen. Bij faciliterend grondbeleid verandert de gemeentelijke rol van initiator naar een voorwaarde scheppende en toezichthoudende rol.

De gemeente Staphorst speelde tot medio de jaren ’90 een actieve rol. Nadien dienden zich projectontwikkelaars aan als speler op de markt. Deze projectontwikkelaars hebben zich een zodanige positie verworven dat de positie van de gemeente sindsdien is veranderd. Momenteel is voor wat betreft de woningbouw in de uitbreidingsplannen in Staphorst, IJhorst en de 'Triangellocatie' in Rouveen sprake van een passieve grondpolitiek. Voor wat betreft het woongebied Rouveen-West IV, de industrieterreinen 'De Esch' en 'Bullingerslag' is sprake van een actieve grondpolitiek.

Met betrekking tot inbreidingsplannen waarbij de grond in eigendom is van particulieren is sprake van een faciliterende rol. De huidige Nota Grondbeleid (2014 – 2017) is vastgelegd in de vergadering van de raad van 18 februari 2014, waarbij het uitgangspunt een actieve rol van het grondbeleid is.

Uitvoering
Het primaat van het grondbeleid is ondergebracht bij de afdeling Ontwikkeling & Beheer. Daar worden de planologische plannen voorbereid en de gronden aangekocht; daar is ook het onderdeel Planeconomie ondergebracht. Bij de uitvoering is de afdeling  Beheer (Openbare  Werken)  betrokken. Sinds 1  januari  2003  is geen sprake meer van een zelfstandige rechtspersoon in de vorm van een Gemeentelijk Grondbedrijf. De exploitatie is ondergebracht binnen de Programmabegroting en -rekening. 

Financiële positie
De financiële positie van bestemmingsplannen kan het best beoordeeld worden op basis van de solvabiliteit. Hierbij wordt bezien hoe groot de omvang van de reserve is om eventuele tekorten te kunnen dekken.

Bedragen x €1.000 01-01-2017 01-01-2016
(na correctie)
31-12-2015 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
Geïnvesteerd vermogen 7.817 5.694 5.512 3.651 2.439 5.834
Reserve bouwgrond-exploitaties 9.678 6.978 6.978 5.728 2.799 2.727
Resteert  1.861 - 1.284 - 1.466 - 2.077 - 360 - 3.107

Het resterende bedrag inclusief de nog te maken kosten moet gedekt worden uit de verkoop van de in de grondexploitaties aanwezige gronden.

Opmerkingen:

  • De correcties zijn een gevolg van gewijzigde BBV-voorschriften per 1 januari 2016
  • De eindbalans van 2015 dient gecorrigeerd te worden met de beginbalans van 2016
  • De correcties betreffen de aanvulling met het terrein Esdoornlaan en de volgende fases van de Slagen. Deze gronden staan met ingang van 2016 op de balans als strategische   gronden.
  • De gronden op industrieterreinen De Esch 3 en Bullingerslag die niet in eigendom zijn van de gemeente worden verminderd op de boekwaarde van de desbetreffende complexen en gaan naar de vlottende activa.
  • De toename van het geïnvesteerd vermogen is hoofdzakelijk een gevolg van bouwrijp maken industrieterrein Bullingerslag.
  • De toename van de reserve bouwgrondexploitatie komt door de in 2016 gerealiseerde winsten grondexploitatie
  • Bij de vaststelling van de begroting 2017 d.d. 8 november 2016 heeft de raad besloten van deze reserve 4,1 miljoen over te hevelen naar de nieuw gevormde afschrijving investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

In exploitatie zijnde gronden

Voor het totaal van in exploitatie zijnde complexen geven wij u de volgende uitkomsten:
(dit betreft de complexen woningbouw Rouveen-West 4 en de industrieterreinen De Esch 0 en Bullingerslag)

Bedragen x €1.000 01-01-2017 01-01-2016
(na correctie)
31-12-2015 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
Boekwaarde 01-01 2.047 - 2.887 - 2.887 - 3.844 - 136 3.537
af: kosten De Esch 3 exploitatie derden   310 -        
bij: industrie Bullingerslag 3.314          
Vermeerderingen in het jaar  1.801 390 390 400 225 1.224
Winstneming  2.695 3.190 3.190 2.675 190  
Afsluiting complexen   40 40 933    
Verminderingen in het jaar  2.369 - 2.470 - 2.470 - 3.051 - 4.395 - 4.625 -
Boekwaarde per 31-12  3.394 2.047 - 1.737 - 2.887 - 3.844 - 136

 

Nog te maken kosten: (bedragen x €1.000)
Per complex 01-01-2017 01-01-2016
(na correctie)
31-12-2015 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
B.p. Rouveen-West 3 Afgesloten Afgesloten Afgesloten Afgesloten 219 230
B.p. de Baarge 6 Afgesloten Afgesloten Afgesloten Afgesloten 418 422
B.p. de Esch 2 Afgesloten Afgesloten Afgesloten Afgesloten 287 502
B.p. IJhorst-West Afgesloten Afgesloten Afgesloten 170 170 170
B.p. de Esch 3  476 835 924 1.748 2.137 5.166
B.p. Rouveen-West 4  275 813 813 1.632 1.735 2.550
B.p. Bullingerslag  526          
Totaal  1.277 1.648 1.737 3.550 4.966 9.040

 

Naar kostensoort 01-01-2017 01-01-2016
(na correctie)
31-12-2015 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
Bouwrijp etc.  1.187 1.617 1.706 3.042 4.436 7.766
Toezicht, beheer, adm + fin.  90 31 31 508 530 1.274
Totaal  1.277 1.648 1.737 3.550 4.966 9.040

 

Nog te ontvangen opbrengsten per: (bedragen x €1.000):
Per complex 01-01-2017 01-01-2016
(na correctie)
31-12-2015 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
B.p. Rouveen-West 3 Afgesloten Afgesloten Afgesloten Afgesloten 0 158
B.p. de Baarge 6 Afgesloten Afgesloten Afgesloten Afgesloten 46 116
B.p. de Esch 2 Afgesloten Afgesloten Afgesloten Afgesloten 79 79
B.p. IJhorst-West Afgesloten Afgesloten Afgesloten 142 142 142
B.p. de Esch 3  1.112 1.885 2.865 4.797 7.125 9.291
B.p. Rouveen-West 4  1.356 2.488 2.488 2.678 3.244 5.322
B.p. Bullingerslag  9.579          
Totaal  12.047 4.373 5.353 7.617 10.636 15.108

Naar opbrengstensoort 01-01-2017 01-01-2016
(na correctie)
31-12-2015 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
Woningbouw  1.356 2.488 2.488 2.678 3.244 5.480
Industriegronden  9.571 1.885 2.865 4.797 7.236 9.472
Exploitatiebijdragen Afgesloten Afgesloten Afgesloten 142 142 142
Bijdr. bouw dienstwoning 1.120 Afgesloten Afgesloten Afgesloten 14 14
Totaal  12.047 4.373 5.353 7.617 10.636 15.108

Het geraamde eindresultaat:
01-01-2017 01-01-2016
(na correctie)
31-12-2015 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013 01-01-2012
 7.370 4.746 5.352 7.264 9.797 6.484 5.231

De afname van het te verwachten resultaat per 1 januari 2016 t.o.v. 1 januari 2014 is een gevolg van winstneming in de jaren 2014 en 2015.
De toename in het geraamde resultaat per 1 januari 2016 komt door het in exploitatie genomen industrieterrein Bullingerslag.

 

Strategische gronden

 (Strategische gronden was voorheen: nog niet in exploitatie genomen gronden toekomstige bestemmingsplannen)

De strategische gronden bestaan uit:
Toekomstige woningbouw Rouveen-Zuid, Esdoornlaan Rouveen, De Slagen volgende fase en IJhorst-West 2, alsmede toekomstig industrieterrein De Esch 0.

  01-01-2017 01-01-2016
(na correctie)
31-12-2015 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
Aantal m² in eigendom zijnde gronden,
die nog niet in exploitatie zijn
 541.134 638.765 243.572 214.434 214.434 192.669
Boekwaarde van deze gronden  4.423 7.495 7.249 6.538 6.283 5.699
De gemiddelde boekwaarde per m²  8,17 11,73 29,76 30,49 29,30 29,58

Met ingang van het boekjaar 2016 is de term 'gronden nog niet in exploitatie' vervallen en zijn deze gronden overgegaan naar 'strategische gronden'.
Ook de balanspresentatie is anders. De nog niet in exploitatie genomen gronden staan t/m 2015 op de balans als 'voorraden' samen met de gronden in exploitatie.
De strategische gronden worden op de balanspost 'materiële vaste activa' verantwoord. De omzetting kan zonder afwaardering tegen boekwaarde plaatsvinden. Deze overgangsregeling heeft een looptijd van 4 jaar.
Uiterlijk 31 december 2019 moet een toets plaatsvinden op de marktwaarde van deze gronden tegen de dan geldende bestemming.

Tussentijdse winstnemingen
In 2013 is voor een bedrag van € 190.000 aan tussentijdse winst genomen van de lopende exploitatie Rouveen-West 3.
In 2014 voor een bedrag van € 2.675.000 van de lopende exploitatie De Esch 3 en in 2014 € 550.000 van de lopende exploitatie Rouveen West 4 en € 2.640.000 van de lopende exploitatie De Esch 3.

Winstneming is verplicht als aan een van volgende voorwaarden is voldaan:

  1. Het moet dan gaan om projecten, die een looptijd kennen over meerdere jaren. Tussentijdse winstneming is dan mogelijk als een deelproject is afgesloten, de winst op dat deelproject is gerealiseerd, en er geen verlies verwacht wordt op andere deelprojecten, tenzij daarvoor voldoende voorzieningen zijn getroffen;
  2. Als de negatieve boekwaarde belangrijk hoger is dan de nog te maken kosten van het betreffende complex (exclusief eventuele rentebaten).


Afsluiting complexen
Zowel de industrieterreinen De Baarge 6 als De Esch 2 en woningbouw Rouveen-West 3 zijn in 2014 afgesloten. In 2015 geldt dit voor IJhorst West 1.

Het resultaat van de in 2014 afgesloten complexen is, rekening houdend met de nog te maken kosten, € 109.000.
Van het in 2015 afgesloten complex IJhorst West 1 is € 39.000. Voordelen op grondexploitaties worden bij onze gemeente ten gunste van de reserve grondexploitatie gebracht.

Risico's / reserve
Grondbeleid gaat gepaard met (grote) financiële kansen en risico’s. Als algemene risico’s in de grondexploitatie kunnen worden genoemd:

A.     Conjunctuur- en renterisico's
Hierdoor kan vraag naar bouwgrond inzakken en renteverliezen ontstaan.
B.     Verwerving
Het niet tijdig kunnen verwerven van gronden en het stijgen van aankoopprijzen.
C.     Milieurisico's
De zogenaamde schone grond verklaring wordt niet afgegeven wegens aangetroffen milieuvervuiling bijv. bodem.
D.     Planschadeclaims
Omwonenden die zich gedupeerd voelen kunnen op grond van afdeling 6.1 Wro om een schadevergoeding vragen bij de initiatiefnemer.
E.     Gevolgen economische crisis
Stagnatie in de woningbouw en industrie en daardoor vertraging in de uitgifte van grond. 

