Meer
Publicatiedatum: 23-09-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragrafen

 

 

 


PARAGRAAF 1 | WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOMANAGEMENT
PARAGRAAF 2 | ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN
PARAGRAAF 3 | FINANCIERING
PARAGRAAF 4 | BEDRIJFSVOERING
PARAGRAAF 5 | VERBONDEN PARTIJEN
PARAGRAAF 6 | GRONDBELEID
PARAGRAAF 7 | LOKALE HEFFINGEN
PARAGRAAF 8 | SOCIAAL DOMEIN

Paragraaf 1 | Weerstandsvermogen en risicomanagement

Inleiding op de paragraaf

Algemeen
De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan hoe solide de financiële huishouding van de gemeente is. Een financieel weerstandsvermogen is van belang wanneer er zich financiële tegenvallers voordoen. Als beleidsuitgangspunt is gekozen dat het beleid wordt vastgelegd in de nota weerstandsvermogen. In de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en rekening wordt vervolgens een actualisatie en verantwoording vermeld van het weerstandsvermogen en risicomanagement.

Nota weerstandsvermogen en risicomanagement
In de vergadering van uw raad d.d. 04 december 2012 is de nota Weerstandsvermogen & Risicomanagement opnieuw vastgesteld. Hiermee is uitvoering gegeven aan de financiële verordening waarbij in art. 13 is bepaald dat het college in het 3e jaar van de raadsperiode een nota weerstandsvermogen ter vaststelling aan de Raad aanbiedt.

Bepaling weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen van de gemeente betreffende de risicogevoeligheid is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van een opgetreden risico op te vangen. Dit is weer te geven als de verhouding van de hierboven beschreven beschikbare weerstandscapaciteit en de noodzakelijke weerstandscapaciteit (om mogelijk risico´s af te dekken). Hierbij is de impact van de risico’s vastgesteld op een zekerheidspercentage van 90%. Uit deze verhouding komt een ratio, waar een kwalificatie aan kan worden gegeven. Deze is als volgt benoemd in de beleidsnota:

  Ratio weerstandsvermogen Kwalificatie
A ≥ 2,0 Uitstekend
B ≥ 1,4 en < 2,0 Ruim voldoende
C ≥ 1,0 en < 1,4 Voldoende
D ≥ 0,8 en < 1,0 Matig
E ≥ 0,6 en < 0,8 Onvoldoende
F ≤ 0,5 Ruim onvoldoende

Als beleidsuitgangspunt is in de nota gesteld dat minimaal aan kwalificatie A moet worden voldaan. Voor het jaar 2017 komt het weerstandsvermogen uit op 3,6.

Conclusie: Als gevolg van de vermindering van de vrij beschikbare reserves daalt het weerstandsvermogen aanzienlijk, echter het weerstandsvermogen is nog voldoende 'robuust' om eventuele risico's op te vangen.

Kencijfers
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing dient een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen worden opgenomen. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. De kengetallen en de beoordeling geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan raadsleden over de financiële positie van hun gemeente.

Opbouw paragraaf weerstandsvermogen en risicomanagement
Om de paragraaf leesbaar te houden, zal de problematiek slechts in grote lijnen worden behandeld. Een meer gedetailleerde analyse is terug te vinden in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. In deze paragraaf wordt een berekening gemaakt van het weerstandsvermogen (onderdeel A), waarbij de weerstandscapaciteit (onderdeel B) opnieuw is bepaald aan de actualiteit en de risico´s (onderdeel C), zoals deze zijn benoemd in de nieuwe nota, nog actueel zijn. Tenslotte als nieuw onderdeel (onderdeel D) de set met verplichte kencijfers.

A | Ontwikkeling weerstandsvermogen 2017

Grafisch weergegeven leidt het weerstandsvermogen tot onderstaande opstelling voor het jaar 2017:

WEERSTANDSCAPACITEIT RISICO'S
Algemene reserve Financieel
Post onvoorzien Materieel
Onbenutte belastingcapaciteit Juridisch
  Etc.
€5.675 €1.583
WEERSTANDSVERMOGEN =
BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT / IMPACT RISICO’S BIJ 90% ZEKERHEID

Weerstandsvermogen 3,6

Passen we deze ratio toe op de tabel, zoals benoemd in de beleidsnota, dan komen we uit op de kwalificatie:

A - (meer dan) uitstekend

Ontwikkeling
Kijken we naar de ontwikkeling van het weerstandsvermogen, zien we het volgende:

Bedragen x € 1.000

   Nota 2012

Rekening 2013

Rekening 2014

Rekening 2015

Begroting 2016

Begroting 2017

Weerstandscapaciteit

10.733

12.581

12.528

12.015

4.382

5.675

Risico´s*

1.122

1.521

   1.651

1.676

1.776

1.583

Weerstandsvermogen

9.5

8.3

7.6

7.2

2.5

3.58

*Als risico’s zijn hier alle mogelijke risico’s benoemd, ook de risico’s waarvan de mogelijke financiële consequenties gedekt worden uit bestemmingsreserves. Deze bestemmingsreserves behoren niet tot de weerstandscapaciteit ( o.a. grondexploitatie/ decentralisatie). Het risicobedrag zal daardoor aan de hoge kant zijn.

Bovenstaande daling gedurende de jaren 2016-2017 wordt veroorzaakt door de daling van de reserve zonder bestemming, waardoor de weerstandscapaciteit daalt. De reserve zonder bestemming van ruim € 4 milj (begroot 2016) naar € 1,5 milj in 2016 is een gevolg van een aantal grote investeringen die ten laste van deze reserve gaan en het instellen van de gebonden reserve afschrijving investeringen openbare ruimte met maatschappelijk nut (als gevolg van wijziging BBV voorschrift).
Ondanks de daling voldoen we nog ruimschoots aan het uitgangspunt dat het weerstandsvermogen boven de 2 dient uit te komen. Wel dient er bij toekomstige investeringen rekening gehouden worden met het feit dat de reserve zonder bestemming bijna uitgeput is. Hierbij dient wel aangetekend te worden dat er geen rekening is gehouden met mogelijke subsidies vanuit de Provincie of Rijk. Deze hebben een positief effect op deze reservepositie.

 

B | Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit is als volgt bepaald:

Incidentele weerstandscapaciteit Begroting (x €1.000)
1 | Algemene reserve 3.300
2 | Reserve zonder bestemming 1.799
3 | Post onvoorziene uitgaven 32
Totaal incidentele weerstandscapaciteit 5.131
Structurele weerstandscapaciteit Begroting (x €1.000)
4 | Post onvoorziene uitgaven p.m.
5 | Onbenutte belastingcapaciteit 502
6 | Begrotingsruimte 42
7 | Bezuinigingen 0
Totaal structurele weerstandscapaciteit 544
Totaal bedrag weerstandscapaciteit 5.675

Toelichting
AD 1 | Algemene reserve
De stand van de algemene reserve is aan het eind van het jaar € 3,3 milj.
Dit is conform het vastgestelde beleid zoals vastgesteld in de nota reserves en voorzieningen: per inwoner € 200.

AD 2 | Reserve zonder bestemming
De reserve zonder bestemming zal aan het einde van 2016 een verwacht saldo geven van € 623.000(zie tabel 1). De daling wordt veroorzaakt door het instellen van gebonden reserve afschrijving investeringen openbare ruimte met maatschappelijk nut (als gevolg van wijziging BBV voorschrift).

AD 3 | Post onvoorziene uitgaven
Bij het begin van het begrotingsjaar wordt deze gesteld op € 2,- per inwoner ( totaal € 32.000).

AD 4 | Post onvoorziene uitgaven
Is al verwerkt bij 3, leidt anders tot dubbeltellingen

AD 5 | Onbenutte belastingcapaciteit
Gemeente Staphorst kan haar belastingen verhogen en heffingen kostendekkend maken om financiële tegenvallers op te vangen. Het verschil tussen de fictieve opbrengsten bij maximale heffings- en belastingstarieven en de begrote opbrengsten is de onbenutte belastingcapaciteit. Gemeente Staphorst kan haar inkomsten structureel met € 502.000 verhogen. De berekening van de onbenutte belastingcapaciteit staat in tabel 2.

AD 6 | Begrotingsruimte
De begroting 2017 sluit met een positief saldo van € 42.000

AD 7 | Bezuinigingen
Door het positieve saldo van de begroting 2017 behoeven er geen bezuinigingsmaatregelingen genomen te worden.

 

Tabel 1: Berekening saldo reserve zonder bestemming (x €1.000)
  Saldo 01-01-2016 7.988
Eenmalige dekking investeringen 2016 -3.607
Toevoegingen jaar 2016 +417
Saldo 31-12-2016 4.798
Eenmalige dekking investeringen 2017 -1.348
Naar reserve investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut -1.651
Toevoegingen 2017  
Saldo 31-12-2017 1.799

 

Tabel 2: Soort belasting (bedragen x €1.000) Norm opbrengst Opbrengst Staphorst Onbenutte belastingc.
    Waarde (€1.000) Tarief landelijk Tarief Staphorst      
             
Woonruimte (eigenaar) 1.359.432 0,1107 0,1027 1.505 1.396  
Niet woonruimte (eigenaar) 460.956 0,1563 0,1634 720 753  
Niet woonruimte (gebruiker) 362.503 0,1260 0,1310 457 475  
Totaal OZB 2.682 2.624 58
          
Leges Burgerzaken / overig belastingen 411 344 67
Begrafenisrechten 259 251 8
Volkshuisv / RO procedures 1.164 795 369
Totaal bedrag 4.516 4.014 502

 

C | Risicobeheersing

Om de risico’s van Gemeente Staphorst in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. Dit profiel maakt onderdeel uit van de eind 2012 vastgestelde nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. Aan de hand van een risicosimulatie volgde dat bij een zekerheid van 90% alle risico’s kunnen werden afgedekt met een bedrag van € 1.121.851 (benodigde weerstandscapaciteit). Dit is een van de uitgangspunten in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. Voor een uitgebreide uitleg van bovenstaande systematiek en de berekening hiervan inclusief het complete overzicht van alle risico’s, verwijzen wij dan ook graag naar de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement van eind 2012. Vervolgens heeft er bij de samenstelling van de verschillende begrotingen en rekeningen een ‘update’ plaatsgevonden van de risico’s, waardoor de benodigde weerstandscapaciteit is toegenomen tot € 1.676.000.

In dit onderdeel zullen we ingaan op de belangrijkste ontwikkelingen die zich kunnen voordoen in 2017 en worden eventuele nieuwe risico´s benoemd. Tenslotte vindt actualisatie plaats van de lijst met de opgenomen risico’s met de meeste impact (top 15):

1 | Mutaties geïdentificeerde risico´s in de nota;
2 | Periodiek overleg MT / Risicomanager / benoemen nieuwe risico’s;
3 | Opgenomen risico’s met meeste impact na aanpassing.

Samenvatting:

Risicobedrag/ weerstandscapaciteit begin 2017 na vaststellen rekening 2015:   € 1.676.000
Mutaties geïdentificeerde risico's nota €-195.000  
Nieuwe risico's € 102.500  
Afname risicobedrag   €-92.500
Totaal nieuw risicobedrag/ weerstandscapaciteit begroting 2017 € 1.583.500

Dit bedrag wordt opgenomen bij het bepalen van weerstandsvermogen.

1 | Mutaties geïdentificeerde risico’s in de nota
Hieronder zullen we kort ingaan op de risico’s die zich hebben voorgedaan in 2016 en op welke wijze deze in de toekomst kunnen worden beheerst. Tevens zullen we aangeven in hoeverre dit gevolgen heeft voor het risicoprofiel. Let op: daar waar in de kolom 'bedrag aan risico dat zich heeft voorgedaan' een minbedrag staat, betekent dit dat dit een voordeel is. Risicogebied

Risicogebied

Risico’s ten laste of ten gunste van het resultaat 2017

Opgenomen bedrag in nota

Bedrag aan risico dat zich heeft voorgedaan

Toelichting en mogelijke beheersmaatregelen

Extra benodigd bedrag risicoprofiel?

Juridische zaken

Inschakelen advocaat: Door toenemende bezwaar en beroepskwesties zal de inschakeling van een advocaat vaker gaan plaatsvinden, Ook uitvoering geven van vonnis door rechter kan leiden tot extra kosten.

50.000

100.000

Gedurende het jaar 2016 zijn er diverse kosten gemaakt voor juridische en specialistische ondersteuning. In het kader van vergunningverlening. Bij de zomernota is hiervoor een extra bedrag ad €100.000 opgenomen in de begroting. In de begroting 2017 is daarom het bedrag hiervoor verhoogd.

Nee. In de begroting 2017 bedrag dat hiervoor is benodigd is verhoogd. De kans dat dit risico zich voordoet blijft echter altijd aanwezig.

Financiële zaken

Negatief bijstellen van de Algemene uitkering uit het gemeentefonds wat leidt tot vermindering van inkomsten.

150.000

-325.000

De algemene uitkering valt voor het jaar 2016 hoger uit dan begroot.

Nee, risico blijft wel bestaan.

Personeel &
Organisatie

Hogere personeelslasten door langdurig ziekte, niet ingevulde vacatures.

75.000

 375.000

De verwachting is dat dit jaar door oa ziekte, niet ingevulde vacatures en de een flexibele schil om in te kunnen spelen op organisatorische ontwikkelingen er extra gelden benodigd zijn. Bij de zomernota is dit bedrag extra geraamd. De evaluatie van de reorganisatie en mogelijke aanpassingen in de organisatie zullen er voor moeten zorgen dat dit risico zal worden beheerst.

Risico blijft altijd bestaan. Geen
aanpassing.

Decen-tralisaties

Invoering decentralisaties leidt tot hogere kosten dan begroot.

150.000

 

Mocht dit risico zich voordoen dan wordt dit voorlopig gedekt uit de reserve sociaal domein die hiervoor beschikbaar is. Daarmee is dit risico grotendeels ondervangen. Kans blijft wel bestaan maar reserve is voorlopig voldoende om dit op te vangen.

- € 90.000

(Verlaging risicokans van 90% naar 30%)

Decen-tralisaties

Invoering van de verschillende objectieve verdeelmodellen leidt
tot een tekort op de uitvoering van de
verschillende taken.

250.000

0

Rekening houden met de budgetten zoals bekend geworden bij de meicirculaire
2016 en de daadwerkelijke uitgaven 2015 en verwachte uitgaven 2016 ev, zal dit risico beperkt zijn en voorlopig opgevangen worden door de reserve sociaal domein. Kans blijft natuurlijk wel bestaan, maar risico verlagen van 250.000 naar 100.000.

- €105.000
(Verlaging van €250.000 naar
€100.000, met een kans van
70%).

Totaal aan nieuw geïdentificeerde risico’s begroting 2016

       -€195.000

 

2 | Periodiek overleg tussen MT en risicomanager
Conform de nota Weerstandsvermogen heeft er tussen het MT en de risicomanager een overleg plaatsgevonden over mogelijke risico’s. Hieronder zullen we deze risico’s samenvatten. Mogelijke beheersmaatregelen per risico komen aan de orde. Hierdoor is ook inzichtelijk wat de financiële consequenties zijn voor de ontwikkeling van het weerstandsvermogen.

Risicogebied Risico Toelichting Nieuw risico? Mogelijke beheersmaatregelen
Inkopen Scherp aanbesteden door bedrijven kan leiden tot faillissement v/e bedrijf. Er wordt steeds scherper ingeschreven op projecten/ aanbestedingen, waardoor bedrijven soms werken met verlieslijdende opdrachten. Dit kan leiden tot een faillissement van het bedrijf, waardoor een opdracht niet volledig kan worden uitgevoerd. Nee, dit is al meegenomen bij project risico's. Betaling vindt pas plaats op moment dat deel of gehele werk is uitgevoerd. Opnieuw aanbesteden van mogelijk restant werkzaamheden zal veelal wel leiden tot een hoger aanbestedingsbedrag. Valt niet te voorkomen.
Inkopen Er wordt gestart met de aanvang van een project/werkzaamheden, zonder dat hiervoor een krediet beschikbaar is gesteld. Er zijn situaties denkbaar dat er al gestart wordt met een project, zonder dat er een formeel krediet beschikbaar is gesteld, omdat de werkzaamheden hierom vragen. (aanbesteding heeft plaatsgevonden en vervolgens moet er krediet beschikbaar worden gesteld) Ja, geen bedrag
opnemen. Zie beheersmaatregel.
Het opnemen van een (ontsnappings) clausule in de overeenkomst met de desbetreffende partij. Binnen projecten blijven altijd risico’s bestaan, deze zijn al benoemd in het verleden binnen
deze risicoparagraaf.
Deelnemingen Deelname aan GR kan leiden tot extra kosten. Risico’s bij een GR die niet opgevangen kunnen worden binnen de normale bedrijfsvoering, kunnen voor rekening komen van de deelnemende partijen. Denk hierbij aan de GGD (asbest in pand en teer in de grond) Nee Dit risico is al algemeen benoemd als risico bij verbonden partijen. Wel dienen hierover goede afspraken worden gemaakt: Wanneer komt iets tlv individuele gemeente. Denk hierbij ook aan de relatie tot de hoogte van het eigen vermogen GR.
Deelnemingen Een andere structuur van Reestmond kan leiden tot extra
kosten.
Ook deelname aan een nieuwe GR (RUD of toetreding corporatie Staphorst werkt) kan leiden tot extra kosten. Ja, €100.000, met een kans 70% = €70.000. Mogelijk kan dit risico komen te vervallen op het moment dat herstructurering bij Reestmond is afgerond.
Deelnemingen Een andere verdeelsleutel binnen een verbonden partij kan leiden tot extra bijdrage aan verbonden partij. Mocht blijken dat een andere structuur voor Reestmond nodig is, kan dit leiden tot afkoop bestaande verplichtingen, uittredingsvergoeding, ontslagvergoedingen enz enz. Ja €100.000,
kans 30% = €30.000.
Mocht dit risico zich voordoen gedurende het jaar is dit een onvoorzien risico. Vervolgens zal de extra last structureel in de begroting moeten worden opgevangen.
Personeel & Organisatie Het niet in dienst hebben van mensen uit de doelgroep met
een arbeidsbeperking kan leiden tot het opleggen van een
boete door het Rijk.
Denk hierbij aan verdeelsleutel bij de Veiligheidsregio en Reestmond. Is dit een risico of moet dit opgevangen gaan worden binnen de bestaande begroting?    
Decentralisaties Verkeerd indiceren door CJG zorgcoördinator kan leiden tot een boete. De gemeente zal ook moeten voldoen aan de verplichting om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Door het Rijk kan er een boete worden geheven als men hier niet aan voldoet. Ja, €25.000 met een zeer kleine kans
van 10% = €2.500.
Investeren in kennis en kwaliteit van de medewerkers CJG beperkt de kans op dit risico.
Totaal aan nieuw geïdentificeerde risico's begroting 2017 + €102.500  

3 | Op genomen risico’s met meeste impact na aanpassing risicoprofiel
Na verwerking van voorgaande mutaties in nieuwe en bestaande risico’s, ontstaat onderstaand overzicht, waarin we u de 15 risico’s presenteren met de meeste impact, mochten die zich voordoen.

Nr. 

Risico

Kans

Max. financieel gevolg

1

Negatief bijstellen van de Algemene Uitkering via het gemeentefonds wat leidt tot vermindering van de inkomsten.

70%

€ 150.000

2

Bij realisatie van grote projecten is het budget mogelijkerwijs ontoereikend wat leidt tot additionele kosten.

50%

€ 200.000

3

Politieke beslissingen van het Rijk, die leiden tot lagere inkomsten of hogere afdrachten.

50%

€ 200.000

4

Grote projecten kunnen leiden tot risico’s die niet afgedekt zijn.

30%

€ 300.000

5

Onterecht verleende of ten onrechte geweigerde vergunningen en van rechtswege verleende vergunningen wat leidt tot schadeclaims van derden.

50%

€ 150.000

6

Tegenvallende exploitatieresultaten van gemeenschappelijke regelingen en de bedrijfsmatige activiteiten van instellingen die door de gemeente in belangrijke mate worden gesubsidieerd wat leidt tot een extra bijdrage van de gemeente om de dienstverlening op peil te houden.

50%

€ 150.000

7

Een andere structuur van Reestmond kan leiden tot extra kosten.

70%

€ 100.000

8

Invoering van de verschillende objectieve verdeelmodellen leidt tot een tekort op de uitvoering van de verschillende taken.

70%

€ 100.000

9

Onvolledige compensatie voor nieuwe CAO uit algemene uitkering wat leidt tot ongedekte loonkosten.

70%

€ 100.000

10

Het ontbreken van een plafond of maximum voor een aantal uitgaven wat leidt tot sterk stijgende uitgaven (open einde regelingen).

50%

€ 100.000

11

Aanbestedingsresultaat (hoger) van een investering/dienst /product wat leidt tot gevolgen voor de exploitatie.

50%

€ 100.000

12

Door deregulering krijgt de gemeente steeds meer taken die niet (volledig) gefinancierd worden door de centrale overheid wat leidt tot een extra kostenpost.

50%

€ 100.000

13

Aanpassing BBV leidt tot extra lasten in de begroting.

50%

€ 100.000

14

Verlaging van het nationaal bijstandsvolume wat leidt tot verlaging van het beschikbare WWB budget.

50%

€ 100.000

15

De resultaten uit de bedrijfsvoering van de nutsbedrijven en deelnemingen vallen tegen wat leidt tot lagere inkomsten. Ook kan verkoop van een deelneming leiden tot lagere renteopbrengsten ipv dividend opbrengsten.

50%

€ 100.000

Totaal aan grote risico’s

€ 2.050.000

 

D | Kengetallen financiële positie

Interpretatie van de financiële positie is voor gemeenteraden lastig. Veel gemeenten willen zich daarom onderling vergelijken, maar dat was tot op heden niet mogelijk door het ontbreken van een standaard-definitie of een set van financiële kengetallen. Gezien het stijgende belang van toekomstbestendigheid van gemeenten, een grotere druk op doelmatigheid en een steeds diverser wordende context (ontwikkeling van financiële producten, meer verbonden partijen, meer taken zoals bijvoorbeeld in het sociaal domein) is het belang van inzicht in de financiële positie toegenomen.
Het BBV heeft voorgeschreven dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen die gaan gelden voor de begroting vanaf 2016 en de jaarrekeningstukken vanaf 2015. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. De kengetallen en de beoordeling geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan raadsleden over de financiële positie van hun gemeente. Op dit moment is een vergelijking met landelijke cijfers nog niet mogelijk.

Kengetallen (in procenten) Werkelijk Begroting
2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020
Netto schuldquote -57 -59 -43 -26 -30 -29 -20
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen -53 -52 -40 -23 -27 -26 -18
Solvabiliteitsrisico 86 87 90 90 88 87 82
Grondexploitatie 12 16 21 7 6 3 -1
Structurele exploitatieruimte 1 2 1 0 0 0 0
Belastingcapaciteit 95 92 96 97 97 97 98

De netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen (negatief teken is geen schuld) Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Staphorst is één van de weinige gemeenten in Nederland die per saldo geen schuld heeft. Dit zijn er per eind 2013 van de 403 gemeenten 41 (bron VNG 24 sep.2014). De daling in de jaren 2016 en verder wordt veroorzaakt door verwachte investeringen, waar geen rekening is gehouden met mogelijke te ontvangen subsidies.

De solvabiliteitsratio geeft een inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteit, hoe beter in staat om aan de financiële verplichtingen te voldoen. Het percentage voor de gemeenten per 31 december 2013 loopt van -30% tot 96% (bron VNG 24 sep.2014). Twee gemeenten hadden een negatief solvabiliteitsratio. Van alle gemeenten hebben er 7 een betere solvabiliteitsratio dan de gemeente Staphorst (bron: GDI-index 2015) De solvabiliteitsratio is voor onze gemeente dan ook bijzonder goed.

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Deze waarde moet in de komende jaren worden terugverdiend bij de verkoop van de gronden. De stijging in 2015 en 2016 en de daling vanaf 2017 wordt veroorzaakt doordat er in de begroting rekening mee wordt gehouden dat het industrieterrein Oosterparallelweg in de jaren 2015 en 2016 bouwrijp wordt gemaakt. Ook wordt er in 2015 rente bijgeschreven op de boekwaarde.

Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn (een sluitende begroting met geen of een klein saldo op onvoorzien).

De belastingcapaciteit geeft een inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente of provincie zich verhoud ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De gemiddelde lastendruk per woning in onze gemeente is bijna gelijk aan het landelijk gemiddelde (bron landelijke gemiddelde - meicirculaire 2015 gemeentefonds).

Conclusie:
De kengetallen zijn voor onze gemeente m.u.v. de structurele exploitatieruimte begroting goed te noemen.

 

Paragraaf 2 | Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding op de paragraaf

In deze paragraaf gaan wij in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de grotere kapitaalgoederen in deze gemeente. Hierbij moet o.a. worden gedacht aan de kosten van instandhouding van: wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Een groot deel van het ‘vermogen’ van onze gemeente ligt in de grond of op het openbaar gebied. Het is dan ook van belang dat hierover een zorgvuldig beheer wordt gevoerd. Juist de kwaliteit van het openbaar gebied wordt door de inwoners vaak intensief beleefd.

Met het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Om die reden is het van belang dat de kosten van het in stand houden hun weerslag vinden in onderhoud- c.q. beheerplannen. De vaststelling hiervan is voorbehouden aan de raad. Hiermee wordt invulling gegeven aan het dualisme, namelijk dat de raad de kaders stelt voor het niveau van onderhoud van: wegen, riolering, gebouwen en openbaar groen. Deze kaderstellende rol is expliciet vastgelegd in de door uw raad vastgestelde financiële verordening.

Zoals opgemerkt maken investeringen in het openbaar gebied in onze gemeente een belangrijk deel uit bij het realiseren van de gemeentelijke programma’s. Deze paragraaf geeft hier invulling aan. Ter illustratie enkele cijfers. De totale oppervlakte van onze gemeente bedraagt 13.570 ha.

Het aantal m2 openbaar groen binnen bebouwde kom bedraagt

Soort groen Begroot '17 Begroot '16 Werkelijk '15 Werkelijk '14 Werkelijk '13
Wijkgroen 65,4 ha. 65,1 ha. 65,1 ha. 56,7 ha. *)1 45,4 ha.
Begraafplaatsen 6,2 ha. 6,2 ha. 6,2 ha. 6,2 ha. 6,2 ha.
Sportvelden 11,9 ha. 11,9 ha. 11,9 ha. 11,4 ha. 11,9 ha.
Bermen en sloten 166,3 ha. 166,3 ha. 166,3 ha. 166,3 ha. *)2 34,0 ha.

Bomen (afgerond):

Buitengebied:       24.500
Wijkgroen:           7.500
Sportvelden:        200
Begraafplaatsen:  400

         
Totaal   289,2 ha. 104,6 ha. 101,5 ha. 97,5 ha.

*)1 Hermeting (wijk)groen; is incl. bermen langs wegen/bermen en sloten verlengd  naar werkelijke grens bebouwde kom. Gevolg toevoegingen Punthorst,  Slingenberg, Gorterlaan, Oude Rijksweg en Gemeenteweg en eerste deel zijwegen.

*)2 Bermen en sloten zijn voor het eerst op gemeten

De totale lengte van de wegen exclusief recreatieve fiets-, ruiter-, en wandelpaden bedraagt

Soort groen Begroot '17 *)1 Begroot '16 *)1 Werkelijk '15 *)1 Werkelijk '14 Werkelijk '13
Asfalt 192,8 192,8 186,7 192,8 km 187,7 km
Elementen 84,7 84,7 84,3 84,7 km 84,3 km
Beton 52,4 52,4 52,1 52,4 km 52,0 km
Semi-verhard 4,2 4,2 4,2 3,4 km 4,2 km
Zandwegen 67,6 67,6 68,2 67,6 km 68,2 km
Totaal   401,7 km 395,5 km 400,9 km 396,4 km

*)1 Begrote cijfers zijn overgenomen van 2016 doordat er een afwijking is geconstateerd die nog niet is herleid.

