Meer
Publicatiedatum: 23-09-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Overige financiële aandachtspunten en ontwikkelingen

Overige financiële aandachtspunten en ontwikkelingen

In dit hoofdstuk is opgenomen:
- Algemene uitkering (mei-circulaire 2017)
- Reserves
- Rentebeleid / lijst van investeringen
- Niet gebruikte kapitaallasten: bestemming
- Decentralisaties (3D's)
- Bezuinigings- en ombuigingsmaatregelen voorgaande en huidige begroting(en)

Klik hieronder op een hoofdstuk voor meer informatie.

Algemene uitkering (mei-circulaire 2017)

Algemene uitkering (mei-circulaire 2017)

Inleiding
De mei- circulaire 2017 is beleidsarm omdat bij het samenstellen van deze circulaire er na de verkiezingen van 15 maart nog geen nieuw kabinet was. Ruimte vragende plannen op macro-niveau en die doorwerken in het Gemeentefonds  zoals klimaat en defensie zullen voor zover nu bekend en dit schrijven ook niet worden opgenomen in de Miljoenennota.  Wat  over blijft zijn mutaties als gevolg van loon- en prijsstijgingen, zowel in de algemene uitkering als bij het sociaal domein.

Samenvatting uitkomsten
a. Accressen
Begrip accres
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de trap op trap af methode wordt het accres genoemd. De accressen 2018 en volgende jaren zijn fors hoger.  Dit is hoofdzakelijk het gevolg van loon- en prijsontwikkelingen en de stijging van de pensioenpremie ABP op de rijksbegroting.  


Jaar 2018 - 2021
De (meerjaren-) uitkomsten van de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn voor Staphorst positiever ten opzichte van de ramingen in gemeentebegroting 2017.

Omschrijving 2018 2019 2020 2021
Algemene uitkering     € 14.034.000    € 14.473.000   € 14.834.000   € 15.150.000
Stijging ten opzichte van de meerjarenraming 2018 t/m 2020 in de begroting 2017 + €789.000
+ € 1.031.000 + € 1.120.000 + € -
Stijging ten opzichte van het jaar 2017 op basis van de mei- circulaire 2016  + € 1.134.000 + € 1.573.000 + € 1.934.000 + € 2.250.000
b. Sociaal domein

De voorgenomen overheveling per 2018 van de integratie-uitkering sociaal domein naar de algemene uitkering is uitgesteld. De overheveling kan op zijn vroegst in 2019 plaatsvinden. Er zijn signalen dat het niet eerder dan 2020 kan plaatsvinden en de overheveling helemaal niet door gaat maar dat de integratie-uitkering*1) de vorm van een decentralisatie-uitkering*2) zal aannemen. De macrobudgetten zijn ten opzichte van de mei- circulaire 2016 gewijzigd.
De gevolgen voor onze gemeente zijn:

Omschrijving 2018 2019 2020 2021
Totale uitkering 3D's    € 5.715.000    € 5.410.000    € 5.358.000    € 5.382.000
Stijging ten opzichte van de meerjarenraming 2018 t/m 2020 in de begroting 2017 - € 326.000 - € 328.000 - € 370.00 - € -
Stijging ten opzichte van het jaar 2017 op basis van de mei- circulaire 2016 (afgerond: € 5.690.000) - € 25.000 - € 280.000 - € 334.000 - € 309.000

Toelichting begrippen:
*1)  integratie-uitkering = een bepaalde termijn en vrij besteedbaar.

 *2)  decentralisatie-uitkering = geen bepaalde termijn, vrij besteedbaar, hoeft achteraf geen verantwoording voor worden afgelegd.

Zie voor nadere toelichting paragraaf 9 sociaal domein.

c. Diversen
September-circulaire 2017
Gewoontegetrouw melden wij u op deze  plaats dat de september-circulaire van het Gemeentefonds  door de late ontvangst niet verwerkt is in deze begroting. De gebruikelijke gedragslijn die wij hierbij hanteren is dat bij een eventuele positieve uitkomst hierover in de zomernota van 2018 zal worden gerapporteerd. Dit omdat de praktijk regelmatig heeft uitgewezen dat de uitkomst van de september-circulaire in de loop van het jaar regelmatig naar beneden wordt bijgesteld.  Bij een negatieve ontwikkeling die bovendien substantieel is zullen wij u hierover separaat informeren.