Herziene notitie grondexploitatie commissie BBV

In maart 2016 heeft de Commissie BBV de notitie faciliterend grondbeleid gepubliceerd, waarbij voor ons van belang is dat:

  • Het startpunt van een grondexploitatie in een raadsbesluit wordt vastgesteld;
  • Grondexploitaties jaarlijks worden geactualiseerd en door de raad worden vastgesteld;
  • Projecten in principe geen langere looptijd mogen hebben dan tien jaar;
  • Alleen werkelijke rente over vreemd vermogen mag toegerekend worden;
  • Niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG’s) moeten voortaan als materiële vaste activa opgenomen worden. Uiterlijk 31-12-2019 marktwaarde bestemming;
  • Alleen toegelaten kosten mogen als vervaardigingskosten geactiveerd worden;
  • Activering van voorbereidingskosten als immateriële vaste activa mag alleen onder voorwaarden;
  • Het stellen van kaders met betrekking tot tussentijdse winstneming: na werkelijke realisatie of POC methode.

De jaarrekening wordt op basis van bovengenoemde BBV voorschriften samengesteld.

Reserve voor grondexploitatie
In de Nota Reserves en Voorzieningen 2015 is bepaald dat, gelet op het bedrijfsrisico, een reserve gebaseerd op ± 30 % van de boekwaarde van de nog niet in exploitatie genomen gronden als voldoende kan worden beschouwd:

Bedragen x €1.000 01-01-2017 01-01-2016
(na correctie)
31-12-2015 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
Reserve 9.678 6.978 6.978 5.728 2.799 2.727
Boekwaarde strategische gronden
(t/m 2015 grond niet in expl.)
 4.423 7.495 7.249 6.538 6.283 5.699
Percentage van de boekwaarde  219% 93% 96% 88% 45% 48%

De strategische gronden bestaan uit:

Toekomstige woningbouw Rouveen-Zuid, Esdoornlaan Rouveen en toekomstig industrieterrein De Esch 0.

De stand van de reserve is ruim voldoende. Hiermee wordt voldaan aan de hierboven genoemde beleidsbepaling.
Door toevoeging van toekomstige winsten zal de reserve in stand worden gehouden.

De boekwaarde is toegenomen door aankoop gronden Bullingerslag (Oosterparallelweg). Rentebijschrijving is met ingang van 2016 nier meer toegestaan.
Bij het in exploitatie nemen van Bullingerslag, De Esch 0, IJhorst-West 2 en Rouveen-Zuid neemt de waarde af.
Industrieterrein Bullingerslag wordt/is in 2016 in exploitatie genomen.

Ontwikkelingen grondexploitatie

De Baarge 6 (laatste fase)
Voor dit deel van industrieterrein De Baarge zijn nog herstraat werkzaamheden (Burg. Janssenstraat) en de aanleg van openbare voorzieningen gepland. Daarnaast staat de aanleg van een rotonde nog op de rol (kruising Industrieweg – J.J. Gorterlaan).

De Esch 3
De bruto oppervlakte bedraagt ± 25 hectare, waarvan ± 78% is aangekocht. Het overige, ± 22%, is in eigendom van projectontwikkelaars. In september 2010 is gestart met de realisatie van het plangebied, welke in juni 2011 is afgerond. Met één partij met een grondpositie van ± 3,6 hectare is in 2011 een exploitatieovereenkomst gesloten. Momenteel moet er nog één verkochte kavel overgedragen worden en zijn er nog 2 kavels bij aangrenzende ondernemers in optie (totaal ca. 6.800m2).

Bullingerslag (Oosterparallelweg)
Na afronding van de benodigde grondaankopen en het afsluiten van enkele exploitatieovereenkomsten, is de grondexploitatie voor dit plangebied vastgesteld door de raad. Momenteel vinden er gesprekken plaats met potentiële ondernemers over kavelverkopen.

De Esch 0
Op dit beoogde bedrijventerrein ten noorden van het bestaande bedrijventerrein De Esch, was de Wet voorkeursrecht gemeenten gevestigd. Deze termijn is in februari 2011 afgelopen. Het plangebied betreft globaal het gebied begrensd door de Hoogeweg in het noorden, de Achthoevenweg in het oosten, de bestaande bebouwing van het bedrijventerrein De Esch in het zuiden en de Molenweg/A28 in het westen. De bruto oppervlakte bedraagt ongeveer 4,5 hectare. De gemeente heeft inmiddels de benodigde gronden van de grondeigenaren aangekocht. Afhankelijk van de ontsluiting van het plangebied is er mogelijk van één grondeigenaar nog een strookje grond benodigd. Vervolgens zal het bestemmingsplan voor dit gebied worden opgesteld om door de raad vast te laten stellen.

IJhorst-West
Dit bestemmingsplan voor wonen is in ontwikkeling bij Mega Projecten. Het plan (1e en 2e fase) voorziet in 29 woningen.
Via 2 namens de Rabobank georganiseerde veilingen is het merendeel van de overgebleven kavelposities verkocht aan een plaatselijke ondernemer. Momenteel wordt er gewerkt aan een herijking van het plangebied, welke aansluit op de behoefte van potentiële kopers. De exploitatie vindt door derden plaats. Dit complex is dan ook in 2015 afgesloten. 

IJhorst-West uitbreiding
In 2003 heeft de gemeente samen met Rollecate N.V. te Staphorst een perceel grond (opp. circa 1,8 hectare) gekocht aan de Poeleweg. Met Rollecate moet nog een samenwerkingsovereenkomst worden gesloten om te komen tot de exploitatie van woningbouw. De op het perceel staande boerderij met ± 2.800m² erf is in juni 2004 verkocht. Er blijft derhalve nog ruim 1,5 hectare over waarop ± 30 woningen kunnen worden gebouwd. De afdeling Ontwikkeling is met de invulling van het plan bezig. Er is nog geen concrete schets met straten e.d. aanwezig. Eind 2011 is Rollecate voor een onverdeelde helft juridisch mede- eigenaar geworden. Daarnaast is de gemeente met Rollecate overeengekomen dat alle gemaakte kosten tot 1 januari 2012 op dit complex tussen partijen wordt verrekend. Gezien de onzekerheden op de markt voor nieuwbouwwoningen is het op dit moment onzeker wanneer er gebouwd wordt.

Rouveen-West 3, 2e en 3e fase
Alle grond in dit gebied is uitgegeven. De laatste woonrijp-maak activiteiten, zijn grotendeels in 2016 uitgevoerd (herstraatwerkzaamheden, het aanpassen van de kruising Mispellaan / Beukenlaan en het gedeeltelijk aanleggen van een voetpad). Dit complex is dan ook in 2015 afgesloten. 

Rouveen-West 4
Het bestemmingsplan voor Rouveen-West-4 (1e fase) is op 13 december 2011 door de raad gewijzigd vastgesteld. Een in februari 2012 ingesteld beroep door twee buurtbewoners bij de Raad van State maakt dat het bestemmingsplan na de ter inzage termijn van 6 weken niet direct onherroepelijk was. Medio juli 2012 is door de uitspraak van de Raad van State het bestemmingsplan onherroepelijk geworden. Vervolgens is in 2012 begonnen met de kaveluitgifte en het bouwrijp maken van de eerste fase van dit plangebied.

Het ging hierbij om een gebied waar 71 kavels zijn uitgegeven (9 voor vrijstaande woningen, 34 voor 2/1 kapwoningen en 28 voor sociale koopwoningen). Tijdens het kaveluitgifteproces heeft zich nog de volgende situatie voorgedaan:

  • Aan de Iepenlaan is het woningbouwprogramma met een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid gewijzigd van 3 blokjes 2/1 kapwoningen (6 kavels) naar 2 blokjes met 3 rijenwoningen en 1 blokje 2/1 kapwoningen (8 kavels). Dit op basis van de behoefte uit de lokale markt, waarbij de parkeerfaciliteiten in de openbare ruimte zijn aangepast op de nieuwe situatie.
  • Aan de Iepenlaan en de Moerbeilaan zijn een blokje 2/1 kapwoningen (4 kavels) aan Megahome.nl toebedeeld in het kader van een overeenkomst uit het verleden (‘lus Van Andelweg’). Hieraan werd de voorwaarde verbonden dat de kavels uiterlijk medio december 2015 afgenomen / ingevuld moeten zijn. Zo niet dan vervielen de desbetreffende kavels weer aan de gemeente. De 4 kavels zijn weer aan de gemeente vervallen en inmiddels is zijn 2 kavels verkocht en overgedragen (1 blokje).

Eind 2015 is begonnen met het bouwrijp maken van de 2e fase. Hierbij gaat het om 25 kavels, waarvan 12 kavels 2/1 kapwoningen en 13 kavels voor de bouw van vrijstaande woningen. De uitgifte is in 2016 gestart en momenteel zijn van deze fase nog  4 2/1 kapkavels en 1 vrijstaande kavel in optie. De overige kavels zijn verkocht en voor het grootste gedeelte al overgedragen.

Rouveen-Zuid
In het gebied “Rouveen-Zuid” zijn de beoogde bestemmingen: woondoeleinden, scholen en een woon-zorg instelling met bijbehorende voorzieningen gepland. Het gebied wordt globaal omsloten door de bebouwing langs de Goudenregenstraat in het noorden, de Oude Rijksweg in het oosten, de Stadsweg in het zuiden en de Korte Kerkweg in het westen. Voor een deel van dit gebied is de Wet voorkeursrecht gemeenten gevestigd.

Voor het totale gebied is eind april 2009 een structuurvisie vastgesteld. Voor het toekomstige woningbouwgebied zijn inmiddels bijna alle Wvg-percelen in handen van de gemeente. Dit gebied zal naar verwachting niet eerder dan in 2020 nodig zijn.

In 2015 is 5.002 m2 grond ingebracht in de Triangellocatie voor een bedrag van € 240.096, is € 48 per m2.

In 2011 is de bouw van de multifunctionele combischool afgerond.  De aangrenzende voormalige schoollocatie ‘De Triangel’ is in 2015 door de gemeente verkocht en overgedragen aan een ontwikkelpartij. Het gebied is inmiddels in ontwikkeling ten behoeve van woningbouw afgestemd op zorgfaciliteiten (woonservicegebied). Daarnaast wordt een gedeelte van het plangebied nog ingericht met een kinderopvanglocatie. De gehele exploitatie is in handen bij derden

De Slagen
In de eerste verkoopfase (EMS/Mega) zijn alle woningen van de Staphorster ondernemers verkocht. Van het resterende aanbod van 125 woningen, zijn er momenteel nog 53 te koop. Op dit moment wordt in een gedeelte van het plangebied het woningprogramma herijkt, waardoor er een verschuiving van het aantal nog te bouwen woningen ontstaat.

Verspreid liggende ruilgronden/cultuurgronden
In 2014 heeft de gemeente de volgende ruilgronden in voorraad die t.z.t. als compensatiegrond kunnen dienen voor de aankoop van gronden voor een andere dan agrarische bestemming:

Sectie Nr Ligging Oppervlakte/ha Jaar van aankoop
AP 614/615 Tiphoeksweg 2.19.20 2007
AN 380 Schipgravenweg 9.94.05 2007
AA 2247 Gorterlaan 0.38.20 2001
Totaal     12.51.45  

De boekwaarde bedraagt €379.733,-. Dit is €3,03 per m².

 

Paragraaf 7 | Lokale heffingen

Inleiding op de paragraaf

Algemeen
In deze paragraaf worden de belastingen die de gemeente heeft ontvangen toegelicht. Er zal gekeken worden naar de ontvangsten in relatie tot het verleden. Ook zal nader ingezoomd worden op afwijkingen ten opzichte van voorgaande jaren.

Belastingen
Het totale pakket van gemeentelijke belastingen en heffingen bestaat uit een 8-tal verschillende belastingen / heffingen.