Wegenbeheer

A | Beleidskader
Het wegenbeleidsplan voor de periode 2013–2016 is door de raad vastgesteld op 13 november 2012. Het geeft informatie over het wegbeheer in de gemeente Staphorst en geeft de theoretische financiële onderhoudsbehoefte aan. Het plan is gebaseerd op het kwaliteit gestuurd beheren. In het traditioneel beheer ging het om welke onderhoudsmaatregel er moet worden uitgevoerd op het moment dat de normen worden overschreden. In het kwaliteit gestuurd beheren staat centraal, welke kwaliteit (= normering) de gemeente wil bereiken. De gemeente Staphorst gebruikt daarbij het software programma van de Antea-group. Deze is vergelijkbaar met het CROW model. Deze planning is helaas niet haalbaar gebleken. De afronding is door een andere prioriteitstelling opgeschoven. De bestuurlijke behandeling staat nu gepland voor het 4e kwartaal van 2016.

Per structuurelement zijn daarbij de volgende kwaliteitsniveaus vastgelegd:
• Bedrijventerreinen                                    basis
• Begraafplaatsen                                        hoog
• Buitengebied                                              laag
• Dorpskern                                                   hoog
• Hoofdstructuur binnen de kom             basis
• Hoofdstructuur buiten de kom              basis
• Woongebieden                                           basis

De raming in de begroting 2017 is, in afwachting van de bijgestelde nota Wegenbeheer, identiek aan jaarschijf 2016. In de planning is opgenomen dat de bijgestelde nota Wegenbeheerplan de 2e helft van 2016 aan uw raad ter vaststelling zal worden voorgelegd.

 

B | Financiële Consequenties Beleidsdoel
Deze nota maakt via een geautomatiseerd wegbeheerprogramma (Rationeel wegbeheer) inzichtelijk wat de kosten voor onze gemeente zijn om de wegen in de huidige staat te onderhouden. Kosten van reconstructies, herinrichting, verbreding, aanleg fietssuggestiestroken maken hier nadrukkelijk geen deel van uit. De jaarlijkse storting is vanaf 2013: € 660.000.

 

C | Financiële Consequenties in de Begroting
Wegenbeheerplan
Op basis van de Wegennota (2013 – 2016) is voor 2017 een bedrag van € 1.070.000 (exclusief btw) in de begroting 2017 opgenomen. Dekking: de reserve wegenbeheer. Op basis van een inspectie worden de geraamde werkzaamheden aangepast en zal zo nodig de raming bijgesteld worden.

De kosten van het wegenbeheersplan zoals deze opgenomen zijn in de begroting en rekening bedragen (x € 1.000)

 

2017

2016

2015

2014

2013

Begroting (= wegenbeheerplan)

1.070

1.070

1.070

1.070

1.070

Begrotingswijziging

 200

200

200

200

300

Begroting na wijziging

870 870 870 870 770

Hiervan uitgegeven

- - 703 640 737

 

Totale onderhoudskosten wegenbeheer
De totale kosten (uitgaven) van onderhoud aan de wegen beheerproduct 210.1 *1)
a. Inclusief de jaarschijf Wegenbeheersplan en kapitaalwerken (2013 t/m 2017);
b. Exclusief bermonderhoud, groenvoorzieningen langs wegen, kabels en leidingen en gladheidbestrijding bedroegen in:

 

Begroot '17

Begroot '16

Werkelijk '15

Werkelijk '14

Werkelijk '13

Totale kosten x €1.000

2.130

2.109

2.825

3.186

3.908

Aantal inwoners per 1-1

16.700

16.425

16.421

16.367

16.284

Bedrag per inwoner

128

119

195

240

198

 *1) Gebaseerd op integrale kostendekking

De stand van de reserve wegenbeheer per einde boekjaar (x € 1.000)

 

Begr. 2017

Begr. 2016

Rek. 2015

Rek. 2014

Rek. 2013

 Rek. 2012

Betonwegen

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Asfalt- en klinkerwegen

1.852

1.689

2.018

1.905

1.580

1.394

Werkelijk-Begroot

3.852

3.689

4.018

3.905

3.580

3.394

Stand reserve volgens wegennota

n.n.b.

-20

329

726

1.172

1.172

 

De hogere stand van de reserve komt doordat jaarlijks de niet gebruikte gereserveerde kapitaallasten aan deze reserve worden toegevoegd en de werkelijke kosten lager zijn dan geraamd in de wegennota.

Kengetallen

Begroting 2016

Begroting 2017

Aantallen bruggen

11 st.

12 st.

Lengte duikers

377 m1

377 m1

Lengte watergangen

25 km

25 km

Kilometers te onderhouden beschoeiing

240 m1

240 m1

 

Rioolbeheer

A | Beleidskader
De gemeente geeft invulling aan haar wettelijke zorgplichten via het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan-IV (vGRP-IV 2011-2015). Voor 2016 en volgende jaren wordt er op dit moment een nieuw Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP V 2016-2020) opgesteld. Samen met de gemeenten Dalfsen, Kampen, Olst-Wijhe en Zwolle is samen gewerkt met het opstellen van het GRP-V die zal lopen van 2016 tot en met 2020. Binnen dit gezamenlijke proces zijn beleidsonderwerpen zoveel mogelijk op elkaar afgestemd zodat er binnen de regio een beleidsharmonisatie ontstaat. Wel blijft de mogelijkheid om als deelnemende gemeente andere keuzes te maken of om aspecten aan te scherpen. Ook voor het financiële afwegingskader blijft iedere gemeente autonoom. De wens is om in 2020 met alle 8 gemeenten binnen het samenwerkingsverband RIVUS een gezamenlijk vGRP op te stellen.

In de planning is opgenomen dat in de 2e helft van 2016 de raad een bijgestelde nota Gemeentelijk Rioleringsplan-V met als ingangsdatum 2016 ter vaststelling zal worden voorgelegd.

In de afgelopen periode is ingezet op duurzaam (riool)waterbeheer. Hierbij is de nadruk gelegd op het doelmatig uitvoeren van met name vervangingen maar ook het beheer en onderhoud. Hierdoor zijn binnen de planperiode vervangingen uitgesteld of deels uitgevoerd en in het kader van werk met werk maken bepaalde projecten uitgesteld of naar achteren geschoven. In het nieuwe GRP is het kostendekkingsplan verwerkt aan de hand van beleidsinzichten die in Rivusverband zijn opgesteld. Hierdoor worden vervangingsinvesteringen meer op tijden uitgevoerd dat het echt noodzakelijk is. Vervangingspieken worden vermeden met als gevolg dat de rioolheffing niet hoeft te stijgen. Het huidige gekozen beleidsscenario zal worden voortgezet. Het accent wordt daarbij gelegd op duurzaam (riool)waterbeheer. Hierbij wordt nadruk gelegd op het afkoppelen. Daardoor is er sprake van een kwaliteitsimpuls op de items 'lozing/uitstoot van stedelijk afvalwater' en
'omgang met hemelwater'.

 

B | Financiële consequenties beleidsdoel
Bij de vaststelling van de nota 'waardering & afschrijving 2014' is besloten dat bij het nieuw vast te stellen v-GRP-V wordt overgegaan van de annuïtaire- op de liniaire- afschrijvingsmethode. In november 2015 is de gemiddelde rioolheffing voor 2016 vastgesteld op € 229. Op basis van de financiële doorrekening (variant 0) zal in het nieuwe GRP-V worden voorgesteld om voor de periode 2017 – 2020 een vast bedrag van € 230 vast te stellen. Door het gelijk blijven van de heffing zal de hoogte van de reserve enigszins afnemen. Hiermee wordt de reserve ingezet om de lasten richting burger niet te laten oplopen.

 

C | Financiële consequenties in de begroting
Belangrijke projecten die nu al gepland zijn om de komende periode in uitvoering te nemen zijn:
• Rioolvervanging en afkoppelen Staphorst Noord-Oost fase 1 (2017);
• Rioolvervanging en afkoppelen Staphorst Noord-Oost fase 2 (2017);
• Grote vervangingen en/of renovatie komen uit een analyse vanuit het beheersysteem, deze wordt in de komende periode gemaakt en wordt in het nieuwe v-GRP inzichtelijk.

De gemiddelde rioolheffing per aansluiting:

2017 t/m 2020 2016 2015 2014 2013
€230 €229 €229 €229 €229

De stand van de reserve rioolbeheer per 31 december (x € 1.000):

  2017 2016 2015 2014 2013
Stand reserve vlgs. GRP 5.242 3.449 3.654 3.889 3.982
Geraamde / werkelijke stand 5.531 5.262 5.747 5.814 5.093

De stand van de reserve is hoger dan die volgens de berekening van het huidige GRP. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat geplande investeringen volgens GRP in een later stadium plaats hebben gevonden. Gelet op de renteontwikkeling is de rentetoerekening in 2014 verlaagd van 5% naar 4%, in 2015 en 2016 naar 3% en in 2017 naar 0,5%.

Kengetallen rioolbeheer Begroting 2016 Begroting 2017
Rioolaansluitingen 6.605 st. 6.640 st.
Trottoir- en straatkolken 5.600 st. 5.825 st.
Gemalen 596 st. 600 st.
Lengte vrij vervalriolering 146 km. 151 km.
Lengte drukriolering 160 km. 160 km.
Lengte persleiding 10 km. 11 km.

 

Waterbeheer

A | Beleidskader
In de toekomst zal anders moeten worden omgegaan met (regen)water. In het waterplan, die in 2008 is opgesteld en begin 2009 vastgesteld, leggen de betrokken partijen (waterschappen en gemeente Staphorst) hun gezamenlijk beleid ten aanzien van het water vast en wordt de uitvoering hiervan gecoördineerd. Hierbij is aansluiting gezocht bij het vGRP-IV waar ook al maatregelen worden voorgesteld met betrekking tot de waterkwaliteit, deze lijn wordt in het nieuwe vGRP-V doorgezet.gezet.

 

B | Financiële consequenties beleidsdoel
Op 1-1-2010 is de nieuwe verbrede rioolheffing ingevoerd. Deze verbrede rioolheffing is bedoeld om de extra kosten die voortvloeien uit dit nieuwe beleidsonderdeel te dekken. Een aanvullende bepaling is dat deze maatregelen uiterlijk per 1-1-2012 in het GRP dienen te worden geformuleerd. Tegelijk met de invoering van de verbrede rioolheffing is een voorstel gedaan om een andere grondslag voor de berekening van de aanslag per 2010 toe te gaan passen. Zie ook onderdeel 'riolering'.

 

C | Financiële consequenties in de rekening
De kosten van maatregelen die worden opgenomen in het GRP-V, worden gedekt uit de te verkrijgen rioolheffing (zie ook onderdeel ‘riolering’).

 

Groenbeheer

A | Beleidskader
Om inzicht te krijgen in het onderhoud van het openbaar groen op zowel beheers- als beleidsmatig niveau is er een groenbeheer- en een groenbeleidsplan opgesteld.

Groenbeleidsplan 2005 - 2015
In 2005 is door de raad een groenbeleidplan vastgesteld tot en met het jaar 2015. In het plan is een visie vastgelegd voor het openbaar groen voor 10 jaar. Als visie is geformuleerd: 'ter versterking van het authentieke karakter van de gemeente Staphorst te streven naar een kwantitatief en kwalitatief goede groenvoorziening'.

Hierbij is er aandacht voor:
• Identiteit/herkenbaarheid van de kernen, straten en landschappen;
• Leefbaarheid en veiligheid van het woongebied;
• Recreatief gebruik en beleving van natuurwaarden;
• Efficiënte werkwijze en kostenbeheersing.

Ook is in dit plan een basis van de groenstructuur vastgelegd inclusief een lijst van 25 projecten op het gebied van groenbeleid en (her)inrichting. Deze projecten betreffen voorstellen tot verbetering van de groenkwaliteit en zijn mede gebaseerd op basis van geconstateerde knelpunten en wensen van de raad. Mede door bezuinigingen zijn niet alle (25) projecten uit het plan uitgevoerd.

Groenbeheerplan 2013-2016
Op 9 oktober 2012 is het groenbeheerplan voor de periode 2013 t/m 2016 vastgesteld. Besloten is om het openbaar groen te onderhouden op kwaliteitsniveau: Basis, met enkele groenonderdelen op niveau: Laag. In dezelfde vergadering en onderdeel uitmakend van het groenbeheerplan is besloten om een eenmalig krediet van € 120.000 beschikbaar te stellen voor renovatie van groenstroken en achterstallig boombeheer. Dit krediet is gedeeltelijk benut voor het wegwerken van achterstallig boombeheer. Door het stellen van andere prioriteiten zijn de gelden voor renovatie van groenstroken nog niet benut.

Groenbeleid- en groenbeheerplan 2017-2027
In 2017 wordt een nieuwe groenbeleid/groenbeheerplan opgesteld. In dit nieuwe plan vindt een meting en evaluatie plaats van de hoeveelheid en de kwaliteit van het openbaar groen in de gemeente Staphorst en een vergelijking met andere gemeenten. Daarnaast wordt een visie, een groenstructuur, een lijst van projecten en een kwaliteitsniveau voor beheer voorgelegd. Tevens wordt dan onderzocht hoe het werk kan worden verdeeld over de gemeentelijke buitendienst en door middel van groenonderhoudsbestekken aan derden. Hierbij wordt ook gekeken naar mogelijke inzet van participatiemedewerkers. Het een en ander mondt uit in een meerjarenraming en een prognose.

B | Financiële consequenties beleidsdoel
De uitkomsten van zowel het groenbeleid- als het groenbeheersplan dienen financieel te worden vertaald.

Groenbeheerplan
De kosten van de vastgestelde beheerkwaliteit met als kwaliteitsniveau: basis, met enkele groenonderdelen op niveau, is voor 2013 afgestemd op € 803.000 (incl. bezuiniging van € 21.000). Voor 2017 bedragen deze kosten € 899.000 door toename van de areaaluitbreiding. Dekking uit de exploitatiebegroting.

Groenbeleidsplan
De uitvoering van het groenbeleidsplan leidt tot invulling van met name investeringen. Als dekkingsmiddel zal vooral de reserve 'Volkshuisvesting' dienen.
• Herinrichting Boslaan;
• Boomveiligheidsinspectie 2017;
• Opstellen groenbeheerbestekken;
• Vervangen boombeplanting Staphorst-Zuid;
• Kappen in verband met Essentaksterfte: 320 bomen;
• Flora- en Faunawet: inventarisatie en uitvoering maatregelen;
• Uitvoering landschapsplan: houtsingelproject Rouveen - Staphorst 2017 - 2018.

C | Financiële consequenties in de rekening

De exploitatielasten voor onderhoud groen zowel binnen als buiten de bebouwde kom bedroegen: (beheerproducten: 210.120, 560.102)

                                                                                                                                                                                                      x €1.000

 

Begroot 2017

Begroot 2016

Werkelijk 2015

Werkelijk 2014

Werkelijk 2013

Bedrag totaal

€889 *)1

€875

€922

€859

€905

Aantal inwoners

16.700

16.425

16.421

16.367

16.284

Per inwoner

€54

€54

€56

€52

€56

 *)1 Gebaseerd op integrale kostendekking

Gebouwenbeheer

A | Beleidskader
De nota gebouwenbeheersplan 2009-2013 voor het cyclisch onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is vastgesteld d.d. 27 januari 2009. In dit plan zijn de gemeentelijke gebouwen opgenomen. Voor dat plan zijn alle onderhoudsmaatregelen voor elk gebouw geïnventariseerd, alle oppervlakten c.q. hoeveelheden bepaald (bijv. hoeveel m² moeten er worden geschilderd) en is de onderhoudstoestand beschreven.

Het doel van dit beheerplan is het zichtbaar maken van de structurele kosten voor het onderhoud aan deze gebouwen. Op basis van de meerjarenramingen zijn de geraamde kosten voor het te verwachten onderhoud van het komende jaar opgenomen in de jaarbegroting en in de meerjarenbegroting.

Tot het onderhoud wordt gerekend:
• Periodiek onderhoud
Hierbij vindt in de regel geen vernieuwing plaats zoals bijv. binnen- en buitenschilderwerk (cyclisch karakter).
• Groot onderhoud
Hierbij worden onderdelen van het gebouw of de installaties vervangen zoals renovatie gebouw, vernieuwing dak of vervanging c.v.-installatie.

Actualisatie gebouwenbeheerplan
Er is gestart (medio 2015) met het samenstellen van de actualisering van het gebouwen beheerplan.

 

B | Financiële consequenties beleidsdoel
In het gebouwenbeheerplan zijn de onderhoudskosten meegenomen zodat de gemiddelde kosten kunnen worden berekend. Door middel van de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen waar de jaarlijkse storting of onttrekking uit plaats vindt zijn de investeringen in principe afgedekt. Het kleine dagelijkse onderhoud is rechtstreeks ten laste van de exploitatie gebracht.

 

C | Financiële consequenties in de rekening

De storting in de reserves onderhoud bedragen: (bedragen x € 1.000)

Soort

Begroting 2017

Begroting 2016

Werkelijk 2015

Werkelijk 2014

Werkelijk 2013

Res. onderh. gem. gebouwen

126

126

126

176

180

 

De stand van de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen (x € 1.000) per 31 december van het jaar

 

Begr. 2017

Begr. 2016

Rek. 2015

Rek. 2014

Rek. 2013

Res. gebouwenbeheer

849

672

1.609

2.907

2.331

 

Te beheren gemeentelijke gebouwen:

Gemeentelijke gebouwen

Gebruiksdoel      

Gemeentehuis

Huisvesting ambtenaren en rijkspolitie

Gemeentewerf

Huisvesting en berging buitendienst

Brandweerkazerne

Huisvesting en stalling brandweer

Noorderslag en S.C. Rouveen

Buitensportaccommodatie

Begraafplaatsen

Bergingen (5)

Kerktorens (2) en Klokkenstoel

Tijdaanduiding en cultuur

Dienstencentrum

Accommodatie sociaal cultureel werk

Sporthal (1) en gym/sportzalen (3)

Binnensportaccommodatie

Woningen (3)

Huisvesting burgers

 

Paragraaf 3 | Financiering

Algemene inleiding op de paragraaf

Algemeen
Basis vormt de wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het doel van deze wet is het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden evenals het beheersen van de renterisico’s. Onderdeel van deze wet is de Regeling Uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). Uitvoering van de regelgeving vindt plaats door het vaststellen van kaders in Treasurystatuut. Bovenstaande uitgangspunten zullen hieronder nader worden toegelicht.

Financiële verordening
Naast het statuut stelt de Gemeentewet een treasuryparagraaf verplicht in de begroting en jaarrekening. Dit is nader uitgewerkt in artikel 15 van de financiële verordening. Bij de begroting zal in de paragraaf financiering in ieder geval verslag gedaan worden van Kasgeldlimiet, renterisico norm, de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende 3 jaar, rentevisie en rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie.

Inhoud paragraaf
Bovenstaande onderwerpen leiden tot de volgende indeling van deze paragraaf:

1 | Uitgangspunten financieringsfunctie

  • Wet Fido
  • Wet Ruddo
  • Treausurystatuut

2 | Uitvoering financieringsfunctie

  • Kasgeldlimiet
  • Renterisiconorm
  • EMU saldo
  • Liquiditeitsplanning
  • Financieringsbehoefte
  • Rentekosten en renteopbrengsten

1 | Uitgangspunten financieringsfunctie

Wet FIDO
De wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) vertaalt zich in twee belangrijke uitgangspunten op het gebied van treasury-beleid:

De gemeente dient de financiering te beperken tot de publieke taak

Het verstrekken van leningen alleen dan kan plaats vinden als deze instellingen aan de publieke taak bijdragen. De uitzetting van tijdelijk overtollige middelen dient een prudent karakter te hebben en mag niet gericht zijn op het genereren van inkomen door het lopen van overmatige risico’s. Er mag dus geen sprake zijn van bankieren.

De rente-risico’s dienen tot een minimum te worden beperkt

Voor de financieringsmiddelen op korte termijn (looptijd < 1 jaar) geldt een zogenaamde kasgeldnorm (maximumbedrag). Voor de financieringsmiddelen op lange termijn (looptijd > dan 1 jaar) geldt een zgn rente-risiconorm (maximumbedrag waarover renterisico mag worden gelopen).

 

Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO)
Deze regeling maakt onderdeel uit van de wet Fido en is begin 2009 gewijzigd. Het betrof een aanscherping van de regels voor het uitzetten en aantrekken van gelden. Dit kwam mede voort door de financiële crisis die ontstond uit de “Icesave affaire” in IJsland. De aanscherping had voor de gemeente Staphorst nauwelijks gevolgen, wel zijn er enkele verbeteringen aangebracht in het treasurystatuut van de gemeente Staphorst.

Treasurystatuut
Mede door bovenstaande wijzigingen in de Wet Ruddo en het feit dat het oude treasurystatuut dateerde van 2005, heeft de gemeente een nieuw statuut opgesteld, welke door uw raad is vastgesteld op 13 maart 2012. In dit statuut zijn de nieuwe kaders vastgesteld waar binnen de treasuryfunctie dient te worden uitgevoerd zoals:
• De algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie;
• De administratieve organisatie van de financieringsfunctie, waaronder begrepen taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening.

Bovenstaande kaders worden gedurende het jaar 2017 gehanteerd, waarbij tevens rekening is gehouden met de kaders uit de Wet Ruddo.

Uitvoering financieringsfunctie

Naast het statuut stelt de Gemeentewet een treasuryparagraaf verplicht in de begroting en jaarrekening. Dit is nader uitgewerkt in artikel 15 van de financiële verordening. Bij de begroting zal in de paragraaf financiering in ieder geval verslag gedaan worden van:

A)  Kasgeldlimiet
B)  Renterisiconorm
C)  EMU saldo
D)  Gemeenteschuld
E ) Liquiditeitsplanning + financieringsbehoefte
F ) Rentekosten en renteopbrengsten

 

A ) Kasgeldlimiet
Voor het uitzetten van gelden met een looptijd korter dan een jaar geldt een maximum bedrag. Deze kasgeldlimiet is wettelijk vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. De gemiddeld in een kwartaal opgenomen vlottende schuld (rekening courantkredieten, kasgeldleningen) mag dit bedrag niet overschrijden. Op basis van de begroting 2017:

  x €1.000

Omvang van de begroting per 01 januari 2017

35.500

Kasgeldlimiet in procenten van de grondslag

    8,5%

Kasgeldlimiet in bedrag

  3.000

Totaal vlottende schuld

       0

Ruimte

  3.000

De gemeente Staphorst overschrijdt de kasgeldlimiet niet, er is een overschot.

 

B ) Renterisico norm
De renterisico norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het verwachte begrotingstotaal voor 2017 (€. 35,3 miljoen.) In 2017 bedraagt de renterisico norm daarmee € 7 miljoen. De reguliere aflossing is voor 2017 geraamd op € 0,4 miljoen. De gemeente Staphorst blijft hiermee ruim binnen de renterisico norm. Voor de komende jaren ziet dit er als volgt uit:

Berekening renterisiconorm

2017

2018

2019

2020

Begrotingstotaal

35.500

35.200

35.200

35.300

Percentage regeling

20

20

20

20

Renterisiconorm

7.100

7.040

7.040

7.060

 

 Renterisico op vaste schuld

2017 budget

2018 budget

2019 budget

2020 budget

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

0

Aflossingen

428

448

470

45

Renterisico

428

448

470

45

Renterisiconorm

7.100

7.040

7.040

7.060

Ruimte onder renterisiconorm

6.672

6.592

6.570

7.015

Overschrijding renterisiconorm

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

 

C ) EMU saldo
Voor uitvoering van de Wet Hof is het EMU saldo van groot belang. Voor elke gemeente is een individuele referentiewaarde bepaald, waardoor het totale EMU tekort niet boven de 0,5% zal uitkomen. Voor Staphorst is dit een bedrag van € 1.505.000 (er wordt echter geen sanctie opgelegd bij overschrijding, zie ontwikkelingen wet Hof).
In het volgende overzicht de ontwikkeling van het EMU saldo:

  (x €1.000) Begroting 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking reserves -1.733 -1.713 -1.980 -1.952
+2 Afschrijvingen tlv exploitatie +1.940 +1.974 +2.012 +2.029
+3 Bruto dotaties aan de post voorziening tlv exploitatie +105 +105 +105 +105
-4 Uitgaven aan investeringen in (im)materiële activa die op de balans worden geactiveerd. -7.828 -1.190 -1.512 -1.101
+5 De in mindering op onder 4 bedoelde investeringen        
+6a Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs)        
-6b Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa        
-7 Uitgaven aan de aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. -1.404 -434 -500 -1.000
+8a Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs) +2.978 +1.441 +1.980  
-8b Boekwinst op grondverkopen -978 -441 -980  
-9 Betalingen tlv voorzieningen -102 -5    
-10 Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks tlv reserves worden gebracht en die niet vallen onder een van de andere genoemde posten        
11a Gaat u deelnemingen verkopen? Nee Nee Nee Nee
-11b Zo ja Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen        
  Berekend EMU Saldo -7.022 -263 -875 -1.919
  Individuele referentie waarde 1.505 1.505 1.505 1.505
  Tekort of overschot EMU saldo -5.517 +1.242 +630 -414

Het tekort in 2017 komt door de diverse geraamde investeringen. In de regel vinden deze 00 geraamde investeringen niet geheel of later plaats, zodat het werkelijk EMU tekort veelal ook lager is. De afgelopen jaren hadden we ondanks diverse investeringen een overschot als gevolg van grondverkopen.

 

E ) De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte
Overzicht van de verwachte financiële positie voor de jaren 2017 tot en met 2020:

  Financiële positie
2017 2018 2019 2020
1 BEGINSALDO +8.010 +4.594 +6.922 +8.019
  MUTATIES FINANCIERINGSSALDO:
2 Saldo mutaties vaste activa +4.437 -1.978 -1.694 -1.093
3 Mutatie nog te bestemmen exploitatiesaldo        
4 Saldo mutaties reserves en voorzieningen -125 -1.392 -1.453 -2.184
5 Saldo mutaties langlopende schulden -428 -448 -144 -45
6 MUTATIES FINANCIERINGSSALDO ( 2-3-4-5) 4.990 -137 -97 1.136
  MUTATIES NETTO WERKKAPITAAL:
7 Saldo mutaties vlottende activa -1.574 -2.191 -1.000 1.000
8 Saldo mutaties vlottende passiva        
9 MUTATIES NETTO WERKKAPITAAL (7-8) -1.574 -2.191 -1.000 -1.000
    
10 MUTATIES IN LIQUIDE MIDDELEN (-6-9) -3.416 +2.328 +1.097 -136
 
 11 Eindsaldo (1+10)
+4.594 +6.922 +8.019 +7.883

De financieringsbehoefte wordt binnen de mogelijkheden van de Wet Fido gedekt door het aantrekken van kort geld en/of langlopende leningen en de inzet van het eigen vermogen. In de praktijk zullen we proberen kortgeld, indien nodig, zo dicht mogelijk tegen de grens van de kasgeldlimiet aan te trekken, omdat de rente op kortgeld in de regel goedkoper is dan de rente op langlopende geldleningen, wel zal rekening gehouden worden met schatkistbeleggen.

Rentevisie
Door de huidige onrust op de financiële markten is het lastig een goede verwachting uit te spreken over de ontwikkeling van de rentekosten en rentebaten. Voor de begroting 2017 en de meerjarenbegroting 2018 tot en met 2020 wordt dan ook het volgende uitgangspunt genomen:

Gelden zullen voorlopig uitgezet worden tegen een beperkte periode en zullen in principe ten gunste van het schatkistbeleggen komen. Wel zullen de mogelijkheden worden onderzocht op welke wijze een hoger rendement kan worden behaald op overtollige middelen.

Gelden zullen voorlopig uitgezet worden tegen een beperkte periode en zullen in principe ten gunste van het schatkistbeleggen komen. Wel zullen de mogelijkheden worden onderzocht op welke wijze een hoger rendement kan worden behaald op overtollige middelen.

