Meer
Publicatiedatum: 23-09-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Toelichtende hoofdstukken

Toelichtende hoofdstukken

 

 

 

In dit onderdeel staan de hoofdstukken 8 tot en met 10 van de begroting 2017.

Hoofdstuk 8 | Dekkingsplan
Hoofdstuk 9 | Overige financiële aandachtspunten en ontwikkelingen
Hoofdstuk 10 | Financiële toelichting op de begroting

08 | Dekkingsplan

1 | Dekkingsplan begroting 2017 - 2020

1 | Zomernota 2016: aansluiting met uitkomst begroting 2017
In de zomernota 2016 hebben wij u geïnformeerd over de (voorlopige) begrotingsuitkomst 2017 en meerjarenraming 2018-2020. Daarbij werd een negatieve begrotingsuitkomst gepresenteerd van € 500.000 (afgerond). Om dit begrotingstekort op te heffen is in de zomernota in het hoofdstuk “nadere uitwerking financiën” een concept- dekkingsplan gepresenteerd. Deze bestond uit 3 onderdelen te weten:

1. (HER )VERDELING GEMEENTEFONDS (€ 200.000)
Anticiperen op ontvangst 1/3 deel sub-cluster Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing;
2. WEGENBEHEERPLAN (€ 200.000)
Dotatie in de reserve wegenbeheer waardoor hogere noodzakelijke jaarlijkse storting in de begroting achterwege kan blijven;
3. VORMING VOORZIENING ‘GARANTIE -DEEL ’ PERSONEEL (€ 150.000)
Bedoeld om hieruit de salariskosten die naar aanleiding van de reorganisatie als garantie kunnen worden aangemerkt te dekken.

 

Bij de samenstelling van de definitieve begroting 2017 zijn de onder ad. 1 en 2 genoemde dekkingsmogelijkheden ingezet.
Aan het 3e onderdeel is geen uitvoering gegeven. De ruimte is binnen de begroting gevonden.

 

2 | Uitkomst begroting 2017 en meerjarenraming 2018 - 2020 

Samenvatting  Begroting 2017  Meerjarenraming (x 1.000)
2018 2019 2020
Uitkomst + 42 +292 + 347 + 422
Dekkingsplan        
Per saldo + 42 + 292 + 347 + 422

 3 | Analyse (globale) begrotingsuitkomst 2017 met begroting 2016 + de meerjarenraming met 2017
Op deze plaats is het gebruik dat een analyse wordt gegeven van de verschillen met de begroting 2016. Nu dit jaar in de begroting bij de programma’s de belangrijke afwijkingen worden toegelicht is het niet zinvol dit hier te herhalen. Volstaan wordt met onderstaande globale analyses.

A | Analyse begroting 2017 - 2016

Omschrijving Voordeel Nadeel
Algemene uitkering 519  
Groei heffingen 70  
Reestmond lager verlies 195  
Loonkosten ambtenaren:   494
Waarvan gedekt decentralisaties   -196
Totaal loonkosten (loonsverh/cao)           298
Rente toerekening riolering           179
Vervallen couponobligaties           138
Bijdrage CJG           57
Automatisering           58

B | Meerjarenraming: afwijkingen met 2017

Omschrijving 2018 2019 2020
Beleggingen -4 -8 -72
Onroerende Zaak Bel. Eigenaren woning 21 43 64
Onroerende Zaak Bel. Gebruiker niet-woning 7 15 22
Onroerende Zaak Bel. Eigenaar niet-woning 11 23 35
Uitkering gemeentefonds 336 542 814
Onvoorziene uitgaven en stelposten -131 -224 -218
Zwembad 'De Broene Eugte' 100 100 100
Openbare Gezondheidszorg -13 -26 -39
Jeugdgez. : C.J.G. Uniform deel -13 -26 -40
Loonkosten -104 -210 -318
Omgevingsvergunning Bouwen 8 16 24
Totaal 219 228 349

4 | Meerjarenraming 2018-2020
De meerjarenraming geeft voor de jaren 2018-2020 relatief hoge positieve saldi. Twee nuancerende opmerkingen over de geraamde begrotingsruimte zijn hier op zijn plaats:
1. De algemene uitkering is debet aan de stijging
    De belangrijkste reden van deze uitkomst is dat de algemene uitkering in 2018-2020 met in totaal € 800.000 zal
    stijgen. Zoals bekend, is de algemene uitkering gekoppeld aan de rijksuitgaven (trap op, trap af-principe). Dit
    verklaart meteen waarom deze uitkomsten niet voor vaststaand kunnen worden beschouwd. De ontwikkeling van de
    algemene uitkering is de grootste variabele en daarmee tegelijk onzekere factor in de begroting.
2. Toekomstige ontwikkelingen
     Een ander aandachtspunt in dit verband is dat er zich in genoemde jaren en mogelijk later enkele ontwikkelingen/
     projecten kunnen aandienen die financiële consequenties met een structureel karakter met zich brengen.

 

5 | Dekkingsplan begroting 2017 en meerjarenraming 2018 – 2020: geen noodzaak
De begroting 2017 en meerjarenraming 2018 - 2020 sluiten beide met batige saldi. Dat wil zeggen de begroting en meerjarenraming zijn structureel en reëel in evenwicht. Hiermee wordt voldaan aan een van de toetsingscriteria van de provincie Overijssel die is opgenomen in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader “Een kwestie van evenwicht”. Het begrip structureel evenwicht houdt in dat in de begroting jaarlijks de structurele lasten gedekt worden door structurele baten. Het reëel evenwicht houdt in dat de ramingen reëel zijn. Hierdoor is er geen aanvullend dekkingsplan met daarin bezuinigings- en of inkomstenverhogende maatregelen noodzakelijk. Dit feit, een begrotingssaldo, doet zich voor het 2e achtereenvolgende jaar voor en mag als een positief gegeven worden gekwalificeerd. Evenals bij de begroting 2016 willen wij op deze plaats en in dit verband in het kort nog een tweetal opmerkingen/kanttekeningen plaatsen:

1e Een effectieve “stille” bezuinigingsmaatregel
Betreft het niet verhogen van de ramingen voor de kosten van derden in de begroting met het prijsindexcijfer, tenzij hier contractuele verplichtingen aan ten grondslag liggen.

2e U tvoering 3 decentralisaties: budgettair neutraal in begroting 2017
De uitvoering vormt in dit kader mogelijk op termijn een aandachtspunt. Voor een toelichting wordt verwezen naar paragraaf 8.

Op deze plaats wordt volstaan met het financiële aspect namelijk dat:
1. De invoering van het objectieve verdeelmodel WMO gedurende de periode 2016-2019 leidt tot een achteruitgang van ruim € 1 milj, per inwoner; een korting van € 62 per inwoner;
2. Het totaalbudget voor het jaar 2017 gaat van: € 5.928.000 in 2016 naar € 5.502.000;
3. De reserve sociaal domein op 1-1-2016 een stand kent van bijna € 2,0 milj.

Aanvullend wordt opgemerkt dat er een aantal claims op de vrij beschikbare reserves kunnen worden gelegd. Het gaat dan om dekking van kosten ter uitvoering van de herziening nota wegenbeheer, huisvesting (gemeentehuis) en aanpassing aansluiting op de A-28.

 

6 | Vorming nieuwe reserve: reserve investeringen in openbare ruimte met maatschappelijk nut
Het huidige financiële beleid in onze gemeente is dat de investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut eenmalig worden gedekt uit een reserve; meestal zonder bestemming. Deze beleidslijn heeft als financieel en daarmee het structurele voordeel dat er geen rente- en afschrijvingslasten ten laste van de exploitatiebegroting kunnen worden gebracht. Het vernieuwde BBV schrijft verplicht voor dat alle investeringen vanaf 1 januari 2017 moeten worden geactiveerd. In de Lijst van investeringen is uitvoering aan bovengenoemd voorschrift gegeven. De consequentie hiervan is dat de (structurele) afschrijvingslasten in de begroting als gereserveerd dekkingsmiddel moet worden geraamd. Om de hierboven genoemde financiële beleidslijn te continueren is een zelfde constructie toegepast als bij de school- en gemeentelijke gebouwen indertijd. Dat betekent dat de totale afschrijvingslast van de investeringen in de lijst van investeringen en die behoren tot de categorie investeringen in openbare ruimte met maatschappelijk nut zijn gereserveerd. Hiervoor is de reserve “investeringen in openbare ruimte met maatschappelijk nut” gevormd met een totaal van € 7,7 milj. Zie hieronder.