1 | Onroerende Zaakbelasting (OZB) 5 | Forensenbelasting
2 | Afvalstoffenheffing 6 | Marktgelden / standplaatsvergunningen
3 | Rioolheffing / aansluitbijdrage 7 | Begrafenisrechten
4 | Toeristenbelasting 8 | Hondenbelasting

De uitvoeringsbepalingen van de lokale lasten is vastgesteld in de diverse belastingverordeningen. 

Leges
Daarnaast ontvangt de gemeente nog diverse leges, zoals leges omgevingsvergunning, leges bestemmingsplannen en leges burgerzaken. Deze zijn door de gemeenteraad gelegitimeerd middels door de raad vastgestelde verordeningen. Ook ontvangt de gemeente nog gelden uit de verhuur van gemeentelijke accommodaties.

1 | Onroerende zaakbelasting

Onder de naam ‘onroerende zaakbelastingen’ worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

  1. Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot een woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
  2. Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

Vanaf 2007 zijn gemeenten wettelijk verplicht jaarlijks te taxeren en wordt, voor zover dit kan, bij de uitvoering hiervan overgegaan op het systeem van modelmatige waardebepaling.
Modelmatig wil zeggen dat de objecten minder fysiek worden opgenomen maar op basis van verkregen verkoopcijfers en rekenkundige modellen in groepen worden geplaatst. Hieruit worden dan de waarden bepaald. Op basis van de Wet waardering onroerende zaken wordt van elke individuele onroerende zaak de waarde vastgesteld waarna het te betalen bedrag aan OZB wordt berekend en middels een aanslag aan de belastingplichtige wordt opgelegd.

 

(bedragen x 1.000)
Soort heffing Werkelijke opbrengst 2016 Werkelijke opbrengst 2015 Werkelijke opbrengst 2014 Tarief 2016 Tarief 2015 Tarief 2014 Tarief 2017
OZB woningen eigenaar €1.382 €1.353 €1.310 0,1051% 0,1046% 0,0994% 0,1038%
OZB niet-woningen eigenaar €741 €714 €697  0,1584% 0,1542% 0,1481% 0,1651%
OZB niet-woningen gebruiker €465 €451 €450  0.1272% 0,1241% 0,1193% 0,1327%
Totalen €2.588 €2.518 €2.457        

 

Landelijke tarieven 2016
Soort heffing Laagste Gemiddelde Hoogste
OZB woningen eigenaar 0,0453% 0,1256% 0,2636%
OZB niet-woningen eigenaar 0,0750% 0,2574% 0,6895%
OZB niet-woningen gebruiker 0,0000% 0,1992% 0,4285%

Conform besluit bij de vaststelling van de begroting 2016 is de OZB het afgelopen jaar met 1,5% verhoogd = de trendmatige verhoging. De tarieven zoals die in de gemeente Staphorst gedurende het jaar 2016 zijn gehanteerd voor woningen, zijn in onderstaand overzicht vergeleken met de overige gemeenten in Overijssel (bron: Coelo = Centrum voor Onderzoek van de Lager Overheden).

Tariefsoort Plaats in hoogte tarieven
(gerekend van laag naar hoog) provincie Overijssel
Gemeenten die een lager tarief hebben gehanteerd in 2016
Tarief woningen 2e Ommen

Wanneer de gemiddeld betaalde OZB n.l. € 256 (bij een woning met een waarde van € 244.000) wordt vergeleken met de gemeenten in Overijssel dan staat de gemeente Staphorst op de 9e plaats. Dat laat zich verklaren door de waarde van de woningen en het relatief gering aantal sociale huurwoningen in onze gemeente. De gemiddelde woningwaarde in de provincie Overijssel is € 208.000.

 

Waarde-ontwikkeling 2015-2016
Type object Gemiddelde waarde 2015 Te betalen OZB 2015 Gemiddelde waarde 2016 Te betalen OZB 2016 Gemiddelde waarde ontwikkeling in % Gemiddelde stijging in OZB-lasten %
Vrijstaande woning €294.000 €308 €292.000 €307 -0,68% -0,21%
Vrijstaande woonboerderij €321.000 €336 €326.000 €343 1,56% 2,04%
2^1 kap en geschakeld €208.000 €218 €217.000 €229 4,33% 4,83%
2^1 kap woonboerderij €234.000 €245 €237.000 €250 1,28% 1,77%
Rij-Hoek €165.000 €173 €165.000 €174 0,00% 0,48%
Boven- en benedenwoning €93.000 €98 €92.000 €97 -1,08% -0,60%
Overige woningen €56.000 €59 €47.000 €49 -16,07% -15,47%
Recreatiewoningen €101.000 €106 €101.000   0,00% 0,00%

2 | Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22  van de Wet Milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

I. Vast-recht tarief
Berekening vast-recht Begroting 2015 Rekening 2015 Begroting 2016 Rekening 2016
Vaste kosten per aansluiting (incl. gratis GFT-container, container voor oud papier en kunststoffen) €180 €171 €131 €150
Uit res. matiging afvalstoffenheffing €46 - €37 - €9 €10 -
Vast recht tarief €134 €134 €140 €140

Het vast-recht tarief heeft zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld:

2016
Alle aanbiedingen en
inzamelingen met containers
2015-2012
2011-2008
€140 €134 €113

In 2016 hebben de meerpersoonshuishoudens 8 van de 25 gemeenten in Overijssel een lager tarief (bron: Provincie Overijssel – Databank financiële positie gemeenten) dan Staphorst = € 186. Deventer het hoogst: € 281; Dalfsen het laagst: € 138.


II. Ledigingstarief
De raad heeft keuzes gemaakt die voortvloeien uit het beleidsprogramma 'Van afval naar grondstof, anders denken anders doen'. Kern van het beleidsprogramma is een sterke reductie van de hoeveelheid restafval in de komende jaren door het stimuleren van de gescheiden inzameling van herbruikbare afvalstromen..

Invoering had vooral effect op de tarieven voor gft-afval en niet voor restafval. De tarieven voor het aanbieden van een grijze container (restafval) is in 2015 niet gewijzigd en gehandhaafd op de tarieven van 2011 t/m 2016: € 9,21. Ook is geen indexverhoging toegepast. Wel is het gemiddeld aantal aanbiedingen per huishouding van de grijze container (240 en 140 liter)terug gegaan van 5,79 in 2015 naar 3,37 in 2016. Bij de invoering was dit nog 13 ledigingen per jaar.  Ook is met ingang van 2016 per aansluiting gemiddeld 1,77 keer gebruik gemaakt van de ondergrondse verzamelinzameling (40 liter). Voor het aanbieden van de groene containers bedroeg  het tarief € 0. Medio 2012 zijn containers uitgezet voor het ophalen van oud papier. Deze containers kunnen  maandelijks gratis worden aangeboden. Voormalige papierinzamelaars (verenigingen, kerken en andere organisaties) behouden de inkomsten voor de komende 10 jaar, te rekenen vanaf 2012. Per begin 2016 worden ook de kunststofverpakkingen middels containers ingezameld. Het vast recht tarief is in 2016 verhoogd van € 134 naar € 140. Door de verfijnde gescheiden inzameling wordt er minder vaak een containers met restafval aangeboden, waardoor de lasten van de burger in 2016 zijn afgenomen ( zie bijgaand overzicht van de tarieven in €).

 

Overzicht van de tarieven (in €)
Afvalstoffenheffing: Tarief 2016 Tarief 2015 Tarief 2014 Tarief 2013
Tarief 2012
Vast recht 140 134 134 134 113
Ledigingskosten 31 53 62 74 109
Totaal ledigingskosten 171 187 196 208 222
Tarief per container (240 liter) 9,21 / 0,00 9,21 / 0,00 9,21 / 0,00 9,21 / 0,00 9,21 / 5,61
Tarief per container (140 liter) 5,63 5,63 5,63 5,63 5,63
Tarief ondergrondse aanbieding 1,55        

De afvalstoffenheffing is budget-neutraal waarbij rekening gehouden wordt met het btw voordeel (BCF) en op advies van de toezichthouder (provincie Overijssel) worden de kosten voor straatvegen tot 25% meegenomen. Ook zijn met ingang van 2010 de kosten (incl. eigen uren) kwijtschelding afvalstoffenheffing meegenomen.

Een eventueel voor- of nadeel in de afvalstoffenheffing komt ten gunste of ten laste van de reserve matiging tarief afvalstoffenheffing. Dit geldt ook voor de kosten van de uitvoering van het traject omgekeerde inzamelen zoals aanschaf en plaatsing ondergrondse containers en aanschaf minicontainers. Met dit laatste is in onderstaande tabel geen rekening gehouden.

 

(bedragen x €1.000)
Afvalstoffenheffing: Werkelijk 2016 Werkelijk 2015 Werkelijk 2014 Werkelijk 2013
Werkelijk 2012
Werkelijk 2011
Kosten ophalen huisvuil 1.274 1.329 1.220 1.152 1.163 1.053
Kosten straatvegen (25%) 23 21 17 15 13 16
BTW voordeel 247 238 221 212 186 167
Kwijtschelding 38 33 33 29 24 24
Invoering fase 2            
Baten afvalstoffenheffing 957 - 1.019 - 1.074 - 1.061 - 1.081 - 1.157 -
Overige baten (o.a. dividend) 567 - 397 - 442 - 254 - 275 - 371 -
Saldo 58 205 25 - 93 30 268 -
Storting / onttrekking reserve 58 - 205 - 25 93 - 30 - 268
Saldo van de reserve 578 637 842 818 911 941

Hergebruik %
Omschrijving 2016 2015 2014 2013
2012
Het % van het aangeleverde afval dat is hergebruikt 86 83 78 79 74

 

3 | Rioolheffing/- aansluitbijdrage

Per 1 januari 2010 is het rioolrecht vervangen door een rioolheffing. De reden daarvoor was dat per 1 januari 2008 de Wet gemeentelijke watertaken in werking is getreden.

Bij de vaststelling van het verbeterd Gemeentelijk Rioleringsplan-IV (v-grp-IV) is besloten dat dit plan kostendekkend wordt uitgevoerd. Voor de periode 2011 – 2015 is bepaald dat, ter uitvoering van deze beleidsbepaling, de totaalopbrengst ter dekking van de onkosten in het jaar 2012 met gemiddeld € 16 per aansluiting wordt verhoogd wanneer deze in het betreffende jaar niet kostendekkend wordt uitgevoerd en of de stand van de reserve daar aanleiding toe geeft.  Voor 2013 en 2014 heeft geen tariefsverhoging plaats gevonden.

Daarnaast wordt onder de naam rioolaansluit-recht een tarief geheven voor het verkrijgen van een aansluiting op het gemeentelijk riool. Dit leidt tot het volgende tarievenoverzicht.

Soort Tarief 2016/2012
Tarief 2011
Rioolheffing (elk huishouden) 229 213
Eenmalige primaire aansluiting 3.877/3.820/3.764/3.690/3.618 3.547
Eenmalige secundaire aansluiting n.v.t.  n.v.t.

De tarieven zoals die in de gemeente Staphorst gedurende het jaar 2016 zijn gehanteerd zijn gemiddeld in de provincie Overijssel (bron: Coelo = Centrum voor Onderzoek van de Lager Overheden ). Van de 25 gemeenten zijn er 14  gemeenten die een lager tarief hebben en 9 een hoger bij een meerpersoonshuishouden. De tarieven variëren van € 108 in Zwolle tot € 385 in Zwartewaterland.