 

F ) Rentekosten en opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie
Hieronder vindt u een opsomming van alle uitgezette en opgenomen gelden zoals deze meegenomen zijn in de begroting van 2017, tevens zal er een korte toelichting worden gegeven.

(bedragen x €1.000)

Soort

Bedrag begin 2017

Opbrengst 2015

Begrote opbr. 2016

Begrote opbr. 2017

Uitgezette gelden op lange termijn

4.627

389

240

88

Uitgezette gelden op korte termijn

15.000

5

0

0

Aandelenbezit

139

621

490

502

Opgenomen gelden lange termijn

-1.490

-102

-83

-63

Opgenomen gelden korte termijn

0

0

0

0

Totaal

18.275

913

647

527

 

1 | Uitstaande gelden op lange termijn

Uitstaande gelden op lange termijn
Rente %
Bedrag 2017
Begrote opbr. 2016
Begrote opbr. 2017
Vitens Achtergestelde lening 2,5 406 14 12
Essent/ Enexis Achtergestelde lening 9,0 45 4 4
Essent/ Enexis Rentevordering lening 7,2 76 7 5
St. Zwembad Hypothecaire lening 6,0 84 15 5
N.V. Rova Achtergestelde geldlening 8,0 379 30 30
BNG Achtergestelde geldlening var. 2.156 15 15
BNG BNG Government Bonds Fonds var. 1.160 5 5
Rabobank Variabele Coupon Obligatie 3,0 0 138 0
De Baarge Hyp. leningen div 147 7 7
De Esch 3 Hyp. leningen 3,0 173 10 5
 Totaal opbrengst uitgezette gelden op lange termijn 4.627 240 88

Toelichting:
De aflossing van de Vitens achtergestelde lening betreft een reguliere aflossing. Wel is het rente% aangepast. Er wordt gerekend met een 10 jrs rente + opslag van 1%, waardoor de rente lager uitkomt dan 2,5% Afgelopen jaren was de rente:

2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016
4,94 4,79 4,76 4,73 4,38 3,81 3,55 2,97 2,5

Per eind september 2009 zijn de aandelen N.V. Essent verkocht. Hiervoor is € 1.434.937,- ontvangen. Naast deze ontvangst is er een deelneming ontstaan: vordering op Enexis van € 388.796, -. Deze deelneming bestond uit een 4-tal leningovereenkomsten, met verschillende looptijden en een gemiddeld rentepercentage van 4,65%. Conform beleidsvoornemens is in 2012 de 1e lening van € 97.200 vervroegd afgelost, in 2013 de 2e lening van € 108.000 en in 2016 de 3e lening van €108.000, Hierdoor bedraagt het restant van de lening (4e lening) op 01-01-2017 € 75.600. Deze laatste lening geeft een rentepercentage van 7,2% is zal in 2019 worden afgelost. Daarnaast is sprake van een achtergestelde lening aan de NV Enexis, met een vast rentepercentage ad 9%.

De BNG Financial Bond Fonds en de BNG Government Bond Fonds zijn fondsen waar belegd wordt in obligaties met een looptijd van resp. 1-3 jaar en 5-7 jaar. Deze fondsen laten de volgende ontwikkeling zien:

Soort 2011 2012 2013 2014 2016
Dividend percentage 1,1%-1,8% 0,5%-0,8% 0,9%-1,0% 0,4%-0,65% 0,3%-0,6%
Dividend opbrengst 97.000 50.000 99.000* 104.000* 101.000*
Marktwaarde t.o.v. boekwaarde + 116.000 + 226.000 + 168.000 + 331.000 + 267.000

* incl. boekwinst ad € 37.000 in 2013, € 72.000 in 2014 en € 78.000 in 2015, doordat de waarde van de obligaties op dat moment boven de 100% lag.

Conform gemaakte afspraken met het Rijk vindt er jaarlijks een vrijval plaats van 1/7e deel ten gunste van schatkistbankieren. Daardoor daalt de jaarlijkse opbrengst.

De Rabobank variabele couponrente heeft een looptijd van 7 jaar (einddatum 2016), waarbij het minimum rentepercentage 3% en een maximum van 7%. Begin december 2016 wordt de lening afgelost, waardoor in 2017 geen rente meer zal worden ontvangen.

Bij het in exploitatie nemen van de bedrijventerreinen De Baarge waren er diverse ondernemers die zelf gronden hadden liggen in deze bestemmingsplannen. Van deze ondernemers wordt een exploitatiebijdrage ontvangen in de vorm van een hypothecaire geldlening met veelal een looptijd van 30 jaar. Voor De Esch 3 zijn een 2-tal leningen verstrekt met een looptijd van resp. 4 en 7 jaar.

 

2 | Uitstaande en opgenomen gelden op korte termijn
Vanaf 2014 is schatkistbeleggen verplicht voor decentrale overheden (zie onderdeel schatkistbeleggen). Uitzetten van gelden op korte termijn bij banken is niet meer toegestaan. De uitstaande gelden op korte termijn bij de Rabobank en de opgenomen gelden bij de BNG zijn hier dan ook onder gevallen. Dit is ook van toepassing op de in december 2016 afgeloste Rabo variabele couponobligatie van € 5.000.000. Verwacht wordt dat hierdoor er per begin 2017 € 13.000.000 bij de schatkist wordt uitgezet.

 

3 | Aandelenbezit

Aandelenbezet   Aantal Stand begin v/h jaar Begrote opbr. 2016 Begrote opbr. 2017
Rendo aandelen 43 20 323 323
Essent/ Enexis aandelen 32.331 15 28 24
Deelnemingen i.k.v. verk Essent aandelen 32.331 0 0 0
Vitens aandelen 18.531 4 50 50
Rova aandelen 217 25 55 55
Wadinko aandelen 40 0 20 20
BNG aandelen 30.030 75 14 30
Totaal opbrengst aandelenbezet   139 490 502

Toelichting:
In het aandelenkapitaal is de verwachting dat er geen mutaties zullen plaatsvinden. Op de balans zijn de aandelen gewaardeerd tegen nominale waarde, de huidige waarde kan vele malen hoger zijn. Over de ontwikkelingen binnen deze partijen en de verwachte  dividendopbrengsten zal in de paragraaf verbonden partijen nader worden ingegaan. De dividendinkomsten zijn iets hoger dan voorgaand jaar.

 

4 | Opgenomen bedragen op lange termijn

Soort Bedrag begin 2017 Opbrengst 2014 Opbrengst 2015 Opbrengst 2016 Opbrengst 2017
Opgenomen gelden lange termijn -1.490 -120 -102 -83 -63

Betreft een 2-tal langlopende leningen bij de BNG, welke middels een annuïteiten afschrijving in 2019 en 2022 worden afgelost.

 

5 | Opgenomen gelden op korte termijn
De eerstkomende jaren zullen we geen noodzaak hebben om gelden op korte termijn op te nemen.

 

Paragraaf 4 | Bedrijfsvoering

Algemene inleiding op de paragraaf

In het coalitieakkoord “vertrouwen in dynamisch Staphorst!” en de uitwerking hiervan in het collegeprogramma heeft het gemeentebestuur ambities uitgesproken. Om die ambities te realiseren is een gestroomlijnde organisatie nodig. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt geschetst de manier waarop het komende jaar de organisatie hier invulling aan zal geven.

Het betreffen diverse bedrijfsvoering onderdelen zoals:
• Samenwerking,
• Informatievoorziening,
• Personeel/HRM,
• Communicatie,
• Juridische zaken,
• Financiën.

Organisatie algemeen
De ambtelijke organisatie zet stevig in op de realisatie van de missie en visie zoals is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders met het doel deze gerealiseerd te hebben in 2018. De missie en visie wordt aan het eind van deze paragraaf samengevat weergegeven. Daarnaast zal de organisatie enthousiast en voortvarend doorgaan met de ingezette actiepunten. Het zijn actiepunten die ertoe bijdragen de organisatie daadkrachtiger en meer proactief te doen opereren en hiermee het juiste klimaat te scheppen om ook de kracht en goede ideeën in de samenleving te stimuleren en te ondersteunen. Een paar belangrijke actiepunten komen hierna in het bijzonder aan de orde.

Verduurzaming huisvesting ambtelijke organisatie
In het coalitieakkoord 2014-2018 wordt door de gemeenteraad gevraagd te kijken naar verduurzaming van het gemeentelijk gebouwenbestand. Tevens wordt als mogelijke verduurzamingsstap genoemd het bedekken van panden met zonnepanelen. In de gemeente Staphorst is er de laatste jaren behoorlijk geïnvesteerd in duurzaamheid. Bij de gebouwen die nieuw zijn gebouwd (MCR en sportaccommodatie Rouveen), maar ook gebouwen die gerenoveerd zijn (sporthal, brandweerkazerne enz.) is er sterk gekeken naar een verduurzamingsslag. Extra isolatie, hoog rendementsinstallaties en andere maatregelen zijn genomen om een lager energieverbruik te genereren. Binnen het huidige gebouwenbestand van de gemeente Staphorst zijn er momenteel twee panden die verouderd zijn (qua techniek) en veel energie gebruiken. Dit betreffen het gemeentehuis en de gemeentewerf. Voor het gemeentehuis wordt momenteel een energiescan voorbereid. Mede met de uitkomsten van deze energiescan gaan wij de toekomstscenario’s van beide panden in kaart brengen. In de Lijst van Investeringen 2017 is voor het gemeentehuis een budget geraamd voor kosten onderzoek groot onderhoud. In dezelfde lijst is voor groot onderhoud en renovatie van de gemeentewerkplaats een krediet opgenomen.

Stappop
Een interessant en belangrijk opleidingstraject is Stappop, een traject waarbij de organisatie binnen vier ‘velden’ aan de slag gaat. Het resultaat van dit traject zal zijn dat er een proces van bewustwording binnen de organisatie is ontwikkeld die straks in de haarvaten van de organisatie zal zitten en bij zal dragen aan wederzijds begrip en vertrouwen. Zowel ‘van buiten naar binnen’ als ‘in het eigen huis’. Bovendien een traject waarbij de organisatie leert participatie maximaal te benutten, regie te voeren vanuit de gedachte ‘zorgen dat’ in plaats van te ‘zorgen voor’. De gedachte daarbij is dat de gemeenschap tot veel in staat is en daarbij meer baat heeft bij een overheid die faciliteert en regisseert in plaats van een overheid die afhankelijkheid creëert en voorschrijft.

EPOS
In 2017 gaat de gemeente grote stappen zetten in het kader van het EPOS-traject. EPOS staat voor de Efficiënte Procesinrichting Omgevingswet Staphorst. Een werkwijze waarbij verantwoordelijkheden op de juiste plaats worden gelegd en waarbij de nadruk op samenwerken met partners in het omgevingsrecht en op wederzijds vertrouwen wordt gestoeld. Een methodiek die uitstekend past bij het aanwenden van de kracht van onze inwoners en ondernemers. Voor de implementatie zijn in de begroting 2017 middelen gereserveerd.

Strategisch personeelsbeleid
Het strategisch personeelsbeleid, maximaal ‘bottom up’ aan de hand van enkele duidelijke bestuurlijke kaders, wordt in 2017 geïmplementeerd. De gemeentelijke organisatie beschikt dan over:
• Nieuw competentiebeleid (gereed),
• Nieuwe gesprekscyclus (gereed),
• Persoonlijke en afdelingswerkplannen,
• Nieuwe strategische personeelsplanning,
• Nieuw loopbaanbeleid (in-, door- en uitstroom),
• Een gedegen structuur voor werkoverleg, werving, selectie en introductie en
• Vernieuwd opleiding-, beloning- en levensfase gericht beleid.

Uiteraard gaan we in 2017 ook door met een aantal doorlopende actiepunten, waaronder:
• Doorontwikkeling van het organisatieplan conform de A3 systematiek,
• Invoering van het INK-kwaliteitsmodel en bijbehorend instrumentarium,
• Implementatie van het strategisch communicatiemodel en de nieuwe huisstijl,
• Doorontwikkeling van het leiderschapstraject, waarbij in 2017 de professionalisering van de coördinatiefunctie een feit zal zijn.
Hiervoor is in de begroting opgenomen een bedrag van € 250.000.

Inhuur als flexibele schil
De ambtelijke organisatie kent in 2017, evenals in 2016, een stevige flexibele schil voor tijdelijk in te huren personeel. De keuze om vacatureruimte niet direct in te vullen en op verschillende ‘plekken’ in de organisatie extra medewerkers in te zetten is gelegen in een aantal factoren. In de eerste plaats heeft de gemeente Staphorst er niet direct voor gekozen om bij de invoering van de decentralisaties definitief de verwachte formatie in te vullen met eigen personeel. De gemeente wil eerst een duidelijk beeld hebben van de benodigde inspanningen en tijdelijk personeel biedt meer keuze vrijheid. Daarbij speelt de opdracht van de Staatssecretaris om in onze regio te komen tot een fysieke RUD (Omgevingsdienst). Om te voorkomen dat de gemeente met frictiekosten wordt geconfronteerd is besloten ook bij dat taakonderdeel extra tijdelijk personeel in te huren. In de laatste plaatst zorgen de ingezette verandertrajecten, zoals in het vorige onderdeel aangegeven, voor een stevige belasting van de ambtelijk beschikbare uren. Het voordeel van een flexibele schil aan personeel is het voorkomen van onnodige belasting van de loonsom en frictiekosten bij organieke veranderingen, een nadeel is dat flexibele inhuur een hogere uurprijs kent. Overigens biedt de inhuur van derden wel de mogelijkheid om veel van elkaar te leren, we halen op deze wijze veel kennis uit andere gemeenten binnen.

Missie
De mission statement (slogan) luidt:
• ‘Kleurrijk Staphorst biedt met stip ruimte om samen te leven’

De missie luidt:
• Staphorst is een gemeente met karakter, lef, vernieuwend en ondernemend.
• Wij geven de Staphorster samenleving ruimte en vertrouwen om verantwoordelijkheid te nemen. Inwoners en bedrijven die ons nodig hebben, kunnen op ons rekenen. We versterken en versnellen initiatieven in de samenleving en werken samen aan resultaat.
• Wij zetten ons in voor het proces van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’.

Visie
Een visie geeft een ambitieus beeld van de gewenste organisatie en richt zich op het benutten van kansen en op de toekomst. Het geeft antwoord op vragen als; welke ontwikkelingen zijn belangrijk en van invloed, welke ambities heeft de organisatie en welke kerntaken dienen geïdentificeerd en uitgewerkt te worden.

De visie van gemeente Staphorst luidt:
De samenleving ontwikkelt zich voortdurend. De gemeente Staphorst beweegt flexibel mee en maakt gebruik van de kracht van die samenleving: de gemeente ontwikkelt zich van een regisserende, bepalende overheid naar een loslatende, voorwaardenscheppende, burgergerichte overheid.

In verbondenheid met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties nemen we verantwoordelijkheid voor de woon-, werk- en leefomgeving.

Kernwaarden en cultuur
De belangrijkste kernwaarden vormen de basis voor de cultuur die past bij de missie en die bijdragen aan het welslagen van de visie. Het sturen op de kernwaarden draagt bij aan de gewenste cultuur; een cultuur die in het verlengde van de missie en visie vormt en de doelen van de organisatie zal realiseren. We versterken waar we goed in zijn.

De kernwaarden waar de gemeente Staphorst voor staat zijn:
• Verantwoordelijkheid
• Daadkracht
• Vertrouwen
• Participatie

Strategie
De strategie en doelen laten zien op welke wijze de missie en visie van de gemeente wordt verwezenlijkt. Om doelen te kunnen bewaken en realiseren is het van belang dat deze volgens het ‘SMARTI-principe’ (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden en inspirerend) worden geformuleerd.

De strategische doelstellingen tot 2018 voor de gemeente Staphorst luiden:
• Versterken van de identiteit: ‘Staphorst is Staphorst’
In 2018 zijn we nog steeds een zelfstandige en financieel gezonde gemeente met een uniek karakter. We kennen onze kwaliteiten en valkuilen en werken slim samen met partijen uit de regio. Er is een goede verhouding tussen te ontvangen rijksgelden en de uitvoering van gemeentelijke taken. Staphorst is en blijft een sterk merk. Inwoners, ondernemers en samenwerkingspartners weten dat Staphorst een moderne gemeente is met karakter en lef.
• Vergroten van burgerkracht met ruimte voor ondernemerschap
In 2018 zijn burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties actief betrokken bij beleid en realisatie. We versnellen initiatieven in de samenleving en werken samen aan resultaat.
• Leveren van flexibele dienstverlening en maatwerk
In 2018 is onze dienstverlening afgestemd op de samenleving: we bieden resultaatgerichte en omgevingsbewuste dienstverlening met enthousiasme en passie. We hebben aandacht voor de zwakkeren in de samenleving en bieden maatwerkgerichte ondersteuning.
• Ontwikkelen naar een krachtige organisatie
In 2018 heeft de gemeente Staphorst een dynamische mensgerichte organisatie. We geven elkaar vertrouwen en stimuleren ondernemerschap, vernieuwing en lef. Bestuurders en leidinggevenden van onze gemeente zijn gericht op ontwikkeling en teamgeest. We zijn een aantrekkelijke en maatschappelijk bewuste werkgever die medewerkers stimuleert, verantwoordelijkheid geeft en de mogelijkheid biedt om te ontwikkelen.

Samenwerking
• In het kader van decentralisaties
Onze gemeente werkt samen met de gemeenten Meppel, Steenwijkerland, Westerveld en Zwartewaterland daar waar het de decentralisaties betreft. Overigens houdt dit niet in dat we ons bij bijvoorbeeld inkoop of daar waar anderszins voordelen bereikt kunnen worden altijd tot deze gemeenten beperken. Conform de afspraken sluiten er regelmatig meer partners aan. Samenwerking zal ook in 2017 in het teken staan van het verbeteren van kennis en kwaliteit en het verminderen van de kwetsbaarheid. Beheersbaarheid en betaalbaarheid van de transities blijven continue de aandacht van de gemeente vragen.
• Visie
Staphorst werkt, daar waar het andere mogelijkheden tot samenwerking betreft dan de decentralisaties, samen met de gemeenten Zwartewaterland en Steenwijkerland. De visie op samenwerking van de gemeente Staphorst luidt:
'Samenwerking moet met name een evidente bijdrage leveren aan deze doelen en aan de verbetering van de geleverde kwaliteit. Samenwerking vindt vooral pragmatisch plaats door kennis te delen, elkaar te versterken daar waar kwetsbaarheid geconstateerd wordt en mag niet leiden tot vermindering van de eigen democratische legitimiteit'
Vanuit dat perspectief zal de gemeente ook in 2017 kansen die zij ziet blijven benutten samen met onze buurgemeenten.
• Regionale samenwerking
De gemeente Staphorst neemt deel aan een aantal regionale samenwerkingsverbanden. Deze samenwerkingsverbanden voeren namens de gemeenten taken uit waarin gemeenten afzonderlijk van elkaar vaak niet of onvoldoende kunnen voorzien. Veel van deze gemeenschappelijke regelingen zijn gestoeld op wettelijke basis. Denk bijvoorbeeld aan de Veiligheidsregio Overijssel, de GGD, BVO Jeugd en de RUD. In 2017 zal, naar aanleiding van een beslissing van de Staatssecretaris, de RUD als gemeenschappelijke regeling in de vorm van een Omgevingsdienst een feit zijn. De gemeente stelt zich als partner positief-kritisch op.

Dienstverlening
Nadat het project door alle ontwikkelingen in de organisatie in de tweede helft van 2015 tijdelijk werd opgeschort is het project vanaf begin 2016 weer opgepakt en tot uitvoering gekomen. Van de vier deelprojecten zijn er twee samengevoegd zodat er nu drie deelprojecten actief zijn, te weten:

1. Klantcontactcentrum en Klantcontact
2. Informatievoorziening en
3. Procesoptimalisatie en Digitalisering.

In mei 2016 is er een zogenaamd ‘ronde tafel event’ georganiseerd waarvoor via de verenigingen, dorps- en wijkraden en de plaatselijke middenstand inwoners zijn uitgenodigd. Het event is zeer succesvol verlopen en kent veel opbrengsten. Deze opbrengsten zijn door middel van het houden van verdiepingsworkshops verwerkt in de deelprojecten waardoor het mogelijk is op de deelplannen uit te laten groeien tot volwaardige projectplannen inclusief de uitvoering van de respectievelijke deelprojecten. Deze projectplannen worden eind september samengebracht en begin oktober aan het MT ter besluitvorming voorgelegd. Direct daarna kunnen de deelprojecten tot uitvoering komen. Daarnaast is er een start gemaakt met de uitvoering van een burger- en ondernemerspeiling en zal er een bereikbaarheidsonderzoek uitgevoerd worden.

Inkopen en aanbesteden
De gemeenten Staphorst, Steenwijkerland en Zwartewaterland zijn in 2015 een onderzoek gestart naar de mogelijkheid tot samenwerking op het gebied van inkopen en aanbesteden. Naast het bundelen van kennis op solistische/specialistische functies en het bundelen van volumes is het uniformeren van het beleid één van de aandachtspunten. In 2016 is, als resultaat van dit onderzoek, gewerkt aan de formering van een gezamenlijk inkoopadviesteam. De inzet van dit team zal in 2017 gericht zijn op het uniformeren van het inkoop- en aanbestedingsbeleid en ondersteuning bij (gezamenlijke) aanbestedingstrajecten.
In het inkoop- en aanbestedingsbeleid is opgenomen dat, daar waar mogelijk, bij inkoop- en aanbestedingstrajecten vanaf €200.000 eisen t.a.v. social return worden gesteld. Die eisen worden per aanbesteding vastgesteld. In het collegeprogramma is opgenomen dat de mogelijkheden van social return in een gemeentelijke beleidsnotitie met concrete streefdoelen worden uitgewerkt. Het streven is om de eerste resultaten in deze raadsperiode aantoonbaar aanwezig te laten zijn. Eind 2015 is er vanuit het Portefeuillehoudersoverleg Regionaal Werkbedrijf (PFO RWB) een initiatief gestart voor een regionale aanpak/invulling van Social Return On Investment (SROI). Deze ontwikkelingen worden met interesse gevolgd. Voor zover nog nodig zal in samenwerking met de gemeenten Steenwijkerland en Zwartewaterland een beleidsnotitie worden opgesteld.

Informatievoorziening en automatisering
Met de afronding van het Nationaal Uitvoerings Programma dienstverlening en e-overheid (NUP) is gewerkt aan een basisinformatiearchitectuur van basisregistraties en koppelingen met landelijke voorzieningen. Daarmee vormt het een opmaat naar een Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) die bestaat uit herbruikbare digitale basisvoorzieningen, standaarden en producten die het overheden, publieke organisaties en private partijen mogelijk maken om hun primaire processen doelmatig in te richten.

Door het gemeenschappelijk gebruik van de GDI ervaren burgers, bedrijven en organisaties samenhang in de dienstverlening van de overheid en een eenduidige manier van communiceren. Gezamenlijke ontwikkeling en gebruik van generieke diensten en voorzieningen voorkomt dat op meerdere plekken eenzelfde soort wiel wordt uitgevonden.
De GDI dient daarmee als basis voor overheidsdienstverlening en heeft als ambitie dat burgers, bedrijven en organisaties in 2017 al hun zaken met de overheid digitaal kunnen afhandelen op een veilige, betrouwbare en eenvoudige manier. Om deze ambities te verwezenlijken wordt er in 2017 verder gewerkt aan het digitaliseren van de bestaande archiefcollecties, zodat het mogelijk wordt digitaal inzage te krijgen in de bouw- en milieudossiers. Daarnaast gaan we, voor degene die dat wenst, de gemeentelijke belastingaanslagen versturen via Mijnoverheid.nl. Het is de bedoeling de overige communicatie met de burgers, bedrijven en organisaties op termijn zoveel mogelijk via deze weg te laten plaatsvinden. Ook de overige producten en standaarden uit het GDI zullen voor zover nodig geïmplementeerd worden.

Op basis van de Visie op dienstverlening geeft een projectgroep uitvoering aan het opstellen van een uitvoeringsprogramma, waarin de volgende drie deelprojecten worden uitgewerkt: “KCC en klantgericht werken”, “informatievoorziening” (waaronder het opstellen van informatiebeleid) en “procesoptimalisatie en digitalisering”. Het deelproject burgerparticipatie is al afgerond. Doelstelling is het bereiken van een uniforme dienstverlening aan de burgers, bedrijven en instellingen, kwaliteit communicatie onafhankelijk van kanaal en goede kwaliteit van producten en diensten. In 2017 zal dit uitvoeringsprogramma geïmplementeerd worden, waarbij voor de digitale dienstverlening zoveel mogelijk aansluiting zal worden gezocht bij de basisvoorziening, standaarden en producten uit de GDI. Uiteraard zal er in het uitvoeringsprogramma ook rekening gehouden met de burgers, bedrijven en organisaties die gebruik willen maken van de traditionele kanalen zoals balie en telefoon.

Informatieveiligheid
In samenwerking met de gemeenten Dalfsen en Zwartewaterland is een organisatiebreed informatieveiligheidsbeleid opgesteld, gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG). De uitwerking van dit beleid, het uitvoeren van een risicoanalyse en het opstellen van een stappenplan en deelplannen voor de Basisregistratie Personen/ Waardedocumenten (BRP/WD), de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), Suwinet (opvragen van gegevens van personen en bedrijven door gemeentelijke sociale diensten) en DigiD (digitale handtekening), is afgerond.

In 2016 is uitvoering gegeven aan het Plan van Aanpak 2015-2016. In dit plan waren alleen de verbeteracties (gebaseerd op de risicoanalyse) opgenomen die pasten bij de capaciteit, de ambitie en de risicobeheersing van de gemeente. In 2017 zal er weer een nieuwe risico-inventarisatie worden gehouden. De verbeteracties die niet in het Plan van Aanpak 2015-2016 waren opgenomen zullen bij deze risico-inventarisatie opnieuw gewogen worden op urgentie en zo nodig opgenomen worden in het Plan van Aanpak 2017.

In dit plan worden (net als in die van 2015-2016) ook de technische en organisatorische maatregelen opgenomen, zoals de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) die stelt voor de beveiliging van de persoonsgegevens.

Vastgoed

Wet waardering onroerende (Wet WOZ )
Het college is verantwoordelijk voor de algemene uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) ook wel Basisregistratie waarde onroerende zaken genoemd. De Waarderingskamer houdt toezicht op de uitvoering hiervan en verricht periodiek onderzoek. Hiervan wordt een rapport van bevindingen opgesteld met een algemeen oordeel. De Waarderingskamer onderscheidt diverse oordeelscategorieën. Te weten de uitvoering:
• Moet dringend verbeterd worden;
• Moet op onderdelen verbeterd worden;
• Is voldoende;
• Verloopt goed;
• Verloopt goed (stabiel).
 
Het laatstgenoemde oordeel is van toepassing bij de gemeente Staphorst. Hiervan is sprake wanneer een gemeente meer dan twee aaneengesloten jaren het algemeen oordeel “goed” van de Waarderingskamer heeft gekregen en waarbij ook geen sprake is van (tijdelijk) zwakkere deelaspecten van de WOZ-uitvoering. De gemeente heeft voldoende maatregelen getroffen voor adequate aansturing en kwaliteitsbeheersing van de werkzaamheden.
 
Samenwerking WOZ Zwartewaterland
Sinds november 2013 vindt de uitvoering van de WOZ taken van de gemeente Zwartewaterland met en vanuit Staphorst plaats. Sindsdien zijn de WOZ processen afgestemd op die van Staphorst, de coördinatie is bij één persoon belegd, er is een gezamenlijke planning, wordt gewerkt met één en hetzelfde taxatiebureau en er is een verbeterplan uitvoering Wet WOZ opgesteld. Verder hebben diverse kwaliteitsverbeteringen in de administratie plaatsgevonden en wordt gewerkt met een gezamenlijk Plan van Aanpak bezwarenafhandeling. Dit betekent informeel contact met burgers en ondernemers en versnelde bezwarenafhandeling. De beoordeling van de Waarderingskamer was “moet op onderdelen verbeterd worden”. In 2014 is deze bijgesteld naar “is voldoende en in 2015 naar “goed”. Het algemeen oordeel wordt openbaar gemaakt op de
website van de Waarderingskamer.
 