De nieuwe regelgeving schrijft aanvullend voor dat de verplichting tot het activeren van de uitgaven die behoren tot investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk per 1 januari 2017 ook gaat gelden voor die welke in 2016 of eerder zijn gestart en de uitgaven nog doorlopen in 2017 en mogelijk langer. Ook de uitvoering van de beschikbaar gestelde kredieten in 2016 of eerder vallen onder deze bepaling. De administratieve verwerking geeft dan een “knip” te zien. Uitgaven tot en met 2016 worden eenmalig gedekt. Alle uitgaven vanaf 1 januari 2017 worden geactiveerd. Het is vooraf niet exact aan te geven of en zo ja welke investeringen het betreffen. In onderstaand overzicht zijn de investeringen opgesomd waarvan de jaarlijkse afschrijvingslasten zullen worden gedekt ten laste van de nieuw te vormen reserve investeringen in openbare ruimte met maatschappelijk nut. Daarbij is vermeld uit welke reserves deze is gevormd.

Nr. Omschrijving investering Uit reserve gevormd Bedrag
  Geraamd uitvoeringsjaar: 2017    
1. Herinrichting Staphorst-Noord, fase 1 en 2 reserve volkshuisvesting € 763.000
2. Fietspadenplan: mr. J.B. Kanlaan - Evenboersweg reserve grondexploitatie € 2.500.000
3. Herinrichting omgeving station reserve zonder bestemming € 500.000
4. Korte Kerkweg: opnieuw inrichten reserve zonder bestemming € 200.000
5. Herinrichten E. Wubbenlaan - 1e deel reserve zonder bestemming € 137.000
6. Doortrekken fietspad Waanders reserve zonder bestemming € 290.000
7. Herstraten/afkoppelen Oosterparallelweg reserve zonder bestemming € 225.000
8. Herinrichting Boslaan reserve zonder bestemming € 190.000
9. Fietssnelweg A-28 (Gorterlaan – Lichtmis) reserve grondexploitatie € 1.600.000
       
  Geraamd uitvoeringsjaar: 2019    
10. Ontsluiting industrieterrein Oosterparallelweg reserve zonder bestemming € 905.000
       
  Geraamd uitvoeringsjaar: 2020    
11. Herinrichting Staphorst-Noord, fase 3 reserve zonder bestemming € 281.000
    SUB-TOTAAL € 7.591.000
  Stelpost: overloop investeringen reserve zonder bestemming € 109.000
    TOTAAL € 7.700.000

De jaarlijkse afschrijvingslast is in 2017 en 2018 € 400.000.
In 2019 neemt de last toe door geraamde investering(en) met € 60.000 en in 2020 met € 20.000.

2 | Nieuw beleid

1 | Overzicht nieuw beleid in Lijst van Investeringen
In de begroting 2017 is uitsluitend het bestaande beleid geraamd. Het nieuwe beleid voor komende en volgende jaren is opgenomen in de Lijst van Investeringen. Onderstaand geven wij een totaaloverzicht van het nieuwe beleid.
De dekkingsmiddelen zijn als stelpost in programma 0, taakveld “overige baten en lasten” – taakveld 0.8 = nummer 080.101; onvoorziene uitgaven en stelposten geraamd.

LIJST VAN INVESTERINGEN 2017 - 2020 PROGRAMMABEGROTING 2017

Omschrijving
van de investering
I=
inc
S=
str.
>2016 2017 meerj.begr. '18-'20 Last
begr.
2017
Last
begr.
2018
Last
begr.
2019
Last
begr.
2020
2018 2019 2020
Programma 0 | Algemeen bestuur en organisatie
0.2 Burgerzaken  
  Aanschaf stemmachines I   10.000       0      
  Totaal     10.000       0 0 0 0
 
Programma 1 | Openbare orde en Veiligheid
1.2 Openb. Orde en Veiligheid
  Externe boa’s tbv parkeertoezicht S   10.000       10.000      
  Totaal     10.000       10.000 0 0 0
 
Programma 2 | Verkeer en Openbare Ruimte
2.1 Verkeer en Vervoer
  Wegen                    
  Fietspadenplan:
Mr. J.B. Kanlaan/ Evenboersw.
S 2.500.000         125.000      
  Korte Kerkweg:
opnieuw inrichten
S 200.000          20.000      
  Verplaatsen op- en afritten A-28       p.m.       p.m.    
  Herinrichting
centrum Staphorst (markt)
  p.m.         0      
  Fietssnelweg A28
(Gorterlaan - Lichtmis)
S 1.600.000         80.000      
  Ontsl. industrieterr. Oosterp.weg: uitvoer. S       905.000       60.000  
  Herinr. Staphorst Nrd.-Oost:
fase 1 en 2
S 345.000 418.000       50.000      
  Herinr. Staphorst Noord-Oost (fase 3) S         281.000       20.000
  Herinr. Staphorst Noord-Oost (fase 4) S           0      
  Herstr./afkoppelen
Oosterparallelweg
S   225.000       15.000      
  Herinrichting kruispunten IJhorst     p.m.       0      
  Doortrekken fietspad bij Waanders S   290.000       20.000      
  Wegenbeheerplan 2017 - 2020 S   200.000       0      
  Herinrichten/parkeren 1e deel
Ebbinge Wubbenlaan
S 137.000         10.000      
 2.1 Verkeer en Vervoer      
  Materieel: gladheidsbestrijding                    
  Opzetstrooier nr.1 (t.b.v. vrachtauto) S       42.000       5.250  
  Sneeuwploeg nr.1 (t.b.v. vrachtauto) I       9.500       0  
  Aanhangstrooier nr.2 (t.b.v.tractor) S     44.000       5.500    
  Sneeuwploeg nr.2 (t.b.v.tractor) I     9.500       0    
  Sneeuwploeg nr.4 (t.b.v.tractor) I         10.000       0
  Opslagtank zoutoplossing S         44.000        
  Ver-reiker S   70.000       5.833      
  Gladheidmeldsysteem (uitbreiding met
3e sensor in Oude Rijksweg, Rouveen)
I   20.000              
2.5 Openbaar Vervoer
  Herinrichting omgeving station S 500.000         35.000      
  Totaal   5.282.000 1.223.000 53.500 956.500 335.000 360.833 5.500 62.250 22.200
 
Programma 3 | Economie/ ondernemen
3.1 Economische ontwikkeling
  Regio Zwolle:
Bijdr. samenw. ec. Regio Zwolle
S 16.500         16.500      
3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur
  Beveiliging bedrijfsterreinen I 50.000         0      
  Leader-III: lokale project-
bijdragen
I 75.000         0      
  Mutatieverw. kadaster rvk Staph./Reestdal I   50.000       0      
  Totaal   141.500 50.000 0 0 0 16.500 0 0 0
 
Programma 4 | Onderwijs
  Niet van toepassing                    
 
Programma 5 | Sport, Cultuur, Recreatie en Toerisme
5.2 Sportaccomodaties
  V.V. IJhorst:
renov. veld incl. uitbr. verlichting
    p.m.       0      
5.6 Media
  Openb. Bibliotheek:
verv. autom. apparatuur
I   90.000       0      
5.7 Openbaar groen en recreatie
  Herinrichting Boslaan S   190.000       15.000      
  Boomveiligheidsinspectie 2017 I   40.000       0      
  Opstellen groenbeheerbestekken I   15.000       0      
  Vervangen boombeplanting Staph.-Zuid       p.m.            
  Kappen i.v.m. Essentaksterfte:
320 bomen
I   21.500       0      
  Kappen i.v.m. Essentaksterfte:
420 bomen
I     28.000            
  Herplant: 600 bomen I     90.000            
  Flora- en Faunawet:
invent.- en uitv.maatr.
I 40.000                
  Uitv. Landschapsplan: houtsingel- proj.Rouv-Staphorst 2017 + 2018 I   50.000       0      
  Totaal   40.000 441.500 118.000 0 0 17.335 0 0 0
 