 

Overzicht baten/lasten riolering: (x €1.000)
Rioolheffing/aansluitbijdrage Werkelijk 2016
Werkelijk 2015
Werkelijk 2014
Werkelijk 2013
Werkelijk 2012
Totale kosten 1.465 1.499 1.469 1.434 1.419
Straatvegen (25% m.i.v. 2017)          
BTW-voordeel 96 101 82 88 93
Kwijtschelding 46 41 36 33 25
Opbrengst rioolheffing 1.597 - 1.574 - 1.570 - 1.474 - 1.483 -
Opbrengst verfijningsuitkering     4 - 4 - 4 -
Saldo 10 67 17 77 50
Toev./onttrekking reserve 10- 67 - 17 - 77 - 50 -
Onttrekking tgv. de Baarge     737    
Saldo reserve 5.737 5.747 5.814 5.093 5.170

Eenmalige storting van €3.000.000 ten laste van de reserve volkshuisvesting i.p.v. jaarlijkse storting van €101.647 t.l.v. de exploitatie.

Vanaf 2011 geldt één tarief voor woningen. Hierdoor en als gevolg van tariefstijging, is de werkelijke opbrengst hoger. Voor 2012 is het tarief voor het laatst met € 16 per aansluiting gestegen. Het tarief voor 2016 was gelijk aan dat van 2012 tot en met 2015.

4 | Forensenbelasting

Deze belasting wordt geheven van personen die binnen de gemeente voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden, zonder in de gemeente het hoofdverblijf te hebben. Ook deze opbrengst wordt aan de algemene middelen toegevoegd. De grondslag voor deze belasting is de (WOZ)-waarde. Het belastingbedrag wordt door middel van tariefklassen vastgesteld. Het tarief is voor 2016 geïndexeerd met 1,5 %:


De tarieven voor de jaren 2011 t/m 2016 bedragen:
Waarde o.a.
Tarief
2016
Tarief
2015
Tarief
2014
Tarief
2013
Tarief
2012
Minder dan €55.000 (stacaravans) 94 93 92 90 88
€55.000 - €70.000 286 282 278 273 268
€70.000 - €80.000 330 325 330 314 308
€80.000 - €90.000 369 364 359 352 345
€90.000 - €100.000 412 406 400 392 384
€100.000 - €110.000 455 448 441 433 424
€110.000 - €120.000 492 485 478 469 460
€120.000 - €130.000 536 528 520 510 500
€130.000 - €140.000 564 556 548 537 526
€140.000 - €150.000 592 583 574 563 552
Meer dan €150.000 619 610 601 589 577

De totale opbrengst is:
Werkelijk 2016
Werkelijk 2015
Werkelijk 2014
Werkelijk 2013
Werkelijk 2012
€61.400 €56.300 €58.100 €59.800 €64.400

5 | Toeristenbelasting

Deze belasting  wordt  geheven  van  personen  die  tegen  betaling  gelegenheid bieden voor het houden van verblijf  met overnachting  binnen  onze  gemeente door personen die niet zijn ingeschreven in het bevolkingsregister van onze gemeente. De opbrengst moet worden gezien als een bijdrage in de kosten van de algemene voorzieningen die de gemeente treft en kunnen dus naar eigen inzicht worden aangewend. Het tarief is in 2016 verhoogd met 1,5%. Het tarief  en de totale opbrengst bedroeg:


Opbrengst/tarieven
  Werkelijk 2016
Werkelijk 2015
Werkelijk 2014
Werkelijk 2013
Werkelijk 2012
Opbrengst 57.800 42.800 38.300 37.200 46.600
Tarief 0,69 0,68 0,67 0,66 0,65

6 | Marktgelden/ standplaatsvergunningen

Onder de naam marktgelden wordt een recht geheven voor het innemen van standplaatsen voor de jaarmarkt te Staphorst, de wekelijkse markt te Staphorst en de maandelijkse markt te IJhorst. Daarnaast worden leges geheven voor standplaats- vergunningen en ventvergunningen in de gemeente. De tarieven voor de standplaatsen van de maandmarkt in IJhorst worden afgerond in verband met incasso.
De tarieven marktgelden voor de weekmarkt zijn in 2011 opgetrokken, zodat deze vergelijkbaar zijn met omliggende gemeenten.

  Werkelijk 2016
Werkelijk 2015
Werkelijk 2014
Werkelijk 2013
Werkelijk 2012
Weekmarkt 1,32/1,90 1,30/1,87 1,28/1,84 1,25/1,80 1,21/1,76
Maandmarkt n.v.t. 2,95/3,45 2,90/3,40 2,85/3,35 2,80/3,30
Jaarmarkt 9,80 9,65 9,50 9,35 9,15

De opbrengsten en gemaakte kosten markten bedroegen
  Werkelijk 2016
Werkelijk 2015
Werkelijk 2014
Werkelijk 2013
Werkelijk 2012
Opbrengst 41.700 ** 54.500 ** 38.500 * 50.500 49.600
Kosten 49.300 ** 60.600 ** 50.200 * 53.300 74.600
Saldo 7.600 - ** 6.100 - ** 11.700 - * 2.800 - 25.000 -

*  Jaarmarkt en maandmarkt zijn in 2014 geprivatiseerd, cijfers exclusief jaarmarkt.
** Cijfers inclusief afrekening jaarmarkt 2014 en 2015 (zowel opbrengsten als kosten)  

7 | Begraafrechten

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen te Staphorst, Rouveen en IJhorst. Daarnaast worden leges geheven voor verlengen van de begraafrechten. De tarieven zijn in 2016 verhoogd met de inflatiecorrectie ad  1,5%.


Tarieven een aantallen m.b.t. begraven
  Tarieven Aantallen
  2016 2015 2014 2013 2012 2016 2015 2014 2013 2012
Lijkbezorgingsrecht vanaf 12 jr. 487 480 473 464 422 93 78 75 83 78
Lijkbezorgingsrecht 1 - 12 jr. 402 396 390 383 348 1 1      
Lijkbezorgingsrecht 0 - 1 jr. 204 201 198 194 176 2 1 2 4 3
Paaltje niet breder dan 0,50 m. 58 57 56 55 50 13 7 6 5 18
Paaltje breder dan 0,50 m. 83 82 81 79 71 56 47 30 35 56
Idem, tarief 2013 79,20 79,20         1      
Grondplaat 83 82 81 79 72 57 42 25 23 42
Idem, tarief 2013 79,20 79,20         1      
Grafruimte 1 diep voor 30 jaar 1.030 1.015 1.000 981 892 48 28 16 21 28
Grafruimte 1 diep voor 50 jaar 1.715 1.690 1.665 1.633   8 7 7 8  
Grafruimte 1 diep voor onbepaalde tijd 6.865 6.765 6.665 6.534     1      
Grafruimte 2 diep voor 30 jaar 2.060 2.030 2.001 1.962 1.784 22 23 17 17 21
Grafruimte 2 diep voor 50 jaar 3.430 3.380 3.332 3.267   9 8 11 4 2
Grafruimte 2 diep voor onbepaalde tijd 13.730 15.530 13.329 13.068   1        
Grafruimte: omzetten naar onbepaalde tijd 13.213,75 13.210       1 1      
Verl.begr.rechten met 10 jaar 344 339 334 324 295 69 63 61 108 127
Verl.begr.rechten met 20 jaar 688 678 662 649   64 50 34 53 77
Grafruimte voor urn 1.030 1.015 1.000 981 892   - 1 1 1
Plaatsen urn 204 201 198 194 176 3 2 2 1 5
Inschr.begraafrecht 1 diep 22 21,50       54 36      
Idem 2 diep per grafruimte 44 43       32 31      
Overschr.begraafrecht 1 diep,
idem 2 diep per grafruimte
22
44
21,50
43
21
42
20
41
19
37
75
13
97
6
95
10
127
71
102
79

De opbrengst begraafrechten zijn (in €)
Werkelijk 2016
Werkelijk 2015
Werkelijk 2014
Werkelijk 2013
Werkelijk 2012
296.000 252.000 213.000 168.000 275.000

De toename vanaf 2012 is mede een gevolg van verlenging termijn grafrechten van 30 naar 50 jaar respectievelijk van 10 naar 20 jaar en verhoging van de tarieven.

8 | Hondenbelasting

Er wordt een belasting geheven van houders van honden. De tarieven zijn  verhoogd met de inflatiecorrectie.


De volgende tarieven zijn van toepassing:
  2016
2015
2014
2013
2012
Tarief 1e hond 38,00 38,00 37,00 36,25 35,55
Tarief 2e en volgende 87,00 86,00 85,70 84,00 82,30
Kennels 247,00 244,00 240,00 235,00 230,75

De opbrengst hondenbelasting: (in €)
Werkelijk 2016
Werkelijk 2015
Werkelijk 2014
Werkelijk 2013
Werkelijk 2012
Werkelijk 2011
52.500 49.900 49.200 46.300 47.300 46.900

 

Legesverordening

Onder de naam ‘leges’ worden een aantal verschillende rechten geheven. Deze heffing wordt opgelegd doordat de gemeente diensten verstrekt. De volgende leges geven als opbrengsten:


(bedragen x €1.000)
Soort
Werkelijk 2016
Werkelijk 2015
Werkelijk 2014
Werkelijk 2013
Werkelijk 2012 Werkelijk 2011
Bouwleges 557 659 500 564 520 348
Bestemmingsplan 153 131 164 187 142 119
Bouwplan 49 49 21 29 29 31
Leges burgerzaken incl. rijksleges 311 269 248 222 242* 285
APV vergunningen + overige bijzondere wetten 11 14 11 9 9 8
Totaal 1.081 1.122 944 1.011 942 791

* Verlaging leges rijbewijzen in 2012 met € 10,-- (leges zijn te hoog) en 5-jaarlijkse afname aantal aanvragen.
* G
een leges D.-kaarten (gratis?) 2012 en hierdoor afname uitgifte aantal paspoorten.

Gemeentelijke accomodaties

De gemeente Staphorst beschikt over een aantal accommodaties, die elk jaar een huur of gebruikersvergoeding genereren. De tarieven worden elk jaar vastgesteld. Vanaf het jaar 2007 vindt er jaarlijks een trendmatige verhoging plaats. Voor de gemeentelijke sportaccommodaties zijn met ingang van het sportseizoen 2012 – 2013 de tarieven extra verhoogd met 15%.

 

(bedragen x €1.000)
Soort
Werkelijk 2016
Werkelijk 2015
Werkelijk 2014
Werkelijk 2013
Werkelijk 2012
Dienstencentrum 38 44 41 38 23
Sporthal 59 59 52 69** 38
Gymzalen 23 21 36* 58* 43*
Voetbalaccommodaties 41 35 34 34 26
Totaal 161 159 163 199 130

*    Huur gymzalen 2012 t/m juli 2014 inclusief huur AOC-Terra van de oude gymzaal te Rouveen
** Huur sporthal in 2013 gebruik PZ-school van aug.2012 t/m dec. 2013.

Kwijtschelding

Belastingplichtigen voor wie het buitengewoon bezwaarlijk is om de aanslag te betalen vanwege het lage inkomen kunnen kwijtschelding ontvangen voor rioolrecht en afvalstoffenheffing. In de ‘Leidraad Invordering’ staan de voorwaarden en berekeningen voor het verlenen van kwijtschelding.

 

Aantal in behandeling genomen verzoeken om kwijtschelding:
  Werkelijk 2016
Werkelijk 2015
Werkelijk 2014
Werkelijk 2013
Werkelijk 2012
Afgewezen 19 15 12 30 21
Toegekend 159 142 134 105 99
Gedeeltelijk toegekend 2 6 6 2  
Totaal 180 163 152 137 120

 

Verleend bedrag aan kwijtschelding:
Werkelijk 2016
Werkelijk 2015
Werkelijk 2014
Werkelijk 2013
Werkelijk 2012
63.100 58.600 48.400 42.200 38.300

De kwijtschelding evenals de hieraan gewerkte eigen uren en eventuele overige kosten verstrekkingen kwijtschelding in mindering worden gebracht op de reserves matiging tarief afvalstoffenheffing en vervanging riolering, waardoor uiteindelijk de belastingbetaler betaalt voor degene die kwijtschelding krijgt.