Overigens zijn In 2014, 2015 en 2016 alle beschikkingen/aanslagen (Staphorst en Zwartewaterland) eind januari verzonden, het aantal formele bezwaren is afgenomen en ligt ver onder het landelijke gemiddelde.
 
De WOZ-waarde als openbaar gegeven
De WOZ-waarde van woningen is vanaf 1 oktober 2016 een openbaar gegeven. Iedereen kan eenvoudig en laagdrempelig de WOZ-waarde raadplegen via een online WOZ-viewer door op een plattegrond de woning te selecteren waarvan men de waarde wil weten of een adres op te geven.
 
De achtergrond en geschiedenis van de openbaarheid
De wetgever verwacht dat transparantie met betrekking tot de WOZ-waarde bijdraagt aan de acceptatie van dit gegeven door burgers en aan een verbetering van de kwaliteit van de gegevens. Immers door de openbaarheid kan de belanghebbende veel beter de WOZ-waarde van de eigen woning vergelijken met die van woningen in de omgeving. Daarmee krijgt hij beter inzicht in de wijze waarop verschillen tussen de woningen ook door de gemeente zijn vertaald in verschillen in de WOZ-waarde. Het onderling vergelijken van woningen is een belangrijk uitgangspunt voor de taxatie van woningen.
 
Het onderling vergelijken van de WOZ-waarde, zowel door de gemeente als door belanghebbenden, kan ook aan het licht brengen dat deze in sommige situaties mogelijk niet goed is. Wanneer die signalen beschikbaar komen, kan de gemeente die gebruiken om de gegevens die gebruikt zijn bij de taxatie te actualiseren of te verbeteren of het gebruikte taxatiemodel meer te verfijnen en beter aan te sluiten op de markt.
 
De gemeente Staphorst is inmiddels succesvol aangesloten op de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ). Dit geldt tevens voor de gemeente Zwartewaterland aangezien de uitvoering van de WOZ vanuit Staphorst plaatsvindt. De meeste gemeenten dienen de aansluiting nog te realiseren.
 
Voormelding WOZ-waarde
Eind 2015 hebben alle eigenaren van een vrijstaande woning (uitgezonderd boerderijen) in de gemeente Staphorst en Zwartewaterland een voormelding van de in 2016 vast te stellen WOZ-waarde ontvangen. Belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld een vragenformulier in te vullen met betrekking tot de objectkenmerken van de woning. Aan de hand van die gegevens heeft de gemeente beoordeeld of de waarde juist was of nog aangepast moest worden. De definitieve waarde is bekend gemaakt op de beschikking welke eind januari is verstuurd.
 
Voor de herwaardering 2017 wordt deze methode weer toegepast voor een nog nader te bepalen categorie woningen. Bovenstaande draagt bij aan betere acceptie van burgers door inzicht in en invloed op de waardebepaling en kwaliteitsverbetering van de gegevens als gevolg van verkregen informatie van burgers.
 
Gecombineerde aanslagen gemeentelijke belastingen
Belastingplichtigen ontvingen tot 2016 een afzonderlijke nota voor de ledigingen van de afvalcontainers. Vanaf 2016 worden de ledigingen en aanslag gemeentelijke belastingen op één biljet kenbaar gemaakt. Het voordeel van één biljet is dat het overzichtelijker is en bij automatische incasso één termijn per maand wordt afgeschreven in plaats van twee. Bij uitblijven van betaling volgt maar één herinnering, aanmaning en dwangbevel. Dit voorkomt dubbele invorderingskosten.
 
Berichtenbox van MijnOverheid
Via MijnOverheid hebben mensen door middel van DigiD toegang tot hun persoonlijke gegevens van steeds meer overheidsinstanties. Ook is het mogelijk berichten te ontvangen. Deze mogelijkheid wordt tevens bij Staphorst geïmplementeerd. Vanaf 2017 wordt het voor belastingplichtigen mogelijk de aanslag gemeentelijke belastingen via de Berichtenbox te ontvangen. Wanneer mensen hier voor kiezen ontvangen ze de aanslag niet meer op papier.
 
Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT )
Voor de uitvoering van publieke taken zijn betrouwbare gegevens nodig. Het stelsel van basisregistraties geeft overheden de kans om interne, onderling samenhangende processen beter op elkaar af te stemmen en bestuurlijke taken efficiënter uit te voeren. De BGT is de basisregistratie voor topografische objecten. De BGT is objectgericht en landsdekkend opgebouwd volgens eenzelfde standaard qua inhoud en kwaliteit. Gebruik is verplicht.
 
De BGT is dé gedetailleerde grootschalige basiskaart (digitale kaart) van heel Nederland, waarin op een eenduidige manier de ligging van alle fysieke objecten zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en (landbouw)terreinen is geregistreerd. De wet BGT heeft volgende bronhouders aangewezen:
• Gemeenten
• Waterschappen
• Provincies
• Rijkswaterstaat
• Prorail
• Defensie
• Ministerie van EL&I
 
Iedere bronhouder is verantwoordelijk voor de productie, assemblage en bijhouding van de grootschalige topografie binnen haar bronhoudersgrens. Daarnaast voor het leveren daarvan aan de Landelijke Voorziening (LV) bij het Kadaster. De LV is verantwoordelijk voor de distributie naar alle gebruikers.
De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) diende uiterlijk 1 januari 2016 gerealiseerd te zijn. De gemeente Staphorst is succesvol op de LV BGT aangesloten.
 
Samenwerking gemeente Zwartewaterland en Steenwijkerland
Bij de implementatie van de BGT en inmiddels in beheerfase vindt er pragmatische samenwerking plaats op het gebied van de BGT. Dit met name op het gebied van kennisdeling.

Communicatie

Strategisch communicatieplan
In 2015 is het strategisch communicatieplan (2015-2018) vastgesteld door het college van B&W. De actiepunten uit dit plan worden nu uitgevoerd. Een van de projecten is het project huisstijl. Samen met een extern bureau wordt gewerkt aan een nieuw logo met bijpassende huisstijl. Het streven is om begin 2017 de nieuwe huisstijl in te voeren. Verder zijn de onderwerpen burgerparticipatie en social media een belangrijk item. Ook is de wijze waarop de onderlinge communicatie en de communicatie van de gemeente richting samenleving gaat onder de aandacht.

Beeldvorming (herstel)
Een aanzienlijk deel van de inzet van communicatie is gericht geweest op het managen, ontkrachten en onderzoeken van ongefundeerde uitspraken zoals die naar buiten werden gebracht door RTV Oost. Inmiddels heeft de Raad voor de Journalistiek zich in niet mis te verstane bewoordingen uitgesproken over de berichtgeving van dit medium. De Raad voor de Journalistiek komt tot de conclusie dat RTV Oost onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook in het komend jaar zal een deel van de capaciteit van de afdeling communicatie in het teken staan van het herstellen van de beelden die door deze handelwijze zijn ontstaan. Nog afgezien van de (financiële) impact die dit heeft gehad en zal hebben bij de afdeling communicatie en extra inzet en inhuur van diensten binnen andere afdelingen.

Personeel | HRM

Personeelsbeleid
Een belangrijk onderdeel binnen de bedrijfsvoering is het personeel, het menselijk kapitaal van de organisatie. Uiteindelijk zijn het vooral de medewerkers van de gemeente die in belangrijke mate invulling geven aan de bestuurlijke doelstellingen en de wensen van de klanten. Dit maakt ook meteen duidelijk dat personeel een onderdeel is waarin geïnvesteerd moet (blijven) worden.

Organisatie- ontwikkeltraject
De gemeente heeft als doelstelling om een klantgerichte, efficiënte, betrouwbare, betrokken en professionele organisatie te zijn. Om de doelstelling te kunnen halen heeft eerst een reorganisatie plaatsgevonden. Alleen met een organisatieaanpassing zal de doelstelling niet gehaald worden. Daarom zijn wij in 2015 gestart met een organisatie-ontwikkeltraject. De vier centrale thema’s bij dit ontwikkeltraject zijn: de veranderende burger (wat betekent dat en hoe ga je daar mee om), van buiten naar binnen (regie voeren, gedeeld eigenaarschap, verwachtingen), klantmanagement & trots (rollen duiden, klant en bestuur managen), teamwork (elkaar aanspreken, taakvolwassenheid, afspraak = afspraak).

Ontwikkeling (strategisch) personeelsbeleid
In 2014 zijn we gestart met strategisch personeelsbeleid. Het basisdocument is vastgesteld. De verdere uitwerking van dit beleid is eind 2015 gestart en zal in 2016 worden afgerond. Landelijk zijn een aantal ontwikkelingen in voorbereiding die gevolgen hebben voor het plaatselijk personeelsbeleid. Het gaat daarbij om onder andere de invoering van het individuele keuzebudget per 1 januari 2017. De doorvoering van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren per 1 januari 2018 is voorlopig uitgesteld tot op z’n vroegst 1 januari 2020.

Werkkostenregeling
Werkgevers zijn vanaf 2015 verplicht om deel te nemen aan de werkkostenregeling. De vrije ruimte is vastgesteld op 1,2% van het loon voor de loonheffing. Een aantal uitbetalingen moeten verplicht in de vrije ruimte gebracht worden. De bedragen zijn daarbij van bruto omgezet naar netto. Dit levert aan de ene kant een besparing op. Aan de andere kant geeft het extra kosten, doordat het bedrag van de vrije ruimte snel overschreden wordt. De besparing wordt ingezet om de overschrijding te bekosten. Hierdoor kan de werkkostenregeling budgettair neutraal uitgevoerd worden, zonder dat regelingen ten nadele van de werknemers aangepast hoeven te worden.

Arbeidsomstandigheden
Het beleid is erop gericht om de verantwoordelijkheid decentraal op afdelingsniveau te houden. De centrale arbocoördinatie is vormgegeven door een VGW-werkgroep met participatie vanuit de ondernemingsraad. Voor de uitvoering van de arbowetgeving beschikken wij over een opgeleide bedrijfshulpverleningsorganisatie die jaarlijks minimaal één keer een ontruimingsoefening organiseert. In 2015 is gestart met het uitvoeren van een nieuwe Risico-inventarisatie en evaluatie. Aan de hand van de actiepunten die daaruit voortvloeien wordt een priotitering vastgesteld en deze actiepunten worden op basis van deze prioritering de komende jaren opgenomen in het arbojaarplan.

Ziekteverzuim
Ziekteverzuim is niet los te zien van het sociale beleid; het is direct verbonden met de zorg voor de kwaliteit van arbeid, organisatie en medewerkers. Verzuim is voor een deel te beïnvloeden, waarbij het management een sleutelpositie vervult met betrekking tot preventie van verzuim en begeleiding van zieke medewerkers. Sinds 1 juli 2014 is de heer A.M. van den Bosch van Inspirational Management Consulting (IMC) de bedrijfsarts.

Cijfers
Het A+O fonds maakt jaarlijks aan de hand van de gegevens uit de personeelsadministratie een overzicht waarbij een aantal kerngegevens van de gemeenten op een rij worden gezet. Aan de hand hiervan kunnen de belangrijkste kengetallen over de personele samenstelling van de gemeente met gemiddelden van verschillende gemeenten worden vergeleken. De gegevens van de bezetting 2015, vergeleken met de gemeenten binnen de grootteklasse 10.000 tot 20.000 inwoners, zien er als volgt uit:

Naar geslacht

vrouw

man

Gemeente Staphorst

48,7%

51,3%

Gemiddelde over deelnemende gemeenten A+O fonds

50,0%

50,0%

 

 

  Gemiddelde leeftijd

 Staphorst

46,3

 A+O fonds

48,1

 

 Naar dienstverband

 Voltijd

 Deeltijd

 Gem. deeltijd %

Staphorst

53,0%

47,0%

83,1%

A+O fonds

53,0%

47,0%

83,0%

 

 

 Aantal fte’s per 1.000 inwoners

Staphorst

6,4

A+O fonds

7,6

Alle overzichten zijn inclusief raadsgriffie en exclusief vacatures, oproepkrachten, stagiaires, raad en college.

Personeelsformatie
Stagiaires en oproepkrachten worden in het formatie-overzicht niet meegenomen. Deze worden onderaan het overzicht vermeld.

  Organisatie-onderdeel Formatie 31 dec. 2014 Begroting 2016 Begroting 2017
1 Bestuur      
  College + griffier 4,55 4,55 4,88
         
2 Ambtelijke organisatie      
  Secretaris 1,00 1,00 1,00
  Bestuur & Managementondersteuning 34,00 34,00 33,78
  Ontwikkeling & Beheer 40,57 40,07 42,47
  Samenleving 30,02 30,02 32,41
  Totaal ambtelijke organisatie 105,59 105,09 109,66
         
3 Diversen      
  Oproepkrachten kantine, bode, sporthal en dienstencentrum 0,77 0,86 0,55
  Babsen 0,10 0,10 0,09
  Stagiaires 0,67 5,33 5,33
  Totaal diversen 1,54 6,29 5,97

Personeel van derden
Voor tijdelijke inhuur/detachering tot schaal 9 zijn per 1 januari 2015 contracten afgesloten met Driessen HRM (inhuur) en met Ziezzo (payroll). Voor inhuur en detacheringen vanaf schaal 9 worden de vereiste offertes volgens het inkoop- en aanbestedingsbeleid opgevraagd.

Ziekteverzuim
Het gemiddelde ziekteverzuim over het jaar 2015 is 3,6. Dat is ruim 0,5% hoger dan over 2014. In één geval ging het om werkgerelateerd verzuim. Alle overige gevallen waren niet werkgerelateerd en waren dus ook niet beïnvloedbaar. Het gemiddelde ziekteverzuim van alle gemeenten was 5,3% voor 2015.

Grafisch weergegeven
De grafieken geven de situatie weer over eind 2015. Alle overzichten zijn exclusief vacatures, oproepkrachten, stagiaires, raad, raadsgriffie en college.

 

 

Financiën

Algemeen
De financiële bedrijfsvoering (financieel beleid en financieel beheer) vervult een belangrijke plaats op het speelveld van de bedrijfsvoering. Het is de spil in de gemeentelijke planning & control (P&C). Het doel van de p & c - cyclus is deze zodanig in te richten die het management, college en de raad in staat worden gesteld om de juiste beslissingen te nemen. In deze cyclus vormen de jaarrekening, zomernota en begroting de belangrijkste onderdelen.

P & C - cyclus
Bij de begroting 2015 is een belangrijke stap gezet in de ontwikkelingen rondom het verbeteren van de P &C - cyclus. Zowel op het gebied van de indeling als de vorm is op een transparante wijze aangesloten bij de informatiebehoefte van de raad. Daarnaast heeft in datzelfde jaar 2015 de doorontwikkeling en verbeteren van de P & C - cyclus bijzondere aandacht gekregen met als 1e speerpunt de invoering van de zomernota. Dit op basis van het advies van de werkgroep P & C. Een ander verbeterpunt is de aanschaf van het Management Informatie Systeem – mis (Pepperflow). Hierdoor kunt u als raad digitaal kennis nemen van de voortgang van het beleid en de financiële begroting. Ook de burger kan via een begrotingsapp kennis nemen van de begroting, zomernota en het komende jaar van de jaarrekening. Het afgelopen jaar (2016) heeft
de invoering en ombouw hiervan plaats gevonden. Verwacht wordt dat het mis zich komend jaar zal ontwikkelen tot een ondersteuningsinstrument die aan uw behoefte zal voldoen en de burger toegang heeft tot die informatie die gewenst is.

Interne controle | rechtmatigheid
Uit de uitgevoerde controlewerkzaamheden en de afgegeven accountantsverklaring van onze accountant blijkt dat de interne controle en administratieve controle op orde is. Wel kwam bij de jaarrekening 2015 naar voren dat het noodzakelijk is om aanvullende interne controles noodzakelijk moeten worden uitgevoerd omdat niet of onvoldoende kan worden gesteund op de accountantsverklaringen van derden zoals de SVB en zorginstellingen. Daarmee wordt bereikt dat het percentage onzekerheden af zal nemen waardoor een goedkeurende accountantsverklaring kan worden verkregen. Hierbij is het van belang dat niet alleen achteraf de controlerende rol wordt ingevuld maar ook gedurende de processen dit plaats vindt. Het interne controleplan wordt besproken in het mt, vastgesteld in het college van b & w en ter kennisname aan de raad gebracht. Deze uit te voeren interne controle wordt vooraf afgestemd met de accountant. Hierdoor kan deze steunen
op de intern uitgevoerde werkzaamheden. Uw raad wordt over de uitkomsten jaarlijks gerapporteerd.

Risicomanagement
Het risicomanagement is binnen de bedrijfsvoering een belangrijk aandachtspunt. Daarbij is het van belang om de bewustwording en de toepassing van risicomanagement binnen de ambtelijke organisatie een permanent aandachtspunt is en blijft. In de paragraaf weerstandsvermogen & risicomanagement treft u de uitkomsten aan van de daarvoor ontwikkelde instrumenten.

Toezicht (provinciaal)
De toezichthouder (Provincie Overijssel) heeft bij brief van 15 december 2015 meegedeeld dat de gemeente Staphorst voor de programmabegroting 2016 onder het regulier (oftewel het repressief) toezicht is komen te vallen. Het repressief (regulier) toezicht houdt in dat de begroting:
• Is beoordeeld aan de hand van wettelijke criteria.
• De begroting 2016 en meerjarenraming 2017 - 2019 voldoen aan het beleidskader financieel toezicht: “kwestie van evenwicht!”.
• Daarbij is eveneens de begrotingsbrief 2015 d.d. 10 februari 2015, kenmerk2015/0025107 betrokken.
Het is ons doel dat ook bij deze begroting eenzelfde verklaring zal worden afgegeven.

Dienstverlening accountants
De raad heeft op 13 januari 2015 besloten de accountantsdienstverlening voor de periode 2015 - 2018 op te dragen aan PWC-accountants.

Uitvoering financiële verordening (herziening beleidsnota’s)
Ter uitvoering van de financiële verordening ex. art. 212 Gem.wet zullen in 2017 de volgende (bijgestelde) nota’s ter vaststelling aan de raad te worden aangeboden.

Het betreffen:
• Nota grondbeleid primaat:                                                       afdeling Ontwikkeling en Beheer
• Nota verstrekking gemeentelijke subsidies primaat:       afdeling Samenleving,
• Financiële verordening primaat:                                             afdeling Bestuur en Managementondersteuning

Beheerkosten

(Bedragen x €1.000)
Kosten huisvesting begr. 2017 begr. 2016 rek. 2015 rek. 2014 rek. 2013
Gemeentehuis 364 359 270 387 409
Gemeentewerkplaats 92 76 52 75 70

Toelichting

  • Schommelingen m.n. door onderhoudskosten ter uitvoering van gebouwen beheerplan;
  • Gemeentehuis is inclusief huisvesting politie die met ingang van 2017 is verlaagd door behoefte aan minder ruimte door de politie.
(bedragen x €1.000)
Automatiseringskosten begr. 2017 begr. 2016 rek. 2015 rek. 2014 rek. 2013
Kosten derden 662 569 810 621 702
Eigen uren 530 543 542 550 563
Bijdrage DOZ-gemeenten 56 55 224 162 163

Toelichting
Kosten derden
Rek. 2013
- Uitvoering jaaarschijf 2013                    + € 130
- E-overheidsvoorziening (krediet)          + € 55
Rek. 2015
- Aanschaf autom.app. tbv DOSZ            + € 105
- Doorberekend                                            + € 106
Begr. 2016
- Onderhoud hard- en software               + € 65
Begr. 2017
- Onderhoud hard- en software               + € 58

Bijdrage DOZ-gemeenten
Olst/Wijhe maakt vanaf 2017 geen gebruik meer van het SAP-beheer door Staphorst.

(bedragen x €1.000)
Materieel openbare werken begr. 2017 begr. 2016 rek. 2015 rek. 2014 rek. 2013
Vervoersmiddelen 122 138 128 123 104
Gereedschappen 30 30 25 33 52
Tractie 74 119 16 - -
Tractie vrachtauto 51 55 50 74 55

Toelichting
Vervoersmiddelen             rek. 2013 e.v.    Toename kap. lasten door vervanging transportmiddelen en kostentoename onderhoud;
Gereedschappen               rek. 2013           Vervanging hogedrukreiniger;
Tractie                                   begr. 2015         Er is (op begrotingsbasis) in de loop van het jaar een tractor met toebehoren in eigen beheer genomen. Daardoor 1e half jaar extra inhuur  door derden.

 

Paragraaf 5 | Verbonden partijen

1 | Algemeen

Algemeen
Deze paragraaf gaat in op de doelstellingen, activiteiten en de financiële mate van betrokkenheid van de samenwerkingsverbanden waarin onze gemeente in financieel opzicht participeert en (tevens) een bestuurlijke invloed kan uitoefenen. Wat houdt het begrip verbonden partij in:

Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft ( artikel 1 lid b Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Binnen deze definitie valt bijvoorbeeld niet het zwembad, bibliotheek of muziekschool. Immers de gemeente is niet in het bestuur vertegenwoordigd.

Nota verbonden partijen
Bovenstaande aspecten zijn opgenomen in de bijgestelde “Nota verbonden partijen” die op 10 mei 2016 door de raad is vastgesteld. De nota is bedoeld om het inzicht van de raad te versterken door bij iedere verbonden partij inzicht te geven in: wat zijn de activiteiten, wat is het belang, de deelnemende partijen, aandeel en zeggenschap, het financiële belang, vermogenspositie en bedrijfsresultaten, risicoprofiel en ontwikkelingen.
Daarnaast gaat de nota in op de besliskaders voor het aangaan van nieuwe participaties. Tenslotte is er bijzondere aandacht besteedt aan de wens van de raad om de grip op de verbonden partijen te versterken.

Vernieuwing BBV
De besluitvorming als gevolg van de vernieuwing BBV heeft ook betrekking op de verbonden partijen. De officiële wettekst (artikel 15 BBV) luidt als volgt:

1. De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste:
  A. De visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen;  
  B. De lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in:  
    1e. Gemeenschappelijke regelingen;
    2e. Vennootschappen en coöperaties;
    3e. Stichtingen en verenigingen, en,
    4e. Overige verbonden partijen;
  C. De lijst van verbonden partijen.  
     
2. In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen:
  A. De wijze waarop de provincie onderscheidenlijk de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt;
  B. Het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar;
  C. De verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar;
  D. De verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar;
  E. De eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de provincie onderscheidenlijk gemeente.

Visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen (art. 1.a)
In de toelichting bij artikel 15 1e lid sub a. wordt voorgeschreven dat de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen beperkt kan blijven tot een algemene visie op en de beleidsvoornemens omtrent het inschakelen van de verbonden partijen. Dat kan bijvoorbeeld gaan over de uitgangspunten die worden gehanteerd bij de vraag wanneer wel of wanneer er juist geen gebruik gemaakt van verbonden partijen voor het realiseren van beleid en welk soort type rechtspersoon (privaat- of publiekrechtelijk) wordt gebruikt en voor welk doel. Deze kaders zijn vastgelegd in de door uw raad vastgestelde nota “Verbonden partijen”. Het is daarom niet noodzakelijk om ieder jaar dit ongewijzigde kader op te nemen in deze paragraaf.

Opbouw paragraaf
In hoofdstuk 2 zullen we in gaan op nieuwe ontwikkelingen en/of eventuele problemen bij huidige verbonden partijen. Per verbonden partij zullen we in hoofdstuk 3 uitvoering worden gegeven aan artikel 15, 2e lid BBV. Door op deze wijze verantwoording af te leggen in deze paragraaf, wordt tevens uitvoering gegeven aan artikel 17 lid 4 van de financiële verordening:

In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het beëindigen van, wijzigen van en eventuele problemen bij bestaande verbonden partijen.

De verbonden partijen voor onze gemeente dienen te worden ingedeeld in 4 categorieën:

1 | Gemeenschappelijke regelingen 2 | Vennootschappen en corporaties 3 | Stichtingen en verenigingen 4 | Overige verbonden partijen
GGD Regio IJsselland N.V. BNG Stichting MCR -
Veiligheidsregio IJsselland N.V. Rendo Holding    
Werkvoorzieningsschap Reestmond N.V. Rova
BVO Regio Jeugdzorg IJsselland N.V. Vitens
  Enexis Holding N.V.
Wadinko N.V.
Verkoop Essent/Attero:
a. CBL Vennootschap BV
b. Vordering Enexis B.V.
c. Verkoop Vennootschap B.V.
d. CSV Amsterdam B.V., voorheen
Claim Staat Vennootschap B.V.
e. PBE B.V.

Opname in programmabegroting
Om het inzicht in de concrete beleidsprestaties, maatschappelijke effecten die via de inzet van de verbonden partijen worden gerealiseerd te bevorderen is die informatie dit jaar voor het eerst in de respectievelijke programma’s opgenomen.

2 | Ontwikkelingen bij (bestaande) verbonden partijen

Decentralisatie/ oprichting BVO Regio IJsselland
In het kader van de decentralisaties is er binnen de jeugdzorg voor de samenwerking met een 11-tal gemeenten voor een gemeenschappelijke regeling in de vorm van de zogenaamde bedrijfsvoeringsvariant gekozen. Deze keuze vloeit voort uit de wens van de deelnemers om de verantwoordelijkheden, aansprakelijkheden en risico´s zoveel mogelijk te delen. De bedrijfsvoeringsorganisatie is een relatief nieuwe rechtsvorm die mogelijk wordt gemaakt door een wijziging in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Het betreft een “lichte” vorm van samenwerking met één bestuurstafel, waar de belangenafweging tussen de bedrijfsvoeringsorganisatie en de deelnemende gemeenten plaatsvindt. Een
bedrijfsvoeringsorganisatie is primair bedoeld voor uitvoerende taken en niet voor beleidsvormende taken. De beleidsvorming blijft, zoals gewenst, een taak van de afzonderlijke colleges en gemeenteraden.
Bij de oprichting is besloten om deze samenwerkingsvorm tussen de 11 deelnemende gemeenten aan te gaan voor de jaren 2015 en 2016. Het voorstel is om deze te verlengen voor het jaar 2017.

Reestmond
Per 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht geworden. Met deze wet wordt door de Rijksoverheid beoogd mensen uit de huidige doelgroepen Wsw, Wajong (gedeeltelijk arbeidsongeschikt) en WWB (zo dicht mogelijk) te plaatsen in passende functies in reguliere bedrijven en organisaties en zo weinig mogelijk binnen een beschutte werkomgeving. De deelnemende gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Reestmond beraden zich momenteel over de invulling en uitvoering van deze nieuwe wet. Bij onveranderd beleid zal er van de deelnemende gemeenten een steeds hogere bijdrage worden verwacht in het exploitatieresultaat, waarbij gemeld dient te worden dat de afgegeven begroting 2016 en meerjarenraming 2017-2019 defensief is ingesteld. Op dit moment wordt een door het Dagelijks Bestuur van Reestmond geïnitieerd extern herstructureringsonderzoek. De uitkomsten van dit onderzoek zijn mede bepalend voor de toekomst.

Verkoop aandelen Essent (2009) en Attero (2014)
In 2009 is besloten de aandelen in het productie- en leveringsbedrijf van Essent te verkopen aan energiebedrijf RWE. Tevens is in 2014 besloten de aandelen in het afvalverwerkingsbedrijf van Attero te verkopen aan private equity organisatie Waterland. Uit de verkoop aan RWE en Waterland vloeien een aantal deelnemingen voort, zoals die genoemd zijn in bovenstaande lijst onder a t/m e.
In 2016 is geliquideerd:
• De CBL Vennootschap B.V. onder inhouding van $ 1 mln. en 15% dividendbelasting;
• De Verkoop Vennootschap B.V. onderdeel General Escrow Fonds. De vennootschap zal pas in 2019 kunnen worden geliquideerd omdat zij partij is in een aantal andere juridische overeenkomsten die bij de verkoop van Essent aan RWE zijn afgesloten.