Programma 6 | Sociaal Domein
6.1 Samenkracht/ burgerparticipatie
  Nieuw dienstencentrum: onderzoek     p.m.       0      
6.3 Inkomensregelingen
  Nazorg schuldhulp- verlening S 10.000         10.000      
6.5 Arbeidsparticipatie
  Participatiebudget:
trajecten jongeren met een achterstand arbeidsmarkt
S   20.000       20.000      
  Totaal   10.000 20.000 0 0 0 30.000 0 0 0
 
Programma 7 | Volksgezondheid en Milieu
7.1 Volksgezondheid
  Nieuwe GR: OD-IJsselland: overhead S     120.000 115.000 100.000   120.000 -5.000 -15.000
7.2 Riolering
  Rioolverv.+afkopp.Staph. NW
fase 1
S 528.000         0      
  Afkoppelen Oosterparallelweg S   144.400       0      
  Rioolverv.+afkopp.Staph. NW
fase 2
S   740.000       0      
  Rioolverv. + afkopp. Staph. NW fase 3 S         675.000        
7.3 Afval
  Uitzetten ondergr. containers buitengeb. I 24.000         0      
7.4 Milieubeheer
  Energiebesparende
maatr. gem. gebouwen
S 300.000         0      
  Gem.huis, MCR en Noorderslag                    
  Uitv.progr. Duurzaamheid (projectk.) I 110.000 55.000 55.000 55.000   0      
7.5 Begraafplaatsen
  Herinrichting begraafplaats Staphorst I     140.000            
  Totaal   962.000 939.400 315.000 170.000 775.000 0 120.000 -5.000 -15.000
 
Programma 8 | Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
8.3 Wonen en Bouwen
  Nieuwe Omgevingswet:
implementatie
I   200.000       0      
  Structuur/ omgevingsvisie I   60.000       0      
  EPOS: automatisering I   40.000       40.000      
  EPOS: implementatie maatregelen 2017 I   160.000       0      
  Totaal   0 460.000 0 0 0 40.000 0 0 0
 
Programma 9 | Overhead
0.4 Ambtelijke organisatie/ ondersteuning
  Organisatie                    
  Doorontwikkeling organisatie I 250.000 250.000       0      
  Gemeentewerkplaats                    
  Groot onderh. t.l.v. res. gem. gebouwen: €430.000
Groot onderh. activeren: €120.000
S 550.000         8.000      
  Gemeentehuis                    
  Aanpassing raadzaal S 175.000         175.000      
  Koffiezetautomaten: vervanging I   12.000       0      
  Onderzoek groot onderhoud I   100.000       0      
  Communicatie: intern - extern                    
  Huisstijl: aanpassing I 25.000 25.000              
  Materieel:
transportmiddelen + diversen
                   
  Hoogwerker:
overgang op huur c.q. samenw.
                   
  stelpost S p.m.         10.000      
  Pick-up bus service-ploeg (VG-083-R)                    
  Pick-up bus service-ploeg (1-VFL-00) S   41.000       5.125      
  Pick-up bus groenploeg (8-VHF-35) S     38.000       4.750    
  Bestelbus gesloten (2-VSJ-36) S       40.000       5.000  
  Vrachtwagen (BZ-BH-51) S       200.000       28.571  
  Materieel onkruidbestrijding S   12.000       12.000      
  Electr. voert. (2) t.b.v. particip. medew. S   60.000       7.500      
  Containerbak vrachtwagen S   28.000       2.333      
  Veegzuig-combinatie t.b.v. mini-tractor S   38.000       3.167      
  Kipper (3-zijdig) t.b.v mini-tractor I   7.000       0      
  Calamiteiten-aanhanger I   10.000       0      
  Totaal   275.000 583.000 0 0 0 30.125 0 0 0
            
  Totaal alle programma's   7.435.000 3.736.900 524.500 1.366.500 1.110.000 540.294 130.250 93.821 7.200

 

3 | Belastingvoorstellen 2017

Voor het jaar 2017 worden de volgende belastingmaatregelen voorgesteld.

Soort heffing % In € per gemidd. huish.
Trendmatige verhoging belastingen, leges en heffingen 1% div.
Rioolheffing + € 1 € 230
Afvalstoffenheffing Geen € 191

1 | Toelichting op de heffingen
Ad. 1. Trendmatige verhoging belastingen, leges en heffingen
In verband met de prijsinflatie worden alle gemeentelijke belastingen, leges en heffingen met 1% verhoogd. Een uitzondering hierop vormen de riool- en afvalstoffenheffing (zie hieronder). Deze trendmatige verhoging is bedoeld om de gevolgen van de inflatie te compenseren en is daarom noodzakelijk

Ad. 2. Rioolheffing
De rioolheffing wordt het komende jaar verhoogd met € 1 en bedraagt: € 230. Bij de vaststelling van het v-GRP-V beleidsplan is besloten dat deze heffing niet meer zal worden verhoogd gedurende de looptijd van het beleidsplan. Dat is tot en met 2020. Feitelijk is deze heffingshoogte
(€ 229) sinds 2012 niet meer verhoogd. Door het gelijk blijven van de heffingshoogte zal de hoogte van de reserve enigszins afnemen.

Ad. 3. Afvalstoffenheffing
De gemiddelde heffingshoogte, die bestaat uit 2 componenten voor komend jaar is:

Vastrecht tarief: € 140
De afvalstoffenheffing voldoet niet aan het uitgangspunt van een kostendekkende heffing; de opbrengst is onvoldoende om de kosten te dekken. Bij de begroting 2016 is als beleidslijn bepaald om uitvoering te geven aan het besluit, genomen bij de invoering van de 2e fase omgekeerd inzamelen, dat het vastrechttarief de komende jaren telkens met € 6 zal worden verhoogd.Gelet echter op de hoogte van de reserve matiging afvalstoffenheffing: geraamd per 1 januari 2017 op € 500.000 (afgerond) is het verantwoord deze verhoging van € 6 voor 2017 niet te effecturen.

Variabel tarief: €51
Het variabele tarief, kosten voor het aanbieden van de grijze container, blijft gelijk aan vorig jaar (= € 9,21 per aanbieding). Doordat naast het plastic ook metaal en drankverpakkingen in een aparte container worden ingezameld is het gemiddeld aantal aanbiedingen berekend op 5,5 per aansluiting.

TOTAAL € 191

Ter vergelijk:
De gemiddelde heffingshoogte afvalstoffenheffing was bij de begroting 2016 ook berekend op € 191.