Lastendruk

Onderstaand geven wij  u aan hoe de belastingdruk over 2016 en voorgaande jaren bedroeg. 
In deze berekening zijn alleen die belastingen betrokken die nagenoeg voor iedereen van toepassing zijn.

Uitgangspunt: een eigenaar en bewoner van een ‘standaardwoning’ met de gemiddelde waarde van: € 244.000 die door meer dan één persoon wordt bewoond (bron Coelo). De gemiddelde woningwaarde in onze gemeente in 2015 is € 244.000. Alleen in de gemeente Dalfsen is deze waarde € 8.000 hoger. De gemiddelde woningwaarde in de provincie Overijssel is € 208.000.
De gemiddelde woningwaarde per gemeente is het totaal van alle waardes van woningen in een gemeente gedeeld door het aantal woonruimtes in die gemeente. De waardeontwikkeling in de gemeente Staphorst 2010 t/m 2016 is als volgt:
2010 - 1,7%; 2011 – 0,9%; 2012 – 1,4%; 2013 – 2,8%, 2014 – 3,6%, 2015  – 2,0% en 2016 -2,08%

Soort
2016
2015
2014
2013
2012 2011
Afvalstoffenheffing (vast recht + variabel) 171 187 196 208 222 222
Rioolheffing 229 229 229 229 229 213
OZB 256 242 239 219 200 183
Totaal 656 658 664 656 651 618
Gemiddeld in de provincie 731 671 713 700 693 659

Samenvatting verhoging belastingen en retributies

In bovenstaande uitkomsten over het jaar 2016 is rekening gehouden met het trendmatig verhogen van de belastingen, heffingen en retributies met 1,5%. Samenvattend zijn de volgende belastingen en rechten (extra) verhoogd.

Soort heffing Verhoging / verlaging
Onroerende Zaakbelasting 1,5% trendmatige verhoging
Rioolheffing Geen verhoging, ook niet trendmatig
Afvalstoffenheffing: op basis van wijziging inzamelmethode Vast-recht: verhoging met €6 per aansluiting
Leges en andere gemeentelijke heffingen 1,5% trendmatige verhoging
Woonforensen en toeristenbelasting 1,5% trendmatige verhoging
Begrafenisrechten 1,5% trendmatige verhoging
Sporttarieven (huur accommodaties) 1,5% trendmatige verhoging
Leges bestemmingsplan en beoordelen verzoeken Mogelijkheden toerekening kosten worden onderzocht via art.213 A onderzoek

Overig

 - Vanaf 2016 ontvangen gebruikers van woningen ook een WOZ-beschikking
Omdat de WOZ-waarde sinds 1 oktober 2015 een grotere rol speelt bij het woningwaarderingsstelsel ontvangen alle gebruikers ook een WOZ-beschikking. Deze is kenbaar gemaakt op de aanslag gemeentelijke belastingen.

- Belastingverschuiving van rijksbelastingen naar lokale belastingen
De VNG pleit al langere tijd voor een lokaal belastinggebied dat qua omvang beter past bij de steeds grotere hoeveelheid taken en verantwoordelijkheden van gemeenten. Gemeenten zijn nu voor een belangrijk deel van hun inkomsten afhankelijk van uitkeringen door het Rijk. Een eigen belastinggebied van voldoende omvang is dan ook van groot belang om als gemeenten de vele taken waar te kunnen maken. Daarnaast biedt een eigen belastinggebied de lokale politiek betere mogelijkheden om keuzes te maken en verantwoording aan de kiezers af te leggen. Er liggen nu plannen voor uitbreiding van het lokaal belastinggebied zonder dat de belastingdruk omhoog gaat.

Paragraaf 8 | Sociaal domein

Inleiding op de paragraaf

 Met ingang van 2015 zijn de gemeenten op grond van de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet integraal verantwoordelijk voor het sociaal domein. De decentralisaties zijn  in 2015 gepaard gegaan met een toevoeging van ruim € 10 miljard aan het gemeentefonds. Hiertoe is het deelfonds sociaal domein in het leven geroepen, een tijdelijke bijzondere uitkeringsvariant binnen het gemeentefonds. Vanuit het deelfonds komen er middelen beschikbaar voor de gemeente en voor het jaar het jaar 2016 bedroegen deze:

 

Soort Werkelijk 2015 Begroot 2016 Werkelijk  2016
 WMO 2.353 2.146 2.147
 Jeugd 2.542 2.416  2.463
 Participatiewet 1.453 1.367  1.315
   6.348 5.929 5.926

In deze paragraaf zullen we per  decentralisatie  ingaan op de volgende onderdelen:

»     Wat is er gerealiseerd
»     Wat heeft het gekost

 

Verder zullen we ingaan op het reserve sociaal domein: Wat is de stand en hoe is deze gedurende het jaar 2016 gevoed. Tenslotte zullen we kort ingaan op welke wijze we zijn omgegaan met het bepalen van de omvang van de daadwerkelijk geleverde zorg.  Dit leidt tot de volgende indeling van deze paragraaf:

 

A          Decentralisatie Wmo

B          Decentralisatie Jeugd

C          Decentralisatie Participatiewet

D         Reserve sociaal domein

A | Decentralisatie Wmo

 1)  WAT IS ER GEREALISEERD

Onafhankelijke cliëntondersteuning.
Eind 2016 zijn er concrete afspraken voor 2017 gemaakt met MEE-IJsseloevers over hun personele inzet en expertise binnen het CJG en CWO én het onderdeel onafhankelijke cliëntondersteuning. De basis hiervoor waren de ervaringen van 2015 tot halverwege 2016. De belangrijkste vraag hierbij was de rol van MEE met betrekking tot de reguliere taken van het CJG en CWO en wat onder onafhankelijke cliëntondersteuning werd verstaan. Met betrekking tot dit laatste wordt bedoeld informatie en advies alsmede algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie. Daarnaast wordt bijgedragen aan het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen.

Dit kan bestaan uit:

  • ondersteuning bij het formuleren van de ondersteuningsvraag;
  • ondersteuning bij het vertalen van de vraag naar een passend antwoord;
  • wijzen op mogelijkheden om hulp te krijgen.

 De gezamenlijke conclusie was dat een deel van bovengenoemde werkzaamheden ook valt binnen de reguliere taken van het CJG en CWO waardoor een smalle vorm van cliëntondersteuning overblijft, te weten voorbereiding/inventarisatie, bijwonen van het gesprek en een nagesprek.

Mantelzorg
De beleidsnota “Mantelzorg in Staphorst 2016-2020” is eind 2016 vastgesteld. De belangrijkste speerpunten uit deze nota richten zich op de 4 V’s.

Vinden, Verbinden, Verlichten en Versterken
Inhoud hieraan gegeven wordt door (extra) in te zetten op:

  1. pr/bekendheid ondersteuningsmogelijkheden vergroten;
  2. signaleren (CJG; CWO, seniorenbezoekers, kerken, huisartsen; wijkverpleegkundigen etc.);
  3. ondersteunen/ontlasten (inzet mantelzorgorganisatie; respijtzorg; zorgvrijwilligers; mantelzorgwoningen);
  4. specifieke doelgroepen (werkende, jonge, allochtone, GGZ mantelzorgers);
  5. waarderen van mantelzorgers en vrijwillige thuiszorg;
  6. monitoren en evalueren.

De gemeenteraad heeft een amendement aangenomen met betrekking tot erkenning en waardering van mantelzorgers. Dit in de vorm van een nieuwe invulling van het mantelzorgcompliment. De complimenten bestaan uit de volgende bedragen per persoon:

  • 6- tot 12-jarige mantelzorgers:                 €      25,00
  • 12- tot 18-jarige mantelzorgers:              €      50,00
  • 18 jaar en ouder:                                           €    100,00

Over de uitvoering van de beleidsnota worden met Carinova nadere prestatieafspraken gemaakt en zal de Klankbordgroep Informele Zorg (her)opgericht worden.

Welzijn
2016 was een proefjaar voor de Stichting Welzijn Staphorst; een vernieuwde stichting waarvan ook het steunpunt vrijwilligers deel uitmaakt en uitgebreid is met de doelgroep volwassenen. Daarnaast een groot aantal prestatieafspraken gericht op de producten: gebiedsgericht werken/opbouwwerk, eenzaamheid, seniorenwerk, vrijwilligerswerk/participatie en het vrijwilligerssteunpunt. De stichting legt jaarlijks een inhoudelijke en financiële verantwoording af. Gelet op alle ontwikkelingen binnen de stichting zijn de prestatieafspraken voor 2017 ongewijzigd gebleven. Op al deze terreinen wordt vanuit een voornamelijk faciliterende en stimulerende rol de samenwerking gezocht met andere organisaties. In 2016 is de uitreiking van de vrijwilligerspluim op een andere wijze georganiseerd. Door dit te combineren met de vrijwilligersmarkt en te houden in de week van NL-Doet kan gesproken worden van een groot succes. 

Voorliggende/algemene voorzieningen
Het is van belang dat de komende jaren verder ingezet wordt op het ontwikkelen en stimuleren van het gebruik van algemene en collectieve voorzieningen. Dit kan de zelfredzaamheid/eigen kracht van de burgers stimuleren. Tevens wordt voorkomen dat gebruik gemaakt wordt van duurdere geïndiceerde voorzieningen. Dus investeren aan de voorkant bespaart aan de achterkant.

  • Sociale kaart
    Al enkele jaren wordt gesproken over de ontwikkeling van een sociale kaart voor Staphorst. Door het wegvallen van de papieren gemeentegids en digitale gids op de gemeentelijke website wordt de behoefte aan een digitale sociale kaart steeds groter. Een sociale kaart is een instrument voor burgers om op eigen kracht een weg te vinden in de veelheid van organisaties en voorzieningen. Hierdoor is in 2016 gestart met de ontwikkeling van de digitale sociale kaart Staphorst. Deze is naar verwachting het 2e kwartaal 2017 gereed. Op deze manier wordt invulling gegeven aan een verzoek uit de samenleving.

  • MEE Op Weg
    MEE IJsseloevers heeft enkele jaren geleden het project MEE Op Weg ontwikkeld en voert dit sindsdien in meerdere gemeenten uit. Het project houdt in dat jongeren die gebruik maken van het leerlingenvervoer en Wmo-cliënten met een vervoerspas gescreend worden of zij in staat zijn, in eerste instantie onder begeleiding van een opgeleide vrijwilliger, gebruik te maken van het openbaar vervoer of wellicht de fiets. Doel is dat ze uiteindelijk zonder begeleiding kunnen reizen. Hierdoor wordt de zelfstandigheid/zelfredzaamheid bevorderd en de eigen kracht gestimuleerd. Bij nieuwe aanvragen om leerlingenvervoer en Wmo-vervoer kan de afweging gemaakt worden of men gebruik zou kunnen maken van deze voorliggende voorzieningen. Indien dit niet het geval is, dan kan een maatwerkvoorziening als aangepast vervoer geïndiceerd worden. In 2016 zijn de mogelijkheden voor Staphorst bekeken en besloten is dit project ook in onze gemeente op te starten per 2017. Het totale project gaat in principe uit van 10 deelnemers per jaar voor een periode van 3 jaar.