Liquidatie heeft nauwelijks financiële gevolgen voor de gemeente Staphorst, van deze deelnemingen is geen dividendopbrengst opgenomen in de begroting.

Stichting Dagelijks Beheer MCR Rouveen
Doordat de gemeente Staphorst als een van de 3 partijen vanaf 2015 participeert in de MCR door inbreng van de sportzalen en de peuterspeelzaal is als privaatrechtelijke rechtsvorm voor de stichtingsvorm gekozen. Het gemeentelijk aandeel hierin is 27%. De andere 2 deelnemende partijen: bijz. basisscholen: de Triangel en de Levensboom.

Nieuwe gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJssellland
Momenteel wordt gewekt aan de oprichting van een nieuw openbaar lichaam: Gemeenschappelijke Regeling “Omgevingsdienst IJsselland”. Deze nieuwe GR moet op 1 januari 2018 operationeel zijn. Reden is dat het huidige netwerkmodel wettelijk niet meer toegestaan is. De nieuwe GR zal als basistakenpakket de taken die nu onder VTH-taken en enkele facultatieve taken gaan uit voeren. Een belangrijk element hierbij is het bedrijfsplan.

 

3 | Bestaande verbonden partijen

Hierboven zijn we al ingegaan op de belangrijkste ontwikkelingen bij de verbonden partijen. Bij besluit van 5 maart 2016 zijn de voorschriften van het BBV gewijzigd. Deze wijzigingen zijn hierboven (hoofdstuk algemeen: 1) gemeld en in dit hoofdstuk wordt er uitvoering aan gegeven. Per verbonden partij zullen we ingaan op bovenstaande aandachtspunten:

1. Gemeenschappelijke regelingen

GGD IJsselland te Zwolle
Bestuurlijk belang 12 gemeenten nemen deel, waarbij Staphorst de 2e voorzitter: burgemeester T. Segers levert voor het AB en wethouder S. de Jong als plv lid. Gemeenten hebben zitting in het algemeen bestuur. Iedere gemeente heeft 1 stem.
Financieel belang gemeente Het financieel belang komt tot uiting in de jaarlijkse bijdrage: voor 2017 - € 280.000.
Openbaar belang/ doelstelling GGD IJsselland voert de taken uit zoals deze in de wet Publieke gezondheid aan gemeenten zijn opgedragen, zoals Jeugdgezondheidszorg, infectieziektebestrijding, monitoring van gezondheid en advies over gezondheidsbeleid gemeenten, zorg voor publieke gezondheid bij crisis en rampen. GGD IJsselland werkt voor 11 gemeenten met in totaal ruim 517 duizend inwoners.
Financiële kengetallen       (x €1.000)   Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 766 1.312
Vreemd vermogen 5.947 5.733
Resultaat   0
Risico's Elke gemeente geeft een bijdrage per inwoner voor de basisproducten die voor alle gemeenten gezamenlijk worden uitgevoerd (inwonerbijdrage). GGD IJsselland voert een actief financieel risicobeleid. De weerstandscapaciteit wordt geëvalueerd op basis van een financiële risico-inventarisatie.
Additionele producten worden gefinancierd door de gemeenten die deze afnemen. Voor de risico’s voor incidentele additionele taken (maatwerk en projecten) is een aparte voorziening getroffen. Risico’s voor additionele producten kunnen niet ten laste komen van alle gemeenten in de Gemeenschappelijke regeling.
Indien de weerstandscapaciteit niet voldoet, kunnen gemeenten – naar rato van het inwonertal - worden aangesproken op een eventueel exploitatietekort.
Op basis van de meerjarenraming van GGD IJsselland is het risico voor de gemeente Staphorst klein.

Veiligheidsregio IJsselland te Zwolle

Bestuurlijk belang 11 gemeenten nemen deel.
Gemeenten hebben zitting in het algemeen bestuur. Iedere gemeente heeft 1 stem. Deelname in algemeen bestuur door de burgemeester T. Segers.
Financieel belang gemeente Het financieel belang komt tot uiting in de jaarlijkse bijdrage: voor 2017 € 905.513.
Openbaar belang/ doelstelling Veiligheidsregio IJsselland werkt als brandweer, politie, geneeskundige hulpverlening met gemeenten en andere partners samen in het voorkomen, bestrijden en beperken van de gevolgen van branden, ongevallen, rampen en crisis. Dit doen ze samen met en voor de regio IJsselland, een gebied met circa 500.000 inwoners.
Financiële kengetallen       (x €1.000)   Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 1.654 2.829
Vreemd vermogen 31.906 31.041
Resultaat   0
Risico's

In de begroting worden door de veiligheidsregio de volgende risico’s benoemd: de samenvoeging van de meldkamers, inkomsten Openbaar Meldsysteem, landelijke bezuinigingen, financiële effecten besluiten Veiligheidsberaad en stijging ABP pensioenpremie.
Het grootste risico is wanneer de veiligheidsregio wordt getroffen door een ramp of crisis, waarbij hoge niet verhaalbare kosten moeten worden gemaakt.
In het meerjarenbeleidsplan zijn door de Veiligheidsregio de volgende vijf risico’s geprioriteerd, naast de algemene voorbereiding op allerhande risico’s:
• Ziektegolf (inclusief dierziekten);
• Hoog water of overstroming;
• Brand in dichte binnenstad;
• Uitval van elektriciteitsvoorziening;
• Paniek in menigten (zonder directe koppeling aan terrorisme).

De weerstandscapaciteit bedraagt € 1.000.000 en bestaat hoofdzakelijk uit eenmalige middelen. Voor de samenvoeging van de meldkamers is ook een bestemmingsreserve van € 450.000.
De benoemde risico’s kunnen langdurige financiële gevolgen hebben. De eventuele financiële gevolgen kunnen voor een beperkte periode worden gedekt. In die periode moet een structurele oplossing worden gevonden. De gemeente kan – op basis van historische kosten - worden aangesproken op een eventueel exploitatietekort, zie bovenstaand percentage.
In het najaar van 2016 wordt een systematische risicoanalyse uitgevoerd en op basis van de uitkomsten zullen voorstellen worden ontwikkeld voor de omvang van de algemene reserve (een belangrijk deel van het weerstandsvermogen).

Werkvoorzieningsschap Reestmond te Meppel
Bestuurlijk belang De gemeenten Meppel, Westerveld, de Wolden en Staphorst nemen deel. Staphorst levert de als lid voor AB de wethouder B. Jaspers Faijer.
In het dagelijks bestuur is de gemeente vertegenwoordigd door wethouder B. Krale.
Financieel belang gemeente Het financieel belang komt tot uiting in de jaarlijkse bijdrage: voor 2017: € 77.000.
Openbaar belang/ doelstelling Het ontwikkelen van mensen in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw), waardoor voor hen de afstand tot de arbeidsmarkt wordt verkleind en de kans op een baan bij een reguliere werkgever wordt vergroot. Hiernaast het zorg dragen voor aangepaste werkgelegenheid in een beschutte werkomgeving.
Financiële kengetallen       (x €1.000)   Begin van het jaar Einde van het jaar
Gemeentelijk belang in verb. partij 15% 15%
Eigen vermogen 4.515 4.515
Vreemd vermogen 2.755 2.605
Financieel resultaat (voor gem.bijdr.)   526 -/-
Risico's In de begroting 2017 en meerjaren doorrekening 2018 – 2020 wordt expliciet uitgegaan van de (defensieve) aanname van geen nieuwe plaatsingen vanuit de Participatiewet bij/ via Reestmond alsmede van uitloop van de huidige tijdelijke Wsw-dienstverbanden; dus de taakuitvoering van de huidige Wsw.
Hiernaast voorzien wij o.b.v. natuurlijk verloop (waaronder pensioneringen) jaarlijkse reducties van Wsw-medewerkers en van niet Wsw-medewerkers.
De definitieve (financiële) uitkomsten voor 2017 en verdere jaren hangen uiteraard in belangrijke mate af van door het bestuur te maken beleidskeuzes.
De genoemde personele reducties vinden uiteraard haar weerslag in afnemende begrote toegevoegde waarden.
Hiertegenover staan slechts beperkte afname van de (nagenoeg volledig vaste) kostenstructuur. Bij ongewijzigd beleid zal dit leiden tot hogere bijdragen van de deelnemende gemeenten. Zie ook beleidsvoornemens.
Uitvoeringsorganisatie Jeugdzorg IJsselland (BVO)
Bestuurlijk belang De gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Ommen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle. Deelname in algemeen bestuur door burgemeester Segers. Bovengenoemde 11 gemeenten nemen in deze nieuwe vorm van een GR , waar geen sprake is van een algemeen bestuur, alleen van een dagelijks bestuur. In dit dagelijks bestuur is Staphorst vertegenwoordigd door wethouder B. Jaspers Faijer. Het bestuur besluit bij volstrekte meerderheid van stemmen.
Financieel belang gemeente Het financieel belang komt tot uiting in de jaarlijkse bijdrage: voor 2017 een begroting ontvangen. Betreft de kosten van de uitvoeringsorganisatie sec; derhalve exclusief het budget voor de zorgkosten.
Openbaar belang/ doelstelling De uitvoeringsorganisatie is opgericht door 11 gemeenten die in opdracht van deze samenwerkende gemeenten verantwoordelijk is voor de inkoop, contractbeheer, facturatie en financiële monitoring van de jeugdhulp.
Financiële kengetallen       (x €1.000)   Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 0 0
Vreemd vermogen 0 0
Resultaat   0
Risico's Door de deelnemende gemeenten wordt 85% van het ontvangen rijksbudget voor Jeugdhulp door betaald aan de BVO, die zorg draagt voor het volledige facturatieproces Jeugdhulp. Eventuele tekorten komen voor rekening van de deelnemende gemeenten. Hiervoor is een vereveningovereenkomst opgesteld (betaling naar rato deelname). De invoering van het objectief verdeelmodel heeft ook gevolgen voor de BVO. De uitgaven 2016 zijn waarschijnlijk hoger dan het beschikbare budget. Het risico bestaat dat, ondanks diverse transformatiebewegingen, dit ook in 2017 het geval zal zijn.

 2 | Vennootschappen en coöperaties

N.V. BNG te Den Haag
Bestuurlijk belang Via stemrecht op aandelen: 0,054%, portefeuillehouder: wethouder S. de Jong.
Financieel belang gemeente 30.030 aandelen ad € 2,50 totale waarde € 75.075.
Openbaar belang/ doelstelling BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Financiële kengetallen       (x €1 milj.) Provincies en gemeenten worden geacht vooruit te kijken tot en met het komende begrotingsjaar, maar helaas kan de BNG bank deze financiële informatie niet verstrekken. BNG Bank emitteert leningen, die beursgenoteerd zijn. Om die reden is BNG Bank gehouden aan de regels die de Autoriteit Financiële Markten stelt aan het verstrekken van mogelijk koersgevoelige informatie. Het verstrekken van cijfers en verwachtingen over eigen vermogen en netto resultaat valt daar uitdrukkelijk onder. BNG Bank gaat pas tot publicatie van de gerealiseerde resultaten over na behandeling van de door de externe accountant goedgekeurde jaarrekening en het voorstel tot winstuitkering door de Raad van Commissarissen. Gegeven de complexiteit van de boekhoudkundige regelgeving die voor het bankwezen geldt en de omvang van de balans van BNG Bank, kunnen de definitieve gegevens over het lopende jaar 2016 in de loop van maart 2017 beschikbaar worden gesteld. De laatst bekende financiële kengetallen zijn:
  Begin van het jaar 2015 Einde van het jaar 2015
Eigen vermogen 3.582 4.163
Vreemd vermogen 149.891 145.317
Achtergestelde schulden 32 31
Resultaat   Over 2015 €26 milj.
Risico's Beperkt, tot deelname in het aandelenkapitaal. Het eigenaarschap van gemeenten, provincies en de Staat, alsmede het door de statuten beperkte werkterrein van de bank, bieden financiers het vertrouwen dat het risico van kredietverlening aan dit instituut zeer beperkt is. BNG Bank bundelt de uiteenlopende vraag van klanten tot een beroep op de financiële markten dat aansluit op de behoefte van beleggers wat betreft volume, liquiditeit en looptijd. Door de combinatie van beide elementen heeft de bank een uitstekende toegang tot financieringsmiddelen tegen zeer scherpe prijzen, die weer worden doorgegeven aan decentrale overheden en aan instellingen voor het maatschappelijk belang. Dat leidt voor de burger uiteindelijk tot lagere kosten voor tal van voorzieningen.
Mede onder invloed van aanhoudende lage lange rentetarieven en de terughoudende rentepositie van de bank zal het renteresultaat in 2016 en 2017 naar verwachting lager uitkomen dan over het jaar 2015. Het resultaat financiële transacties zal ook in de nabije toekomst gevoelig blijven voor politieke, economische en monetaire ontwikkelingen.
N.V. Rendo te Meppel
Bestuurlijk belang Via stemrecht op aandelen: 4,3%, portefeuillehouder: wethouder S. de Jong.
Financieel belang gemeente 43 aandelen ad € 453,77 (fl. 1.000), totale waarde € 19.512. Er is besloten voor de periode 2014-2017 tot een dividenduitkering van € 7.5 milj per jaar. Voor Staphorst betekent dit € 322.500,- Gezien alle onzekerheden kan er geen sprake zijn van dividendgarantie.
Openbaar belang/ doelstelling Mede-eigenaar van een netwerkbedrijf door zorgdragen voor een stabiele en veilige levering van energie, zoals elektriciteit, gas en warmte.
Financiële kengetallen       (x €1.000)   Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 63.000 65.000
Vreemd vermogen 72.000 73.000
Resultaat   10.000
Risico's Beperkt, tot deelname aandelenkapitaal. Zie ook beleidsvoornemens/veranderingen.
N.V. Rova te Zwolle
Bestuurlijk belang Via stemrecht op aandelen: 3,09%.
Portefeuillehouders wethouders B. Krale (uitvoering) en S. de Jong (fin).
Financieel belang gemeente 1. 217 aandelen, nominaal € 113,45 totale waarde € 24.618.
2. Achtergestelde lening van: € 378.903. Rentevergoeding: 8%.
Openbaar belang/ doelstelling ROVA heeft zich ontwikkeld tot een duurzaam dienstenbedrijf en streeft bij het beheren van de leefomgeving voortdurend naar optimalisatie langs vier thema’s:
Milieu: zorg te dragen voor een schone en duurzame leefomgeving voor de inwoners waarbij waardevolle grondstoffen niet worden verspild door ze eenmalig te gebruiken en op een laagwaardige manier te verwijderen.
Service: maximale focus op de dienstverlening aan de inwoners van onze gemeenten.
Sociaal: Ons beleid is vanzelfsprekend gericht op de duurzame inzetbaarheid en beschikbaarheid van medewerkers. Daarbij geven wij invulling aan onze maatschappelijke verantwoordelijkheid door ook werkgelegenheid te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Financieel: Het streven is om de beheerkosten voor de gemeenten zoveel mogelijk te beperken.
Financiële kengetallen       (x €1.000)   Begin 2017 Eind 2017
Eigen vermogen 23.620 22.100
Vreemd vermogen 34.588 54.400
Resultaat 5.697 6.100
Het verwachte resultaat 2015 bedraagt: 3.368, voor 2016: 4.308
Risico's Beperkt, tot:
1. Deelname aandelenkapitaal. Met ingang van 01-01-2010 heeft uitbreiding plaatsgevonden van het aandelenkapitaal met 24 aandelen tot 217 aandelen met een totaalwaarde ad € 24.618 (fl. 250 p/st.)
2. Verstrekte achtergestelde lening ad € 379.000 (afgerond). In 2001 hebben de deelnemende gemeenten en de Regio (GGD IJssellland) met de ROVA een achtergestelde lening gesloten. Omdat de Regio geen afvaltaken meer had is in 2009 door de AvA besloten dat leningbedrag van de Regio pro rato te verdelen over de oorspronkelijk deelnemende gemeenten. In het geval van faillissement van de ROVA worden de gemeenten achtergesteld: de achtergestelde gemeenten komen in de volgorde van schuldeisers dus achter de concurrente (dat wil zeggen gewone) schuldeisers, en heeft slechts voorrang ten opzichte van de aandeelhouders.
N.V. Vitens te Zwolle
Bestuurlijk belang Via stemrecht op aandelen: 0,32%. Het aantal aandelen is toegenomen in 2011 tot 5.777.247 door uitgifte nieuwe aandelen en toetreding van de Provincie Friesland. Portefeuillehouder: burgemeester T. Segers.
Financieel belang gemeente 18.531 aandelen ad € 1,-, in totaliteit € 18.531. Het bedrag aan dividend dat wordt uitgekeerd bedraagt minimaal 40% en maximaal 75% van het netto resultaat.
Tevens heeft de gemeente Staphorst een achtergestelde lening met een oorspronkelijk bedrag ad €1.217.900 ( ontstaan 2006 door omzetting preferente aandelen) en een looptijd van 15 jaar. Rentevergoeding: o.b.v .10 jarige geldlening +1%. Restant hoofdsom eind 2012 €731.000 tegen een percentage van 4,7%.
Openbaar belang/ doelstelling Het produceren, distribueren en leveren van drinkwater aan onze inwoners en andere afnemers en de daarbij horende dienstverlening.
Financiële kengetallen       (x €1 mln.)   Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 441,3 466,1
Vreemd vermogen 1.292,8 1.289,6
Resultaat   29,1
Solvabiliteit   26,5
Solvabiliteit incl. achtergestelde lening   30,1
Resultaat   29,1
Verwacht dividend per aandeel 2016: € 2,47.
Ontwikkeling dividend 2016 - 2018: raming gepresenteerd in AvA van 30 april 2015.
Het dividend is gerelateerd aan het netto resultaat en bedraagt minimaal 40% en maximaal 75% van het netto resultaat. Voor het dividend in de jaren 2015 t/m 2018 is uitgegaan van de minimale uitkering van 40%, zodat het eigen vermogen (solvabiliteit) de komende jaren wordt versterkt.
Als gevolg van de verlaging van de WACCC (zie hieronder Vitens beleid) in 2016 en 2017 en het hogere investeringsprogramma (hogere financieringskosten) zullen de resultaten ook lager zijn. Hierdoor en wanneer onverkort uitvoering wordt gegeven aan het financiële beleid is de verwachting dat het dividend zal dalen naar circa € 1,70 - € 2 per aandeel. De solvabiliteit van Vitens stijgt in de jaarplanperiode van 26,8% (prognose 2015) naar 30,2% eind 2018, nagenoeg gelijk aan de doelstelling van 30% die in de AvA van 14 juni 2012 is vastgesteld.
Risico's Beperkt tot deelname aandelenkapitaal, zie ook beleid.
N.V. Enexis te 's Hertogenbosch
Bestuurlijk belang Via stemrecht op aandelen: 0,0216%.
Portefeuillehouder: burgemeester T. Segers
Financieel belang gemeente 32.331 aandelen met een balanswaarde van € 14.671, =.
Deze zijn in 2015 gewaardeerd op € 31,17 per stuk ( 2014 30,76).
Openbaar belang/ doelstelling Altijd en overal in het voorzieningengebied van Enexis kunnen beschikken over stroom en gas, tegen aanvaardbare aansluit- en transporttarieven.
Financiële kengetallen       (x €1 mln.)   Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 3.706 3.806
Waarvan reserves 3.557 3.657
Vreemd vermogen 3.700 3.800
Waarvan voorzieningen 1.000 1.000
Resultaat   200
Risico's Beperkt tot deelname aandelenkapitaal.
Wadinko B.V. te Zwolle
Bestuurlijk belang Via stemrecht op aandelen: 1,67%.
Portefeuillehouder burgemeester T. Segers.
Financieel belang gemeente 40 aandelen, geen balanswaarde.
Openbaar belang/ doelstelling Het stimuleren van bedrijvigheid en werkgelegenheid in het werkgebied met risicodragend kapitaal, kennis, managementondersteuning en netwerken. Dit door deel te nemen in ondernemingen en vennootschappen met name die tot doel hebben het stimuleren van en het deelnemen in ontwikkelingen en projecten op het gebied van kunststoffen en milieutechnieken.
Financiële kengetallen       (x €1 mln.)   Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen 66,4 67,6
Vreemd vermogen 0 0
Resultaat   2,4
Risico's Inherent aan haar doelstellingen loopt Wadinko risico’s. Door de interne maatregelen, met betrekking tot risicobeheersing, zoals beschreven in de jaarrekening, zijn de risico’s voor de aandeelhouders beperkt.
CBL Vennootschap B.V. te 's-Hertogenbosch
Bestuurlijk belang Via stemrecht op aandelen 0,0216%.
Portefeuillehouder burgemeester T. Segers.
Financieel belang gemeente 432 aandelen, 0.0216% van het gestort aandelen kapitaal ad € 20.000 = € 4,32.
Openbaar belang/ doelstelling De functie van deze vennootschap is de verkopende aandeelhouders van energiebedrijf Essent (“Verkopende Aandeelhouders”) te vertegenwoordigen als medebeheerder (naast RWE, Essent en Enexis) van het CBL Escrow Fonds en te fungeren als "doorgeefluik" voor betalingen in en uit het CBL Escrow Fonds (CBL: Cross Border Lease).
Financiële kengetallen         Definitieve cijfers Inschatting cijfers Inschatting cijfers
Balans 31-12-2015 31-12-2016 31-12-2017
Eigen vermogen $ 9,5 mln. $ 1,0 mln. $ 0 mln.
Waarvan reserves $ 9,5 mln. $ 1,0 mln. $ 0 mln.
Vreemd vermogen $ 445k $ 150k $ 165k
Waarvan voorzieningen $ 0 $ 0 $ 0
W&V- rekening 2015 2016 2017
Resultaat na belasting  ($ 66,7) ($ 50k) ($ 15k)
Risico's Met de liquidatie van het CBL Escrow Fonds is alleen nog sprake van een risico en daarmee aansprakelijkheid voor de Verkopende Aandeelhouders ter hoogte van het bedrag dat wordt aangehouden in de vennootschap ($1 mln).
Daarnaast is het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de Verkopende Aandeelhouders relatief gering en beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (totaal € 20.000), art 2.:81 BW.
Vordering op Enexis B.V. te ‘s-Hertogenbosch
Bestuurlijk belang Via stemrecht op aandelen: 0,0216%.
Portefeuillehouder burgemeester T. Segers.
Financieel belang gemeente 432 aandelen: 0,0216% van nominaal aandelenkapitaal ad € 20.000, - = € 4,32.
Daarnaast is er sprake van een aandeelhouderslening van 4 tranches, totaal € 1.8 miljard (voor Staphorst 0,0216% = € 388.795, -).
Openbaar belang/ doelstelling Omdat het op dat moment niet mogelijk was om de lening extern te financieren is besloten de lening over te dragen aan de verkopende aandeelhouders van Essent. Op het moment van overdracht bedroeg de vordering € 1,8 miljard. De vordering is vastgelegd in een lening-overeenkomst bestaande uit vier tranches:
• 1e tranche: EUR 450 mln., looptijd 3 jaar, rente 3,27%; vervroegd afgelost in januari 2012.
• 2e tranche: EUR 500 mln., looptijd 5 jaar, rente 4,1%; vervroegd afgelost in oktober 2013.
• 3e tranche: EUR 500 mln., looptijd 7 jaar, rente 4,65%; vervroegd afgelost in april 2016.
• 4e tranche: EUR 350 mln., looptijd 10 jaar (tot 30 september 2019), rente 7,2% .
Op basis van de aanwijzing van de Minister van Economische Zaken is de 4e tranche van €350 miljoen geoormerkt als mogelijke toekomstige conversie naar het eigen vermogen.
Financiële kengetallen       (x €1.000)   Definitieve cijfers Inschatting cijfers Inschatting cijfers
Balans 31-12-2015 31-12-2016 31-12-2017
Eigen vermogen 43 0 $ 0 mln.
Waarvan reserves 57 $ 1,0 mln. $ 0 mln.
Vreemd vermogen 862,2 mln. $ 10k $ 165k
Waarvan voorzieningen 0 $ 0 $ 0
W&V- rekening 2015 2016 2017
Resultaat na belasting (22,2) (40) (15k)
Risico's De aandeelhouders lopen zeer beheerst geachte risico’s op Enexis voor de niet-tijdige betaling van rente en/of aflossing en, in het ergste geval, faillissement van Enexis. Daarnaast is het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders relatief gering en beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (ongeveer € 20.000), art 2.:81 BW.
Verkoop vennootschap B.V. te 's-Hertogenbosch
Bestuurlijk belang Via stemrecht op aandelen: 0,0216%.
Portefeuillehouder burgemeester T. Segers.
Financieel belang gemeente 432 aandelen: 0,0216% van gestort aandelenkapitaal ad € 20.000, - = € 4,32. Deel wat gestort is van de verkoopopbrengst als garantie-verzekering (Escrow): 0,0216% van €800 mln. = € 172.798. Hiervan is in 2011 een deel uitbetaald ( Staphorst € ruim 77.000).
Resteert nog een garantieverzekering van ruim € 400 mijl, deel Staphorst € 86.000, -.
Openbaar belang/ doelstelling De functie van Verkoop Vennootschap B.V. is tweeërlei:
• Namens de verkopende aandeelhouders eventuele garantieclaim procedures voeren tegen RWE;
• Het geven van instructies aan de escrow agent wat betreft het beheer van het bedrag dat in het General Escrow Fonds is gestort.
Eind juni 2016 zijn RWE en Verkoop Vennootschap BV tot een compromis gekomen voor de afwikkeling alle (fiscale) claims.
Financiële kengetallen       (x €1 mln.)   Definitieve cijfers Inschatting cijfers Inschatting cijfers
Balans 31-12-2015 31-12-2016 31-12-2017
Eigen vermogen 84,8 1,2 $ 0 mln.
Waarvan reserves (16) (16) (16)
Vreemd vermogen 31,1 20 20
Waarvan voorzieningen 29,8 0 0
W&V- rekening 2015 2016 2017
Resultaat na belasting (48,9) (350) (50)
Risico's Het financiële risico is na de liquidatie van het General Escrow Fonds relatief gering en beperkt tot de hoogte van het nominale werkkapitaal en het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (totaalbedrag €20.000), art 2.:81 BW.
CSV Amsterdam B.V. te 's-Hertogenbosch
Bestuurlijk belang Via stemrecht op aandelen: 0,0216%.
Portefeuillehouder burgemeester T. Segers.
Financieel belang gemeente 432 aandelen : 0,0216% van gestort aandelenkapitaal ad € 20.000, - = € 4,32.
Openbaar belang/ doelstelling De nieuwe organisatie vervult drie doelstellingen:
A. Namens de verkopende aandeelhouders van Essent een eventuele schadeclaimprocedure voeren tegen de Staat als gevolg van de WON;
B. Namens de verkopende aandeelhouders eventuele garantieclaim procedures voeren tegen RECYCLECO B.V. (“Waterland”);
C. Het geven van instructies aan de escrow-agent wat betreft het beheer van het bedrag dat op de escrow-rekening n.a.v. verkoop Attero is gestort.
Financiële kengetallen       (x €1.000)   Definitieve cijfers Inschatting cijfers Inschatting cijfers
Balans 31-12-2015 31-12-2016 31-12-2017
Eigen vermogen (42) (92) (167)
Waarvan reserves (142) (192) (267)
Vreemd vermogen 50 150 225
Waarvan voorzieningen 0 0 0
W&V- rekening 2015 2016 2017
Resultaat na belasting (50,1) (100) (75)
Risico's Het financiële risico is beperkt tot eventuele claims van Waterland als gevolg van garanties en vrijwaringen die door de verkopende aandeelhouders zijn afgegeven en tot het maximale bedrag (EUR 13,5 mln.) op de escrow-rekening.
Daarnaast is het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders relatief gering en beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (ongeveer €20.000), art 2.:81 BW.
Publiek belang elektriciteitsproductie B.V. te 's-Hertogenbosch
Bestuurlijk belang Via stemrecht op aandelen: 0,0216%.
Portefeuillehouder burgemeester T. Segers.
Financieel belang gemeente Deze deelneming is gewaardeerd op € 1.= (nominaal aandelenkapitaal € 149.682.196).
Openbaar belang/ doelstelling PBE zal de zaken afwikkelen die uit de verkoop voortkomen. Daarnaast is PBE verplichtingen aangegaan in het kader van het Convenant borging publiek belang kerncentrale Borssele uit 2009. Hiermee is een termijn van 8 jaar na verkoop gemoeid. De vennootschap zal pas in 2019 kunnen worden geliquideerd omdat zij partij is een aantal andere juridische overeenkomsten die bij de verkoop van Essent/EPZ aan RWE zijn afgesloten.
Financiële kengetallen       (x €1.000)   Definitieve cijfers Inschatting cijfers Inschatting cijfers
Balans 31-12-2015 31-12-2016 31-12-2017
Eigen vermogen 1,6 mln. 1,6 mln. 1,6 mln.
Waarvan reserves 83 68 53
Vreemd vermogen 118 118 118
Waarvan voorzieningen 0 0 0
W&V- rekening 2015 2016 2017
Resultaat na belasting (18,4) (15) (15)
Risico's Het financiële risico is beperkt tot eventuele claims van Waterland als gevolg van garanties en vrijwaringen die door de verkopende aandeelhouders zijn afgegeven en tot het maximale bedrag (EUR 13,5 mln.) op de escrow-rekening.
Daarnaast is het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders relatief gering en beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (ongeveer €20.000), art 2.:81 BW.