Afvalstoffenheffing Raming 2017 (x 1.000) Raming 2016 (x 1.000)
Kosten ophalen huisvuil €1.266 €1.364
Kosten overhead €26  
Kosten straatvegen (25%) €20 €23
Doorberekening BTW-aandeel door invoering BCF €245 €245
Kwijtschelding €28 €38
Baten afvalstoffenheffing €1.052- €1.035-
Baten afvalstoffenheffing: verhoging vast-recht + € 6 (5.575 aansl.)   €33-
Overige baten (o.a. vergoeding verpakkingsafval en dividend) €385- €383-
Eenmalige bate: vrijkomend kapitaal van Attero (VAM)   €140
Uitvoering pilot   p.m.
Saldo €148 €79
Onttrekking reserve matiging afvalstoffenheffing €148- €79-
Saldo van de reserve matiging afvalstoffenheffing per 31 dec. begr. jaar €537 €514

 2 | Reserve matiging afvalstoffenheffing

De raming voor 2017 is: vaste kosten per aansluiting (5.439)                                                € 167
Inclusief gratis container voor:
• GFT,
• oud papier,
• kunststoffen, drankkartons en blik (PMD).
Kosten kwijtschelding afvalstoffenheffing en 25% kosten straatreiniging.
Minus:
uit reserve matiging tarief afvalstoffenheffing.                                                                            € 27 -
Vastrecht 2017                                                                                                                                        € 140

Conclusie
De reserve matiging afvalstoffenheffing dient een minimale stand te hebben van plm. € 200.000. Per saldo nog een ruimte voor onttrekkingen: € 337.000. Een verhoging van het vast-recht per aansluiting met € 6 geeft een structurele extra opbrengst van gemiddeld     € 35.000 per jaar. Het komende jaar wordt beschikt over cijfers en kosten van de inzameling over 2016. Er is dan het gehele jaar 2016 op de “nieuwe methode” ingezameld en de kosten van de brenglocaties zijn dan bekend. Op basis van deze informatie zal bij de begroting 2018 worden bezien met hoeveel het vast recht en in welk tempo de verhoging moet worden doorgevoerd om te voldoen aan het criterium van kostendekkendheid.

Vooraankondiging
Zeer recent (medio september) is meegedeeld dat er rekening mee moet worden gehouden dat het scheiden van pmd-afval (plastic, metalen en drankverpakkingen) duurder gaat worden voor gemeenten. Er zijn nu al problemen met de verwerkingscapaciteit van de aangeboden hoeveelheid afval en dit zal nog stijgen omdat er meer capaciteit nodig is om het afval te kunnen verwerken. Hierdoor nemen de kosten toe zowel van het sorteren als het vermarkten.

 

3 | Gemiddelde belastingdruk
De gemiddelde lastendruk waarbij de 3 gebruikelijke belastingen (o.z.-belasting, riool- en afvalstoffenheffing) de berekeningsbasis vormen geeft voor het komende jaar een stijging van € 4 per per gemiddeld huishouden. Op basis van 2015 (heffingshoogten van andere gemeenten 2016 worden niet meer door de provincie Overijssel bekend gemaakt) van gemeenten in onze provincie bedraagt de gemiddelde belastingdruk € 698 (is in 2016 € 694). Voor verdere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen.

 

4 | Leges ruimtelijke ordening – implementatie EPOS
Eind juni 2015 is door uw raad besloten om een aanvullend krediet beschikbaar te stellen voor uitvoering van een zogenaamde art. 213A Gemeentewet onderzoek. Het betreft een in te stellen onderzoek naar de doelmatigheid waarmee de ruimtelijke procedures (afhandeling aanvragen omgevingsvergunning, inclusief de vereiste herziening bestemmingsplan, toezicht en handhaving) worden uitgevoerd. De werkgroep RO, die is ingesteld naar aanleiding van een vastgestelde bestuursopdracht in december 2014, is betrokken bij het onderzoek.

De uitkomsten van dit onderzoek heeft geresulteerd tot het EPOS-project: Efficiënte Proces-inrichting Omgevingsrecht Staphorst. Het implementatietraject loopt van 2016 – 2018. EPOS is veelomvattend. Het is niet alleen een betere stroomlijning van de bestaande processen met nieuwe instrumenten en functies, maar door het werken met het nieuwe gedachtengoed, ontstaat een nieuwe verhouding tussen gemeente en de initiatiefnemer binnen het domein van de fysieke leefomgeving. EPOS zal leiden tot aanpassing van de hoogte van de leges en daarmee de opbrengsten. Mogelijk zullen de eerste resultaten in de begroting 2018 zichtbaar worden.

09 | Overige financiële aandachtspunten en ontwikkelingen

1 | Algemene uitkering (Mei-circulaire) 2016

1 | Algemene uitkering (Mei-circulaire) 2016

I. Jaar 2016 en 2015 en meerjarenraming 2018 - 2020
De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de “trap op trap af methode” wordt het accres genoemd.

2015
De afrekening van het accres 2015 is voordelig, een plus van € 38.000. De rijksuitgaven waren per saldo hoger dan gedacht, met name als gevolg van de instroom van vluchtelingen. Dit wordt verrekend in 2016.

2016
Het uitkeringsjaar 2016 geeft in deze circulaire een voordeel van € 95.000. Opgeteld met de nabetaling over 2015 geeft dat een plus van: €133.000.

Meerjarenraming 2018 - 2020
De meerjarenraming geeft de volgende uitkomsten:
2018: 25 punten ten opzichte van 2017 = € 237.500
2019: 13 punten ten opzichte van 2018 = € 123.500
2020: 20 punten ten opzichte van 2019 = € 190.000
Een toename van:                                               € 550.000 (afgerond)

II. Jaar 2017

3D-taken
Met ingang van 2016 zijn de objectieve verdeelmodellen voor de WMO 2015 en Jeugdzorg van toepassing. Tevens is voor beschermd wonen als onderdeel van de WMO een verbeterd historisch verdeelmodel van toepassing. De verdeling voor 2017 is in deze circulaire definitief wat betreft de maatstaven en gehanteerde aantallen. Daarmee wordt stabiliteit gecreëerd.

Groot onderhoud aan verdeelstelsel, verdiepingsonderzoek VHROSV
Over dit onderwerp is in deze circulaire geen nieuwe verdeling gegeven. Eerst moet nog overleg met de VNG komen, waarna de fondsbeheerders deze zomer een besluit nemen. Resultaten worden in de komende septembercirculaire gepubliceerd. Deze uitstelactie beïnvloed de budgettaire positie omdat in de begroting wordt uitgegaan van de mei-circulaire.

Verhoogde Asielinstroom
In het Uitwerkingsakkoord Verhoogde Asielinstroom is afgesproken dat de toevoeging in 2015 blijft als dekkingsmiddel en structureel doorwerkt. Ook de extra geraamde bedragen voor 2016 en 2017 doen dat. Aanvullend worden in de jaren 2016 en 2017 nieuwe middelen aan het gemeentefonds toegevoegd via een decentralisatie-uitkering ‘Verhoogde asielinstroom’. Maar deze wordt vervolgens gedeeltelijk (2016) of geheel (2017) via de uitkeringsfactor weer uitgenomen. Macro bezien blijft er in 2016 € 136 miljoen over, in 2017 nihil. Uitgangspunt hierbij is: “geld volgt vergunninghouder”. Consequentie is dat hierdoor in het laatste jaar het gedrag van gemeenten wordt beïnvloed. Gemeenten ontvangen een bedrag per in die gemeente geplaatste vergunninghouder. Het effect hiervan is namelijk dat gemeenten met een gemiddelde instroom geen financieel voor- en nadeel ervaren, omdat de compensatie via de Doel Uitkering even groot is als de uitname via de Uitkeringsfonds.
Echter, gemeenten die minder dan evenredig asielzoekers opnemen, zullen een financieel nadeel ervaren. De toevoeging via de Doel Uitkering (DU) is nog niet bekend terwijl de uitname via de uitkeringsfactor wel doorgevoerd is in de circulaire. Per nieuwe in Staphorst te plaatsen statushouder wordt een bijdrage van € 6.000 als DU genoemd. Hier staan ook eigen gemeentelijke kosten tegen over. In afwachting van concrete uitkomsten/cijfers is dit onderdeel nog niet in de begroting geraamd.

Huishoudelijke Hulp Toelage
Deze decentralisatie-uitkering geldt voor de jaren 2015 en 2016. Doelstelling was beroepskrachten van thuishulporganisaties aan het werk te houden en tevens de eigen bijdrage van patiënten te verlagen. Inmiddels is besloten deze DU structureel te maken en het budget van €100 miljoen met ingang van 2017 toe te voegen aan de integratie-uitkering WMO 2017. De oorspronkelijke voorwaarden zijn losgelaten. De gelden kunnen ruimer ingezet worden.