  • Niet geïndiceerde dagbesteding/ontmoeting/respijtzorg
    Niet geïndiceerde dagbesteding wordt thans op beperkte schaal aangeboden door de Stichting Welzijn Staphorst met als doel gezellig samenzijn in een groep, voorkomen/bestrijden van eenzaamheid, bieden van een vaste structuur, sociale contacten opdoen, ontlasten van de mantelzorg, samen koffie drinken en de maaltijd eten. De doelgroep is ouderen met dreigende vereenzaming, gebrek aan sociale contacten of die behoefte hebben aan structuur in de week. De vraag naar deze vorm van dagbesteding neemt toe. Uitbreiding van het aantal dagdelen, de frequentie en soort activiteiten voor de doelgroep ouderen zijn gewenst. De doelgroep kan uitgebreid worden met jongere deelnemers, zodat de activiteiten voor alle volwassenen, die aan de criteria voldoen, beschikbaar zijn.

    In het algemeen zijn veel mantelzorgers zwaar belast of overbelast. Door de persoon aan wie mantelzorg wordt verleend deel te laten nemen aan deze voorzieningen buitenshuis wordt de mantelzorger deels ontlast. Hierover zijn in 2016 met de Stichting Welzijn Staphorst en Carinova Mantelzorgondersteuning afspraken gemaakt.

Herijking adviesraden
De gemeente Staphorst betrekt adviesraden bij o.a. de totstandkoming en evaluatie van beleid. Op dit moment zijn er verschillende adviesraden binnen gemeente Staphorst actief, die ieder op hun eigen wijze advies aan de gemeente geven. Het gaat hierbij om de Wmo-raad, de Sportraad, de Verkeersadviescommissie, Adviesraad Monumenten en de Jongerenraad. Tevens wordt er overwogen om een Participatieraad op te richten die zich met de Participatiewet zal bezighouden.

Binnen het sociale domein maar ook daarbuiten, pakt de gemeente Staphorst beleidszaken steeds meer in samenhang op. Dat betekent dat de advisering ook steeds moeilijker af te bakenen is vanuit de verschillende beleidsterreinen en aparte adviesraden. Dat vraagt om een herijking van de adviesraden. Als eerste stap in deze herijking heeft Arcon voor de gemeente Staphorst een discussienota (oktober 2015) opgesteld waarin alle voor- en nadelen staan opgenomen van het blijven hanteren van verschillende adviesraden en van een mogelijk nieuw te vormen brede participatieraad. In 2016 zijn er aan de hand van deze discussienota gesprekken gevoerd met eerdergenoemde raden en is er een sessie georganiseerd voor collegeleden en betrokken beleidsambtenaren. De uitkomsten en aanbevelingen zijn eind 2016 opgenomen in een adviesrapport. In 2017 krijgt dit mede in het kader van de evaluatie 3 decentralisaties een vervolg.

Toezicht Wmo
Met de invoering van de Wmo 2015 is de gemeente verantwoordelijk geworden voor het toezicht houden op de kwaliteit van de ingekochte Wmo-voorzieningen. Tot 31 december 2016 is er samen met een aantal gemeentes uit de regio een onafhankelijke toezichthouder calamiteiten aangesteld. Er zijn in het afgelopen jaar geen calamiteiten geweest bij aanbieders in Staphorst of bij cliënten uit Staphorst. Om het toezicht meer gewicht te geven is per 1 januari 2017 de GGD aangesteld als toezichthouder, die naast calamiteitentoezicht ook toezicht op de kwaliteit gaat uitvoeren.

Maatwerkvervoer                       
Gemeenten hebben een wettelijke taak om vervoer te organiseren voor inwoners van verschillende doelgroepen die niet op eigen kracht of met hulp van anderen in hun vervoersbehoefte kunnen voorzien. In 2015 en 2016 werd in het kader van die wettelijke taak door de gemeente nog gebruik gemaakt van de Regiotaxi. Hieronder in de tabel gegevens over het gebruik van de Regiotaxi in het kader van de Wmo.         

                    

Gebruik Regiotaxi
2015
 2016
 Aantal Wmo-reizigers 4.244 3.196
Aantal declarabele kilometers 52.369 46.485
Voorziening verstrekt 161 155
Stiptheid (taxi te laat) 6,21% 7.07%
Aantal ritten 4914 3646
Exploitatiebijdrage € 74.000 € 67.000

 
Per 1 januari 2017 is de provincie Overijssel gestopt met de Regiotaxi. Voor de uitvoering van het maatwerkvervoer is daarom per 1 januari Mijn Taxi Op Maat gestart. Uitgangspunt voor het nieuwe vervoer is een grotere nadruk op lokaal wat lokaal kan, eigen kracht  en integraliteit.

Beschermd wonen/maatschappelijke opvang                  
Beschermd wonen was in 2015 een nieuwe taak voor de gemeente. De regie voor deze taak ligt vooralsnog bij de gemeente Zwolle, evenals de maatschappelijke opvang, wat al een taak van de centrumgemeente was. Wel gaat het om een gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij in toenemende mate ook regiogemeenten een rol op zich moeten nemen. In de onderstaande tabel een aantal gegevens over beschermd wonen/maatschappelijke opvang.

 

Gegevens beschermd wonen/maatschappelijke opvang
2015
 2016
Regionale uitgaven voorzieningen in natura € 43.862.000 € 44.629.000*
Regionale uitgaven PGB € 15.041.000 € 15.750.000*
Plekken gecontracteerd aanbod 1030 975
Aantal toekenningen Staphorst 5 6
Aantal ambulante begeleiding maatschappelijke opvang 2 0
Instroom maatschappelijke opvang 0 0

* voorlopige realisatie

De samenwerking tussen regiogemeenten en centrumgemeente zijn in de afgelopen periode sterk geïntensiveerd. Er is afgelopen jaar een convenant afgesloten om de samenwerking te bekrachtigen en onderlinge afspraken vast te leggen. Vanaf 2020 zullen de rijksmiddelen voor beschermd wonen richting individuele gemeenten gaan en niet langer naar de centrumgemeente. Samenwerking op regionaal niveau zal voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang echter noodzakelijk blijven.

Begeleiding
Voor de maatwerkvoorzieningen begeleiding is in 2015 op regionaal niveau (Staphorst, Zwartewaterland, Meppel, Westerveld, Hoogeveen en de Wolden) een inkoopproces doorlopen. Hierin is een eerste aanzet is gemaakt voor een verdere transformatie van de begeleiding en de mogelijkheid geboden voor nieuwe aanbieders om toe te treden. Dit heeft ertoe geresulteerd dat er met ingang van 1 januari 2016 ca. 80 aanbieders een contract is gesloten. Van deze 80 gecontracteerde aanbieders leveren 37 aanbieders ook daadwerkelijk de zorg in de gemeente. Deze contracten hebben een looptijd van 1 jaar met twee keer de mogelijkheid tot verlenging met één jaar. De contracten zijn voor het jaar 2017 verlengd.

Aantallen begeleiding:

Ondersteuning WMO (nieuw) begeleiding
Stand 01-01-2016  Stand 31-12-2016
 Individuele begeleiding Zorg in Natura (ZIN) 70 78
 Individuele begeleiding PGB  21  21
 Groepsbegeleiding ZIN  67  82
Groepsbegeleiding PGB 13 10
Vervoer groepsbegeleiding ZIN 37 46
 Vervoer groepsbegeleiding PGB  5  4
Kortdurend verblijf ZIN 1 2
Kortdurend verblijf PGB 1 2
  215 245


Huishoudelijke hulp

Voor 2015 en 2016 waren er 3 aanbieders gecontracteerd voor het leveren van de ondersteuning in het huishouden te weten, Bions, TSN en Zorgspectrum Het Zand. Na het faillissement van TSN in 2016 zijn de cliënten van TSN ondergebracht bij Bions. Deze contracten hadden een looptijd tot 1 januari 2017.

In 2016 hebben wij in regionaal verband: Meppel, Westerveld, Hoogeveen/De Wolden en Staphorst een inkoopprocedure opgestart voor de inkoop van de maatwerkvoorziening ondersteuning in het huishouden. Dit heeft er toe geleidt dat met ingang van 1 januari 2017 in totaal 10 aanbieders gecontracteerd zijn. Deze contracten hebben een looptijd van 2 jaar met de mogelijkheid tot twee keer een verlenging met één jaar.

Aantallen:

Ondersteuning WMO hh
Stand 01-01-2016 Stand 31-12-2016
 Ondersteuning basis ZIN 91 99
 Ondersteuning basis PGB 10 8
 Ondersteuning plus ZIN 14 21
Ondersteuning plus PGB 1 2
Ondersteuning specifiek ZIN 4 5
 Ondersteuning specifiek PGB 0 0
  120 135

Huishoudelijke hulp toelage
In het najaar van 2014 is de regeling Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT) gelanceerd. Deze landelijke regeling is primair een instrument om de effecten van Wmo-bezuinigingen op de werkgelegenheid in de thuiszorg te verzachten. Tot eind september 2014 konden gemeenten een plan indienen bij het ministerie van VWS om in aanmerking te komen voor HHT middelen voor 2015 en 2016. Staphorst  heeft in 2015 € 45.528,-- en in 2016 € 45.528,-- ontvangen.

Met deze regeling is het voor de inwoner van Staphorst mogelijk om bovenop de uren die geïndiceerd zijn vanuit de Wmo extra uren particuliere hulp in te kopen bij de zorgaanbieder. In 2015 bedroeg de toelage per uur € 12,50. In 2016 is dit € 7,50. De zorgaanbieder brengt de kosten van de particuliere hulp minus de HHT bij de klant in rekening.

Het aantal mensen dat een beroep doet op de HHT is zeer beperkt. In 2015 en 2016 hebben respectievelijk 9 en 8 mensen gebruik gemaakt van de HHT. De uitgaven bedroegen in 2015 € 1.621,88 en in 2016 € 1.826,26 uitgegeven. De resterende toelage van 2015 en 2016 is toegevoegd aan de reserve Sociaal Domein. De middelen hoeven niet terugbetaald worden aan het ministerie maar gemeenten worden wel verzocht deze  middelen in te zetten ten behoeve van de zorg. De HHT is een tijdelijke regeling en stopt met ingang van 1 januari 2017. De HHT is vanaf 2017 onderdeel van de integratie-uitkering 2017 waarbij het HHT bedrag niet wordt uitgesplitst (zoals gebeurde in 2015 en 2016).

 

 2)  WAT HEEFT HET GEKOST 

In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen van de nieuwe decentralisatie WMO, de kosten voor de oude "WVG" voorzieningen en hh zijn hierin niet opgenomen. Dit om de vergelijkbaarheid met de decentralisatiegelden helder te houden.

Omschrijving Bedrag Rekening 2016 Bedrag  begroting 2016
Bedrag rekening 2015
Fonds deelname maatschappelijke activiteiten/  Wtcg en CER gelden  12 143 0
 Groepsbegeleiding, incl vervoer 531  366  538
 Individuele begeleiding ( Zorg in Natura ZIN) 362  450  385
 Ontvangst CAK 0  -35  0
 Mantelzorg 55  47  0
 Toegang ( soc wijkteams, doventolk, cliëntondersteuning) 209  224  221
 PGB begeleiding 418  705  586
Totaal 1.587  1.900  1.730
       
Opbrengst | Uitkering Sociaal Deelfonds -2.147 - 2.146 - 2.353
       
Saldo -560  -246  -623

Toelichting:

Het fonds deelname maatschappelijke is gedurende het jaar 2016 opgericht, waardoor slechts voor een klein deel hiervan in 2016 gebruik gemaakt is.  Deze kosten zullen in de toekomst wel worden gemaakt. Herindicering  gedurende het jaar 2015 heeft geleidt tot lagere kosten per voorziening,  waardoor kosten in 2016 niet verder toenemen , ondanks een hoger aantal voorzieningen.  De kosten voor groepsbegeleiding en ind. begeleiding Zorg in  Natura (ZIN)  lijken zich te stabiliseren op het niveau van 2015, terwijl de uitgaven voor PGB verminderen.