Taakmutatie VNG-betalingen
Vanaf 2018 is er geen sprake meer van dat rechtstreekse betalingen aan de VNG vanuit de algemene uitkering plaats vinden. Dat heeft een positief effect op de alg. uitkering. De toename  wordt aangewend ter dekking van het Fonds Gemeentelijke Uitvoering die de VNG in het leven heeft geroepen. Met ingang van 2019 zal dit ook het geval zijn bij de Waarderingskamer. 


Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Een tiental nieuw decentralisatie-uitkeringen zijn in het leven geroepen. Vaak hebben ze betrekking op een specifieke taak voor één of enkele gemeenten. Staphorst valt onder geen van deze tien uitkeringen.


Ontwikkelingen
Het verdeelstelsel wordt tegen het licht gehouden. Doel is o.a. om minder schommelingen te krijgen.
Ook de invoering van een groter lokaal belastinggebied zal naar verwachting op termijn zijn beslag gaan krijgen.

Reserves

Reserves

Ontwikkeling reservepositie 2018 - 2021 aan het begin van het kalenderjaar

 (bedragen x1.000)
Reservenaam 2017 2018 2019 2020 2021
Alg. reserves 21.001 10.847   9.235 11.289 12.287
Bestemmingsreserves 31.677 32.340  35.840 33.725 31.474
Voorzieningen 1.956 1.860  1.890 1.943 1.996
TOTAAL 54.634 50.048 46.965 46.957 45.757

Toelichting
Basis
De afname van de reserves zijn geraamd op basis van de opgenomen investeringen/projecten die zijn opgenomen in de (meerjaren)begroting en de lijst van investeringen.

Reserve voor grondexploitatie
De reserve voor grondexploitatie is met ingang van dit begrotingsjaar gerubriceerd onder de algemene reserves.  De  reden is dat deze reserve kan worden aangemerkt als een algemene reserve en niet als een bestemmingsreserve.  De reden is dat  voor de gemeente Staphorst er minimaal risico's aan de grondexploitaties zijn verbonden.  

Het anders rubriceren heeft als gevolg een versterking van  het weerstandsvermogen.     
Binnen de reserves wordt onderscheid gemaakt naar de algemene reserve (verplicht (artikel 43 Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)) en bestemmingsreserves. De algemene reserve heeft een algemeen karakter en is vrij aanwendbaar. Voor het gebruik van de algemene reserve is, zoals voor alle reserves, altijd een expliciet raadsbesluit vereist.
De algemene reserve is het vrij besteedbare eigen vermogen van de gemeente. Deze reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers. Tekorten en overschotten op de jaarrekening komen ten laste respectievelijk ten gunste van de reserve zonder bestemming. De noodzakelijke hoogte van de algemene reserves wordt mede bepaald aan de hand van het weerstandsvermogen van de gemeente. Hierbij wordt de weerstandscapaciteit van de gemeente, waaronder de algemene reserve, afgezet tegen de risico’s die de gemeente in zijn exploitatie of in zijn vermogen loopt. Zie paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. 

Rentebeleid/ lijst van investeringen

Rentebeleid/ lijst van investeringen

Voor het jaar 2018 worden geen rentelasten toegerekend aan de te activeren investeringen. Wel zijn de werkelijk te betalen rentelasten in de begroting opgenomen. Deze werkwijze sluit naadloos aan bij de herziening van de nieuwe BBV- verslagleggingsregels rondom het toerekenen van rente aan grondexploitaties namelijk het uitsluitend toerekenen van de werkelijk betaalde rente over het vreemde vermogen.