 3 | Stichtingen en verenigingen

Stichting dagelijks beheer MCR te Rouveen
Bestuurlijk belang Via stemrecht in dagelijks bestuur van de MCR.
Andere partijen in de stichting: basisschool de Triangel en bassischool de Levensboom.
Financieel belang gemeente De exploitatiebijdrage aan de stichting voor de kosten van de sportzalen en peuterspeelzaal. Voor het jaar 2017 is geraamd op: €45.000.
Openbaar belang/ doelstelling De gemeente geeft het publieksbelang en de behartiging hiervan vorm via de privaatrechtelijke
weg door:
• De wettelijke zorgplicht voor het aanbieden van een ruimte voor gymlessen;
• Het initiëren en te faciliteren van het multifunctionele karakter van de MCR vorm en inhoud te geven;
• Ruimte te bieden aan het peuterspeelzaalwerk;
• De openbare bibliotheek een uitleenruimte ter beschikking te stellen.
Door deze constructie worden de beide andere gebruikers hierbij betrokken.
Financiële kengetallen       (x €1.000)   Begin van het jaar Einde van het jaar
Eigen vermogen n.n.b. n.n.b.
Vreemd vermogen n.n.b. n.n.b.
Resultaat   n.n.b.
Risico's Doordat de exploitatie en beheer van de bijzondere scholen wettelijk op afstand zijn gezet, is er geen sprake van volledige betrokkenheid.
De gemeente heeft een (gering) aandeel in deze stichting n.l.: 27%.
Basis: vloeroppervlakte.

 

Paragraaf 6 | Grondbeleid

Algemene inleiding op de paragraaf

Algemeen
Onder grondbeleid verstaan we het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om de vastgestelde ruimtelijke, en deels ook economische doelstellingen te realiseren.
Een gemeente kan hierbij een actieve of een faciliterende rol innemen, met uiteraard diverse gradaties daar tussen in. Onder een actief grondbeleid wordt verstaan dat de gemeente zich als een marktpartij gedraagt. De gemeente koopt zelf de gronden aan, deze (zo nodig) tijdelijk beheert, maakt bouwrijp en geeft vervolgens uit. Dit geeft de grootste zekerheid dat de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen daadwerkelijk worden gerealiseerd.
We spreken van een faciliterend grondbeleid als de gemeente de aankoop en exploitatie van gronden overlaat aan private partijen. Bij faciliterend grondbeleid verandert de gemeentelijke rol van initiator naar een voorwaarde scheppende en toezichthoudende rol.
De gemeente Staphorst speelde tot medio de jaren ’90 een actieve rol. Nadien dienden zich projectontwikkelaars aan als speler op de markt. Deze projectontwikkelaars hebben zich een zodanige positie verworven dat de positie van de gemeente sindsdien is veranderd. Momenteel is voor wat betreft de woningbouw in de uitbreidingsplannen in Staphorst, IJhorst en een klein gedeelte van Rouveen-West sprake van een passieve grondpolitiek. Voor wat betreft de industrieterreinen “De Esch” en “Oosterparallelweg” is sprake van een actieve grondpolitiek.
Met betrekking tot inbreidingsplannen waarbij de grond in eigendom is van particulieren is sprake van een faciliterende rol. De Nota Grondbeleid 2010–2013 is geactualiseerd (Nota Grondbeleid 2014 – 2017) en vastgelegd in de vergadering van de raad van 18 februari 2014. Het uitgangspunt van de Nota is een actieve rol van het grondbeleid.

Uitvoering
Het primaat van het grondbeleid is ondergebracht bij de sector Grondgebied. Op de afdeling Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling worden de planologische plannen voorbereid en de gronden aangekocht; daar is ook het onderdeel Planeconomie ondergebracht. Bij de uitvoering is de afdeling Openbare Werken betrokken. Sinds 1 januari 2003 is geen sprake meer van een zelfstandige rechtspersoon in de vorm van een Gemeentelijk Grondbedrijf. De exploitatie is ondergebracht binnen de Programmabegroting en -rekening.

Financiële positie
De financiële positie van bestemmingsplannen kan het best beoordeeld worden op basis van de solvabiliteit. Hierbij wordt bezien hoe groot de omvang van de reserve is om eventuele tekorten te kunnen dekken.

Bedragen x €1.000 01-01-2017 01-01-2016 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
Geïnvesteerd vermogen 7.053 6.068 3.651 2.439 5.834
Reserve bouwgrond exploitaties 8.825 6.978 5.728 2.799 2.727
Resteert -1.772 -910 -2.077 -360 3.107

Het resterende bedrag inclusief de nog te maken kosten moet gedekt worden uit de verkoop van de in de grondexploitaties aanwezige gronden.

In exploitatie zijnde gronden

Voor het totaal van in exploitatie zijnde complexen geven wij u de volgende uitkomsten:

Bedragen x €1.000 2016 2015 2014 2013 2012
Boekwaarde 01-01 -1.737 -2.887 -3.844 136 3.537
Vermeerderingen in het jaar 5.278 390 400 225 1.224
Winstneming 1.428 3.190 2.675 190  
Afsluiting complexen   40 933    
Verminderingen in het jaar -2.428 -2.470 -3.051 -4.395 -4.625
Boekwaarde per 31-12 2.541 -1.737 -2.887 -3.844 136

Nog te maken kosten:

(bedragen x €1.000)
Per complex 01-01-2017 01-01-2016 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
B.p. Rouveen-West 3 afgesloten afgesloten afgesloten 2019 230
B.p de Baarge 6 afgesloten afgesloten afgesloten 418 422
B.p. de Esch 2 afgesloten afgesloten afgesloten 287 502
B.p. IJhorst-West afgesloten afgesloten 170 170 170
B.p. de Esch 3 724 924 1.748 2.137 5.166
B.p. Rouveen-West 4 713 813 1.632 1.735 2.550
B.p. Oosterparallelweg 1.900        
Totaal 3.337 1.737 3.550 4.966 9.040
Naar kostensoort 01-01-2017 01-01-2016 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
Bouwrijp etc. 3.200 1.706 3.042 4.436 7.766
Toezicht, beheer, adm + fin. 137 31 508 530 1.274
Totaal 3.337 1.737 3.550 4.966 9.040

Nog te ontvangen opbrengsten:

(bedragen x €1.000)
Per complex 01-01-2017 01-01-2016 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
B.p. Rouveen-West 3 afgesloten afgesloten afgesloten 0 158
B.p de Baarge 6 afgesloten afgesloten afgesloten 46 116
B.p. de Esch 2 afgesloten afgesloten afgesloten 79 79
B.p. IJhorst-West afgesloten afgesloten 142 142 142
B.p. de Esch 3 2.187 2.865 4.797 7.125 9.291
B.p. Rouveen-West 4 1.738 2.488 2.677 3.244 5.322
B.p. Oosterparallelweg 10.000        
Totaal 13.925 5.053 7.616 10.636 15.108
Naar opbrengstensoort 01-01-2017 01-01-2016 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
Woningbouw 1.738 2.488 2.677 3.244 5.480
Industriegronden 12.187 2.865 4.797 7.236 9.472
Exploitatiebijdragen     142 142 142
Bijdr. bouw dienstwoning       14 14
Totaal 13.925 5.053 7.616 10.636 15.108

Het geraamde eindresultaat (m.u.v. Oosterparallelweg)

01-01-2017 01-01-2016 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013 01-01-2012 01-01-2011
3.924 5.352 7.264 9.797 6.484 5.231 4.028

De toename van het te verwachten resultaat t.o.v. 1 januari 2011 is een gevolg van het in exploitatie nemen van het complex woningbouw Rouveen West 4. De kosten voor het bouwrijp maken vallen veel lager uit dan geraamd.

Nog niet in exploitatie genomen gronden toekomstige bestemmingsplannen

  01-01-2017 01-01-2016 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
Aantal m² in eigendom zijnde gronden, nog niet in exploitatie zijn 105.941 243.572 214.434 214.434 192.669
Boekwaarde van deze gronden 3.871 7.249 6.538 6.283 5.699
De gemiddelde boekwaarde per m² 36,54 29,76 30,50 29,30 30,75

Tussentijdse winstnemingen
In 2014 is voor een bedrag van € 2.675.000 aan tussentijdse winst genomen van de lopende exploitatie industrieterrein De Esch 3. Ook is €109.000 winst gerealiseerd op de in 2014 afgesloten complexen Rouveen West 3, De Baarge 6 en De Esch 2. In 2015 is € 3.190.000 winst genomen, van industrieterrein De Esch 3 € 2.640.00 en van woningbouw Rouveen West 4 € 550.000.

Winstneming is verplicht als aan een van volgende voorwaarden is voldaan:
1. Het moet dan gaan om projecten, die een looptijd kennen over meerdere jaren. Tussentijdse winstneming is dan mogelijk als een deelproject is afgesloten, de winst op dat deelproject is gerealiseerd, en er geen verlies verwacht wordt op andere deelprojecten, tenzij daarvoor voldoende voorzieningen zijn getroffen;
2. Als de negatieve boekwaarde belangrijk hoger is dan de nog te maken kosten van het betreffende complex (exclusief eventuele rentebaten).

Afsluiting complexen
Het complex IJhorst West is in 2015 afgesloten omdat er geen gemeentelijke activiteiten plaats vinden.
Het geraamde resultaat van dit complex is € 40.000. Winsten op grondexploitaties mogen niet in de begroting worden opgenomen. Voordelen op grondexploitaties worden bij onze gemeente bij de samenstelling van de jaarrekening ten gunste van de reserve grondexploitatie gebracht.

Risico ’s | Reserve
Grondbeleid gaat gepaard met (grote) financiële kansen en risico’s. Als algemene risico’s in de grondexploitatie kunnen worden genoemd:
a. Conjunctuur- en renterisico’s
     Hierdoor kan de vraag naar bouwgrond inzakken en renteverliezen ontstaan.
b. Verwerving
    Het niet tijdig kunnen verwerven van gronden en het stijgen van aankoopprijzen.
c. Milieurisico’s
    De zogenaamde schone grond verklaring wordt niet afgegeven wegens aangetroffen milieuvervuiling bijv. bodem.
d. Planschadeclaims
    Omwonenden die zich gedupeerd voelen kunnen op grond van art. 49 Wet RO om een schadevergoeding vragen bij de initiatiefnemer.
e. Gevolgen economische crisis
    Stagnatie in de woningbouw en industrie en daardoor vertraging in de uitgifte van grond.

Grondexploitatie en commissie BBV
De commissie BBV heeft besloten tot herziening BBV-verslaggevingsregels rondom grondexploitaties, ingaande 1 januari 2016. De belangrijkste wijzigingen (voor onze gemeente) zijn:

- IEGG (In Exploitatie Genomen Gronden):
Geen rentebijschrijving op gronden omdat we praktisch geen vreemd vermogen hebben. Toerekening van rente voor onze gemeente toegestaan op basis van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille, naar verhouding van het vreemd vermogen ten opzichte van het totale vermogen. Bij ons is 6% van het totale vermogen gefinancierd met vreemd vermogen.

- NIEGG (Niet In Exploitatie Genomen Gronden):
Afschaffing van de categorie NIEGG (Niet In Exploitatie Genomen Gronden) in het BBV. Zolang gronden nog niet kwalificeren als bouwgrond in exploitaties, staan deze op de balans onder de materiële vaste activa (MAV) als ‘strategische gronden’. Ze worden zonder afwaardering omgezet tegen de boekwaarde per 1 januari 2016. Toerekening van rente en andere kosten op ‘strategische gronden’ niet langer toegestaan. Waardering van deze gronden op basis van verkrijgingsprijs of duurzaam lagere marktwaarde (onder de huidige bestemming).

Reserve voor grondexploitatie
In de Nota Reserves en Voorzieningen 2015 is bepaald dat, gelet op het bedrijfsrisico, een reserve gebaseerd op ± 30 % van de boekwaarde van de nog niet in exploitatie genomen gronden als voldoende kan worden beschouwd:

  01-01-2017 01-01-2016 01-01-2015 01-01-2014 01-01-2013
Reserve 8.825 6.978 5.728 2.799 2.727
Boekwaarde grond niet in expl. 3.871 7.249 6.538 6.283 5.698
Percentage van de boekwaarde 228% 96% 70% 45% 48%

De stand van de reserve is ruim voldoende. Hiermee wordt voldaan aan de hierboven genoemde beleidsbepaling. Door toevoeging van toekomstige winsten zal de reserve in stand worden gehouden. De boekwaarde is afgenomen door het in exploitatie nemen van industrieterrein Oosterparallelweg. Bij het in exploitatie nemen van De Esch 0, IJhorst-West 2 en Rouveen-Zuid zal de boekwaarde verder afnemen.

Ontwikkelingen grondexploitatie

De Esch- 3
De bruto oppervlakte bedraagt ± 25 hectare, waarvan ± 78% is aangekocht. Het overige, ± 22%, is in eigendom van projectontwikkelaars. In september 2010 is gestart met de realisatie van het plangebied, welke in juni 2011 is afgerond. Met één partij met een grondpositie van ± 3,6 hectare is in 2011 een exploitatieovereenkomst gesloten. Van de gemeentelijke uitgeefbare posities is ca. 95% verkocht. Hiervan moet nog één verkochte kavel worden overgedragen. De laatste 2 door de gemeente uit te geven kavels zijn in optie bij ondernemers van een aangrenzende bedrijfslocatie. Daarnaast is ook recent de laatste grondpositie van een ontwikkelaar (ca. 1,9ha van Nebo Vastgoed BV) verkocht. Hiervan ontvangt de gemeente een exploitatiebijdrage.

Oosterparallelweg
Op het bedrijventerrein aan de Oosterparallelweg, tussen de Akkerweg en de J.C. van Andelweg, is de Wet voorkeursrecht gemeenten gevestigd. Het bestemmingsplan is inmiddels vastgesteld en tevens goedgekeurd door de provincie. Tegen de uitspraak van een bij de Raad van State ingesteld beroep, welke op 19 maart 2009 door de Raad van state is behandeld, is opnieuw beroep ingesteld door de gemeente. Op 4 mei 2011 is deze uitspraak in het voordeel van de gemeente beslist, waardoor voor het gehele plangebied nu een goedkeuringsbesluit van de provincie geldt. Enkele grondeigenaren willen de bestemming zelf realiseren. Daarvoor worden met hen exploitatieovereenkomsten gesloten en grondposities worden geruild. In 2013 zijn enkele knelgevallen qua grondverwerving opgelost en is de eerste ondernemer begonnen met de zelfrealisatie van zijn perceel. Momenteel wordt aan de laatste grondtransactie / overeenkomst gewerkt, waarna de uitvoering kan volgen. Eind 2015 is gestart met het bouwrijp maken van het plangebied. Deze werkzaamheden zijn medio 2016 afgerond. Parallel hieraan vinden er gesprekken plaats met potentiële ondernemers over kavelverkopen.

De Esch- 0
Op dit beoogde bedrijventerrein ten noorden van het bestaande bedrijventerrein De Esch, is de Wet voorkeursrecht gemeenten gevestigd. Deze termijn is in februari 2011 afgelopen. Het plangebied betreft globaal het gebied begrensd door de Hoogeweg in het noorden, de Achthoevenweg in het oosten, de bestaande bebouwing van het bedrijventerrein De Esch in het zuiden en de Molenweg/A28 in het westen. De bruto oppervlakte bedraagt ongeveer 4,5 hectare. De gemeente heeft inmiddels met alle grondeigenaren afspraken kunnen maken over aankoop van de benodigde percelen door de gemeente. In 2012 is de gemeente van alle benodigde percelen voor invulling van het plangebied juridisch eigenaar geworden. Afhankelijk van de ontsluiting van het plangebied is er mogelijk van één grondeigenaar nog een strookje grond benodigd. Vervolgens zal het bestemmingsplan voor dit gebied worden opgesteld om door de raad vast te laten stellen.

IJhorst-West
Dit bestemmingsplan voor wonen is in ontwikkeling bij Mega Projecten. Het plan (1e en 2e fase) voorziet in 29 woningen. Via 2 namens de Rabobank georganiseerde veilingen is het merendeel van de overgebleven kavelposities verkocht aan een plaatselijke ondernemer. De resterende kavels van de tweede veiling zijn momenteel in bezit bij de Rabobank. Een lokale ondernemer is hierover in gesprek, waarbij er ook afstemming met de gemeente plaatsvindt. Doormiddel van herijking van het plangebied, wordt aansluiting gezocht bij de behoefte van potentiële kopers.

IJhorst-West uitbreiding
In 2003 heeft de gemeente samen met Rollecate N.V. te Staphorst een perceel grond (opp. circa 1,8 hectare) gekocht aan de Poeleweg. Met Rollecate moet nog een samenwerkingsovereenkomst worden gesloten om te komen tot de exploitatie van woningbouw. De op het perceel staande boerderij met ± 2.800m² erf is in juni 2004 verkocht. Er blijft derhalve nog ruim 1,5 hectare over waarop ± 30 woningen kunnen worden gebouwd. De afdeling REO is met de invulling van het plan bezig. Er is nog geen concrete schets met straten e.d. aanwezig. Eind 2011 is Rollecate voor een onverdeelde helft juridisch mede-eigenaar geworden. Daarnaast is de gemeente met Rollecate overeengekomen dat alle gemaakte kosten tot 1 januari 2012 op dit complex tussen partijen wordt verrekend. Gezien de onzekerheden op de markt voor nieuwbouwwoningen is het op dit moment onzeker wanneer er gebouwd wordt.

Rouveen-West-4
Het bestemmingsplan voor Rouveen-West-4 (1e fase) is op 13 december 2011 door de raad gewijzigd vastgesteld. Een in februari 2012 ingesteld beroep door twee buurtbewoners bij de Raad van State maakt dat het bestemmingsplan na de ter inzage termijn van 6 weken niet direct onherroepelijk was. Medio juli 2012 is door de uitspraak van de Raad van State het bestemmingsplan onherroepelijk geworden. Omdat er geen voorlopige voorziening was aangevraagd, is begin 2012 begonnen met de kaveluitgifte (op basis van 52 ingeschreven kandidaten) en is in het tweede kwartaal van 2012 ook begonnen met het bouwrijp maken van de eerste fase van dit plangebied.
Het gaat hierbij om een gebied waar 71 kavels kunnen worden uitgegeven (9 voor vrijstaande woningen, 34 voor 2/1 kapwoningen en 28 voor sociale koopwoningen). Eind 2013 waren er 54 kavels overgedragen. De resterende kavels zijn in 2014 verkocht en worden voor het grootste gedeelte in dit jaar overgedragen, waarbij:

  • Aan de Iepenlaan het woningbouwprogramma met een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid is gewijzigd van 3 blokjes 2/1 kapwoningen (6 kavels) naar 2 blokjes met 3 rijenwoningen en 1 blokje 2/1 kapwoningen (8 kavels). Dit op basis van de behoefte uit de lokale markt, waarbij de parkeerfaciliteiten in de openbare ruimte zijn aangepast op de nieuwe situatie.
  • Aan de Iepenlaan en de Moerbeilaan een blokje 2/1 kapwoningen (4 kavels) aan Megahome.nl is toebedeeld in het kader van een overeenkomst uit het verleden (‘lus Van Andelweg’). Hieraan is de voorwaarde verbonden dat de kavels uiterlijk medio december 2015 afgenomen / ingevuld moeten zijn.

Eind 2015 is begonnen met het bouwrijp maken van de 2e fase. Hierbij gaat het om 25 kavels, waarvan 12 kavels 2/1 kapwoningen en 13 kavels voor de bouw van vrijstaande woningen. Eind 2015 zijn hiervoor 22 opties aangevraagd. Inmiddels zijn de eerste kavels verkocht en overgedragen. Daarnaast heeft de gemeente, de 4 kavels voor een 2/1 kapwoning (kavels fase 1 / Megahome.nl) op de markt aangeboden. Hiervan zijn er 2 in optie gegeven, welke binnenkort worden omgezet in een verkoop / kaveloverdracht.

Rouveen-Zuid
In het gebied “Rouveen-Zuid” zijn de beoogde bestemmingen: woondoeleinden, scholen en een woon-zorg instelling met bijbehorende voorzieningen gepland. Het gebied wordt globaal omsloten door de bebouwing langs de Goudenregenstraat in het noorden, de Oude Rijksweg in het oosten, de Stadsweg in het zuiden en de Korte Kerkweg in het westen. Voor een deel van dit gebied is de Wet voorkeursrecht gemeenten gevestigd. In 2011 is de bouw van de multifunctionele combischool afgerond met een totale ingebrachte oppervlakte van 17.070 m2. Eind 2015 is 5.002 m2 grond ingebracht in de Triangellocatie voor een bedrag van € 240.096. Daarbij is de voormalige schoollocatie ‘De Triangel’ overgedragen aan Salverda. Op de locatie is in 2016 begonnen met de bouwwerkzaamheden ten behoeve van wonen en zorg. Voor het totale gebied is eind april 2009 een structuurvisie vastgesteld. Voor het toekomstige woningbouwgebied zijn inmiddels bijna alle Wvg-percelen in handen van de gemeente. Dit gebied zal naar verwachting niet eerder dan in 2020 nodig zijn.

De Slagen
In de eerste verkoopfase (EMS/Mega) zijn alle woningen van de Staphorster ondernemers verkocht. Van het resterende aanbod van 125 woningen, zijn er momenteel nog 57 te koop. Op dit moment wordt in een gedeelte van het plangebied het woningprogramma herijkt, waardoor er een verschuiving van het aantal nog te bouwen woningen ontstaat.

Verspreid liggende ruilgronden/ cultuurgronden
In 2017 heeft de gemeente de volgende ruilgronden in voorraad die t.z.t. als compensatiegrond kunnen dienen voor de aankoop van gronden voor een andere dan agrarische bestemming:

Sectie Nr Ligging Oppervlakte/ha Jaar van aankoop
AP 614/615 Tiphoeksweg 2.19.20 2007
AN 380 Schipgravenweg 9.94.05 2007
AA 2247 Gorterlaan 0.38.20 2001
Totaal     12.51.45  

De boekwaarde bedraagt €379.733,-. Dit is €3,03 per m².

Paragraaf 7 | Lokale heffingen

Algemene inleiding op de paragraaf

Ontwikkelingen (beleid en uitvoering) binnen de lokale heffingen

1 | Belang WOZ- waarde huurwoningen

Sinds 1 oktober 2015 speelt de WOZ-waarde een grotere rol bij het woningwaarderingsstelsel. Dit is een systeem om de maximale huurprijs voor woningen in de gereguleerde huursector te bepalen. Dat heeft gevolgen voor eigenaren en gebruikers van woningen. Maar ook voor gemeenten. Die stellen immers de WOZ-waarde ieder jaar vast en behandelen ook de bezwaarschriften.

WOZ-beschikking voor huurders
Volgens de Wet WOZ moeten gebruikers van woningen een WOZ-beschikking ontvangen van de gemeente. Die WOZ-beschikking dient (o.a.) als grondslag voor het heffen van de onroerende-zaakbelastingen (OZB). Maar omdat gebruikers van woningen geen OZB hoeven te betalen, zenden de meeste gemeenten geen WOZ-beschikking aan woninggebruikers. Zo ook niet in Staphorst. Omdat de WOZ-waarde sinds 1 oktober 2015 van invloed is bij het bepalen van de maximale huur hebben eigenaren en huurders van woningen in de gereguleerde huursector een groter belang bij de WOZ-waarde. Het uit praktisch oogpunt achterwege laten van een WOZ-beschikking voor huurders gaat dan niet meer op. Gemeenten moeten in ieder geval aan huurders in de gereguleerde woonsector een WOZ-beschikking zenden. Uit praktisch oogpunt ligt het dan voor de hand om aan alle gebruikers van woningen een WOZ-beschikking te zenden. Dit gebeurt sinds 2016. Daarmee wordt ook weer volledig uitvoering gegeven aan de Wet WOZ.

Bezwaar tegen WOZ-beschikking
Omdat de WOZ-waarde belangrijker wordt bij het bepalen van de maximale huur is te verwachten dat meer mensen bezwaar maken tegen hun WOZ-beschikking. Daarbij ontstaan tegenstrijdige belangen. Huurders hebben immers belang bij een lage WOZ-waarde, terwijl de verhuurder juist een hoge WOZ-waarde wil. Dat tegenstrijdige belang veroorzaakt problemen bij de afhandeling van bezwaarschiften tegen de WOZ-waarde. Want uit de wet volgt dat een woning maar één WOZ-waarde kan hebben en een eenmaal afgegeven WOZ-beschikking aan bijvoorbeeld de huurder kan niet zomaar wijzigen indien de verhuurder tegen zijn eigen beschikking met succes bezwaar maakt.
De VNG heeft vroegtijdig en bij herhaling gewezen op deze gevolgen. Tot op heden heeft de wetgever nog geen duidelijkheid geboden. Een werkgroep met daarin het Ministerie van Financiën, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Unie van Waterschappen, Waarderingskamer en de VNG onderzoekt op dit moment een oplossing.

 

2 | Belastingverschuiving van rijksbelastingen naar lokale belastingen
De VNG pleit al langere tijd voor een lokaal belastinggebied dat qua omvang beter past bij de steeds grotere hoeveelheid taken en verantwoordelijkheden van gemeenten. Gemeenten zijn nu voor een belangrijk deel van hun inkomsten afhankelijk van uitkeringen door het Rijk. Een eigen belastinggebied van voldoende omvang is dan ook van groot belang om als gemeenten de vele taken waar te kunnen maken. Daarnaast biedt een eigen belastinggebied de lokale politiek betere mogelijkheden om keuzes te maken en verantwoording aan de kiezers af te leggen. Er liggen nu plannen voor uitbreiding van het lokale belastinggebied zonder dat de belastingdruk omhoog gaat.

Algemeen
Belastingen
De uitvoeringsbepalingen van de lokale lasten is vastgesteld in de diverse belastingverordeningen.

Belastinguitgave Provincie Overijssel
In deze paragraaf werden bij een 3-tal belastingen (woz, afvalstoffen- en rioolheffing) verwezen naar de belastinguitgave van de provincie Overijssel. Daarin staan ook vermeld de hoogte van de heffingen. Vanaf het jaar 2015 is besloten geen belastinguitgave uit te brengen. Nu zijn er voor 2016 en 2017 vergelijkende cijfers van enkele omliggende gemeente meegenomen (bron: Coelo lokale lasten calculator).