Het overschot ad € 541.000 zal worden toegevoegd aan reserve sociaal domein. Bij het opstellen van de begroting 2016 was al rekening gehouden met een overschot van € 246.000.  Het grootste deel van de extra toevoeging komt door de lagere uitgaven PGB, dan verwacht.

B | Decentralisatie jeugd

 1)  WAT IS ER GEREALISEERD

In 2016 hebben we gewerkt aan de transformatie van de jeugdhulp, nadat onze aandacht in 2015 nog vooral uitging naar de transitie van de jeugdhulp: een zorgvuldige overgang. De decentralisatie bied ons een unieke kans om de jeugdhulp anders, beter en minder kostbaar in te richten. In 2016 hebben we toegewerkt naar eenvoudige, integrale, preventieve en laagdrempelige ondersteuning dichtbij. Het Centrum voor Jeugd en Gezin Staphorst heeft hierin een belangrijke regiefunctie vervult. We hebben dit samen met scholen, huisartsen en andere instellingen gedaan. Maar natuurlijk ook samen met ouders, jongeren, kerken, (sport)verenigingen en andere betrokkenen.

In 2016 hebben we gezorgd voor een kwalitatief goed en toereikend aanbod van jeugdhulp was. Er zijn geen grote incidenten of calamiteiten voorgevallen. Voor ieder kind was de juiste zorg tijdig beschikbaar. Het Centrum voor Jeugd en Gezin heeft zich in 2016 ontwikkeld tot dé integrale toegang tot zorg. Dit in goede samenwerking met huisartsen en onderwijs. We hebben gebouwd aan de verbinding tussen de lokale toegang (CJG) en de regionaal georganiseerde voorzieningen als jeugdhulp, jeugdzorg, gedwongen kader (jeugdreclassering en jeugdbescherming, Raad voor de Kinderbescherming), Advies en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AMHK) en regionale crisiszorg.  Er is gewerkt aan een goed werkend AMHK. De samenhang tussen het Centrum Werk en Ondersteuning (CWO) en het CJG is verder uitgebouwd. Er is gewerkt aan de koppeling van vaste contactpersonen CJG aan Staphorster organsiaties / verenigingen.  Jeugd en ouders hebben geparticipeerd als klankbord voor beleid. We hebben meer ingezet op individuele- en groepstrainingen in het preventieve domein, ter voorkoming op instroom in zwaardere vormen van jeugdhulp. En niet onbelangrijk, is er net als in 2015 ook in 2016 ingezet op professionalisering van CJG medewerkers. De gebruikscijfers laten zien dat we aan het toegroeien zijn naar de beoogde transformatie in het nieuwe jeugdstelsel.

Welke prestaties kun je monitoren?

Preventie en signalering.

  • Met de verloskundigen hebben we in 2016 prenatale voorlichting georganiseerd in samenwerking met het Centrum voor Jeugd en Gezin. Door hierin gezamenlijk op te trekken, wordt er al vroeg ingezet op voorlichting en vindt voor ouders van hieruit een eerste laagdrempelige kennismaking met het CJG plaats. De voorlichting vindt ongeveer 5 x per jaar plaats en gemiddeld worden er per avond 20 aanstaande ouders bereikt.
  • Al een aantal jaar organiseert het CJG preventieteam de jaarlijkse themaweek. Het thema in 2016 was het thema ‘Contact’. Het doel van de themaweek is steeds weer de nadruk te leggen op preventie. Het preventieteam bestaat uit gemêleerd gezelschap van professionele en vrijwillige organisaties. Het doel van het team is samenwerken op het gebied van preventie en/of voorlichting om meer kinderen, jongeren en hun ouders te kunnen bereiken. Dit om problemen in een later stadium te kunnen voorkomen.
  • Belangrijk is dat elk kind een voorlichting aangeboden krijgt ten aanzien van alcohol, genotsmiddelen en/of andere mogelijke verslavingen. Juist bij kinderen in de oudste groep van de basisschool blijken deze preventielessen effectief te zijn. De gemeente stelt voor iedere school een bedrag van € 500,- beschikbaar om deze voorlichting te kunnen geven. Elke school is vrij in het kiezen van de organisatie die de voorlichting uitvoert. Aanbieders waaruit scholen kiezen zijn: SMON, Tactus, Family Care of Stichting Voorkom. Vrijwel alle scholen hebben in 2016 hun leerlingen deze voorlichting gegeven.
  • In 2016 werd actief uitvoering gegeven aan het programma Boekenbas. Dit houdt in dat alle ouders bij hun eerstgeborene bezoek krijgen van de zogenaamde ´Boekenbasmoeder´. Het programma is zondermeer succesvol en daarom in 2016 doorontwikkeld. Vrijwel alle ouders (90%) worden met dit programma bereikt.

Het programma was van oorsprong gericht op de taalontwikkeling van kinderen. Tijdens de bijeenkomsten met ouders bleek dat er vooral ook vraag was naar het bespreekbaar maken van opvoedthema´s die met het opvoeden van alledag te maken hebben. Voorbeelden zijn: slapen, eten, zindelijk worden. Daarnaast blijft het stimuleren van de taal bij de kinderen een belangrijke ingang.

Het eerste deel van het programma tot de peuterleeftijd wordt thuis bij de ouders uitgevoerd. Daarna krijgt het programma een vervolg via de peuterspeelzalen. Dit is een belangrijk preventief instrument waarbij 90% van de ouders in de gemeente Staphorst bereikt wordt. De gemeente wil daarom de peuterspeelzalen promoten.

Programma Boekenbas is een preventief instrument voor de doelgroep tot c.a. 2,5 jaar. Het programma is in 2016 doorontwikkeld met een preventief instrument voor de doelgroep van 4 jaar en ouder.

  • Ook is in 2016 ingezet op workshops voor en door ouders (Family Factory) op allerlei relevante opvoedingsthema´s. Voorbeelden van onderwerpen zijn: communiceren met kinderen, timemanagement voor gezinnen, mediawijsheid, etc. De workshops zijn informeel, oplossingsgericht en interactief van karakter.
  • In 2016 hebben 18 kinderen via het CJG een Sociale vaardigheidstraining aanbod voldoet aan een behoefte en zullen we daarom voortzetten. Daarnaast zagen we in 2016 een behoefte aan collectief en preventief aanbod voor sociaal-/emotionele-/fysieke weerbaarheid. In 2017 is dit aanbod beschikbaar.
  • In 2016 zijn er 1147 telefonische vragen bij het CJG binnengekomen. Het grootste deel van de telefoontjes in 2016 waren bestemd voor het CJG (696). De overige telefonische vragen (485) waren bestemd voor het consultatiebureau. De website van het CJG wordt dagelijks gemiddeld 150 keer bezocht. Niet alleen ouders die informatie zoeken gebruiken de website, ook wordt deze gebruikt door professionals. Het betekent dat zowel de telefonische bereikbaarheid alsook de website belangrijke kanalen zijn in het toegankelijk maken van (het preventief aanbod van) het CJG.
  • De Zorg-&adviesteams in het basisonderwijs hebben de beschikking over een maximum CJG budget van € 2.000,- die zij in mogen zetten voor individuele zorgtrajecten of groepstrajecten van leerlingen. Dit flexibele budget voor de individuele leerling en/of groep is prettig om snel en effectief te kunnen handelen. Dit budget is door scholen in de jaren 2015 en 2016 in totaal 7 x ingezet voor coaching/training van leerkrachten, 8x voor sociaal-/emotionele-/fysieke weerbaarheid, en 2x voor rouwverwerking.

 
Ondersteuning in het gezin

  • Het grootste deel van de hulpverlening heeft een ambulant Dat wil zeggen dat de ondersteuning gehaald wordt bij een organisatie of dat de ondersteuning gebracht wordt naar de thuissituatie. Er is in ieder geval geen sprake van opname in een instelling of wonen in een residentiële setting. De meeste vormen van ondersteuning zijn ambulant.
     
Aantal toewijzingen Staphorst 2016 2015
Toewijzingen ambulante jeugdhulp 335 393
Toewijzingen Jeugdhulp met verblijf 25 26
Totaal aantal toewijzingen in Staphorst 360 419

 
Uit bovenstaand overzicht wordt duidelijk dat de gewenste ontwikkeling plaatsvindt: door inzet op lokale preventie wordt er minder beroep gedaan op (ambulante) jeugdhulp.

Daarnaast kunnen we onderscheid maken tussen het aantal jongeren dat jeugdhulp heeft ontvangen en het aantal trajecten welke zijn ingezet. Sommige jongeren hebben in 1 jaar gebruik gemaakt van meerdere vormen van jeugdhulp. Dat betekent dat zij gebruik hebben gemaakt van meerdere jeugdhulptrajecten.

De grootste aanbieders voor jeugdhulp in Staphorst zijn Trias, Accare, Karakter en Vitree.

  • Hulp en ondersteuning kan in sommige gevallen ingezet worden middels een Persoonsgebonden Budget (PGB). In 2016 zijn 27 PGB’s verstrekt.

Totaal tm 11 jaar 12 tm 15 jaar 16 tm 17 jaar
27
8 14 5

 

  • Dyslexie-zorg maakt ook onderdeel uit van de ambulante jeugdhulp. In 2015 en 2016 is in Staphorst gebruik gemaakt van 57 dyslexie-trajecten. 22 kinderen tussen de 6 en 13 jaar zijn in 2016 gestart met een dyslexie-traject. Sommige trajecten betreffen tweejarige-trajecten en lopen  in 2016 nog door vanuit het voorgaande jaar. Het aantal dyslexie-cliënten in 2016 komt daardoor op 29.   De grootste dyslexie-aanbieders in Staphorst zijn Driestar Educatief, Stichting VIA, Centraal Nederland en Braams. 

 
Ondersteuning buiten het gezin

  • Soms kunnen kinderen en jongeren tijdelijk of voor een langere tijd niet meer thuis wonen. Dit kan zowel vrijwillig als gedwongen zijn. Het meest wenselijke is dat kinderen veilig in hun eigen gezin kunnen opgroeien. Wanneer er sprake is van ondersteuning buiten het gezin, is er – bij voldoende veiligheid – altijd de inzet om terug te keren naar het eigen gezin. We onderscheiden verschillende vormen van ondersteuning buiten het gezin, namelijk pleegzorg, residentiele zorg en gesloten jeugdzorg. Onderstaande tabel laat het aandeel jeugdhulp met verblijf in Staphorst lager ligt dan landelijk.

 

  • In 2016 zijn er geen Staphorster kinderen in pleegzorg
  • In 2016 hebben 24 Staphorster kinderen gebruik gemaakt van residentiele jeugdzorg.
  • In 2016 is in Staphorst éénmaal gebruik gemaakt van jeugdzorg plus

 
Risico’s
De risico’s voor het dossier jeugd liggen op het gebied van financiën. Het betreffen de mogelijke overschrijding van het budget en het resultaat van de verevening voor Staphorst. Deze zijn opgenomen in de financiële paragraaf.

2)  WAT HEEFT HET GEKOST 

 In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen van de nieuwe decentralisatie Jeugd.