Niet gebruikte kapitaallasten: bestemming

Niet gebruikte kapitaallasten: bestemming

Verkeersinfrastructuur
Investeringen/projecten waarvoor dekkingsmiddelen (= afschrijvingslasten) zijn geraamd in de Lijst van Investeringen en niet in uitvoering zijn gebracht vallen in 2018 incidenteel vrij. De bestendige gedragslijn wordt doorgezet namelijk dat deze eenmalig vrijvallende middelen  worden toegevoegd aan de reserve verkeersinfrastructuur. Met deze incidentele middelen wordt een structureel effect gerealiseerd namelijk dat door toevoeging aan deze reserve de gemiddelde jaarlijkse storting wordt verlaagd. Bij de vaststelling van het Wegenbeheerplan wordt dit effect ook als dekkingsmiddel mee genomen.

NB

Dit geldt niet voor de geraamde afschrijvingslasten voor de investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Immers deze lasten worden bij ingebruikneming alsdan ten laste van de reserve investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut. Praktisch betekent dit dat de toevoeging aan de reserve verkeersinfrastructuur minimaal zal zijn. 

Decentralisaties (3D's)

Decentralisaties (3D's)

De 3 decentralisaties: Participatiewet, WMO en Jeugdwet zijn tot en met de  begroting 2017 budgettair neutraal geraamd. Dit omdat de transitie in financiële  zin (gebaseerd op de objectieve verdeelmethode) een ingroeipad kent.  

In deze begroting is dat model verlaten. De kosten van bovengenoemde  decentralisaties zijn niet meer zichtbaar in de begroting tot uitdrukking gebracht.  Reden: het toerekenen aan de 3 specifieke decentralisaties is niet meer mogelijk doordat:
a. er inmiddels tussen de 3 decentralisaties diverse verbindingen zijn ontstaan;
b. de invoering van de wettelijk verplichte begrotings-voorschriften (vernieuwde BBV) hebben geleid tot een andere wijze van toerekening van de loonkosten (o.a. middels het programma overhead).  Het Ministerie heeft aangekondigd dat in 2019 of 2020 het huidige verdeelmodel wordt geëvalueerd en mogelijk wordt aangepast.  Ook zal er dan waarschijnlijk geen sprake meer zijn van aparte  decentralisatie-uitkeringen en zijn deze integraal opgenomen in de algemene uitkering. Uitwerking van deze aanpassing:          
- Begroting 2018
Uitgaven en inkomsten zijn nagenoeg neutraal.      
- Meerjarenraming 2019 – 2021
Op basis van de mei-circulaire 2017 is het totaal-budget voor de 3 decentralisaties in 2018: € 5,7 milj. en in 2021: € 5,4 milj.; een afname van  € 0,3 milj. die nagenoeg volledig in 2019 wordt geëffectueerd. Voor de jaren 2019 en 2020 worden de tekorten in de begroting wanneer die lager zijn dan de afnames van de rijksvergoedingen opgevangen door een toevoeging uit de reserve sociaal domein. Deze reserve is gevormd uit de saldi van de decentralisaties van de jaren 2015 en 2016 en mogelijk ook 2017. In het jaar 2021 is de begroting structureel sluitend en zal om die reden geen aanspraak op de reserve hoeven te worden gedaan.    

Bezuinigings- en ombuigingsmaatregelen voorgaande en huidige begroting(en)

Bezuinigings- en ombuigingsmaatregelen voorgaande en huidige begroting(en)

Vanaf de begroting 2010 zijn er besluiten genomen om de begroting in evenwicht te houden.

Begroting 2010: maatregelen '10-'13 tot een bedrag van € 2.848.000
Begroting 2011: idem ’11 – ’14 € 977.000
Begroting 2012: idem ’12 – ’15 € 252.000
Begroting 2013: idem ’13 – ’16 € 530.000
Begroting 2014: idem ’14 – ’17 € 488.000
Begroting 2015: idem ’15 – ’18 € 541.000
Begroting 2016: idem ’16 – ’19 € 0
Begroting 2017: idem ’17 – ’20 € 0
Begroting 2018: idem '18 - '21 € 0
  €5.636.000

Opmerking
Een aantal besluiten zijn niet geëffectueerd of de besluitvorming hiervan is naderhand teruggedraaid.