Voorschoolse voorziening peuters
Rijk en gemeenten hebben bestuurlijke afspraken gemaakt over een aanbod voor alle peuters. Met deze afspraken wordt alle peuters de mogelijkheid gegeven om naar een voorschoolse voorziening te gaan. Via de afspraken zetten gemeenten zich actief in om een aanbod te realiseren voor de groep peuters zonder recht op kinderopvangtoeslag die nu niet naar een voorschoolse voorziening gaat.

Aankondiging vervallen DU “versterking peuterspeelzaalwerk”
Als onderdeel van het in te dienen wetsvoorstel Harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk is het kabinet voornemens de decentralisatie-uitkering Versterking peuterspeelzaalwerk (€ 35 miljoen structureel) in het kader van de Wet OKE te laten vervallen. De geplande inwerkingtredingdatum van dit wetsvoorstel is 1 januari 2018. Het wetsvoorstel wordt naar verwachting na deze zomer ingediend bij de Tweede Kamer, die eerder – per brief van 1 december 2013 – over dit voornemen is geïnformeerd.

III. De cijfers

Algemene uitkering

Begroting
2016
mei-circ. 2015

Begroting
2016
mei-circ. 2016
Begroting
2017
mei-circ. 2016
Meerjarenraming (x.1000)
2018 
mei-circ. 2016
2019   
mei-circ. 2016
2020    
mei-circ. 2016
12.381 12.704 12.708 13.044 13.250

13.522

Sociaal domein

Begroting
2016
mei-circ. 2015

Begroting
2016
mei-circ. 2016
Begroting
2017
mei-circ. 2016
Meerjarenraming (x.1000)
2018
mei-circ. 2016
2019
mei-circ. 2016
2020
mei-circ. 2016
5.929 5.924 5.689 5.389 5.082

4.988

IV. Aansluitend op meicirculaire: groot onderhoud gemeentefonds – 2e fase: sub-cluster VHROSV
De besluitvorming over het groot onderhoud aan het verdeelstelsel is in 2 fasen verlopen, in 2015 en 2016. Als onderdeel van de 2e fase zijn de kosten van het sub-cluster volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stadsvernieuwing (hierna: VHROSV) herijkt. Aanleiding is dat er scheefgroei is ontstaan ten aanzien van kosten van bestemmingsplannen, met name in buitengebieden. Daarom werden de ijkpunten aangepast in het voordeel van plattelandsgemeenten. Dat onderzoek moest worden overgedaan omdat de methodiek voor verbetering vatbaar was. Toch is met ingang van 2016 1/3e deel doorgevoerd. Inmiddels zijn in maart 2016 de resultaten van het nieuwe onderzoek door de Raad voor Financiële Verhoudingen (Rfv) en de VNG bekend geworden. Ze hielden een bevestiging in van het eerste. Het advies van de Rfv was om volledig over te gaan tot volledige doorvoering in 2017. In de Algemene Ledenvergadering van de VNG is een motie bij meerderheid aangenomen met dezelfde strekking.

Het kabinet heeft op 8 juli besloten de herverdeling in het gemeentefonds binnen het sub-cluster Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stadsvernieuwing (VHROSV) niet volledig door te voeren. Daarbij is overwogen dat er sprake is van een aantal knelpunten en ontwikkelingen waardoor de eenduidigheid van de uitkomsten anders komt te liggen. De Minister wenst de resterende 33% mee te nemen in het kader van de herziening van de gemeentelijke financiële verhoudingen en beschouwt daarmee de verdeling van de sub-cluster VHROSV als afgerond. Het kabinet wijkt daarmee af van de wens van de meerderheid van gemeenten om de herverdeling wel volledig door te voeren. Onze gemeente heeft zich daarom geschaard achter het initiatief van de vereniging van Zeeuwse Gemeenten om er bij de 2e Kamer er op aan te dringen hier wel onverkort uitvoering aan te geven en bij de VNG uitvoering te geven aan de aangenomen motie. Immers hierdoor “mist” de gemeente 33%. De nieuwe verdeling houdt in dat de door de onderzoekers voorgestelde verdeling per 2017 voor 33% is doorgevoerd. Hiermee komt het aandeel op 66%. Dit geeft vanaf 2017 een structurele meer-inkomst van: € 192.000. De uitkomst wordt daardoor als volgt:

Begroting
2016
mei-circ. 2015

Begroting
2016
mei-circ. 2016
Begroting
2017
incl. sub-cluster VHROSV
Meerjarenraming
2018
incl. sub-cluster VHROSV
2019
incl. sub-cluster VHROSV
2020
incl. sub-cluster VHROSV
12.381 12.704 12.900 13.236 13.442

13.714

V. Herziening gemeentelijke financiële verhoudingen
Zowel de VNG als de Rfv hebben in hun adviezen naar aanleiding van het groot onderhoud aan het gemeentefonds (zie hierboven) gevraagd om een fundamentele herziening van de uitgangspunten van de verdeling. Ook de Tweede Kamer heeft een motie aangenomen waarin wordt gevraagd om een fundamentele herziening van de grondslagen van de financiële verhoudingen.
De Minister heeft aangekondigd om daarbij tevens buiten de kaders van de huidige systematiek naar toekomstige verdeelmodellen te kijken. Hij wenst dit aan te pakken in de vorm van een meerjarig herzieningstraject waarbij de hierboven genoemde knelpunten naar aanleiding van het verdiepende onderzoek worden meegenomen.

2 | Reserves

Ontwikkeling reservepositie 2017 - 2020 per eind van het kalenderjaar

(bedragen x1.000)
Reservenaam 2017 2018 2019 2020
Alg. reserves 5.099 4.917 3.947 3.656
Bestemmingsreserves 41.049 39.739 39.151 37.153
Voorzieningen 1.379 1.439 1.584 1.689
TOTAAL 47.528 35.030 43.562 42.499

Toelichting
De afname van de reserves zijn geraamd op basis van de geraamde investeringen/projecten die zijn opgenomen in de (meerjaren)begroting en de lijst van investeringen.

Reserve zonder bestemming: nagenoeg uitgeput
Tot deze begroting werden voor eenmalige dekking van investeringen/projecten waarvoor geen bestemmingsreserve is gevormd in principe de reserve zonder bestemming aangewezen en incidenteel (mits daarvoor de ruimte was) de reserve grondexploitatie. Vanaf 2017 moeten alle investeringen worden geactiveerd en op worden afgeschreven. Door de totale afschrijvingslast van deze investeringen te reserveren wordt de huidige beleidslijn door gezet. Op basis van de begroting 2017 en meerjarenraming (geplande investeringen Lijst van Investeringen) en reeds beschikbaar gestelde kredieten zal het bedrag aan vrij beschikbare middelen d.w.z reserve zonder bestemming per 31-12-2020 een stand kennen van slechts € 0,4 milj. Hier staan de stortingen in de reserve grondexploitatie tegenover die door de positief verlopende grondexploitaties zoals de Esch-III en Rouveen - West tegenover. Deze ontwikkeling is vorig jaar al gesignaleerd en op geattendeerd. Toen is
gemeld dat dit gevolgen heeft voor het weerstandsvermogen. Deze is hierdoor fors gedaald. Wel wordt nog voldaan aan de minimaal vastgestelde kwalificatie- eis van > 2,0. Zie ook de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicomanagement.

3 | Rentebeleid/ lijst van investeringen

Voor het jaar 2017 worden geen rentelasten toegerekend aan de geactiveerde investeringen. Wel zijn de werkelijk te betalen rentelasten in de begroting opgenomen. Deze werkwijze sluit naadloos aan bij de herziening van de nieuwe BBV-verslagleggingsregels rondom het toerekenen van rente aan grondexploitaties namelijk het uitsluitend toerekenen van de werkelijk betaalde rente over het vreemde vermogen.