Belastingen en heffingen
In deze paragraaf worden de belastingen die de gemeente heeft ontvangen toegelicht. Er zal gekeken worden naar de ontvangsten in relatie tot het verleden, ook zal nader ingezoomd worden op afwijkingen ten opzichte van voorgaande jaren.

Het totale pakket van gemeentelijke belastingen en heffingen bestaat uit een 8-tal verschillende belastingen/heffingen exclusief de diverse leges:

1 | Onroerende Zaakbelasting (OZB) 5 | Forensenbelasting
2 | Afvalstoffenheffing 6 | Marktgelden/ standplaatsvergunningen
3 | Rioolheffing/ aansluitbijdrage 7 | Begrafenisrechten
4 | Toeristenbelasting 8 | Hondenbelasting

Daarnaast ontvangt de gemeente nog diverse leges, zoals leges omgevingsvergunning, leges bestemmingsplannen en leges burgerzaken. Deze zijn door de gemeenteraad gelegitimeerd middels door de raad vastgestelde verordeningen. Ook ontvangt de gemeente nog gelden uit de verhuur van gemeentelijke accommodaties.

1 | Onroerende zaakbelasting

Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

1. Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot een woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
2. Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

Vanaf 2007 zijn gemeenten wettelijk verplicht jaarlijks te taxeren en wordt, voor zover dit kan, bij de uitvoering hiervan overgegaan op het systeem van modelmatige waardebepaling. Modelmatig wil zeggen dat de objecten minder fysiek worden opgenomen maar op basis van verkregen verkoopcijfers en rekenkundige modellen in groepen worden geplaatst. Hieruit worden dan de waarden bepaald. Op basis van de Wet waardering onroerende zaken wordt van elke individuele onroerende zaak de waarde vastgesteld waarna het te betalen bedrag aan OZB wordt berekend en middels een aanslag aan de belastingplichtige wordt opgelegd.

Soort heffing Begrootte opbrengst 2017 Begrootte opbrengst 2016 Werkelijke opbrengst 2015 Werkelijke opbrengst 2014 Tarief 2016 Tarief 2015 Tarief 2014
OZB woningen eigenaar € 1.411 € 1.388 € 1.344 € 1.310 0,1051% 0,1046% 0,0994%
OZB niet-woningen eigenaar € 761 € 736 € 718 € 697 0,1584% 0,1542% 0,1418%
OZB niet-woningen gebruiker € 481 € 471 € 464 € 400 0,1272% 0,1241% 0,1193%
Totalen € 2.653 € 2.575 € 2.526 € 2.457  

Conform besluit begrotingsvergadering is de OZB in de jaren 2009 t/m 2014 naast de trendmatige verhoging van 2% nog verhoogd met 7¼%. In 2008 was dit 10 %. Deze verhoging en een kleine areaaluitbreiding leiden tot deze jaarlijks hogere opbrengsten. In 2015 en 2016 is de OZB trendmatig verhoogd met 1,5% en vanaf 2017 wordt de OZB trendmatig verhoogd met 1%. Ook wordt rekening gehouden met areaaluitbreiding. De tarieven in 2016 zijn voor eigenaar woning 0,1051%, eigenaar niet-woning 0,1584% en gebruiker niet-woning 0,1272% van de WOZ-waarde. Het landelijk gemiddelde is resp. 0,1256%, 0,2574% en 0,1992%.

Tariefvergelijking OZB met enkele andere omliggende gemeenten
De tarieven zoals die in de gemeente Staphorst gedurende het jaar 2017 zijn gehanteerd voor woningen, zijn één van de laagste in de provincie Overijssel (bron Coelo lokale lasten calculator). De gemeenten Ommen heeft een lager tarief. De tarieven zijn (meerpersoonshuishouden met een eigen woning ter waarde van € 240.000):

Staphorst Dalfsen Zwartewaterland Steenwijkerland Meppel
€252,- €271,- €290,- €265,- €293,-

De waardeontwikkeling ten behoeve van het belastingjaar 2017 is ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet definitief. Hieronder vindt u een overzicht van de waardeontwikkeling van verschillende objecttypes 2016 t.o.v. 2015.

Waardeontwikkeling 2014-2015
Type object Gemiddelde waarde 2015 Te betalen OZB 2015 Gemiddelde waarde 2016 Te betalen OZB 2016 Gemiddelde waarde ontwikkeling in % Gemiddelde stijging in OZB lasten %
Vrijstaande woning € 294.000 € 308 € 292.000 € 307 -0,68% -0,21%
Vrijstaande woonboerderij € 321.000 € 336 € 326.000 € 343 1,56% 2,04%
2^1 kap en geschakeld € 208.000 € 218 € 217.000 € 229 4,33% 4,83%
2^1 kap woonboerderij € 234.000 € 245 € 237.000 € 250 1,28% 1,77%
Rij-hoek € 165.000 € 173 € 165.000 € 174 0% 0,48%
Boven- en benedenwoningen € 93.000 € 98 € 92.000 € 97 -1,08% -0,60%
Overige woningen € 56.000 € 59 € 47.000 € 49 -16,07% -15,47%
Recreatiewoningen € 101.000 € 106 € 101.000 € 0 0,00% 0,00%

 

 

2 | Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

'Van afval naar grondstof, anders denken, anders doen'
De raad heeft keuzes gemaakt die voortvloeien uit het beleidsprogramma “Van afval naar grondstof, anders denken anders doen”. Kern van het beleidsprogramma is een sterke reductie van de hoeveelheid restafval in de komende jaren door het stimuleren van de gescheiden inzameling van herbruikbare afvalstromen. Dit is vertaald in een op de gemeente toegesneden advies met de daarbij behorende beleidsmaatregelen en tarieven. Op 30 juni 2015 is besloten tot de uitvoering van fase 2 omgekeerd inzamelen. In samenwerking met de ROVA is gestart met de uitvoering hiervan.

Samenvattend betreft het besluit:
I. Uiterlijk per 1 januari 2016 zal ieder huishouden de beschikking hebben over een minicontainer (pmd-container) om plastic verpakking, metaal verpakking en drankkartons aan te kunnen bieden;
II. Pilot:
     1. Plaatsing 5 ondergrondse aanbiedpunten in de gemeente (1 Rouveen, 1 IJhorst en 3 Staphorst) worden geplaatst waar burgers hun restafval per zak kunnen aanbieden via    een pasjessysteem;
     2. Inzameling rest-afval (grijze container) gaat van 1 x per 4 weken naar 1 x per 8 weken;
     3. Na ½ jaar vindt een tussenevaluatie en na 1 jaar (begin 2017) een eindevaluatie plaats waarbij tegelijk wordt bezien of de grijze container als aanbiedmogelijkheid door gebruikers tegen vergoeding kan worden behouden;
III. Het niet-kostendekkend zijn van de afvalstoffenheffing (vast recht-gedeelte) van € 30 is in het voorstel benoemd. Om dit op te vangen is in de toelichting een berekening opgesteld waarbij de heffing jaarlijks wordt verhoogd met € 6 per aansluiting. De formele besluitvorming vindt plaats bij de vaststelling van de betreffende begroting.

I. Vast-recht-tarief
Het vastrecht heeft zich de afgelopen als volgt ontwikkeld:

2017

2016
wijziging afvalinzameling

2012-2015
wijziging afvalinzameling
2011-2008 2007 2006-2005 2004-2003
€140 €140 €134 €113 €123 €140 €144

 II. Ledigingstarief containers

Grijze container (gelijk aan 2015) €9,21 (gem. aantal aanbiedingen: 5,5)
Verzamelcontainer: per zak van 40 liter €1,55
Idem: per zak van 20 liter €0,78
Groene container €-
PMD container (plastic, metaal = blik en drank) €-
Papiercontainer €-
Overzicht van de tarieven (incl. voorstel en afgelopen jaren): (in €)
Afvalstoffenheffing:

Tarief
2017

Tarief
2016
Tarief
2015
Tarief
2014
Tarief
2013/ 12
Tarief
2011/ 10
Tarief
2009
Vast recht 140 140 134 134 134 113 113
Ledigingskosten 5,5 aanb. x €9,21 51 51 64 69 74 109 110
Totaal heffing 191 191 198 201 208 222 223
Tarief per container 9,21/ 0,00 9,21/ 0,00 9,21/ 0,00 9,21/ 0,00 9,21/ 0,00 9,21/ 5,61 6,90

Tariefvergelijking afvalstoffenheffing met enkele andere omliggende gemeenten
De tarieven zoals die in het jaar 2016 zijn gehanteerd zijn voor huishoudens met 2 personen (bron Coelo lokale lasten calculator):

Staphorst Dalfsen Zwartewaterland Steenwijkerland Meppel
€220 €190 €219 €184 €181

Het gemiddelde bedrag per huishouden is in 2016 € 262 (Coelo overzicht lokale lasten 2016). Opmerkelijk hierbij is dat wij zelf uitkomen op
een gemiddeld tarief van € 191 per huishouden, waarbij wordt uitgegaan van 5,5 aanbiedingen per aansluiting. Over het 1e halfjaar 2016 is dit 1,4. Dit komt afgerond uit op 3,5 per jaar, waardoor het gemiddelde tarief per aansluiting uit komt op €173 per aansluiting. De afvalstoffenheffing is budget- neutraal waarbij rekening gehouden wordt met het btw voordeel (BCF) en op advies van de toezichthouder (provincie Overijssel) worden de kosten voor straatvegen tot 25% meegenomen. Ook zijn met ingang van 2010 de kosten (incl. eigen uren) kwijtschelding afvalstoffenheffing meegenomen. De afvalstoffenheffing verloopt in de begroting budgettair neutraal. Een eventueel voor of nadeel in de afvalstoffenheffing komt ten gunste of ten laste van de reserve matiging tarief afvalstoffenheffing. Dit geldt ook voor de kosten van de uitvoering van het traject omgekeerd inzamelen zoals aanschaf en plaatsing ondergrondse containers en aanschaf minicontainers.

Ontwikkeling kosten inzameling en reserve matiging afvalstoffenheffing (bedragen x €1.000)
Afvalstoffenheffing: Raming
2017
Raming
2016
Werkelijk
2015
Werkelijk
2014
Werkelijk
2013
Werkelijk
2012
Werkelijk
2011
Kosten ophalen huisvuil 1.266 1.364 1.329 1.220 1.152 1.163 1.053
Kosten straatvegen (25%) 20 23 21 17 15 13 16
BTW voordeel 245 245 238 221 212 186 167
Kwijtschelding 28 38 33 33 29 24 24
Overhead 26*            
Baten afvalstoffenheffing -1.052 -1.035 -1.019 -1.074 -1.061 -1.081 -1.157
Verhoging vast-recht + €6   -33          
Overige baten (oa dividend en vergoeding verpakkingsmateriaal) -385 -383 -397 -442 -254 -275 -371
Eenm. bate in 2016: Attero   -140          
Saldo 148 79 205 -25 93 30 -268
Storting/ onttrekking reserve -148 -79 -205 25 -93 -30 268
Saldo van de reserve 537 514 637 842 818 911 941

*) Tot en met 2016 zijn de kosten van overhead in de doorberekende eigen uurtarieven verwerkt. De nieuwe BBV voorschriften schrijven voor dat dit niet meer is toegestaan. Om tot een kostendekkende exploitatie te komen geeft de notitie overhead mogelijkheden om deze kosten wel in de tarieven door te berekenen. Om zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij het verleden en de realiteit is gekozen voor de methodiek om toe te rekenen op basis van omvang taakveld. Bij deze berekening is voor afvalgebeuren de kosten van N.V. Rova hierop in mindering gebracht omdat hier weinig ambtelijke bemoeienis mee is. N.B. Bij de berekening van de tarieven moet de methodiek voor de toerekening van overhead worden opgenomen in de financiële verordening.

3 | Rioolheffing/-aansluitbijdrage

Per 1 januari 2010 is het rioolrecht vervangen door een rioolheffing. De reden vormt het feit dat per 1 januari 2008 de Wet gemeentelijke watertaken in werking is getreden, waarbij 3 verschillende zorgplichten te zijn onderscheiden. Wij verwijzen u in dit verband naar paragraaf 2 - onderhoud kapitaalgoederen. Bij de vaststelling van het Gemeentelijk Rioleringsplan-IV (GRP) is besloten dat dit plan kostendekkend wordt uitgevoerd. Voor de periode 2011 - 2015 is bepaald dat, ter uitvoering van deze beleidsbepaling, de totaalopbrengst ter dekking van de onkosten jaarlijks met gemiddeld € 16 per aansluiting zal worden verhoogd. Aanvullend is besloten dat deze jaarlijkse verhoging afhangt van de werkelijke uitgaven en de stand van de reserve. Vanaf 2012 tot en met 2015 hebben geen tariefsverhogingen meer plaats gevonden. Voor 2017 wordt een aanpassing, conform vastgesteld gemeentelijk rioleringsplan, van het tarief voorgesteld van € 229 naar € 230. Daarnaast wordt onder de naam rioolaansluitrecht een tarief geheven voor het verkrijgen van een aansluiting op het gemeentelijk riool. Dit leidt tot het volgende tarievenoverzicht:

Soort Tarief
2017
Tarief
2016
Tarief
2015
Tarief
2014
Tarief
2013
Tarief
2012
Rioolheffing (elk huishouden) 230 229 229 229 229 229
Éenm. primaire aansluiting 3.916 3.877 3.820 3.764 3.690 3.618
Éenm. secundaire aansluiting n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Tariefvergelijking met enkele andere omliggende gemeenten
De tarieven zoals die in de gemeente Staphorst gedurende het jaar 2016 zijn gehanteerd voor huishoudens met 2 personen in vergelijking met enkele omliggende gemeenten (bron Coelo lokale lasten calculator).

Staphorst Dalfsen Zwartewaterland Steenwijkerland Meppel
€229 €132 €385 €248 €171

Het gemiddelde bedrag per huishouden is volgens Coelo overzicht lokale lasten 201 € 208.

Overzicht baten/lasten riolering: (x €1.000)
Rioolheffing/ aansluitbijdrage Raming
2017
Raming
2016
Werkelijk
2015
Werkelijk
2014
Werkelijk
2013
Werkelijk
2012
Totale kosten 1.263 1.646 1.499 1.469 1.434 1.419
Kosten straatvegen (25%) 20 3.877 3.820 3.764 3.690 3.618
BTW-voordeel 120 133 101 82 88 93
Kwijtschelding 35 44 42 36 33 25
Overhead 191*          
Opbr. rioolheffing -1.561 -1.539 -1.575 1.570 -1.474 -1.483
Opbr. verfijningsuitkering         -4 -4
Bijdragen            
Saldo 68 284 67 17 77 50


Toev./ onttrekking reserve


-68

-284

-67

-17

-77

-50
Toev. t.l.v. de Baarge       737    
Saldo reserve 5.563 5.271 5.747 5.814 5.093 5.170

*) De toerekening van kosten overhead is gebaseerd op nieuwe BBV voorschriften. Er mogen m.i.v. 2017 geen overheadkosten meer in de doorbelaste uurtarieven worden berekend.(zie ook toelichting bij afvalstoffenhefing)

In 2012 is het tarief voor het laatst met € 16 per aansluiting gestegen en in 2017 met € 1 per aansluiting overeenkomstig GRP 2016-2020.

GRP-V
In september 2016 is een nieuw grp-V (looptijd 2016 – 2020) vastgesteld. In dat plan zullen de nieuwste data en inspectieresultaten de basis van het plan vormen. Bij de kostenberekening wordt de annuïteiten afschrijvingsmethode omgezet in de lineaire. Ook wordt de rente aangepast van 3% naar 0,5% - 1%.

4 | Forensenbelasting

Deze belasting wordt geheven van personen die binnen de gemeente voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden, zonder in de gemeente het hoofdverblijf te hebben. De opbrengst wordt aan de algemene middelen toegevoegd. De grondslag voor deze belasting is de (WOZ)-waarde. Het belastingbedrag wordt door middel van tariefklassen vastgesteld. Het tarief in 2012 is extra verhoogd met 9%. De tarieven in de jaren 2010 t/m 2016 bedragen:

Waarde o.a. Tarief
2017
Tarief
2016
Tarief
2015
Tarief
2014
Tarief
2013
Tarief
2012
Tarief
2011
Minder dan € 55.000 (stacaravans) 95 94 93 92 90 88 80
€ 55.000 - € 70.000 289 286 282 278 273 268 242
€ 70.000 - € 80.000 333 330 325 320 314 308 278
€ 80.000 - € 90.000 373 369 364 359 325 345 311
€ 90.000 - € 100.000 416 412 406 400 392 384 346
€ 100.000 - € 110.000 460 455 448 441 434 424 382
€ 110.000 - € 120.000 497 492 485 478 469 460 415
€ 120.000 - € 130.000 541 536 528 520 510 500 451
€ 130.000 - € 140.000 570 564 556 548 537 526 474
€ 140.000 - € 150.000 598 592 583 574 563 552 498
Meer dan € 150.000 625 619 610 601 589 577 520
De totale opbrengst is (inclusief extra verhoging met 9% in 2012):
Raming 2017 Raming 2016 Werkelijk 2015 Werkelijk 2014 Werkelijk 2013 Werkelijk 2012 Werkelijk 2010
59.500 59.900 56.300 58.100 59.800 64.400 56.900

 

5 | Toeristenbelasting

Deze belasting wordt geheven van personen die tegen betaling verblijf houden binnen onze gemeente en niet zijn ingeschreven in het bevolkingsregister van onze gemeente. De opbrengst moet worden gezien als een bijdrage in de kosten van de algemene voorzieningen die de gemeente treft en kunnen dus naar eigen inzicht worden aangewend.

Opbrengst/tarieven:
  Raming 2017 Raming 2016 Werkelijk 2015 Werkelijk 2014 Werkelijk 2013 Werkelijk 2012
Opbrengst 47.100 39.500 50.100 31.000 37.200 46.600
Tarief 0,70 0,69 0,68 0,67 0,66 0,65

 

6 | Marktgelden/standplaatsvergunningen

Onder de naam marktgelden wordt een recht geheven voor het innemen van standplaatsen voor de jaarmarkt te Staphorst, de wekelijkse markt te Staphorst en de maandelijkse markt te IJhorst. Daarnaast worden leges geheven voor standplaats en ventvergunningen in de gemeente. De tarieven voor de standplaatsen van de maandmarkt in IJhorst worden afgerond in verband met incasso. In het dekkingsplan bij de begroting 2011 zijn voorstellen gedaan om de marktgelden ´van de jaar- en maandmarkt tot een kostendekkend niveau te verhogen.
De tarieven voor de marktgelden voor de weekmarkt zijn in 2011 opgetrokken, zodat deze vergelijkbaar zijn met omliggende gemeenten.

  Tarief 2017
Voorstel
Tarief 2016 Tarief 2015 Tarief 2014 Tarief 2013 Tarief 2012
Weekmarkt 1,33/1,92 1,32/1,90 1,30/1,87 1,28/1,84 1,25/1,80 1,121/1,76
Maandmarkt n.v.t. n.v.t. 2,95/3,45 2,90/3,40 2,85/3,35 2,80/3,30
Jaarmarkt 9,90 9,80 9,65 9,50 9,35 9,15
De opbrengsten en kosten markten bedragen:
  Raming 2017 Raming 2016 Werkelijk 2015 Werkelijk 2014 Werkelijk 2013 Werkelijk 2012
Opbrengst 31.400 31.400 46.900 38.500 44.000 41.700
Kosten (incl. maandm. IJh) 49.925 49.300 54.400 43.000 53.300 70.700
Saldo 18.525- 17.900- 7.500- 4.500- 9.300- 29.000-

Vanaf 2016 zowel lagere opbrengsten als kosten door privatisering van maandmarkt IJhorst.

7 | Begraafrechten

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen te Staphorst, Rouveen en IJhorst. Daarnaast worden leges geheven voor het verlengen van de begraafrechten. De tarieven worden in 2017 verhoogd met de inflatiecorrectie ad 1%.

Tarieven en aantallen m.b.t. begraven:
  Tarieven Aantallen
  2017 2016 2015 2014 2013 2015 2014 2013 2012
Lijkbezorgingsrecht vanaf 12 jr. 492 487 480 473 464 78 75 83 78
Lijkbezorgingsrecht 1 - 12 jr. 406 402 399 383 383 1      
Lijkbezorgingsrecht 0 - 1 jr. 206 204 201 194 194 1 2 4 3
Paaltje niet breder dan 0,50 m. 59 58 57 56 55 7 6 5 18
Paaltje breder dan 0,50 m. 84 83 82 81 79 48 30 35 56
Grondplaat 84 83 82 81 79 43 25 23 43
Grafruimte 1 diep voor 30 jaar 1.040 1.030 1.015 1.000 891 28 16 21 28
Grafruimte 1 diep voor 50 jaar 1.730 1.715 1.690 1.665 1.663 7 7 8 6
Grafruimte 1 diep voor onb.tijd 6.930 6.865 6.765 6.665 6.534 1     2
Grafruimte 2 diep voor 30 jaar 2.080 2.060 2.030 2.001 1.962 23 17 17 21
Grafruimte 2 diep voor 50 jaar 3.460 3.430 3.380 3.332 3.267 8 11 4 2
Grafruimte 2 diep voor onb. tijd 13.860 13.730

13.530

13.329 13.068        
Verl. begr.rechten met 10 jaar 347 344 339 334 324 63 61 108 127
Verl. begr.rechten met 20 jaar 695 688 678 662 649 50 34 53 77
Grafruimte voor urn 1.040 1.030 1.015 1.000 981   1 1 1
Plaatsen urn 206 204 201 198 194 2 2 1 5
Inschr. begraafrecht 1 diep           36      
Idem 2 diep per grafruimte           31      
Overschr. begraafrecht 1 diep 22 22 21 21 20 97 95 127 202
Idem 2 diep per grafruimte 44 44 43 42 41 6 10    
Inschrijving in register             71 71 79
De opbrengst begraafrechten zijn: (in €)
Raming 2017 Raming 2016 Werkelijk 2015 Werkelijk 2014 Werkelijk 2013 Werkelijk 2012
251.000 109.000 252.000 213.000 168.000 275.000

De toename vanaf 2012 ten opzichte van voorafgaande jaren is een gevolg van verlenging termijn grafrechten van 30 naar 50 jaar respectievelijk van 10 naar 20 jaar en verhoging van de tarieven.

8 | Hondenbelasting

Er wordt een belasting geheven van houders van honden. De tarieven worden jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie van 1%. De volgende tarieven zijn van toepassing:

  2017 2016 2015 2014 2013 2012
Tarief 1e hond € 39,00 € 38,00 € 38,00 € 37,00 € 36,25 € 35,55
Tarief 2e en volgende € 88,00 € 87,00 € 86,00 € 85,70 € 84,00 € 82,30
Kennels € 249,00 € 247,00 € 244,00 € 240,00 € 235,00 € 230,75
De opbrengst hondenbelasting: (in €)
Raming 2017 Raming 2016 Werkelijk 2015 Werkelijk 2014 Werkelijk 2013 Werkelijk 2012
51.820 47.920 49.890 49.220 46.270 47.270

 

Overige heffingen / leges

Legesverordening
Onder de naam 'leges' worden een aantal verschillende rechten geheven. Deze heffing wordt opgelegd doordat de gemeente diensten verstrekt. De tarieven worden voor 2017 alleen verhoogd met de inflatiecorrectie ad 1%. De volgende leges geven als opbrengsten:

Soort Raming
2017
Raming
2016
Werkelijk
2015
Werkelijk
2014
Werkelijk
2013
Werkelijk
2012
Bouwleges 520 500 659 500 564 520
Omg. verg. afw. bouwplan 63 83 49 21 29 29
Leges burgerzaken (incl. rijksl.) 292 310** 269 248 222 242*
APV vergunningen 12 12 14 11 9 9
Totaal 887 905 991 780 824 800

* Verlaging leges rijbewijzen in 2012 met € 10 (leges zijn te hoog) en 5-jaarlijkse afname aantal aanvragen.
** Verhoging rijksleges reisdocumenten, waardoor ook hogere lasten

Gemeentelijke accommodaties
De gemeente Staphorst beschikt over een aantal accommodaties, die elk jaar een huur of gebruikersvergoeding genereren. De tarieven worden elk jaar vastgesteld. Vanaf het jaar 2007 vindt er jaarlijks een trendmatige verhoging plaats.

(Bedragen x €1.000)
Soort Raming
2017
Raming
2016
Werkelijk
2015
Werkelijk
2014
Werkelijk
2013
Werkelijk
2012
Dienstencentrum 44 44 44 41 68 23
Sporthal 54 54 59 52 69 38
Gymzalen 19 19 21 36* 58* 43*
Voetbalaccomodaties 46** 34 35 34 34 26
Totaal 63 150 159 163 199

130

* Huur gymzalen 2012 t/m 2014 inclusief huur AOC-Terra van de oude gymzaal te Rouveen.
** Geen rekening gehouden met nieuwe accommodatie SC Rouveen.

Kwijtschelding
Belastingplichtigen voor wie het buitengewoon bezwaarlijk is om de aanslag te betalen vanwege het lage inkomen kunnen voor kwijtschelding voor riool- en afvalstoffenheffing in aanmerking komen. In de ‘Leidraad Invordering’ staan de voorwaarden en berekeningen voor het verlenen van kwijtschelding. Voor welke belastingsoorten en welke mate kwijtschelding mogelijk is heeft de gemeente geregeld in de “Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen”.
Aantal in behandeling genomen verzoeken om kwijtschelding riool- en afvalstoffenheffing:

(aantallen x €1.000)
Kwijtscheldingsverzoeken Raming
2017
Raming
2016
Werkelijk
2015
Werkelijk
2014
Werkelijk
2013
Werkelijk
2012
Afgewezen 16 15 15 12 30 21
Toegekend 150 145 142 134 105 99
Gedeeltelijk toegekend 3 6 6 6 2  
Totaal 169 165 163 152 137

120

Verleend bedrag aan kwijtschelding:
Raming
2017
Raming
2016
Werkelijk
2015
Werkelijk
2014
Werkelijk
2013
Werkelijk
2012
€ 62.500 € 54.000 € 58.600 € 48.400 € 42.300 € 42.600

De kwijtschelding mag evenals de hieraan gewerkte eigen uren en eventuele overige kosten verstrekkingen kwijtschelding in mindering worden gebracht op de reserves matiging tarief afvalstoffenheffing en vervanging riolering, waardoor uiteindelijk de belastingbetaler betaalt voor degene die kwijtschelding krijgt.

Lastendruk
In het bovenstaande hebben wij per belastingsoort aangegeven hoeveel de opbrengst in het begrotingsjaar 2017 zal zijn. Om dit enigszins 'tastbaar' te maken geven wij u aan hoe de belastingdruk over 2016 en voorgaande jaren bedroeg. In deze berekening zijn alleen die belastingen betrokken die nagenoeg voor iedereen van toepassing zijn. Voor de jaren 2008 t/m 2014 was de bron de belastinguitgave van de provincie Overijssel. Vanaf 2015 wordt er geen uitgave meer uitgebracht. De gemiddelde woningwaarde (bron Provincie) in onze gemeente in 2014 was € 268.000, een daling van 3,6% t.o.v. 2013 (was in 2013 € 278.000 (daling 2,8% t.o.v. 2012). De gemiddelde woningwaarde per gemeente is het totaal van alle waardes van woningen in een gemeente gedeeld door het aantal woonruimtes in die gemeente. De waardedaling in de jaren 2010 t/m 2014 t.o.v. het voorgaande jaar is: 2010 - 1,7%; 2011 - 0,9%; 2012 - 1,4%; 2013 - 2,8% en 2014 - 3,6%.

Uitgangspunt is vanaf 2016: een eigenaar en bewoner van een “standaardwoning” met een gemiddelde waarde van € 241.000, een daling van 2,8%; was in 2015 € 248.000, een daling van 7,5% t.o.v. 2014. (bron waarderingskamer)

Soort 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010
Afvalstoffenheffing 191 220 198 201 207 230 218 208
Rioolheffing 230 229 229 229 229 229 213 2017
OZB 256 253 270 266 236 217 173 159
Totaal 677 702 697 696 672 676 604

574

                 
Gemidd. in de prov.       713 700 693 659 643

Opmerkelijk hierbij is dat wij zelf bij de afvalstoffenheffing uitkomen op een gemiddeld tarief van € 191 per huishouden.