Omschrijving Bedrag Rekening 2016 Bedrag begroting 2016
Bedrag rekening 2015
 Lokale invulling toegang Jeugd 443  362 359
 Landelijke transitie specialistische zorg 8  77  104
 PGB 293  374  595
 Zorg in natura (ZIN)/GGZ  687  568

 

 1.653   

  Zorg in natura (ZIN)/LVB 588  233
  Zorg in natura (ZIN)/Jeugd en opvoedhulp  529  802
Totaal  2458  2.416 2.711
       
 Uitkering Sociaal Deelfonds  2.463  2.416  2.542
       
 Saldo  -5 0 169


Toelichting: 
De daadwerkelijke kosten voor Zorg in Natura en PGB's ligt in lijn met de begroting, waarbij wel een verschuiving plaatsvind naar Zorg in Natura.  Deze kosten zijn ontleend aan de voorlopige opgave van de Bedrijfsvoeringsorganisatie IJsselland (BVO). Bij vaststelling definitieve cijfers zal een eventuele bate of last ten gunste of ten laste van de reserve sociaal domein gaan. 

De eigen lokale invulling jeugd bestaat uit de volgende bedragen:

Eigen initiatieven € 298.000
Vereveningsbijdrage BVO 2016  € 222.000
Teveel gereserveerd tekort BVO 2015 - € 102.000
Uitvoeringskosten BVO € 25.000
Totaal € 443.000


Met de BVO is de afspraak gemaakt dat voor uitvoering van Zorg in Natura en PGB's 85% van het landelijk toegewezen budget beschikbaar komt voor de BVO. De BVO verzorgt hiervoor de betalingen aan de zorgverleners. Mocht er op BVO een tekort ontstaan, dan wordt middels een verevening een bijdrage gevraagd van alle deelnemende gemeenten. Voor alle deelnemende gemeenten verwacht de BVO een tekort van ruim € 11 milj, waarvan Staphorst op basis van haar aandeel van ruim 2% dan een bedrag van € 222.000 moet bijbetalen.  

C | Decentralisatie participatiewet

 1)  WAT IS ER GEREALISEERD

Sinds 2015  vallen alle groepen mensen die recht hebben op een uitkering, met en zonder beperking, onder de werking van deze wet, op voorwaarde dat men arbeidsvermogen heeft. Daarmee heeft de gemeente een nieuwe doelgroep onder haar verantwoordelijkheid gekregen, de groep mensen met een beperking. Voor 2015 vielen deze onder de Wajong en daarmee onder de verantwoordelijkheid van het UWV. De gemeentelijke verantwoordelijkheid voor mensen met een beperking beperkte zich tot 2015 tot mensen met een SW indicatie.

Regionaal Werkbedrijf:
Binnen het Regionaal Werkbedrijf (RWB) wordt in netwerkverband samengewerkt door werkgevers, werknemers, onderwijs, gemeenten en UWV. De belangrijkste taakstelling van het RWB voor de komende jaren is het realiseren van de Banenafspraak. Deze taakstelling is gericht op het realiseren van banen voor mensen uit de zg. doelgroep, dat zijn mensen met minder dan 100 % arbeidsvermogen.  Toelating tot de doelgroepregister was per 2015 voorbehouden aan personen met een Wajonguitkering, met een WSW status en personen die voor opname in het doelgroepregister waren geïndiceerd.  In de loop van 2016 is voor zowel de scholieren van het speciaal onderwijs als het praktijkonderwijs een automatische opname in het doelgroepregister vastgelegd. Deze groepen behoeven dus geen indicatiestelling meer. Het UWV is belast met het bijhouden van de registratie  en van  de realisatie banenafspraak.

Een van de producten die vanuit het RWB worden aangestuurd is de werkgeversdienstverlening. In de praktijk werken we daarin samen met de gemeenten Steenwijkerland, Westerveld, Meppel en het UWV. 2016 heeft voor een belangrijk deel in het teken gestaan van de intensivering van de werkgeversdienstverlening. Centraal worden afspraken gemaakt over de wijze en het moment van benaderen van werkgevers.

Per 1 januari 2017 heeft Staphorst een eigen accountmanager in dienst; deze taak wordt uitgevoerd in combinatie met de taak bedrijvencontactfunctionaris. Hiermee wordt invulling gegeven aan een raadsmotie uit november 2015. Bij de werving van de accountmanager was een afvaardiging van de lokale werkgevers betrokken. De accountmanager is ons lokale gezicht van de werkgeversdienstverlening. Daar geldt een gezamenlijke taakstelling.

In 2016 zijn in RWB-verband opnieuw afspraken gemaakt met betrekking tot het reïntegratie-instrumentarium. In overeenstemming tussen UWV en gemeenten zijn afspraken over het inzetten van een jobcoach ge-uniformeerd. Een aandachtspunt blijft in dit verband dat het UWV  maar beperkt eigen (regionaal) beleid kan voeren; UWV is een uitvoeringsorganisatie én wordt landelijk aangestuurd.

Staphorst Werkt:
De gemeente Staphorst werkt op basis  van het beleidsplan Participatiewet 2015-2016 dat op 11 november 2014 is vastgesteld. Belangrijk onderdeel dat in 2016 is doorontwikkeld betreft de lokale reïntegratievoorziening StaphorstWerkt! Op basis van een convenant is de ontwikkeling hiervan voortgezet met als doel in de eerste helft van 2017 een coöperatie op te richten. Per 31 december 2016 hebben totaal ruim 40 klanten met een bijstandsuitkering bij StaphorstWerkt! aan hun arbeidsreïntegratie gewerkt. Daarvan waren per die datum 17 personen naar werk uitgestroomd, zijn 3 personen (mede naar aanleiding van hun ervaringen bij StaphorstWerkt!) gaan studeren en zijn 3 personen verhuisd.

Het totaal aantal klanten dat een bijstandsuitkering ontvangt, vanuit Participatiewet (139 personen) of IOAW (10 personen) is in 2016 gegroeid van 144 naar 149; momenteel is de tendens dalend. De eerstgenoemde groep bestaat voor circa 50 % uit personen met een ander geboorteland dan Nederland (waaronder de personen met een vluchtelingenstatus). Dit vraagt om specifieke aandacht. In een overeenkomst met Vluchtelingenwerk (die de begeleiding van nieuwkomers verzorgd gedurende de eerste 18 maanden van hun verblijf in Staphorst) is vastgelegd dat wij de nieuwkomers relatief frequent gaan spreken om daarmee zowel de inburgering als de arbeidsreïntegratie een positieve impuls te geven. Het gaat hier om een groep waarvan de begeleiding meer tijd vraagt dan van de autochtone klant.

In 2016 is de werving van een tweede reïntegratieconsulent afgerond. Hierdoor kan de uitstroom naar werk nog meer centraal komen te staan.

Het percentage werkzoekenden bedraagt per 31 december 2016 3,2 en is daarmee 0,5 % lager dan een jaar eerder.

Sociale werkvoorziening: 
Voor Reestmond heeft 2016 in het teken gestaan van de uitwerking van de visie “Bouwen op een goed fundament” die in december 2015 is vastgesteld. 

Minimabeleid:
Het minimabeleid van de gemeente Staphorst kent 3 basisonderdelen: de collectieve zorgverzekering, de bijzondere bijstand en het Fonds Deelname Maatschappelijke Activiteiten (FDMA) De collectieve zorgverzekering is beschikbaar voor iedereen tot 120 % van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. In 2016 namen gemiddeld 132 mensen deel aan deze verzekering;  daarvan ontvingen 59 personen een bijstandsuitkering. De totale uitgaven bijzondere bijstand bedroegen in 2016 ruim € 139.000. De grootste uitgaven hierbinnen waren: € 62.000 woninginrichtingskosten (nieuwkomers) en € 30.000 kosten gerelateerd aan bewindvoering.

Het FDMA is per 1 maart 2016 in het leven geroepen. Er zijn totaal 66 aanvragen gedaan, waarvan er 6 zijn afgewezen en 3 niet in behandeling zijn genomen. De totale uitgaven voor de 57 gehonoreerde aanvragen bedroegen € 11.037. Voor volwassenen is de grootste uitgave hierbij € 4257 voor internetabonnementen; voor kinderen is dat € 1989 voor sportuitgaven en € 1591 voor zwemlessen.

 

  2)  WAT HEEFT HET GEKOST 
 
In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen van de decentralisatie Participatie

Omschrijving Rekening 2016 Bedrag begroting 2016
Bedrag rekening 2015
 Bijdrage oud "WSW"medewerkers 1.240  1.283 1.366
 Reïntegratietrajecten/ loonwerkbepaling/ Beschut werk  79  84  40
 ureninzet medewerkers 181  64  153
 Exploitatiebijdrage Reestmond 214  272  149
Totaal  1.714 1.703 1.708
       
Opbrengst Sociaal Deelfonds 1.316 1.367 1.453
       
Saldo 398 336 255

 
Toelichting:
Voorheen ontvingen wij middels een subsidieregeling gelden voor de uitvoering van de WSW, welke doorgesluisd werden naar Reestmond. Hetzelfde gold voor reïntegratie-trajecten. Beide subsidieregelingen (zgn. ‘Sisa-regelingen’) zijn komen te vervallen en daar is de Participatiewet voor in de plaats gekomen. Het betreft hier dan eigenlijk ook geen ‘nieuw geld’, maar een andere wijze van ontvangen gelden en verantwoording.

De totale uitgaven liggen in lijn met de begroting. De hogere kosten voor ureninzet vloeit voort de inzet van de consulent werk , deze was op een ander product begroot . Daarnaast is er een lagere exploitatietekort bij Reestmond dan in 1e instantie was begroot.  Bij het opstellen van deze jaarrekening was het daadwerkelijke resultaat nog niet bekend, de verwachting is dat er geen substantiële afwijking zal zijn.

D | Reserve sociaal domein

 Gemeente Staphorst heeft besloten bij het samenstellen van de nota reserves en voorzieningen 2015  de reserve WVG om te zetten naar de reserve sociaal domein om mogelijke tegenvallers van de decentralisaties op deze wijze te kunnen opvangen. Mochten de werkelijke uitgaven in enerlei jaar hoger zijn dan de opgenomen bedragen in de begroting, wordt een mogelijk tekort gedekt uit deze reserve. De reserve kent begin 2016 een saldo van €  1.927.000

Voor het bepalen van de reserve Sociaal Domein nemen we alle uitgaven en ontvangsten mee die te maken hebben met de afgifte van voorzieningen binnen het sociaal domein. Naast de nieuwe 3 decentralisaties zijn dit de voorzieningen in kader van de oude WVG en hulp bij het huishouden. Het verschil tussen de begrote en werkelijke bedragen komt ten laste of ten gunste van de reserve sociaal domein. Dit levert het volgende overzicht op:

Onderdelen (bedragen x €1.000) Tekort 2016 Overschot 2016
 WMO    560
 Jeugd    5
 Participatie  62  
 Hulp bij het huishouden    165
 "Oude WVG" voorzieningen   45
 Diversen   89
     
Totaal  62 864
     
Toegevoegd Reserve Sociaal Domein   802

Bij het samenstellen van de begroting 2016 was al rekening gehouden met een toevoeging van € 246.000,- in verband met het verwachte overschot op de WMO. Deze dient ter dekking van de verminderde inkomsten uit de toekomstige decentralisatieuitkering. Door invoering van  het objectieve verdeelmodel is de verwachting dat deze verlaagd zal worden van € 2,3 milj in 2015 naar € 1.4 milj in 2019. 

Mochten de kosten voor de WMO voorzieningen zich stabiliseren op het huidige niveau van € 1,6 milj betekent dit dat we in de toekomst mogelijk een tekort hebben op deze decentralisatie van € 200.000, welke opgevangen dient te worden in de normale begroting of door een jaarlijkse onttrekking uit de reserve decentralisatie. Deze is voorlopig groot genoeg. In 2019 zal er op Rijksniveau een evaluatie plaatsvinden van de verschillende budgetten en vindt er een nieuwe berekening plaats van de objectieve verdeelmodellen.

Door de toevoeging ad € 802.000  is de stand van de reserve eind 2016 € 2.728.000