4 | Niet gebruikte kapitaallasten: bestemming

Verkeersinfrastructuur
Investeringen/projecten waarvoor dekkingsmiddelen (= afschrijvingslasten) zijn geraamd in de Lijst van Investeringen vallen in 2017 incidenteel vrij. De bestendige gedragslijn zal worden doorgezet namelijk dat deze eenmalig vrijvallende middelen zullen worden toegevoegd aan de reserve verkeersinfrastructuur. Met deze incidentele middelen wordt een structureel effect gerealiseerd; door toevoeging aan deze reserve wordt de gemiddelde jaarlijkse storting verlaagd. Bij de vaststelling van het Wegenbeheerplan is dit ook als dekkingsmiddel mee genomen.

NB
Dit geldt overigens niet voor de geraamde afschrijvingslasten van de investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Immers deze lasten worden bij ingebruikneming alsdan ten laste van de reserve investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut.

5 | Bezuinigings- en ombuigingsmaatregelen voorgaande en huidige begroting(en)

Vanaf de begroting 2010 zijn er besluiten genomen om de begroting in evenwicht te houden.

Begroting 2010: maatregelen '10-'13 tot een bedrag van €2.848.000
Begroting 2011: idem ’11 – ’14 €977.000
Begroting 2012: idem ’12 – ’15 €252.000
Begroting 2013: idem ’13 – ’16 €530.000
Begroting 2014: idem ’14 – ’17 €488.000
Begroting 2015: idem ’15 – ’18 €541.000
Begroting 2016: idem ’16 – ’19 €0
Begroting 2017: idem ’17 – ’20 €0
  €5.636.000

Opmerking
Een aantal besluiten zijn niet geëffectueerd of de besluitvorming hiervan is naderhand teruggedraaid.

10 | Financiële toelichting op de begroting

Presentatie

Algemene dekkingsmiddelen volgens BBV:

1 | Lokale heffingen
De gemeente Staphorst kent de volgende niet-bestedingsgebonden gemeentelijke heffingen: (bedragen x €1.000)

 
Soort Rekening 2015 Begroting na wijziging 2016 Begroting
primair 2017
Meerjarenraming
2018
Meerjarenraming
2019
Meerjarenraming
2020
 
Onroerende Zaakbelasting 2.519 2.594 2.652 2.692 2.733 2.774
Forensenbelasting 59 59 59 60 61 62
Toeristenbelasting 50 40 40 40 41 41
Hondenbelasting 50 48 48 49 49 50
  2.675 2.741 2.799 2.841 2.884 2.927

De onroerende zaakbelasting is in de jaren 2011 t/m 2014 jaarlijks verhoogd met 9,25% (2% trendmatig en jaarlijks 7,25%). In 2015 en 2016 is rekening gehouden met een trendmatige verhoging van 1,5% en in 2017 van 1%. Tevens is rekening gehouden met een geringe areaaluitbreiding. De overige belastingen zijn trendmatig verhoogd met 1,5% en in 2017 met 1%.

2 | Algemene uitkeringen

Soort Rekening 2015 Begroting
na wijziging 2016
Begroting primair 2017 Meerjarenraming
2018
Meerjarenraming
2019
Meerjarenraming
2020
 
Algemene Uitkering 11.936 12.381 12.900 13.236 13.442 13.714
Uitkering deelfonds sociaal domein 6.349 5.929 5.689 5.389 5.082 4.988
  18.285 18.310 18.589 18.625 18.524 18.702
Uitkeringsfactoren 1,400 1,447 1,420 1,445 1,458 1,478

De geraamde algemene uitkeringen uit het gemeentefonds zijn gebaseerd op de meicirculaire 2016, waarbij rekening is gehouden met een uitkeringsfactor in 2017 van: 1,420. Eén punt uitkeringsfactor geeft voor onze gemeente een bedrag van € 9.500.

De uitkeringsfactor in de meerjarenraming voor de jaren 2018 t/m 2020 is resp.1,445, 1,458 en 1,478. Dit meerjarenperspectief is gebaseerd op de ramingen in lopende prijzen.

Het kabinet heeft besloten dat zware bezuinigingen ingaan in 2015. Met ingang van 2015 heeft een 1e herijking (groot onderhoud) van het gemeentefonds plaatsgevonden. Voor onze gemeente geeft dit een nadeel van bijna € 76.000 (is afgerond € 5 per inwoner). In 2015 krijgen we hiervoor eenmalig (overgangsregeling) 50% is € 38.000

De 2e herijking (groot onderhoud) heeft in 2016 plaatsgevonden en worden de hogere kosten voor de kleinere gemeenten in 2016 gedeeltelijk (1/3) gecompenseerd en is compensatie van de herverdeeleffecten voor de grotere gemeenten, zoals opgenomen in het oorspronkelijk verdeelvoorstel, niet nodig. Tegelijkertijd is in 2015/2016 een verdiepingsonderzoek uitgevoerd naar de kosten van gemeenten op dit taakgebied. Uit dit aanvullende onderzoek subcluster VHROSV is gebleken dat de aanpassing van het verdeelvoorstel correct is. De onderzoekers hebben geadviseerd de nieuwe verdeelformule op basis van het eerdere onderzoek volledig uit te voeren. De Rvf (Raad voor de financiële verhoudingen) en de VNG is om advies gevraagd. Op de algemene ledenvergadering van de VNG op 8 juni 2016 is de motie aangenomen tot volledige invoering van de nieuwe verdeling (51% voor, 49% tegen). De VNG geeft in haar advies aan dat de grote herverdeeleffecten voor de grootste nadeelgemeenten als een bijzondere omstandigheden gezien kunnen worden. Dit bracht de VNG in mei tot het advies om in 2017 opnieuw 33% van de nieuwe verdeling in te voeren, onder voorbehoud dat de grootste nadeelgemeenten
op een passende manier worden gecompenseerd.

De Rvf adviseert alles overwegende om de door de onderzoekers voorgestelde verdeling in te voeren. Het ministerie constateert, ook na het verdiepende onderzoek, dat er nog steed geen resultaten liggen die drager kunnen zijn voor een eenduidige herverdeling. Ook acht ze het van belang dat de gemeenten weten waar ze in 2017 en volgende jaren aan toe zijn. Daarnaast is op 24 november 2015 de motie Veldman/Wolbert aangenomen waarin wordt gevraagd om een fundamentele herziening van de grondslagen van de financiële verhoudingen.

Met de VNG zijn afspraken gemaakt over dit meerjarige herzieningstraject dat op korte termijn een aanvang zal nemen. Alles overwegende kiest de minister ervoor de door de onderzoekers voorgestelde verdeling opnieuw voor 33% in te voeren. Hiermee komt het aandeel van de nieuwe verdeelformule uit op 66%. Met deze aanvullende stap van 33% extra volgens de nieuwe verdeling rond het ministerie de herverdeling van het subcluster VHROSV af. In de meicirculaire 2016 is deze laatste verhoging van 33% nog niet meegenomen. Om de begroting sluitend te krijgen hebben we hiervoor bij de samenstelling van de begroting in mei/juni een bedrag van € 192.000 meegenomen. Voor onze gemeente betekent dit € 14,88 per inwoner, waarvan € 11,77 geëffectueerd wordt in 2017 en € 3,13 in 2018. Gerekend naar 16.700 inwoners is dit iets meer (€ 4.225) dan in de begroting is meegenomen. Bij schrijven van 30 augustus 2016 aan de VNG en de 2e kamer hebben we te kennen gegeven dat het advies van de VNG en de Rvf als uitgangspunt dient te worden gehanteerd voor de volledige doorvoering.