Samenvatting verhoging belastingen en retributies
In bovenstaande ramingen voor het jaar 2017 is rekening gehouden met het trendmatig verhogen van de belastingen, heffingen en retributies met 1%. Samenvattend:

Soort heffing Verhoging/ verlaging
Onroerende Zaakbelasting 1% trendmatige verhoging
Rioolheffing € 1 verhoging voor de periode van het nieuwe GRP
Afvalstoffenheffing

* geen trendmatige verhoging;
* vast- recht: ook geen verhoging per aansluiting;
* variabele ledigingen (restafval = grijze container) geen verhoging;
* variabele ledigingen (restafval = verzamelcontainer, milieupas:
   - 40 liter: geen verhoging
   - 20 liter: geen verhoging

Leges en andere gemeentelijke heffingen 1% trendmatige verhoging
Woonforensen + toeristenbelasting 1% trendmatige verhoging
Begrafenisrechten 1% trendmatige verhoging
Sporttarieven (huur accomodaties) 1% trendmatige verhoging

Onderbouwing kosten overhead
Tot en met 2016 zijn de kosten van overhead in de doorberekende eigen uurtarieven verwerkt. De nieuwe BBV voorschriften schrijven voor dat dit niet meer is toegestaan. Om tot een kostendekkende exploitatie te komen geeft de notitie overhead mogelijkheden om deze kosten wel in de tarieven door te berekenen. Om zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij het verleden en de realiteit is gekozen voor de methodiek om toe te rekenen op basis van omvang taakveld. Bij deze berekening is voor afvalgebeuren de kosten van N.V. Rova hierop in mindering gebracht omdat hier weinig ambtelijke bemoeienis mee is, in de overige gevallen is uitgegaan van de totale kosten per taakveld.

N.B.
Bij de berekening van de tarieven moet de methodiek voor de toerekening van overhead worden opgenomen in de financiële verordening.

Berekening percentage overhead (bedragen x €1.000)
 
Totale lasten alle taakvelden 35.326
Af: kosten ROVA -1.128
Totale lasten alle taakvelden na aftrek N.V. Rova 34.198
Totaal taakveld 0.4- overhead 4.334
Totale lasten alle taakvelden na aftrek N.V. Rova en overhead 29.864
   
Percentage overhead: 4.334/ 1% van 29.864 14,51%
Kosten overhead taakveld 7.3 - afval (bedragen x €1.000)  
Totale lasten taakveld 1.266
Af: kosten Rova -1.128
Blijft: bedrag toerekening overhead 138
Overhead: 14,51% is 20
Toerekening 25% straatreiniging 17
Overhead 14,51% is 2
Kwijtschelding afvalstoffenheffing 27
Overhead 14,51% is 4

Middels onttrekking uit de reserve matiging afvalstoffenheffing is het afvalgebeuren kostendekkend.

 

Kosten overhead taakveld 7.2 - riolering (bedragen x €1.000)  
Totale lasten taakveld 1.263
Overhead: 14,51% is 183
Toerekening 25% straatreiniging 17
Overhead 14,51% is 2
Kwijtschelding rioolheffing 35
Overhead 14,51% is 5

Middels onttrekking uit de reserve rioolbeheer is het taakveld riolering kostendekkend.

 

Kosten overhead taakveld 0.2 - burgerzaken (bedragen x €1.000) 
Totale lasten taakveld 404
Overhead: 14,51% is 59
Totaal 463

De totale baten burgerzaken bedragen € 292 waardoor 63% van de kosten worden gedekt.

 

Kosten overhead taakveld 7.5 - begraafplaatsen (bedragen x €1.000) 
Totale lasten taakveld 259
Overhead: 14,51% is 38
Totaal 297

De totale baten begraafplaatsrechten bedragen € 251 waardoor 85% van de kosten worden gedekt.

 

Kosten overhead taakveld 8.3 - wonen en bouwen (bedragen x €1.000) 
Totale lasten taakveld 691
Overhead: 14,51% is 100
Totaal 791

De totale baten bedragen € 666 waardoor 81% van de kosten (incl. € 35 BTW) worden gedekt.

 

Kosten overhead taakveld 8.2 - grondexploitatie (bedragen x €1.000) 
Lasten bouwgronden in exploitatie (BIE) 1.246
Overhead: 14,51% is 181

De kosten overhead kunnen op de boekwaarde van de BIE worden bijgeschreven.

Paragraaf 8 | Sociaal domein

Algemene inleiding op de paragraaf

Zoals u heeft kunnen lezen in de jaarrekening 2015 heeft het eerste jaar van de decentralisaties in het teken gestaan van het leveren van zorg voor degene die er om vraagt. Dit heeft niet geleid tot onvoorziene situaties. De decentralisaties hebben veel nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee gebracht, de begroting is fors gegroeid. Taken zijn op regionaal niveau belegd om zo op het juiste schaalniveau te kunnen werken. Er zijn keuzes gemaakt op het gebied van de kosten- en risicoverevening tussen gemeenten. Processen zijn ingericht, basisadministraties zijn op orde gebracht. Hierdoor is inzicht ontstaan in de toegekende zorg. De toegang tot de zorg is op dezelfde wijze ingericht als het centrum voor Jeugd en Gezin.

Was er in 2015 nog sprake van toegekende budgetten op basis van historische cijfers, vanaf 2016 zijn de objectieve verdeelmodellen ingevoerd. Aan de hand van een aantal specifieke kenmerken per decentralisatie zijn de Rijksbudgetten per gemeente opnieuw vastgesteld. Voor de gemeente Staphorst betekent dit een ontvangst van onderstaande bedragen per decentralisatie voor de begroting 2016 en meerjarenraming 2017-2019:

Werkelijk 2015 2016 2017 2018 2019 2020
WMO 2.342 2.148 1.865 1.615 1.353 1.313
Jeugd 2.556 2.460 2.359 2.573 2.574 2.577
Participatie 1.453 1.316 1.264 1.200 1.154 1.097
Totaal 6.351 5.924 5.668 5.388 5.081 4.987

In het jaar 2017 zal er een verdere doorontwikkeling plaatsvinden van de decentralisaties. Hiervoor is het van belang om de ondersteuning en de dienstverlening uit de verschillende terreinen goed op elkaar aan te laten sluiten. We gaan onderzoeken of de keuzes die de gemeente Staphorst heeft gemaakt ten aanzien van haar beleid juist zijn geweest en welke (eventuele) aanpassingen er plaats moeten vinden. De evaluatie omvat in ieder geval de volgende onderdelen:

A | Evaluatie integrale toegang (CWO - CJG)
B | Evaluatie afzonderlijke decentralisaties
C | Verbinding 3D
D | Evaluatie impact interne (gemeentelijke organisatie)

De evaluatie is de basis voor een vooruitblik. Waar staan we nu en waar willen we naar toe? Om een goede vooruitblik (strategische agenda voor 4 jaar) te kunnen maken is het belangrijk een langetermijnvisie sociaal domein te hebben. Dit staat dan ook de 2e helft van 2016 en de 1e helft van 2017 op de agenda.

In deze paragraaf zullen we per decentralisatie ingaan op de volgende onderdelen:
• Wat willen we realiseren in 2017;
• Op welke wijze worden de ontvangen gelden uit het sociaal deelfonds opgenomen in de begroting, inclusief de gevolgen van de invoering objectief verdeelmodel.

We zullen kort ingaan op welke beheersmaatregelen er genomen zijn ter voorkoming van de risico’s zoals die genoemd zijn bij de samenstelling van de begroting. Tenslotte zullen we kort ingaan op de reserve sociaal domein. Dit leidt tot de volgende indeling van deze paragraaf:

A | DECENTRALISATIE WMO;
B | DECENTRALISATIE JEUGD;
C | DECENTRALISATIE PARTICIPATIE;
D | RISICO ’S;
E | RESERVE SOCIAAL DOMEIN.

A | Decentralisatie WMO

1. Wat willen we realiseren in 2017?
In 2017 wordt gestart met de implementatie van de beleidsnota “Mantelzorg in Staphorst”. Met de professionele mantelzorgorganisatie worden prestatieafspraken gemaakt gericht op ondersteuning en waardering van mantelzorgers en vrijwillige thuiszorg.

MEE IJsseloevers voert o.a. de wettelijk verplichte onafhankelijke cliëntondersteuning uit in onze gemeente. Uit het Wmo-cliëntervaringsonderzoek is gebleken dat dit bij het merendeel van de cliënten niet of onvoldoende bekend is. In de schriftelijke afspraakbevestiging van een keukentafelgesprek worden de mogelijkheden hiertoe door de gemeente wel genoemd. Met de stichting wordt bekeken hoe wij de inzet en bekendheid kunnen vergroten.

Algemene voorzieningen zijn voorzieningen die voorliggend zijn op Wmo-maatwerkvoorzieningen. Met verschillende maatschappelijke en kerkelijke organisaties worden mogelijkheden nader onderzocht, zo mogelijk uitgewerkt en gestart. Het ontwikkelen en uitvoeren van algemene voorzieningen kost geld maar zal echter een veel grotere besparing opleveren met betrekking tot de maatwerkvoorzieningen.

In 2016 zijn er diverse stappen gezet voor de doorontwikkeling van het Centrum voor Werk en Ondersteuning (CWO). De doorontwikkeling zal ook in 2017 voortgezet worden, waarbij er ruim aandacht zal zijn voor de toegangsfunctie van het CWO, de training van medewerkers en de communicatie.

In het jaar 2016 zijn wij gestart met de aanbesteding voor de contracten huishoudelijke hulp in 2017. In deze nieuwe contracten is ruimte voor een verdere doorontwikkeling van de ondersteuning in het huishouden. De contracten voor de Wmo begeleiding zijn met 1 jaar verlengd. Er wordt in 2017 gestart met een nieuwe aanbesteding.

Met ingang van 01-01-2017 stopt de Regiotaxi, die werd gefinancierd door de provincie. De Regiotaxi verzorgde het Wmo-vervoer tegen een gemeentelijke bijdrage. Na 01-01-2017 blijft het Wmo-vervoer een verantwoordelijkheid van de gemeente. Het Wmo-vervoer is daarom in samenwerking met een aantal gemeenten uit de regio aanbesteed tot 1 augustus 2019. In 2017 wordt er gestart met de aanbesteding voor de periode vanaf augustus 2019. Doel van deze aanbesteding zal een integraal vervoersysteem zijn, waarin meerdere doelgroepen worden meegenomen, en die zoveel mogelijk aansluiten op lokale vervoersinitiatieven.

Het afgelopen jaar is het convenant “Regionale samenwerking Beschermd wonen en maatschappelijke opvang centrumgemeenteregio Zwolle” tot stand gekomen. In 2017 zal er praktische uitvoering worden gegeven aan de regionale afspraken. Daarnaast zal de verantwoordelijkheid voor Beschermd wonen en maatschappelijke opvang in toenemende mate bij de individuele gemeenten komen te liggen.

 

2.Uitgaven 2017 (x € 1.000)
Het takenpakket WMO heeft geleid tot onderstaande indeling, waarbij aangesloten is bij de landelijke functie-indeling, zoals die voorgeschreven is:

Omschrijving Taakveld

Bedrag
begroting
2017

Bedrag
begroot
2016
Bedrag
rekening
2015
Mantelzorg 6.1 47 47 0
Minimafonds (= fonds deelname maatschap. activiteit, bijdrage wtcg.collect zorgv, compensatie eigen risico 6.2 115 143  
Toegang (soc. wijkteams, doventolk, cliëntondersteuning) 6.2 204 224 221
Groepsbegeleiding, incl. vervoer en personeel 6.71 485 366 538
Individuele begeleiding (zorg in natura) 6.71 366 450 385
Ontvangst CAK 6.71 -35 -35 0
PGB begeleiding 6.71 549 705 586
TOTAAL   1.731 1.900 1.730
Opbrengst/ uitkering Sociaal Deelfonds   -1.885 -2.146 -2.353
SALDO   -154 -246 -623

Toelichting:
Beleidsmatig heeft het jaar 2015 in het teken gestaan van het uitvoering geven aan begeleiding en het ontwikkelen van de toegang daarvoor. Voor mantelzorg is eind 2015, begin 2016 nieuw beleid ontwikkeld, zodat ook deze kosten vanaf 2016 daadwerkelijk gemaakt zullen worden. Hetzelfde geld voor het gemeentelijk armoede en schuldenbeleid (=bijdrage aan chronisch zieken en/of beperking ( wtcg+cer gelden).

  Rekening 2015 Begroting 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
Kosten 1.730 1.900 1.731 1.652 1.652 1.652
Opbrengst -2.353 -2.146 -1.885 -1.615 1.354 1.313
Saldo -623 -246 -154 37 298 339

Toelichting:
De invoering van het objectieve verdeelmodel WMO leidt tot een achteruitgang van ruim € 1 milj, per inwoner een korting van € 62, - per inwoner!! Gedurende de periode 2016-2019. Deze korting zal gerealiseerd worden in 4 jaar, waarbij € 15,- per inwoner de maximale last mag zijn. De maximale korting per jaar bedraagt hierdoor € 250.000. De verwachting is dat de kosten zullen stabiliseren rondom de € 1,6 milj - 1.7 milj. vanaf 2017. Een verdere verlaging van de kosten zou het niveau van zorgverlening aantasten. De kosten zijn op bovenstaande wijze in de begroting opgenomen: het overschot van 2015 tm 2017 zal worden ingezet om de tekorten in 2018-2020 op te vangen. In 2019 zal er sprake zijn van een evaluatie van het objectieve verdeelmodel. Een mogelijke aanpassing zal leiden tot een andere opbrengst.

B | Decentralisatie jeugd

1. Wat willen we realiseren in 2017?
Voor de decentralisatie Jeugd werken we samen met de 11 gemeenten in de regio IJsselland. Voor de jaren 2015 en 2016 was het regionaal transitiearrangement van kracht. De looptijd van dit RTA is tot en met 31 december 2016. Dat betekent dat voor 2017 en verder een herijking van regionale afspraken moet plaatsvinden. Dit staat geagendeerd voor het 4e kwartaal van 2016.

In 2017 willen we de jeugdhulp gaan realiseren en transformeren volgens deze herijkte regionale visie. Het uitgangspunt is dat de uitvoering van de Jeugdwet een lokale verantwoordelijkheid is en blijft. Centrale begrippen zijn: vroegtijdig signaleren, preventie, hulp in de directe omgeving van het kind, flexibele inzet jeugdhulp, ondersteuning mét ouders, gezinsgericht werken, verbinding met onderwijs en verenigingen en andere instellingen, sturen op kwaliteit en resultaat binnen de financiële kaders.

Voorgesteld wordt om in de periode 2017-2020 regionaal samen te werken op de volgende onderdelen:
A. Delen van kennis en ervaringen
B. Inkoop / contractering
C. Afhandeling van facturen en bekostiging van aanbieders
D. Monitoring en het genereren van sturingsinformatie
E. Contractmanagement en relatiemanagement

Voor de zomer ’16 heeft u besloten om in 2017 de regionale samenwerking op het gebied van inkoop jeugdhulp, contractmanagement, afhandeling facturen en declaraties en monitoring te verlengen voor de duur van één jaar (2017). Hiermee heeft u besloten om in 2017 op de hierboven genoemde onderdelen b, c, d en e samen te blijven werken. Wanneer de nieuwe visie wordt vastgesteld wordt gevraagd deze uitvoering van deze taken te verlengen tot en met 2020 en daarnaast te blijven samenwerken op het gebied van het delen van kennis en ervaringen.

In het RTA hebben de gemeenten voor de jaren 2015 en 2016 (tijdelijke) onderlinge financiële solidariteit (verevening) afgesproken. Dat wil zeggen dat de financiële voor- en nadelen voor alle vormen van individuele jeugdhulp gezamenlijk worden opgevangen. De reden hiervoor was de grote onduidelijkheid die destijds heerste over de beschikbare budgetten en het feitelijke zorggebruik. In 2017 zal deze regionale verevening worden losgelaten. Voor uitzonderlijke situaties (onvoorzienbaar, onontkoombaar en onuitstelbaar en onbeïnvloedbaar) zal een aparte regeling worden opgesteld.

In 2017 staat de transformatie van de jeugdhulp centraal. De lokale toegang (= CJG Staphorst) zien we als het vliegwiel voor de transformatie en tegelijkertijd met regionale samenwerking die gericht is op:
• Het gezamenlijk sturen op een proces waarin regionale partners worden gestimuleerd om actief na te denken over innovaties, die gericht zijn op het realiseren van de uitgangspunten van de transformatie;
• Het ontwikkelen van andere vorm van outputgerichte bekostiging met sterke prikkels voor zorgaanbieders om het door ons gewenste transformatiegedrag te vertonen en hierop te sturen in de contractafspraken en het contractmanagement. Tevens het terugdringen van administratieve lasten;
• Het maken van heldere afspraken met zorgaanbieders over hun rol ten opzichte van lokale (casus- en proces) regisseurs. Toegangsmedewerkers van het CJG gaan actiever sturen op de afschaling van zorg.

2. Uitgaven 2017 (x €1.000)

Omschrijving Taakveld

Bedrag
begroting
2017

Bedrag
begroot
2016
Bedrag
rekening
2015
Lokale invulling toegang jeugd 6.2 381 412 359
LTA (Landelijke Transitie specialistische zorg) 6.72 60 77 104
PGB 6.72 320 374 595
Zorg in natura 6.72 1.778 1.603 1.653
TOTAAL   2.539 2.416 2.711
Opbrengst/ uitkering Sociaal Deelfonds   -2.539 -2.416 -2.542
SALDO   0 0 -169

Toelichting:
De elf gemeenten hebben gezamenlijk afgesproken dat het budget dat zij ontvangen van het Rijk geheel ingezet wordt voor uitvoering van de jeugdhulp. Daarbij is conform het RTA IJsselland 2015-2016 een verdeling van 85 – 15 gehanteerd, waarbij 85% regionaal ingezet wordt voor daadwerkelijke jeugdhulp en 15% lokaal inzetbaar is om uitvoering te geven aan uitbreiding van de lokale toegang, regionale en lokale uitvoeringskosten, uitbreiding van preventie en innovatie.

In de lokale begroting is de inzet t.b.v. uitvoering decentralisatie jeugd budgetneutraal. Overschrijdingen t.o.v. het budget kunnen eventueel geput worden uit de reserve van het sociaal domein. Op regionaal niveau gaan we ervan uit dat de budgetuitputting voor 2017 gelijk is aan 2016. Om deze reden is afgesproken dat de regiogemeenten voor 2017 88% van het jeugdhulpbudget als voorschot verlenen aan de BVO. Dit betreft feitelijk alleen inkoopbudget, aangezien de verevening in 2017 wordt losgelaten. Als gemeente betaal je in 2017 alleen de feitelijke zorgconsumptie in de eigen gemeente. Afrekening vindt dan ook plaats op basis van nacalculatie.

Invoering objectief verdeelmodel
De invoering van het objectieve verdeelmodel Jeugd leidt niet tot een achteruitgang van het budget. De teruggang van €2,7 milj in 2015 naar € 2,5 milj. in 2017 wordt veroorzaakt doordat de uitvoering van de categorie “WLZ indiceerbaren” niet naar de gemeente komt. Dit betekent dan ook dat de kosten met hetzelfde bedrag verlaagd zijn in de begroting, waardoor baten en lasten met elkaar in evenwicht zijn.

C | Decentralisatie participatiewet

1. Wat willen we realiseren in 2017?
De gemeente Staphorst kent, op haar eigen beroepsbevolking, een laag percentage werkzoekenden, het laagste percentage in onze arbeidsmarktregio. We streven dit percentage zo laag mogelijk te houden. De economie ontwikkelt zich zodanig dat we hier optimistisch over kunnen zijn. Het lukt mensen met een bijstandsuitkering echter vaak niet om op eigen kracht terug te keren op de arbeidsmarkt; veelal heeft men ook al een ww-periode achter de rug waarin men geen werk heeft kunnen vinden. In onze organisatie werd tot voor enkele jaren nauwelijks aandacht besteed aan de begeleiding van deze groep richting werk; inmiddels is de personele capaciteit zodanig dat hierop wel inspanningen op worden geleverd.

Sinds de recente economische crisis en de invoering van de Participatiewet per 2015 constateren we dat de bijstandspopulatie gemiddeld een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Daaruit volgt dat een grotere inspanning nodig is om deze groep aan werk te helpen. In 2017 zullen die inspanningen zich sterk richten op de nieuwkomers; naar verwachting zal deze groep dan de helft van het totale aantal klanten uitmaken. Dit vraagt extra aandacht, waarbij de inspanningen niet alleen gericht zijn op de klanten, maar ook op de werkgevers. Het versnellen van toetreding tot de arbeidsmarkt voor nieuwkomers is een punt dat we ook hebben opgenomen in de prestatie-afspraken met Vluchtelingenwerk. In de begeleiding door de vrijwilligers van Vluchtelingenwerk heeft aandacht voor de arbeidsparticipatie een duidelijk accent gekregen.

De huidige subregionale samenwerking (gemeenten Steenwijkerland, Westerveld, Meppel, Staphorst, de SW bedrijven Reestmond en Noordwestgroep en het UWV) op de werkgeversdienstverlening wordt in 2017 voortgezet. Vanuit het Regionaal Werkbedrijf wordt aangestuurd op intensivering en uitbouw van de samenwerking. De betrokken gemeenten hebben hierop geen ambities geformuleerd, maar zullen er werkendeweg vorm aan geven. De inzet van een eigen accountmanager Bedrijven zal een impuls aan onze inbreng geven. Dit zal naar verwachting ten goede komen aan het lokale bedrijfsleven en de lokale economie.

Voor 2017 zal het project StaphorstWerkt! in een rechtspersoon zijn omgezet; het streven is om dat een coöperatie te laten zijn. Onze gemeente kent gelukkig een relatief klein bijstands-klantenbestand. Voor StaphorstWerkt! kan dit betekenen dat op enig moment het aantal deelnemers vanuit het eigen bestand klein is en dat deelnemers uit andere bestanden betrokken moeten worden. We denken dan primair aan ww-gerechtigden uit onze gemeente en daarnaast mogelijk aan bijstandsgerechtigden uit buurgemeenten.

Langzaam ontstaat er meer duidelijkheid over de toekomst van Reestmond. Gezien de dynamiek op dit onderwerp ligt een inhoudelijke benadering op deze plaats niet voor de hand.

De staatssecretaris SZW heeft een voorstel gedaan om gemeenten verplicht te stellen beschut werk aan te bieden. De VNG verzet zich namens de gemeenten tegen dit voornemen. Het verplicht aanbieden van beschut werk wordt als een breuk gezien met de lijn die met de Participatiewet is ingezet. Terwijl arbeidsplaatsen in de sociale werkvoorziening verdwijnen komen daar vergelijkbare plekken in de plaats. Het wetgevingstraject loopt op dit moment nog. Het realiseren van beschutte werkplekken is onderwerp van gesprek binnen het regionaal werkbedrijf en binnen onze subregio.

Eind 2016 was de evaluatie van het vastgestelde beleid Participatiewet voorzien. Deze zal echter een half jaar later plaatsvinden, gezamenlijk/integraal met het Jeugd- en Wmo-beleid.

 

2. Uitgaven 2017 (x €1.000)

Omschrijving Taakveld

Bedrag
begroting
2017

Bedrag
begroot
2016
Bedrag
rekening
2015
Bijdrage oude 'WSW' medewerkers 6.4 1.162 1.283 1.366
Reïntegratietrajecten 6.5 102 84 195
TOTAAL   1.264 1.367 1.561
Opbrengst/ uitkering Sociaal Deelfonds
  -1.264 -1.367 -1.483
Saldo
  0 0 78

Toelichting:
Voorheen ontvingen wij middels een subsidieregeling gelden voor de uitvoering van de WSW, welke doorgesluisd werden naar Reestmond. Hetzelfde gold voor reïntegratie-trajecten. Beide subsidieregelingen (zgn. ‘Sisa-regelingen’) komen te vervallen en daar is de participatiewet voor in de plaats gekomen. Het betreft hier dan eigenlijk ook geen ‘nieuw geld’, maar een andere wijze van ontvangen gelden en verantwoording. De uitgaven liggen in lijn met de begroting, waarbij wel aangetekend dient te worden dat in eerste instantie bij

Naast bovenstaande bedragen is voor het exploitatieresultaat van Reestmond een verlies opgenomen in de begroting van € 77.000,- , conform begroting Reestmond.. Zie hiervoor de paragraaf verbonden partijen. Voor 2017 (en verdere jaren) is Reestmond in overleg met de deelnemende gemeenten omtrent de financiering van de dienstverlening middels een uitvoeringsovereenkomst.

Invoering objectief verdeelmodel
De invoering van het objectieve verdeelmodel Jeugd leidt niet tot een achteruitgang van het budget. De teruggang van € 1,5 milj in 2015 naar € 1,1 milj in 2019 ontstaat door de uitstroom van “Oud WSW-ers”, er is geen sprake van nieuwe instroom. Deze teruggang wordt opgevangen doordat ook de doorbetaling aan Reestmond zich op een lager peil zal bevinden. Hier heeft Reestmond rekening mee gehouden in hun begroting.

D | Risico's

Het eerste jaar van de decentralisaties heeft vooral in het teken gestaan van de invoering van de decentralisaties. Taken zijn belegd op regionaal niveau, er is in gezamenlijkheid gewerkt aan inkoop/contractmanagement. Er zijn keuzes gemaakt op het gebied van kosten- en risicoverevening tussen gemeenten. Het jaar 2016 zal worden gebruikt voor de nadere invulling en betere invulling van de verschillende taken. Hieronder zullen we kort ingaan welke mogelijke risico’s die de gemeente loopt. Tevens wordt kort aangegeven welke mogelijke beheersmaatregelen er genomen (kunnen) worden.

Samenwerking | Rechtmatigheid
De invoering van de decentralisaties heeft op verschillende vlakken geleid tot samenwerking. Denk hierbij aan de inrichting van de toegang, de bedrijfsvoeringsvariant bij de Jeugdzorg (BVO Jeugdzorg) en de rol van de SVB, die de uitbetaling verzorgt van de PGB’s. Indien er geen duidelijke afspraken worden gemaakt wie verantwoordelijk is voor welke geldstroom of type zorg, hoe ga je de kosten verdelen en hoe wordt hierover verantwoording overlegd (rechtmatigheid van bestedingen, hoe weet je of de zorg ook daadwerkelijk is verleend?) ontstaat er een risico. De jaren 2016 en 2017 zullen worden gebruikt om hierover afspraken te maken met de verschillende partijen, tevens zal de administratieve organisatie en interne controle verder worden ingericht.

E | Reserve sociaal domein

Gemeente Staphorst heeft besloten bij het samenstellen van de nota reserves en voorzieningen 2015 de reserve WVG om te zetten naar de reserve sociaal domein om mogelijke tegenvallers van de decentralisaties op deze wijze te kunnen opvangen. Mochten de werkelijke uitgaven in een jaar hoger zijn dan de opgenomen begroting, wordt een tekort gedekt uit deze reserve. De reserve kent begin 2016 een bedrag van €1.927.000,-

Naast de inkomsten en uitgaven uit de decentralisaties vallen ook de uitgaven voor de “oude wvg voorzieningen” alsmede de kosten voor de huishoudelijke hulp onder deze reserve. Ook de ontvangst van de huidige integratieuitkering WMO (bedoelt om de uitgaven hulp bij het huishouden uit te dekken) valt onder de reserve. Bij het samenstellen van de begroting 2017 en de meerjarenraming 2018-2020 wordt al rekening gehouden met het feit dat door de invoering van het objectiefverdeelmodel voor de WMO er voor de jaren 2018 en verder een tekort ontstaat, welke door deze reserve zal worden gedekt. Voorlopig is deze reserve ruim voldoende.