3 | Dividend
Geraamd zijn de navolgende dividenden en ontvangen interest:

  Rekening 2015 Begroting primair 2016 Begroting primair 2017 Meerjarenbegroting 2018 Meerjarenbegroting 2019 Meerjarenbegroting 2020
 
Vitens N.V. 54 50 50 50 50 50
Idem - achtergestelde lening 19 14 12 9 6 3
Enexis N.V. - dividend 29 28 24 24 24 24
Idem - achtergestelde lening 4 4 4 4 4 4
Enexis B.V.- rente deelneming 10 7 5 5 5 5
Venn. 2e vrijval Escrow Fond-verk. 71          
Rendo N.V. - dividend 325 322 322 322 322 322
Wadinco N.V. - dividend 20 20 20 20 20 20
Totaal programma 9 | functie 330 532 445 437 434 431 428
Rova N.V. - dividend 55 55 55 55 55 55
Rova N.V. - interim dividend 50          
Rova N.V. - achtergestelde lening 30 30 30 30 30 30
Attero - verkoop aandelen            
Attero - vrijkomend kapitaal (VAM)   140        
Totaal programma 8 | functie 721 135 225 85 85 85 85
             
Bank Nederlandse gemeenten 17 14 30 30 30 30
BNG Financial Bond Fonds 17 15 9 6 3  
BNG Government Bond Fonds 5 5 3 2 1  
Winst verkoop Financial Bond Fonds 13 10 10 10 10  
Winst verkoop Government Bond Fonds 65 50 50 50 50  
Rabo variabele couponoblig. 150 138 0      
Totaal programma 10 | functie 913 267 232 102 98 94 30
Algemeen totaal 934 902 624 617 610 543

Bovenstaande dividenden zijn onder verschillende programma’s verantwoord.

4 | Saldo financieringsfunctie

  Rekening 2015 Begroting
primair 2016
Begroting
primair 2017
Meerjarenbegroting 2018 Meerjarenbegroting 2019 Meerjarenbegroting 2020
 
Baten 1.013 772 81 80 79 79
Lasten 59 18 0 0 0 0
Saldo 954 754 81 80 79 79

 

Rentelasten:

           
Totaal doorbelaste rente: 1.109 838 132 162 159 156
Ten laste van:            
Stichting Zwembad 15 10        
Afvalverwerking (t.l.v. reserve) 12 12        
Riolering (t.l.v. reserve) 205 233 36 39 39 38
Grondexploitatie (bijschr.boekw.) 256          
Hyp. leningen exploitatie bijdrage industrieterrein 59 18        
Rente niet t.l.v. exploitatie 532 263 36 39 39 38
Doorbelaste rente t.l.v. exploitatie
577 575 96 123 120 118

De afname van de rentelast in 2014 en 2015 komt doordat het rekenpercentage is teruggebracht van 5% naar resp. 4% en 3%. Voor grondexploitaties wordt voor 2015 een rentepercentage van 4 aangehouden. De Commissie BBV heeft meegedeeld het voornemen te hebben tot herziening verslaggevingsregeld grondexploitatie. Omdat we praktisch geen vreemd vermogen hebben is rentebijschrijven op gronden niet meer toegestaan. Op de boekwaarde van gronden die nog niet in exploitatie zijn mag zo wie zo geen rente meer worden bijgeschreven. Hierdoor is de rentebijschrijving op grondexploitatie m.i.v. 2016 komen te vervallen. Het gevolg is dat deze rente niet meer ten gunste van de exploitatie komt. Met ingang van 2017 is het doorberekende rentepercentage teruggebracht van 3% naar 0,5%. Dit overeenkomstig de nieuwe BBV voorschriften dat de doorberekende rente maximaal 0,5% mag afwijken van het berekende omslagpercentage, voor onze gemeente 0,19%.

De gemeente rekent rentelasten aan de diverse programma’s toe, zodat die programma’s een integraal beeld geven van de kosten die met de uitvoering gemoeid zijn. Hoe meer rente wordt doorberekend (bij hogere boekwaarde), hoe hoger het rentevoordeel. Het lagere  rekenpercentage rente heeft tot gevolg dat de rentelasten op de programma’s afgenomen zijn, evenals het rentevoordeel (per saldo in totaliteit geen voor- en/of nadeel, behalve grondexploitatie en riolering) . Er wordt geen rente gecalculeerd over het werkzame eigen vermogen van de gemeente.

5 | BTW-compensatiefonds

  Rekening
2015
Begroting
primair 2016
Begroting
primair 2017
Meerjarenbegroting
2018
Meerjarenbegroting
2019
Meerjarenbegroting
2020
 
Gedeclareerde/ geraamde bedragen 1.900 1.060 1.350 1.350 1.350 1.350

De afwijkingen tussen begroot en werkelijk is hoofdzakelijk een gevolg van een hoger of een lager bedrag aan investeringen waarop het BCF van toepassing is (openbaar nut: riolering, wegen, plantsoenen, bouwrijp maken grondexploitatie etc. In de begroting worden geen BCF-bedragen meegenomen van investeringen. Vanaf 1 januari 2003 hebben de gemeenten te maken met het BTW-compensatiefonds (BCF). Gemeenten kunnen daardoor een groot deel van de hen in rekening gebrachte BTW-voordruk terug krijgen. Op 5 november 2009 is een raamovereenkomst (handhavingconvenant) met de belastingdienst ondertekend. Controle zal vooraf plaatsvinden, zodat de gemeente niet voor verrassingen komt te staan. Dit geldt voor zowel de omzetbelasting, BTW-compensatiefonds, loonheffingen en invordering van belastinggelden. Er wordt samengewerkt op basis van transparantie, begrip en vertrouwen.

Partijen streven naar een voortdurend inzicht in de actuele fiscale risico’s en een snelle en actuele standpuntbepaling binnen de kaders van de wet, regelgeving en jurisprudentie. De rechtszekerheid wordt hierdoor vergroot. Het convenant is afgesloten voor onbepaalde tijd en wordt periodiek geëvalueerd.

6 | Overige algemene dekkingsmiddelen

Saldi van de (hulp)kostenplaatsen:
Onder de overige algemene dekkingsmiddelen staan de saldi van de (hulp)kostenplaatsen.

Rekening 2015 Begroting
primair 2016
Begroting
primair 2017
Meerjarenbegroting
2018
Meerjarenbegroting
2019
Meerjarenbegroting
2020
-396 0 0 0 0 0

In de oorspronkelijke raming worden in principe geen voor- en nadelen meegenomen. De werkelijke kosten worden middels een uurtarief volledig doorberekend aan de producten. Doordat er in de loop van het jaar bedragen beschikbaar worden gesteld (middels begrotingswijzigingen) ten laste van de (hulp)kostenplaatsen ontstaat er een begroot nadelige saldi op de (hulp)kostenplaatsen. Door de lagere kosten en hogere dekking is er in de afgelopen jaren veelal een voordeel ontstaan. Het geraamde voordeel in de meerjarenraming komt door afname van de kapitaallasten.

Onvoorzien: Werkelijk vd rek. saldo 2015 Begroting
primair 2016
Begroting
primair 2017
Meerjarenbegroting
2018
Meerjarenbegroting
2019
Meerjarenbegroting
2020
Onvoorzien vrij beschikbaar 183 32 32 32 32 32
Onvoorzien invest. na opmaak begr.   29 30 30 30 30
Onvoorzien lijst investeringen 0 245 170 291 325 310
Idem afschrijving invest.openb.ruimte 0 0 370 370 430 450
Werkkostenregeling 80% overschr. 0 34 37 34 34 34
Totaal 183 340 639 757 851 856

In de primitieve (meerjaren)begroting wordt een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 32. De raming van deze post is gebaseerd op een bedrag van € 2 per inwoner. Voor structurele lasten als gevolg van investeringen is in 2017 als stelpost investeringslijst € 170 meegenomen. Dit betreft uitgaven nieuw beleid die ten laste van de exploitatie komen. De afschrijvingslasten van investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut (wegen etc.) zijn voor 2017 geraamd op € 370. De hierbij behorende geraamde investeringen staan ook op de lijst van investeringen. De geringe stijging in de jaren 2018 t/m 2020 komt door het gering aantal geplande investeringen in die jaren. Met ingang van 2016 wordt hier geen rentelast meer in meegenomen omdat de investeringen met eigen middelen worden gefinancierd en de uitzetting op korte termijn (verplicht schatkistbankieren) geen rente oplevert.

Overzicht incidentele lasten en baten per programma

Bij activering zijn de kapitaallasten in de (meerjaren)begroting meegenomen onder onvoorzien gereserveerd.

Incidentele lasten per programma:                              
worden onttrokken ad reserves of geactiveerd

Begroting
primair 2017
Meerjarenbegroting
2018
Meerjarenbegroting
2019
Meerjarenbegroting
2020
Programma 0 | Algemeen Bestuur en Organisatie 10      
Aanschaf stemmachines
Programma 1 | Openbare Orde en Veiligheid        
Geen incidentele lasten
Programma 2 | Verkeer en Openbare Ruimte     10  
Sneeuwploeg nr. 1 t.b.v. vrachtauto
Sneeuwploeg nr. 2 t.b.v. tractor    10    
Sneeuwploeg nr. 4 t.b.v. tractor       10
Gladheidsmeldsysteem (uitbr. met 3e sensor in ORW Rouveen) 20      
Programma 3 | Ondernemen 50      
Beveiliging bedrijventerrein (van 2016)
Leader III: lokale projectbijdragen (van 2016) 75      
Mutatieverwerking kadaster rvk Staphorst/Reestdal 50      
Programma 4 | Onderwijs        
Geen incidentele lasten
Programma 5 | Sport, Cultuur, Recreatie en Toerisme 90      
Openb.bib. - vervanging automatisering apparatuur
Boomveiligheidsinspectie 2017 40      
Opstellen groenbeheerbestekken 15      
Kappen i.v.m. iepziekte: 320 bomen in 2017 en 420 in 2018 22 28    
Herplant: 600 bomen   90    
Flora- en faunawet: invent.- en uitv.maatr. (van 2016) 40      
Uitvoering landschapsplan houtsingelproject R'vn-Sth. 50      
Programma 6 | Sociaal Domein        
Geen incidentele lasten
Programma 7 | Volksgezondheid en Milieu 24      
Uitzetten ondergrondse containers buitengebied
Projectkosten uitv.prog.duurzaamheid 165 55 55  
Groot onderhoud begraafplaats Staphorst   140    
Programma 8 | Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 200      
Nieuwe omgevingswet: implementatie
Structuur/omgevingsvisie 60      
EPOS: implementatiemaatregelen 160      
Programma 9 | Overhead 500      
Organisatie: doorontwikkelen organisatie
Gemeentewerkplaats: groot onderhoud  430      
Gemeentehuis: koffiezetautomaten vervangen 12      
Gemeentehuis: onderzoek groot onderhoud 100      
Huisstijl: aanpassing 50      
Kipper (3-zijdig) t.b.v. mini-tractor 7      
Calamiteiten-aanhanger 10      
Totaal incidentele lasten  2.180 323 65 10

 

Incidentele baten per programma:

Begroting
primair 2017
Meerjarenbegroting
2018
Meerjarenbegroting
2019
Meerjarenbegroting
2020
Programma 0 | Algemeen Bestuur en Organisatie 10      
Aanschaf stemmachines
Programma 1 | Openbare Orde en Veiligheid        
Geen incidentele lasten
Programma 2 | Verkeer en Openbare Ruimte     10  
Sneeuwploeg nr. 1 t.b.v. vrachtauto
Sneeuwploeg nr. 2 t.b.v. tractor    10    
Sneeuwploeg nr. 4 t.b.v. tractor       10
Gladheidsmeldsysteem (uitbr. met 3e sensor in ORW Rouveen) 20      
Programma 3 | Ondernemen 50      
Beveiliging bedrijventerrein (van 2016)
Leader III: lokale projectbijdragen (van 2016) 75      
Mutatieverwerking kadaster rvk Staphorst/Reestdal 50      
Programma 4 | Onderwijs        
Geen incidentele lasten
Programma 5 | Sport, Cultuur, Recreatie en Toerisme 90      
Openb.bib. - vervanging automatisering apparatuur
Boomveiligheidsinspectie 2017 40      
Opstellen groenbeheerbestekken 15      
Kappen i.v.m. iepziekte: 320 bomen in 2017 en 420 in 2018 22 28    
Herplant: 600 bomen   90    
Flora- en faunawet: invent.- en uitv.maatr. (van 2016) 40      
Uitvoering landschapsplan houtsingelproject R'vn-Sth. 50      
Programma 6 | Sociaal Domein        
Geen incidentele lasten
Programma 7 | Volksgezondheid en Milieu 24      
Uitzetten ondergrondse containers buitengebied
Projectkosten uitv.prog.duurzaamheid 165 55 55  
Groot onderhoud begraafplaats Staphorst   140    
Programma 8 | Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 200      
Nieuwe omgevingswet: implementatie
Structuur/omgevingsvisie 60      
EPOS: implementatiemaatregelen 160      
Programma 9 | Overhead 500      
Organisatie: doorontwikkelen organisatie
Gemeentewerkplaats: groot onderhoud  430      
Gemeentehuis: koffiezetautomaten vervangen 12      
Gemeentehuis: onderzoek groot onderhoud 100      
Huisstijl: aanpassing 50      
Kipper (3-zijdig) t.b.v. mini-tractor 7      
Calamiteiten-aanhanger 10      
Totaal incidentele lasten  2.180 323 65 10
Saldo incidentele lasten minus baten 0 0 0 0

Toelichting:
Alle incidentele lasten worden gedekt uit de reserve zonder bestemming, zodat er per saldo ten laste of bate van de exploitatiebegroting geen incidentele lasten of baten komen.

Recapitulatie reserves Werkelijk
2015
Begroting
2016
Begroting
primair 2017
Meerjarenbegroting
2018
Meerjarenbegroting
2019
Meerjarenbegroting
2020
Werkelijke stand 1 januari 46.827 50.333 46.277 46.149 44.656 43.098
Bij: resultaat voorgaand jaar 222 183        
Bij: toevoegingen 6.194 3.602 4.006 1.390 1.904 879
Af: onttrekkingen -2.910 -7.841 -4.134 -2.883 -3.462 -3.168
Geraamde stand 31 december 50.333 46.277 46.149 44.656 43.098 40.809

De afname van de reserves komt doordat er in de komende jaren de afschrijvingslasten van diverse investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk en meerjarig nut ten laste van de reserves gebracht worden, oplopend van € 370 in 2017 tot € 450 in 2020.

Ook worden de afschrijvingslasten van diverse gemeentelijke gebouwen jaarlijks ten laste van de daartoe in 2015 gevormde reserve gebracht. Het gaat om een jaarlijks bedrag van € 614. Doorgaans vinden de uitgaven in een later stadium plaats dan geraamd. Daarnaast worden incidentele uitgaven die niet geactiveerd hoeven te worden ten laste van de reserves gebracht. De werkelijke stand van de reserve is dan ook veelal hoger dan de geraamde. De toekomstige winsten op grondexploitaties worden geraamd op € 5,3 miljoen (excl. ind.terr. Oosterparallelweg), waarvan tot september 2016 € 0,4 miljoen is gerealiseerd. Dit komt ten gunste van de reserve grondexploitatie.

Hierbij is geen rekening gehouden met de invoering van mogelijke afdracht van vennootschapsbelasting over winsten door overheidslichamen (gemeenten) per 1 januari 2016, waarbij wordt opgemerkt dat toekomstige over winsten die per begin 2016 reeds verwacht werden geen vennootschapsbelasting verschuldigd is.

Recapitulatie voorzieningen Werkelijk
2015
Begroting
2016
Begroting
primair 2017
Meerjarenbegroting
2018
Meerjarenbegroting
2019
Meerjarenbegroting
2020
Werkelijke stand 1 januari 1.385 1.380 1.376 1.379 1.479 1.584
Bij: toevoegingen 90 99 105 105 105 105
Af: onttrekkingen -95 -103 -102 -5 0 0
Geraamde stand 31 december 1.380 1.376 1.379 1.479 1.584 1.689